1. INLEIDING
FARM TO FORK
Onderscheid op basis van de wijze waarop stoffen in de keten terechtkomen
- Antinutrienten & natuurlijke toxines
o Inherent aanwezig in planten, schimmels & mariene organismen
- Residuen
o Stoffen bewust gebruikt tijdens productie
o Vb veterinaire geneesmiddelen
o Vb pesticiden
o Resten blijven in het eindproduct achter
- Contaminanten
o Onbedoeld in de voedselketen via milieu, productieproces of fraude
- Additieven
o Bewust, voor specifiek technologisch doel aan voedsel worden toegevoegd binnen
wettelijke kaders
FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN
DA in het FAVV
- Praktijk DA: correct gebruik gnmn → residuen voorkomen
- Officiële DA in opdracht van FAVV: controles in slachthuizen
- Analyse van monsters in labo’s
Oprichting FAVV met 3 hoofddoelen:
1. Eenheid van controle door het samenbrengen van alle inspectiediensten onder 1 dak (farm to
fork)
2. Transparantie & wetenschappelijkheid door het baseren van beslissingen op risicoanalyse en
wetenschappelijk advies
3. Herstel van consumentenvertrouwen in de kwaliteit van de Belgische voedselproductie door
strikte monitoring en onafhankelijke berichtgeving.
INTERNATIONAL AGENCY FOR RESEARCH ON C ANCER
IARC = agentschap van de World Health organization (WHO)
Evaluatie van de carcinogeniteit van chemische stoffen, mengsels &
blootstellingsomstandigheden
Classificatie in verschillende groepen:
- Weerspiegelt de sterkte van het wetenschappelijk bewijs dat een agens carcinogeen is
- Zegt niets over hoe groot de kans op kanker is bij een specifieke dosis (!)
Groep 1 = carcinogeen voor de mens
1
,Groep 2A = waarschijnlijk carcinogeen voor de mens
Groep 2B = mogelijk carcinogeen voor de mens
Groep 3 = niet classificeerbaar wat betreft carcinogeniteit
EUROPEAN FOOD SAFETY AUTHORITY
EFSA = onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan van de EU
Adviseert de Europese Commissie over de veiligheid van de gehele voedselketen (IARC wereldwijd).
IARC classificeert een stof, dan moet EFSA bepalen op de huidige Europese blootstelling een
onaanvaardbaar risico vormt of niet. Het vertaalt de “hazard” van de IARC naar praktische
veiligheidsnormen zoals de acceptable daily intake (ADI) en de maximum residue limit (MRL).
Dit wordt dan door het FAVV gecontroleerd.
IARC identificeert de eigenschap (het gevaar), EFSA bewaakt de blootstelling (het risico). Vb een stof uit
groep 2A mag nog steeds gebruikt worden, zolang het onder de MRL blijft.
RISICOBEHEERSING & HANDHAVING
BELANGRIJKE TOXICOLOGISCHE BASISBEGRIPPEN & LIMIETEN
- LD50 (lethal dose 50%)
o = de dosis die bij 50% van de geteste populatie tot de dood leidt.
- EC50 (effect concentration 50%)
o = de concentratie waarbij bij 50% van de populatie een specifiek effect, anders dan de
dood, wordt waargenomen.
- N(O)EL/N(O)EC (no (observed) effect level/concentration)
o = de hoogste dosis of concentratie waarbij er geen enkel effect is of wordt waargenomen.
- N(O)AEL/N(O)AEC (no (observed) adverse effect level/concentration)
o = de hoogste dosis waarbij er geen nadelig effect is of wordt waargenomen. Dit is vaak
het startpunt voor het vaststellen van veilige innamenormen voor de mens
Voor de humane voedselketen zijn er duidelijke grenzen nodig:
- ADI
o = de hoeveelheid van een stof (meestal additieven of residuen) die een persoon
gedurende zijn hele leven dagelijks kan innemen zonder noemenswaardige
gezondheidsrisico's
- MRL
o = de maximaal toegestane concentratie van een residu (bijv. van een diergeneesmiddel)
in of op levensmiddelen
- ML
o = (maximum level) is het wettelijk vastgestelde maximumgehalte voor contaminanten die
onbedoeld aanwezig zijn
ANALYTISCHE METHODEN
Voor een effectieve handhaving van de limieten (MRL’s & ML’s) is inmogelijk zonder robuuste
bemosteringstechnieken & gevalideerde analysemethoden (zie ook hoofdstuk 3.1)
2
,Analytische proces volgt doorgaans 2 stappen:
1. Screening: via relatief snelle & goedkope technieken (vb ELISA of receptorassays), grote
aantallen monsters
2. Confirmatie: verdacht monsters worden onderworpen aan de “gouden standaard”: Liquid
chromatography (LC) of Gas chromatography (GC), gekoppeld aan massaspectrometrie (MS)
=> chemische definitieve identiteit en concentratie vastgesteld.
Om de kwaliteit van deze analyses te waarborgen, maakt de wetgever een cruciaal onderscheid tussen 2
soorten limieten:
• Toegelaten residuniveaus (MRL of ML)
o Gekoppeld aan de toxicologische veiligheid & het legale gebruik van een stof (vb
wachttijd na medicatie)
• Performantieniveaus (zoals MRPL)
o Gebruikt voor verboden stoffen waarvoor een nultolerantie geldt en een MRL dus niet van
toepassing is.
o MRPL : het minimumgehalte dat een officieel laboratorium moet kunnen detecteren en
bevestigen. Een maatstaf voor de gevoeligheid van de apparatuur, elke detectie boven dit
niveau wordt als een illegale praktijk beschouwd.
3
, 2/ ANTINUTRIËNTEN
- Taninnes
- Lectines
- (Chymo)trypsine inhibitoren
- Amylase-inhibitoren
- Glucosinolaten
- Fytinezuur
- Oxaalzuur
- Saponines
Natuurlijke verbindingen die van nature in veel voedingsmiddelen aanwezig zijn. Vnl in plantaardige
producten, vb peulvruchten, granen, zaden & bepaalde groenten.
Bij mens & dier kunnen anti-nutriënten de opname of benutting van voedingsstoffen beïnvloeden.
<-> nutriënten, energie & essentiële bouwstoffen leveren
Anti nutriënten hebben vaak een negatieve connotatie, maar niet uitsluitend schadelijk. Sommige hebben
ook positieve effecten op de gezondheid. Vb: anti-oxidatief of cholesterolverlagend. Uiteindelijke impact
op de gezondheid hangt sterk af van de hoeveelheid die wordt ingenomen, bereidingswijze & totale
voedingspatroon.
In de Europese wetgeving zijn er geen specifieke maximale limieten vastgelegd voor de meeste anti
nutriënten.
Hun aanwezigheid en mogelijke risico’s worden wel mee in overweging genomen in
veiligheidsbeoordelingen, bijvoorbeeld bij de toelating van nieuwe voedingsmiddelen (Novel foods).
TANINNES
Polyfenolische verbindingen
Van nature voorkomend in heel wat plantaardige voedingsmiddelen:
Vb thee, wijn, koffie, cacao, noten & verschillende fruitsoorten zoals druiven, granaatappel en
onrijpe bananen.
Werkingsmechanisme Sterke bindingen met proteïnen, polysacchariden & mineralen
Mond: precipitatie (droge & wrange smaak, vb rode wijn, thee…)
SVS:
- bemoeilijken van de vertering
1. binden aan voedingsproteinen (minder toegankelijk)
2. binden aan verteringsenzymen
- verlaagde biobeschikbaarheid van micronutriënten
Vormen onoplosbare complexen met essentiële mineralen
zoals Fe, Zn & Ca
Negatieve Acuut: na hoge concentratie → gastro-intestinale klachten
gezondheidseffecten
- misselijkheid
- buikpijn
4