Criminologische psychologie
1. Een schets van de criminologische psychologie (les 1)
Psychologie als 1 vd mogelijke invalshoeken om crimineel gedrag te
bestuderen en te verklaren psychologische bril
1.1. Verschillende vormen van binnen de criminologie toegepaste
psychologie
Meest voorkomende:
Forensische p (verzamelterm in vele landen vr een
gerechtelijke context)
Rechtsp
Investigate p
Police p
Correctional r
Criminologische p
Zie venndiagram (9)
A: naar domeinen kijken als vak/studiegebieden (focus op onderzoek
naar daders en verdachte van cri feiten + focus op strafrechtelijke
context
Daders: weten dat iem schuldig is
Verdachte: vermoeden dat die het heeft gedaan maar moet
nog bewezen worden
B: overlap forensische & rechtspsychologie (focus niet enkel op
daders en verdachte MAAR ook slachtoffers)
Forensische p: passen we toe in juridische context maar op ind
niveau, concrete zaken bv trauma bij slachtoffers
Buitenstrafrechtelijke context bv
Rechtsp:
C: groepsniveau = grote datasets (kenmerken plegers vergelijken
niet-plegers bv brandstichters vs niet-brandstichters) =/ ind zaken
D: police psycology (enige discipline samen met rechtsp, die ook
naar gedrag van politie gaat kijken) politionele autoriteiten bv wnr
er geschoten mag worden, NIET hoe een verhoor moet afgenomen
worden (= HR-procedures)
, Correctional psychology: psychologische inzichten op
gevangeniswezen (inzichten forensische p nodig), hoe
gevangenissen inrichten om mensen buiten te krijgen bv
behandelingsprogramma’s
Investigative psycology: daderprofilering (kenmerken op plaats
delicten die ons kunnen zeggen wie het feit heeft gepleegd) = plaats
delict analyseren
Focust niet enkel op daders (= techniek vd politie om daders te
vinden)
1.2. Wat is criminologische psychologie?
Geen haarscherpe discipline (raakvlakken, overlappingen,
samenwerkingen binnen de verschillende domeinen)
Geen eenduidigheid, maar wel enkele gemene delers
Focus op plegers v cri gedrag
Verklaringen vr het plegen v cri gedrag
Doelstelling: wrm doen ze dit? (vanuit psy perspectief)
verklaringen bieden
Hoe met plegers en verdachten moet worden omgegaan in
strafrechtspleging bv preventie mogelijk, hoe gaan we om met
deze persoon
Welke factoren dragen bij tot cri gedrag?
Hoe kunnen we cri gedrag vermijden/elimineren
WRM zijn er verschillen tussen mensen/periodes/landen/plaatsen…
op vlak v cri gedrag
1.3. De ontwikkeling van de criminologische psychologie (Les 2)
Enkele belangrijke grondleggers (jaartallen niet exact kennen,
eeuwen is ok)
Cesare Lombroso
Raffaele garofalo (geïnspireerd dr Lombroso, plegers zijn
mensen die niets voelen en geen empathie hebben)
William Stern (rechtspsycholoog, hoe is psy een rol gaan
spelen in het recht?) onderzoek nr impact geheugen,
ooggetuige
Hugo Münsterberg (hij claimde grondlegger te zijn in de VS
maar bouwde verder op de ideeën v Stern, was heel negatief
over mensen die actief waren in het recht)
Hans Gross (grondlegger criminologische psychologie)
, Hilde kaufmann & Erich Wulffen gingen verder/ dieper in
op Gross
Gustav Aschaffenburg (Duiste psychiater, focuste op wa
speelt er af in het hoofd v misdadigers (ernstige))
Leuvense traditie (belangrijk vr cri in België)
Louis Braffort (oprichter Leuvense school v cri, zorgde vr
plaats psy aan opleiding cri )
