Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 70 pages
Summary

Samenvatting Algemene fysiologie (17/20) | BMW | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 70 pages

Deze samenvatting behandelen hoofdstuk 2,3, 5, 6, 7, 8, 9 (alle geziene hoofdstukken) van het vak Algemene Fysiologie gegeven door Frank Bosmans.

Content preview

H2 – Functionele organisatie van een cel
Inleiding – Fysiologie
= De studie van de homeostatische mechanismen waardoor organisme kan blijven bestaan ondanks de steeds
veranderde druk die wordt opgelegd door de vijand
➢ Oude discipline die de laatste jaren weer belang krijgt door nieuwe genetische info


Structuur van biologische membranen
Waarom een celmembraan noodzakelijk is
• De cel bevat een complex CP rijk aan EW, nucleïnezuren, NT & suikers
• Het kost veel energie om:
o deze moleculen te synthetiseren of op te slaan
o de ionenconcentraties intracellulair stabiel te houden
• Zonder barrière zouden deze stoffen binnen enkele seconden wegdiffunderen
➢ Plasmamembraan = essentiële barrière (± 10 nm dik)

Eigenschappen van het plasmamembraan
• Impermeabel (niet doorlaten) voor grote moleculen: EW & nucleïnezuren
• Semipermeabel voor kleine moleculen: ionen & metabolieten
➢ Selectieve opname
➢ Verhindert verlies van belangrijke celcomponenten.

Waarom transport nodig is
• Extracellulaire concentratie van voedingsstoffen is vaak veel lager dan intracellulair
• De cel moet stoffen tegen een concentratiegradiënt in kunnen opstapelen.
➢ Een porie kan dit niet: enkel passieve diffusie
➢ Actief transport is noodzakelijk (zie hoofdstuk 5).


Samenstelling van het celmembraan
Het membraan bestaat voornamelijk uit:
Vetzuren Vooral fosfolipiden (FL)
➢ FL = 2 vetzuurstaarten + glycerol + fosfaatgroep +
alcoholgroep
➢ In de cel: ongeveer 5 × 10⁹ fosfolipiden per cel
➢ De derde hydroxylgroep van glycerol is veresterd met een
fosfaatgroep > draagt een kopgroep (kleine polaire molecule)
Eiwitten Essentieel voor transport, signaaltransductie, structuur…

FOSFOLIPIDEN
Amfipatische aard van fosfolipiden
FP hebben twee contrasterende delen: combinatie van hydrofoob + hydrofiel
Hydrofobe staart (vetzuur) ➢ Apolair & niet geladen: Interageren niet met water
➢ Vermijden contact met water, wel oplosbaar in organische oplosmiddelen
Hydrofiele kop ➢ Polair & geladen: Goed oplosbaar in water
➢ Interageren met watermoleculen

,Zelforganisatie van fosfolipiden in water
FP organiseren zich spontaan om de hydrofobe staarten te beschermen tegen water
Lage Monolayer ➢ Staarten in de lucht, hoofdjes naar het water
concentratie ➢ Kost minder energie dan staarten in water brengen
Hoge micellen ➢ Bolvormige structuren: Hoofdjes buiten, staarten naar binnen
concentratie ➢ Staarten volledig afgeschermd van water
➢ Onderlinge interacties tussen staarten zijn energetisch gunstig
Zeer hoge lipidenbilayer ➢ Twee parallelle lagen (leaflets): Hoofdjes naar buiten, staarten naar elkaar toe
concentratie ➢ Spontaan proces: basis van alle biologische membranen




Fysische eigenschappen van de bilayer
De structuur en vloeibaarheid van het membraan worden bepaald door chemische aspecten:
Lengte van vetzuurstaarten Langere staarten > dikkere bilayer
Aard van kopgroep Hoe dikker de kop, hoe verder FP van elkaar liggen
Verzadiging van vetzuren Verzadigd (geen dubbele bindingen):
➢ Rechte ketens: strakker gepakt, vast
Onverzadigd (dubbele bindingen):
➢ Knik in keten: losser gepakt, meer vloeibaar

Laterale diffusie van fosfolipiden
• Een FP bilayer is vloeibaar en temperatuurgevoelig
• FP bewegen binnen dezelfde leaflet > lateral diffusion (Snelheid: ± 10−8cm²/s)
o Verplaatsing naar de andere leaflet gebeurt bijna nooit spontaan (kost te veel energie)

Temperatuureffecten
Temperatuur Thermisch VS interactie energie Toestand Diffusie
Hoog Thermische E > interactie E Sol staat: vloeibaar Snelle diffusie
Laag Thermische E < interactie E Gel staat: vast Trage diffusie

Transitietemperatuur
= De temperatuur waarbij fosfolipiden overgaan van gel naar sol (vast > vlst)
• Afhankelijk van vetzuurstaarten
o Lange, verzadigde staarten: dicht verpakt (gel) > hoge transitietemperatuur
o Korte of onverzadigde staarten: los verpakt (sol) > lage transitietemperatuur
▪ Nadeel: meer permeabel, kans op scheuren!

