Examen: zie ECTS fiche voor doelstellingen
Zaken die ze niet uitgebreid bespreekt niet belangrijk
Wel uitgebreid examen
Soort examenvragen zie ppt les 1
DEEL 1: INLEIDING
1: WAT IS SOCIALE WETGEVING?
Arbeidsrecht: contracten (vb.: studentenjob)
Sociale zekerheidsrecht: uitkeringen en dergelijke (vb.: groeipakket)
KENMERKEN
Relatief jong
Geen duidelijk afgebakend geheel
Geen sociaal “wetboek”
Politiek gekleurd: verschillende meningen
Heel veranderlijk
HISTORISCHE ACHTERGROND
Einde 19de eeuw: Daens
Oprichting vakbonden
Stemrecht voor alle mannen
Eerste arbeidsrecht:
o Bescherming loon
o Beperking kinderarbeid
o Zondagsrust
Na WO I en II: uitbouw sociale zekerheidsrecht
Verder uitbouw of afbouw? => afhankelijk van politiek (nu: eerder afbouw)
DOEL & BASIS
Bescherming belangen van de werknemers
Bevorderen van hun welzijn
Basisbeginsel: werknemer is zwakste partij
Basiswetten voor:
o Tijdens arbeid (= arbeidsrecht)
o Sociale verzekeringswetten als arbeid wegvalt (= sociale zekerheidsrecht)
Arbeidsrecht = geheel van rechtsregels dat verhoudingen regelt tussen
werkgevers en werknemers
- Individueel
- Collectief
- Vb.: inhoud AO, schorsing AO, reglementering van de arbeid, …
, Sociale zekerheid = geheel van sociale voorzieningen
- Om vervangingsinkomen te voorzien voor zij die niet meer kunnen of mogen
werken
- Om bij te dragen in de bijkomende kosten aan zij die kosten niet zelf kunnen
meedragen
- Vb.: werkloosheid, pensioenen, vakantie, …
3 statuten:
1) Werknemers (focus bij arbeidsrecht)
2) Zelfstandigen (focus bij sociale zekerheidsrecht)
3) Ambtenaren (focus bij sociale zekerheidsrecht)
2: BRONNEN VAN HET ARBEIDSRECHT
INTERNATIONAAL
1) Verdragen (conventies Internationale Arbeidsorganisatie)
2) Raad van Europa: EVRM en Europees Sociaal Handvest
Vb.: recht op arbeid, privacy, geneeskundige bijstand
3) Europese Unie
o Verdrag (vb.: gelijk loon M/V)
o Verordeningen: rechtstreekse uitwerking in alle lidstaten (vb.:
coördinatie Soc Zek)
o Richtlijnen: verplichte omzetting in nationale wetgeving (vb.:
Antidiscriminatiewet)
NATIONAAL
1) Sociale grondrechten (art. 23 GW)
2) Nationale rechtsbronnen
o Wetten & decreten
o KB’s en MB’s
o Rechtspraak en rechtsleer
o Bijzondere arbeidsrechtelijke rechtsbronnen art. 51 CAO-wet ! (=
hiërarchie normen arbeidsrecht)
Bijzondere normen arbeidsrecht:
1. Collectieve arbeidsovereenkomsten = gesloten tussen werkgevers- en
werknemersorganisaties
Werkgeversorganisaties (! zo in wet)
Vb.: Boerenbond, Unizo, …
Werknemersorganisaties = vakbond
Vb.: ACV, ABVV, …
1 voorbeeld van elk kennen om bij definitie te kunnen geven op EXAMEN
3 niveaus:
1) Onderneming: vb.: hogere minimumlonen, eindejaarspremie, …
2) Sector (paritair comité) vb.: hogere minimumlonen, eindejaarspremie,…
3) Nationale Arbeidsraad
, 2. Het arbeidsreglement = schriftelijke uiteenzetting van de arbeidsvoorwaarden in
de onderneming
Hoe? Speciale procedure waar de werkgever met de werknemers moet
overleggen
In hiërarchie: maakt deel uit van de rechten en plichten van de werkgever
en werknemer vooral belangrijk als er niets is afgesproken in contract
Verplicht in elke onderneming die werknemers tewerkstelt!
HIËRARCHIE VAN DE NORMEN IN HET ARBEIDSRECHT
Legere rechtsbron mag niet in strijd zijn met hogere bron
Minimum of maximum? Men mag andere zaken afspreken zolang die in het
voordeel zijn van de werknemer TENZIJ bij wet gestelde uitzonderingen
Vb.: hoger loon in individuele arbeidsovereenkomst dan wettelijk minimumloon
DEEL 2: ARBEIDSRECHT
1: ALGEMENE BEPALINGEN VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMSTENWET
Arbeidsovereenkomst (art. 2 + 3 Arbeidsovereenkomstenwet) =
(1) Wederkerige overeenkomst ( eenzijdig statuut)
(2) Voor het verrichten van arbeid ( volgen van een opleiding)
(3) Tegen loon ( onkostenvergoeding)
(4) Onder gezag van een werkgever ( geen gezag)
Specifiek:
Studentenovereenkomst = arbeidsovereenkomst
Vrijwilliger = GEEN arbeidsovereenkomst want geen loon
Leer- of stageovereenkomst = GEEN arbeidsovereenkomst want geen loon
Ambtenaar = GEEN arbeidsovereenkomst want geen overeenkomst
Zelfstandige = GEEN arbeidsovereenkomst want geen gezag
HET ONDERGESCHIKTE VERBAND
= Gezagsrelatie tussen werkgever en werknemer
Ook bij onafhankelijke uitvoering van arbeidsovereenkomst (vb.: journalist,
telewerk)
Ookal zie je je baas niet
Ook tussen gehuwden, familieleden, … mogelijk
Schijnzelfstandigen (vb.: fietskoeriers)
o Contract als zelfstandige praktijk: gezagsband
o MAAR mag eigenlijk niet want bepaling van dwingend recht bij afwijking
bv. geen recht op uitkering
AANGAAN VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST