Fundamentele concepten in de psychologie
Waarnemings- en ervaringsprocessen
Wat is bewustzijn? En andere terminologie.
Cambrigde: “de toestand waarin iets betekenis krijgt en waarin je je van iets
realiseert.”
Oxford: “bewustzijn is de toestand waarin iets ervaart en/of responsief (in relatie
tot) is naar de omgeving.”
Vaak wordt bewustzijn gekoppeld aan het idee van denken, cognitie. Merk echter
op dat in deze definitie hier niets over verteld wordt. Bewustzijn heeft immers
niet persé iets te maken met denkprocessen. Je hoeft niet te kunnen nadenken
om bewust te zijn. En je hoeft ook niet bewust te zijn om te kunnen denken
Vormen van bewustzijn/hoe kunnen we bewust zijn.
- Egobewustzijn: is ons ‘dagelijks’ bewustzijn. Hoe we ‘dagelijks’ over
bewustzijn denken: gekoppeld aan cognitie, aan denken. Toestand waarin
we ons gedurende het meest van de tijd bewegen in de wereld tijdens het
waken. De toestand waarin ons narratief zelf vorm neemt. Het narratieve
zelf is het idee dat je hebt over wie je bent in relatie tot de ander en het
systeem waarvan je deel uitmaakt. Het is een weten dat bestaat binnen
jouw ideeënwereld. Omdat het egobewustzijn in dienst staat van het ‘zelf’
en de instandhouding ervan, wordt het vaak heel sterk geplaagd door
geconditioneerd denken. Denken dat gebaseerd is op eerder opgedane
ervaringen en kennis die jouw reactie zal bepalen binnen nieuwe situaties.
Nodig om onderscheid te maken tussen ‘ik’ en ‘de wereld’.
- Ervaringsbewustzijn:
o Hier draait het om voelen.
o ‘Niet-pluis’-gevoel.
o Het zuivere ervaren, of ook wel ‘ de weg van het voelen naar het
weten’ genoemd. Voelen wordt hier niet verstaan in de dagelijkse
betekenis zoals voelen aan een stof of pijn voelen waarbij we dan
steeds een oordeel hebben erover. Voelen hier gaat over het ervaren
zonder er een cognitieve koppeling mee te maken, zonder waarde-
oordeel of voor-oordeel. Dus zonder idee over iets nog voor er
gevoeld is. Het gaat over een ervaring vanuit een verbinding met
iets/iemand/situatie.
o Vanuit deze vorm kan er zich iets ontplooien wat we kennen als
intuïtie. Intuïtie is een mogelijke uitkomst wanneer iemand zich in de
toestand van ervaringsbewustzijn bevindt. Het is weten dat
voortkomt zonder erbij na te denken. Een weten dat zich laat voelen
door een connectie met de situatie/persoon en jezelf.
, o Er dient een bepaalde verbondenheid te kunnen zijn tussen de
persoon en de ander/situatie zodat informatie spontaan kan gedeeld
worden tussen de actoren/situatie. Die verbondenheid hoeft niet
persé als iets bevreemdend gezien te worden, of ‘magisch’. Dat het
mechanisme erachter niet direct tastbaar is, hoeft niet noodzakelijk
te betekenen dat het iets ‘buiten wereldlijks’ hoeft te zijn.
Experimenten tonen immers aan dat wat in onze dagelijkse ervaring
op het eerste zicht buiten wereldlijk lijkt, een regel is in de
subatomaire wereld, het meest fundamentele niveau van het
bestaan.
- 'Bewustzijn’. Merk de hoofdletter op. Bewustzijn met hoofdletter B, is een
manier om een onderscheid te maken tussen de capaciteit tot bewustzijn
(met de verschillende vormen) en de mens te benoemen in zijn totaliteit
als een continu veranderlijk dynamisch proces, een eenheid van lichaam
en geest onder de noemer ‘Bewustzijn’. Zelfs al zijn we van heel veel niet
bewust van wat er binnenin ons afspeelt, dan nog blijven we wel een
eenheid. Het is niet omdat informatie niet in een bewuste toestand is, dat
het geen deel uitmaakt van wie we zijn. Het continu veranderlijke proces,
waarbij informatie zowel bewust als onbewust kan zijn, verbonden in een
aanhoudende interactie met de omgeving, dat wij als mens zijn, wordt het
Bewustzijn genoemd.
- Onbewuste: Het is een toestand van informatie die deel van ons uitmaakt
maar waar we op een bepaald moment niet bewust van zijn. Informatie
kan belicht worden, of kan niet belicht worden, het bevindt zich steeds in
dezelfde ruimte: jouw zijn. Tot enkele seconden geleden was je je
bijvoorbeeld niet bewust van het gevoel hoe je voeten aanvoelen. En dat
terwijl die informatie ook toen beschikbaar was… Nu ben je je ervan
bewust omdat je er aandacht aan geeft.
o S Omdat zoveel informatie onbewust is, zeggen we ook dat iemand
schijnbaar verdeeld is. Daar staat dit symbool voor. Een S met een
streep door. S staat voor ‘subject’. De streep duidt op de verdeling
tussen de informatie die je bewust ervaart en deze die ook deel van
jou uitmaakt maar die je niet bewust ervaart.
o Structurele onbewuste: Automatische processen waarvan we ons
zelden bewust worden, denk aan de processen achter wondheling,
in gang zetten van weeën, metabole processen enz…
o Geconditioneerde informatie: Informatie die ervoor zorgt dat je
steeds iets op eenzelfde manier zal doen of ervaren. Er worden dan
automatisch een gedrag of gevoel uitgelokt bij confrontatie met een
bepaalde stimulus/binnen een bepaalde situatie. Dit is een
dynamiek die ons kan helpen maar ook kan tegenwerken.
- Zelfbewustzijn: De capaciteit tot het ervaren van de innerlijke beleving
en het lichaam waarmee men zich vorm geeft als een eigen individueel
proces dat zich onderscheidt van de andere processen waarmee men in
interactie staat. Zelfbewustzijn is niet iets dat je hebt of niet hebt. Er zijn
verschillende facetten en gradaties. Sommige facetten ontwikkelen zich
gestaag doorheen de eerste jaren van de ontwikkeling, andere vragen een
engagement van de persoon zelf om ze te ontwikkelen.
, Onbewuste gewaarwording:
Amazonewoud: Het amazonewoud in Zuid Amerika herbergt een schat aan
biodiversiteit (soorten planten en dieren). Nog steeds zijn er in bepaalde regio’s
stammen die leven van jacht en pluk. Overleven is voor hen een kwestie van
voldoende voedsel te vinden. Stel je nu voor dat je zelf op jacht bent in de jungle.
Je bent op zoek naar een prooi, om jezelf en stamgenoten van eten te voorzien.
Je aandacht zal op dat moment wellicht volledig gericht zijn op het vinden van
iets eetbaars. Oog voor wat anders zal er niet zijn. Er zijn echter ontelbare
gevaren in zo’n jungle waar je onmogelijk allemaal tezelfdertijd aandacht voor
kunt hebben. En dat terwijl je je helemaal focust op het zoeken van voedsel. Ooit
al gemerkt dat wanneer je je heel erg focust op iets, je bepaalde zaken (mensen
die je naam roepen vb) gewoonweg niet opmerkt? Mochten mensen die in zulke
gevaarlijke omgevingen leven als het amazonewoud, op geen enkele manier in
staat zijn bepaalde gevaren op te merken wanneer ze zich focussen op iets
anders dan dat gevaar, dan lopen ze wel hele grote risico’s. Dankzij een armband
merken zij dit wel op. Die armband laat deze jagers toe zich snel bewust te
worden van de spierspanning in hun arm. Met al hun aandacht die gaat naar het
zoeken van een prooi is spierspanning in hun arm immers niet bepaald iets
waarmee ze bezig zijn. Wanneer de band rond hun arm harder knelt, is dat een
teken dat hun spieren strakker gespannen staan.
Wanneer er gevaar dreigt, zul je je klaarmaken om jezelf te beschermen; en dat
doe je door ofwel te vechten of te vluchten. En in het kader van een betere vecht-
of vluchtrespons is het uiteraard logisch dat de spieren worden opgespannen!
Wanneer de jagers merken dat hun spieren opspannen, is dat dus een teken dat
er gevaar dreigt. Die band helpt hen dit op te merken. Wellicht vraagt het wel
vele jaren training om die verschillen in spierspanning echt te kunnen
waarnemen. Je lichaam kan reageren op externe stimuli zonder dat je gericht
aandacht geeft aan de informatie die uiteindelijk de reactie uitlokt. Dit heet
onbewust gewaarworden. Dit is dus de toestand waarbij je niet bewust bent
van informatie die jou beïnvloedt. De armband helpt de drager bewust te worden
van de signalen die het lichaam geeft als respons op de informatie.
Standaard experimenten:
Gebruik gemaakt van transcraniële magnetische stimulatie. (Als dit aanstaat zijn
we niet meer bewust dat we zaken aan het waarnemen zijn)
- Onderzoek 1: Proefpersonen werden, terwijl het apparaat aanstond, voor
een scherm geplaatst en kregen ze in een eerste test een verticale of
horizontale lijn te zien. In een tweede test een groene of rode bal. Wanneer
gevraagd werd aan de mensen wat ze gezien hadden tijdens de twee
tests, gaven ze allemaal aan niets gezien te hebben. Maar wanneer de
proefpersonen gevraagd werden te gokken wat ze gezien hadden, dan
kreeg men een opmerkelijk resultaat. In de test met lijnen had 75% van de
mensen hun gok juist, in de test met de kleuren 81%. Op basis van zuiver
gokken zou je in beide gevallen slechts 50% verwachten. Blijkbaar hadden
vele mensen de informatie wel degelijk opgenomen en verwerkt al waren
ze zich hiervan niet bewust. Deze verwerking moet dan wel gebeurd zijn
via een ander deel van de hersenen dan de visuele cortex. Het is dus niet
omdat je je iets niet bewust gewaar wordt, dat je het daarom niet hebt
opgenomen en verwerkt.