,Invloed van andere lipiden op membraanvloeibaarheid
Andere lipiden veranderen de sterkte van interacties tussen FL, dus ook diffusie en transitietemperatuur.
Cholesterol (CH) als belangrijkste modulator. CH heeft een stijve steroïdering waardoor het de vetzuurstaarten
gedeeltelijk immobiliseert.
Effect van CS Lage concentratie
➢ verlaagt vloeibaarheid (immobilisatie) > meer gel
➢ verhoogt de transitietemperatuur van gel naar sol
Hoge concentratie
➢ verhoogt vloeibaarheid: verstoort interacties tussen FL > meer sol
➢ verlaagt transitietemperatuur van gel naar sol
Belangrijke opmerkingen ➢ Een membraan heeft geen één vaste transitietemperatuur.
➢ Het gedrag hangt af van de mix van lipiden:
o Verzadigde, lange ketens: gel-achtige domeinen
o Onverzadigde, korte ketens: sol-achtige domeinen
Dierlijke FP meestal 1 V + 1 OV staart: goede balans tussen stabiliteit & vloeibaarheid

Flip-flop bewegingen tussen leaflets
Beweging tussen leaflets is zeer zeldzaam (kost veel energie). Als het toch gebeurt is het door de flip-flops.
➢ Cholesterol flip-flopt sneller (klein polair hoofdje: 1 OH-groep).

Enzymen die flip-flop reguleren
Enzym Richting Energie Opmerking
Flippase Buiten → binnen ATP Specifiek
Floppase Binnen → buiten ATP Specifiek
Scramblase Beide richtingen Geen ATP Niet-specifiek, o.a. voor cholesterol




Asymmetrie van de bilayer
De twee leaflets zijn chemisch en fysisch verschillend.
• Cytosol-leaflet: phosphatidylethanolamine & phosphatidylserine
o meer vloeibaar (sol) + negatief geladen
• Extracellulaire leaflet: phosphatidylcholine
o minder vloeibaar, stijver (gel)
! Asymmetrie is cruciaal voor signaaltransductie (second messengers)

Permeabiliteit van de fosfolipidenbilayer
Bilayer is ideaal om twee waterige compartimenten te scheiden. De hydrofobe staarten verhindert passage van
geladen of grote polaire moleculen.
➢ Geladen ionen: Na⁺, K⁺, Cl⁻, Ca²⁺
➢ Grote polaire moleculen: EW, NT nucleïnezuren & suikers

MEMBRAANEIWITTEN
Perifeer ➢ Geen directe interactie met lipiden, maar hanger aan integrale EW
➢ Kunnen relatief makkelijk verwijderd worden
➢ Functies: signaaltransductie, cytoskeletkoppeling…
Integraal ➢ Sterk verbonden met de bilayer
➢ Kunnen enkel verwijderd worden door het membraan op te lossen (detergenten)
Transmembranaire
➢ Doorlopen het hele membraan
➢ Bestaan meestal uit hydrofobe α-helices (AZ) > extreem onoplosbaar in water

, Aminozuren
➢ 20 fundamentele aminozuren
o 9 essentieel (uit voeding), 11 niet-essentieel (door lichaam gemaakt)
➢ Relevantie: transmembranaire segmenten bestaan uit hydrofobe AZ


Functie van membraaneiwitten
Alle communicatie tussen cel en omgeving verloopt via membraaneiwitten. We bespreken dan ook hun
verschillende functies.
! Uitzondering: vetoplosbare hormonen zoals steroïden, deze diffunderen door het membraan.


Receptoren: communicatie cel - omgeving
Ligand-bindende receptoren (LBR)
Bestaat uit 7 transmembranaire α-helices die een cilindervormige conformatie vormen.
➢ Extracellulaire N-terminus (bindt ligand)
➢ Intracellulaire C-terminus (activeert signaalroutes)

Mechanisme
1. Wateroplosbaar hormoon bindt aan extracellulaire receptorzijde (N)
2. Dit veroorzaakt een conformatieverandering in het hele eiwit.
3. De verandering wordt doorgegeven naar het intracellulaire domein (C)
4. Gevolgen:
o Receptor wordt enzymatisch actief
o Receptor activeert cytoplasmatische EW → productie van second messengers (2M)

Receptoren zijn dus signaalomzetters: van extracellulair signaal → intracellulaire respons


Adhesiemoleculen: cel-matrix verbinding
Integrinen
= Grote transmembranaire receptoren in dierlijke cellen, een belangrijke verbindende schakel
• Verbinden: ECM (fibronectine, laminine) & IC cytoskelet
• Belangrijk voor: Celgroei, celvorm & differentiatie

Mechanisme
• Transmembranaire segmenten vormen soms een porie gevuld met water om stoffen uit te wisselen
• Cytoplasmatische domeinen binden aan IC EW → geven mechanische en chemische informatie door.

Adhesiemoleculen koppelen buitenkant ↔ binnenkant en sturen celgedrag

Document information

Study
Uploaded on
May 3, 2026
Number of pages
70
Written in
2025/2026
Type
Summary
$14.79

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
yelenasamyn1
4.0
(1)
Sold
21
Followers
0
Items
15
Last sold
1 week ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions