H0: Sociale psychologie
1. Introductie
Quick & dirty = 1e indruk vol interpretatie, eigen invulling, etc.
DUS kans fout
1e bestemming = perspectief veranderen over jezelf, natuur, dieren,
etc. positief
Negativity bias/negativiteitsdenkfout = negatieve indrukken hebben
meer impact op globale beeld dan positieve meer oog voor alles
wat slecht loopt dan wat goed loopt brein vertelt dit automatisch
door evolutiepsychologie
Evolutiepsychologie = overlevingskans groot maken meer gericht
zijn op negatieve zodat alles opmerken & overleven
BV: Geritsel bosjes voor vijanden
BV: Vlinder voorbij geen aandacht want geen invloed op
overlevingskans
BV: Vliegtuig veiligste voertuig: maar nadruk op crashes media
speelt hiermee want komt niet overeen met realiteit
2e bestemming = zintuigen linken met elkaar associëren scherpe
punten met scherpe tonen, etc. vooroordelen
Aangeleerde hulpeloosheid (bv. mensen met depressie) = ik ben niet
uit mezelf hulpeloos, ik heb alles geprobeerd, toch lukt niets, etc.
w hulpeloos door omgeving
Geleerd = wat ik ook doe ik krijg me niet los later geen moeite
meer doen want niet meer optimistisch/moedig
Toch altijd dieren/mensen die doorgaan/blijven proberen =
hebben allemaal paaltjes probeer er los van te komen
1
, Bystander-effect = denken hoe meer mensen hoe sneller we
geholpen gaan worden MAAR juist niet denken de andere doen
het wel
H1: Kennismaking met sociale psychologie
1. Introductie
Sociale deprivatie/deprivation/isolation = w iets weggenomen/krijgt
iets niet
BV: Niet in contact met andere mensen hersenen die sociaal zijn
ingesteld proberen stilte, etc. op te vangen wrd je dingen hoort die
er niet zijn (normaal)
BV: Pleegkinderen in weeshuis achterbleven 2 versch natuurlijke
groepen: niet-geadopteerde & geadopteerde = hersenen kinderen in
weeshuis volledig sociaal geïsoleerd VS kinderen in warme sociale
prikkelende omgeving in huis
Effect lange termijn: slechtere ontw DUS hebben anderen/sociaal
zijn nodig
Sociale paradox/tegenstelling = ondanks anderen nodig toch vaak
weggaan v anderen
BV: Op trein, wachtzaal, aula, etc. ver v anderen zitten/alleen/rugzak
op zetten/etc. dit niet doen w je raar bekeken + voelt
onwennig/angstig MAAR ook tof want nodig
Invloed:
1) Hebben andere nodig
2) W door andere beïnvloedt
3) Invloed = impliciet, expliciet, subtiel
BV: Wave = begint iets zonder iets te zeggen & iedereen volgt
Persoonlijke bubbel/intieme zone = gezonde fysieke afstand houden
amygdala
BV: Iemand staat erg dicht bij je die je niet kent = voelt
ongemakkelijk/angstig
2
,2. Studieobject vd sociale psychologie
2.1. Gebiedsomschrijving
Definitie: Allport = sociale psychologie is wetenschappelijke studie
vd manier waarop gedachten, gevoelens & handelingen v mensen
beïnvloed w door feitelijke/voorgestelde/geïmpliceerde aanwezigheid
v andere mensen
Gedachten, gevoelens, handelingen = we w niet vooral beïnvloedt
door wat anderen werkelijk denken MAAR vooral beïnvloedt door wat
wij denken dat anderen denken
Overt = gedrag zichtbaar houding, acties, etc.
Covert = gedrag bedekt gedachten, gevoelens, voorkeuren, etc.
We beïnvloeden beide DUS belangrijk beide bestuderen
BV: Binnen in school, groepje meisjes keek, begonnen te lachen =
denken snel dat als we mensen zien lachen dit over ons is
Beïnvloeding covert = onzeker, krak zelfbeeld, etc., VS overt =
trui uit & nooit meer aangedaan
ABC model = hoe we ons voelen, gedragen & denken over onszelf
- A = affection
- B = behavior
- C = cognitieve
Non-verbaal gedrag = alles wat we doen met ons lichaam + bep
aspecten v het verbale gedrag (= paraverbaal) belangrijk als het
er niet is (soms meer dan het verbale) = hechten belang aan toon,
intonatie, lichaamstaal, etc.
BV: is het oke? Antwoord: ja oke letten op intonatie, etc. om zeker
te zijn of het oke is
BV. Liefje zegt ik zie je nog graag op een verveelde, lage toon,
wegkijken, etc. = meent hij/zij dus niet
Emoties w vaak gebruikt na de zin om te laten zien hoe we ons
voelen zodat zin niet verkeerd overkomt
3
, MAAR nonverbaal gedrag is veel minder controleerbaar dan
verbaal gedrag = woorden kun je wieken/wegen VS
gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal, etc. wat minder vandaar
meer aandacht aan nonverbaal = ‘oprechter’
Communicatiespecialist = onderzoekt belang communicatie mensen
& hoe beïnvloeden
73855% regel v Mehrabian = van elk aspect nemen/geven we zoveel
mee/aandacht aan element of personale communication:
1) 7% = spoken words
2) 38% voice, tone
3) 55% body language
Klopt niet altijd = zegt enkel v toepassing in ambigue-situaties
dubbelheid = weet niet zeker, kan het ene of andere zijn, twijfel,
etc.
BV: onzekerheid relatie lief MAAR ambigue-situatie over hij/zij nog
verliefd is op jou DAN meer beroep doen op nonverbale dan op
inhoud v woorden ik ben dat nog wel
Persoonlijkheidspsychologie link dispositionisme = gedrag vd
mensen toeschrijven aan disposities hun
karakter/persoonlijh/eigenschappen
BV: Iemand valt en niemand helpt
Sociale psychologie link situationisme = gedrag toeschrijven aan
sitationisme = omgeving/context/situatie/invloed v anderen
BV: Meerdere mensen aanwezig zorgt voor minder hulp want denken
andere helpen in stad waar minder w geholpen dan in platteland
kan warmte/koude temp impact hebben
Interactionisme = mensen stellen gedrag door dispositie maar ook
situationisme zegt beide spelen op elkaar in
4