Voor al de formules die hierin voorkomen waarbij een redenering staat moet je die ook
KENNEN!
MODULE 1 : LES 1
Nomenclatuur !benamingen vanbuiten blokken!
International
Union
Pure
Applied
Chemistry
= internationale regels van de nomenclatuur
Triviale naam
Systematische naam gebruikelijke naam = veel gebruikte
=samenstelling van elementen = afgekorte systematische naam algemeen
aanvaarde naam
Verbindingen
Naam = element a + element b
Element a = meest elektropositef element onveranderd eerst vernoemt
Element b = meest elektronegatief element met uitgang –ide laatste vernoemt
Multiplicatieve voorvoegsels = griekse telwoorden ((mono,) di, tri, tetra, penta, hexa,
hepta, octa, nona, deca, undeca, dodeca, poly) enkel vernoemen wanneer er
misverstand mogelijk is (meerdere oxidatiegetallen)
Splitsingen
,Homolytische splitsing = elektronenenpaar van de verbinding wordt gelijk verdeeld
over de atomen (elk atoom krijgt 1 elektron) => °radicalen
Heterolytische splitsing = elektronenpaar van de verbinding gaat naar 1 atoom =>
°ionen (kationen + / anionen -)
Ionen
Kationen = element + ion
➔ als er meerdere OG mogelijk zijn = element(OG)-ion *zie ook meeratomige anionen
➔ verouderde schijfwijze voor kationen met meerdere OG = Latijnse naam + “o”
(laag OG) / “i” (hoog OG)
➔ meeratomige kationen door additie 𝐻 + aan neutraal atoom = uitgang “onium”
Anionen = Latijnse/Griekse stam + ide-ion
➔ meeratomige anionen = uitgang “ide-ion” (hydro-anionen)
= uitgang “aat-ion” (oxo-anionen)
Radicalen = uitgang “yl”
➔ beschouwd als het positieve gedeelte in een verbinding
➔ naam eventueel gebruikt voor overeenkomstige kation
Zuren
Binaire-/ hydrozuren = zuren die geen zuurstof bevatten
Systematische naam = waterstof = … + ide
Triviale naam = … + zuur (vanbuiten leren!)
Oxozuren = zuren die zuurstof bevatten
Naam = waterstof + … + aat
➔ als element oxozuren met verschillend OG vormt :
= lager OG “ig” (zuur) & “iet” (anion)
= laagste OG “hypo” (voorvoegsel) + zie hierboven
= hoogste OG “per”
,Polyzuren = zuren opgebouwd door een condensatie van de overeenkomstige
monozuren met verlies van water
Triviale naam = Grieks telwoord dat de condensatiegraad aangeeft (# centrale atomen)
+ monozuur
➔ naam overeenkomstig anion gevolgd door zijn lading
Thiozuren = oxozuur waarvan 1/meerdere atoomzuren vervangen zijn door zwavelzuur
Triviale naam = Grieks telwoord dat #S weergeeft + thio + ... + zuur
Peroxozuren = zuren waarin een peroxide-groep (O-O) voorkomt
Triviale naam = peroxo + Grieks telwoord #centrale atomen + … + zuur
➔ kunnen afgeleid worden door in waterstofperoxide een H-atoom te vervangen door
een zuurradicaal (zuurrest)
➔
Basen
metaal + hydroxide
Oxiden
Metaaloxide
➔ basevormende oxiden
➔ ion bindingen M + nM
Niet-metaaloxiden
➔ Zuurvormende oxiden
➔ covalente verbindingen nM+nM
Zouten Waterstofzouten : out waarin nog minstens één
waterstofatoom aanwezig is dat oorspronkelijk uit
het zuur komt
Normale zouten
M/nM + zuurrest
➔ multiplicatieve voorvoegsels toevoegen wanneer noodzakelijk
➔ voorvoegsels voor bestanddeel tussen haakjes : bis (2), tris (3), tetrakis (4)
primaire zouten = 1 waterstofatoom vervangen
secundaire zouten = 2 waterstofatomen vervangen
tertiaire zouten = 3 waterstofatomen vervangen
, ! als kationen/anionen meerdere in verhoudingen zouten kunnen vormen :
▪ OG tussen haakjes / lading ion tussen haakjes
Fundamentele en chemische wetten
Atomen en elementen
Aristoteles (v.c) = 4 elementen : aarde, vuur, water en lucht
Stahl (18e eeuw - alchemie) = phlogiston-theorie
= als stoffen verbranden scheiden ze een niet-waarneembare stof af + as => originele
product teruggewonnen worden uit as en phlogiston
(vb: as + houtskool een phlogistonrijk product = origineel product)
“ MODEL is de beste benadering van de realiteit op basis van de dan bestaande cultuur,
kennis en inzichten. Elk model is een menselijke poging om de wetten van de natuur te
verklaren, te voorspellen en te benaderen”
Lavoisier (18e eeuw) = Wet van het behoud der massa (einde phlogiston-theorie)
= in een gesloten ruimte wordt de totale hoeveelheid stof niet gewijzigd door de
omzettingen die erin plaatsgrijpen.
➔ Door de nieuwe technologieën kunnen we onze inzichten in de wetenschap
bijschaven en veranderen = aangetoond met balans dat P en S bij verbranding
zwaarder worden doordat ze zuurstof opnemen
John Dalton (18e-19e eeuw) = Wetten van Dalton
Materie = alle materie is samengesteld uit kleine ondeelbare partikels
Elementen = atomen van een gegeven element bezitten elk hun unieke eigenschappen
en eigen massa
= verschillende chemische elementen bestaan uit verschillende
atoomsoorten met elk een karakteristieke massa + atomen van eenzelfde
chemisch element zijn identiek
= er bestaan 3 types atomen: enkelvoudige, samengestelde en complexe
Reacties = atomen zijn onverwoestbaar en behouden hun identiteit na een
scheikundige reactie. Het aantal atomen en de wijze waarop en atomen met elkaar
verbonden zijn kan wel wijzigen