Behrendt, C., & Vrancken, M. (2020). Beginselen van het Belgisch staatsrecht. Die Keure.
Inhoudsopgave
INLEIDEND DEEL .................................................................................................................................. 3
AFDELING 1 – DE BEKENDMAKING EN INWERKINGTREDING VAN DE IN BELGIË VAN TOEPASSING ZIJNDE RECHTSNORMEN3
AFDELING 2 – FEDERAAL BELGIË: HET GRONDGEBIED EN DE ONDERVERDELINGEN ERVAN ......................................... 4
AFDELING 3 – DE ALGEMENE BELEIDSDOELSTELLINGEN VAN HET FEDERALE BELGIË ................................................. 6
DEEL 1 – DE ORGANEN VAN DE FEDERALE OVERHEID, VAN DE GEMEENSCHAPPEN EN VAN DE
GEWESTEN ...................................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 1 – DE WETGEVENDE MACHT ................................................................................................ 7
INLEIDENDE AFDELING – UITPUTTEND KARAKTER VAN DE PARLEMENTAIRE WEG ..................................................... 7
AFDELING 1 – DE FEDERALE WETGEVENDE MACHT ............................................................................................ 7
AFDELING 2 – DE WETGEVENDE VERGADERINGEN VAN DE DEELGEBIEDEN ............................................................. 9
AFDELING 3 – DE WERKING VAN DE WETGEVENDE VERGADERINGEN .................................................................. 10
AFDELING 4 – HET STATUUT VAN DE PARLEMENTSLEDEN.................................................................................. 12
AFDELING 5 – DE WETTELIJKE NORMEN......................................................................................................... 13
AFDELING 6 – DE PROCEDURE BETREFFENDE HET TOT STAND BRENGEN VAN DE WETTELIJKE NORMEN ...................... 14
AFDELING 7 – DE CONTROLEBEVOEGDHEID VAN DE WETGEVENDE VERGADERINGEN.............................................. 16
HOOFDSTUK 2 – DE UITVOERENDE MACHT.............................................................................................. 20
AFDELING 1 – DE KONING EN DE FEDERALE REGERING ..................................................................................... 20
AFDELING 2 – DE REGERINGEN VAN DE DEELGEBIEDEN .................................................................................... 22
AFDELING 3 – DE WERKING VAN DE UITVOERENDE MACHT ............................................................................... 23
AFDELING 4 – DE PREROGATIEVEN VAN DE UITVOERENDE MACHT ...................................................................... 25
HOOFDSTUK 3 – DE GRONDWETGEVENDE MACHT .................................................................................... 28
AFDELING 2 – DE HERZIENING VAN DE GRONDWET ......................................................................................... 28
DEEL 2 – DE BEVOEGDHEDEN VAN DE FEDERALE OVERHEID, DE GEMEENSCHAPPEN EN DE
GEWESTEN .................................................................................................................................... 29
HOOFDSTUK 1 – DE BEGINSELEN DIE DE VERDELING VAN DE BEVOEGDHEDEN REGELEN...................................... 29
AFDELING 1 – HET EXCLUSIVITEITSBEGINSEL VAN DE BEVOEGDHEDEN ................................................................. 29
AFDELING 2 – HIËRARCHISCHE GELIJKHEID TUSSEN DE FEDERALE OVERHEID EN DE DEELGEBIEDEN ............................ 29
AFDELING 3 – TOEPASSING VAN HET BEGINSEL IN FORO INTERNO, IN FORO EXTERNO ............................................ 29
AFDELING 4 – DE AFWEZIGHEID, DE JURE, VAN SUBNATIONALITEITEN ................................................................. 29
HOOFDSTUK 2 – DE BEVOEGDHEDEN VAN DE FEDERALE OVERHEID ............................................................... 31
HOOFDSTUK 3 – DE BEVOEGDHEDEN VAN DE GEMEENSCHAPPEN................................................................. 31
AFDELING 1 – DE BEVOEGDHEDEN VAN DE VLAAMSE, FRANSE EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP.............................. 31
AFDELING 2 – DE BEVOEGDHEDEN VAN DE GGC ............................................................................................ 32
AFDELING 3 – BEVOEGDHEDEN VAN DE FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE EN DE VGC ...................................... 33
AFDELING 4 – GEDEELTELIJKE REGIONALISERING: DE SINT-KWINTENS-CLAUSULE .................................................. 33
HOOFDSTUK 4 – DE BEVOEGDHEDEN VAN DE GEWESTEN ........................................................................... 35
AFDELING 1 – DE BEVOEGDHEDEN VAN HET VLAAMS, WAALS EN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST.................... 35
AFDELING 2 – VOLLEDIGE COMMUNAUTARISERING VAN DE UITOEFENING VAN DE GEWESTBEVOEGDHEDEN .............. 36
AFDELING 3 – GEDEELTELIJKE COMMUNAUTARISERING VAN DE UITOEFENING VAN DE GEWESTBEVOEGDHEDEN ......... 36
1
,HOOFDSTUK 5 – DE GEMEENSCHAPPELIJKE BEVOEGDHEDEN ....................................................................... 37
AFDELING 1 – DE PARALLELLE BEVOEGDHEDEN ............................................................................................... 37
AFDELING 2 – DE IMPLICIETE BEVOEGDHEDEN ................................................................................................ 37
HOOFDSTUK 6 – DE CONSTITUTIEVE AUTONOMIE VAN DE DEELGEBIEDEN....................................................... 37
HOOFDSTUK 7 – DE TENUITVOERLEGGING VAN DE BEVOEGDHEDEN .............................................................. 38
AFDELING 1 – HET CONFLICTUEEL FEDERALISME ............................................................................................. 38
AFDELING 2 – HET COÖPERATIEF FEDERALISME .............................................................................................. 38
HOOFDSTUK 8 – DE UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEDEN DOOR DE GEMEENTEN EN DE PROVINCIES .................. 40
HOOFDSTUK 9 – DE INTERNATIONALE BEVOEGDHEDEN VAN DE FEDERALE OVERHEID, DE GEMEENSCHAPPEN EN DE
GEWESTEN....................................................................................................................................... 41
AFDELING 1 – DE INT. BETREKKINGEN, DE GRONDWET EN HET BELGISCH FEDERALISME ......................................... 41
AFDELING 2 – BEGINSELEN M.B.T. HET VOEREN VAN HET BUITENLANDS BELEID EN HET SLUITEN EN OPZEGGEN VAN DE
VERDRAGEN ............................................................................................................................................. 41
AFDELING 3 – TYPOLOGIE VAN DE VERDRAGEN IN FEDERAAL BELGIË EN DE MODALITEITEN VOOR HET SLUITEN DAARVAN
.............................................................................................................................................................. 41
AFDELING 5 – DE INTERNATIONALE VERTEGENWOORDIGING VAN BELGIË ............................................................ 42
DEEL 3 – DE FINANCIERING VAN DE FEDERALE OVERHEID, DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN
..................................................................................................................................................... 43
2
,Inleidend deel
Afdeling 1 – De bekendmaking en inwerkingtreding van de in België van toepassing zijnde
rechtsnormen
De bekendmaking van de in België van toepassing zijnde rechtsnormen
• Bekendmaking is…
o …een voorwaarde voor inwerkingtreding (art. 190 Gw.)
o …verplicht in een beperkt publicatieblad, tenzij: gemeentelijk, provinciaal of
door arrondissementscommissarissen
o …van openbaar belang (tegenvoorbeeld: gratie van de koning is niet van
openbaar belang)
De bekendmaking van normen in een publicatieblad
• 3 publicatiebladen
1. Bestuursmemoriaal: normen van provinciale raden (1/provincie)
2. Belgisch Staatsblad
• Normen van Gewesten, Gemeenschappen, federale overheid
• Klassiek volkenrecht (indien verplicht)
3. Publicatieblad van de Europese Unie: normen van de EU en Euratom, geen
bijkomende bekendmaking in Belgisch publicatieblad
• Integrale of gedeeltelijke bekendmaking
o Integraal: alle bepalingen; basisregel
o Gedeeltelijk: uittreksel of vermelding; indien besluit van de federale overheid
niet alle burgers aanbelangt
De inwerkingtreding van de normen binnen de Belgische rechtsorde
• Gemeentelijk niveau: op de 5de dag na aanplakking, tenzij anders bepaald
• Provinciale raad
o Vlaamse norm: op de 5de dag na opneming in Bestuursmemoriaal
o Waalse norm: op de 8ste dag na opneming in Bulletin provincial
• Provinciegouverneurs en arrondissementscommissarissen: bepalen zelf
• Uitvoerende normen van de federale overheid: op de 10de dag na publicatie in BSB
• Wettelijke normen van de federale overheid: op de 10de dag na publicatie in BSB
• Decreten en ordonnanties: op de 10de dag na publicatie in BSB
• Grondwettelijke normen: op de dag van de bekendmaking zelf
De verschillende fasen van grondwetsherziening en staatshervorming
• 7 herzieningen vs. 6 staatshervormingen
SH 1 SH 2 SH 3 SH 4 SH 5 SH 6
1970 1980 1988 1993 2001 2014
3
,Afdeling 2 – Federaal België: het grondgebied en de onderverdelingen ervan
De bekrachtiging van de federale structuur van het land
• Koninkrijk België
o Samengesteld uit gemeenschappen en gewesten
o Aanvulling art. 1 Gw.: de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie als
‘4de Gemeenschap’
De wijziging van de internationale grenzen van het Koninkrijk
• 3 belangrijke veranderingen
1. Verlies helft provincie Luxemburg + helft Limburg + Maastricht (1839): t.g.v.
Verdrag van Londen
2. Overdracht Oostkantons DE è BE (1919): t.g.v. Verdrag van Versailles
3. “Corridor” als spoorlijnverbinding over Duits grondgebied: t.g.v. Verdrag van
Versailles
• Art. 7 Gw.: wijzigen van de lands- en zeegrenzen
• Normale procedure: geen volgorde voor bekrachtiging en instemming
• Bij toepassing van art. 7 Gw.: instemming moet voor bekrachtiging è
“krachtens de wet”
De vier taalgebieden van het Koninkrijk
1. Nederlands taalgebied
2. Frans taalgebied
3. Tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
4. Duitse taalgebied
• Evolutie van de taalkwestie en ontstaan van het begrip taalgebied
o Art. 4 Gw. betreffende de taalgebieden
o Alle gemeenten behoren tot taalgebied, met uitzondering van 6 gemeenten
(voor 1970)
o 2 ontwikkelingen betreffende de taalgrens (1970)
§ Speciale arrondissement 6 gemeenten afschaffen è bij NL taalgebied
§ Taalgrens definitief vastgelegd in Gw. è geen uitzonderingen meer in
art. 4 Gw.
o Zeegrens: gemiddelde ebvloedlijn = laagwaterlijn
• De procedure betreffende de wijziging van de grenzen van de taalgebieden è
BIJZONDERE (MEERDERHEIDS)WET
o 6 meerderheidsvoorwaarden = aantal stemmen (waarbij geen rekening w
gehouden met onthoudingen)
1. Meerderheid stemmen in Nederlandse taalgroep Kamer
2. Meerderheid stemmen in Franse taalgroep Kamer
3. Meerderheid stemmen Nederlandse taalgroep Senaat
4. Meerderheid stemmen Franse taalgroep Senaat
5. 2/3de meerderheid stemmen Kamer
6. 2/3de meerderheid stemmen Senaat
o 4 quorumvoorwaarden = aanwezigheid
1. Meerderheid aanwezig Nederlandse taalgroep Kamer
2. Meerderheid aanwezig Franse taalgroep Kamer
4
, 3. Meerderheid aanwezig Nederlandse taalgroep Senaat
4. Meerderheid aanwezig Franse taalgroep Senaat
De drie gewesten van het Koninkrijk
• Het jaar 1970 en de fictieve oprichting van de drie Gewesten
o Art. 107 Gw. slechts als melding dat de drie Gewesten opgericht zullen worden
• Het jaar 1980 en de effectieve oprichting van het Waalse en Vlaamse Gewest
o Tweede staatshervorming
o BWHI als einde van de voorlopige regionaliseringswet è definitieve Gewesten
o Wallonië: gewestelijke bevoegdheden niet gecommunautariseerd (In
Vlaanderen wel)
• Het jaar 1989 en de effectieve oprichting van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
o Derde staatshervorming
o BWBru
De provincies
• De indeling van het nationale grondgebied in provincies
o Historisch
§ Oorspronkelijk: 9 provincies (Brabant ongesplitst)
§ Art. 5 lid 2 Gw.: federale wetgever kan bij bijzondere meerderheid
grondgebied onttrekken uit provincie = Voeren-clausule
• Gouverneur per provincie: federale regeringscommissaris +
vertegenwoordiger van zijn provincie
• De wijzigingen van de provincie- en gemeentegrenzen
o Art. 7 Gw.: geen wijziging van eender welke grens dan krachtens een wet
o Provinciegrenzen
§ Afhankelijk van de aard van de grens
• Internationale grens: federale wet bij gewone meerderheid
• Tussen 2 gewesten of aan de taalgrens: federale wet bij
bijzondere meerderheid
• Binnen eenzelfde gewest: gewestdecreet bij gewone
meerderheid
o Gemeentegrenzen
§ Afhankelijk van de aard van de grens
• Internationale grens: federale wet bij gewone meerderheid
• Tussen 2 gewesten: federale wet bij bijzondere meerderheid
• Provinciegrens: decreet
• Binnen eenzelfde provincie/gewest: decreet of ordonnantie
• De onderverdelingen van de provincies: de arrondissementen (artikel 6)
o Art. 6 Gw.: onderverdelingen van provincies vastleggen bij wet
o Onderscheid
§ Administratieve arrondissementen (43) = bestuurlijke onderverdeling,
geregeld door Waals Gewest/Vlaamse Gemeenschap
• Arrondissementscommissaris: gouverneur bijstaan bij zijn taken
§ Gerechtelijke arrondissementen (12) = geregeld door federale
overheid
5
, De drie Gemeenschappen van het Koninkrijk (artikel 2)
• Art. 2 Gw.: 3 gemeenschappen
• Bestaan + grondgebied geregeld door Grondwet
Afdeling 3 – De algemene beleidsdoelstellingen van het federale België
Titel Ibis Gw. “Algemene Beleidsdoelstellingen van het federale België”
• Art. 7bis (enige bepaling) è vrij zwakke rechtskracht
6