Etinne Degreeff (cri psy, onderzoek nr passioneel moorden,
criminogenese uitgevonden (hoe komt een delict tot stand))
René Dellaert (voorzitter na ^ /arts, psychiater,
opvoedkundige)
Steven De Batselier (andere insteek over cri psy, sloot zich
aan bij kritische cri)
Johan Goethals (aandacht bio, ind
factoren/onveiligheidgevoelens)
Geert Vervaeke (meer rechtspsy als cry psyscholoog)
Bijdrage vd psychologie binnen de cri benaderingen
Klassieke benadering: delinquent als rationele actor (vrije wil)
Neopositivistische benadering: delinquent als ‘zieke’ of
‘afwijkende’ (geen vrije wil, ze kunnen er niet aandoen (er is
iets mis in hun hoofd))
Labeling en kritische cri: minimale bijdrage vd psychologie (er
is mss een rol ind factoren maar vooral kijken nr de omgeving)
1.4. Criminaliteit, afwijkend gedrag en de strafbaarstelling ervan als
referentiekader voor
de criminologische psychologie
Geen eenduidigheid (een aantal factoren zullen vaak voorkomen,
een aantal factoren minder vaak)
Dynamisch en evolutief (veranderlijk doorheen de tijd) studie hangt
af van wat we als afwijkend beschouwen en wat niet (tijd,
plaatsgebonden)
Mala in se vs mala prohibita (gaan we kijken naar wat niet goed is of
wat verboden is?)
Op verschillende manier te benaderen (recht, moraal, sociaal, psy)
Niet statisch, maar een sociaal construct afhankelijk v plaats en tijd
Deviant of afwijkend gedrag
Antisociaal gedrag
Cri gedrag = “intentionele handelingen die schade berokkenen en
veroordeeld w dr de omgeving en/of gestraft w dr de staat.”
Niet elke cri is altijd antisociaal gedrag <>
1.5. Verklaringsmodellen voor crimineel gedrag
, V eenzijdige verklaringsmodellen (ofwel dit ofwel dat bv ofwel
biologisch verklarend ofwel psychologisch, beide kan niet) nr
geïntegreerde verklaringsmodellen vr cri gedrag (en dit en dat)
Complex samenspel v factoren
Biopsychosociaal verklaringsmodel vr cri
2. Biopsychosociale verklaringen voor het plegen van criminaliteit
2.1. Het complexe samenspel tussen biologische, psychologische en
sociale factoren als verklaring voor crimineel gedrag
V eenzijdige verklaringsmodellen op basis v klassiek etiologisch onderzoek
geïntegreerde verklaringsmodellen vr crimineel gedrag
Biopsychosociaal verklaringsmodel
Bv Blackburn
Aandacht vr het complex samenspel v factoren
Erkenning vd interactie (en overlap) tussen nature & nurture
2.2. Biologische factoren
2.2.1. De aandacht voor biologische verklaringen: uitgangspunt
Op zoek nr link tussen specifieke biologische kenmerken v plegers v
cri gedrag
Ultieme doel
Voorkomen, beperken en/of stoppen v cri gedrag
Inzicht in (vaak medische) interventies
Geboren criminelen en appels en bomen (kinderen die geboren w in
een gezin wr cri gebeurt zullen sneller zelf cri feiten plegen)
Bv Jeffrey Landrigan
2.2.2. Een lange, controversiële traditie: ontstaan en evoluties
Niet onomstreden
Problemen met causaliteit en correlatie (bij bepaalde kenmerken
werd er aangenomen dat ze samen horen) bv mensen met lang haar
pleegde sneller cri
2.2.2.1. Fysiognomie
2.2.2.2. Frenologie
2.2.2.3. Atavisme
2.2.2.4. Degeneratietheorie
2.2.2.5. Antropometrie
2.2.2.6. Somatotypen
2.2.2.7. Eugenetica
2.2.3. Meer hedendaagse biologische verklaringsperspectieven
1. Een schets van de criminologische psychologie (les 1)
Psychologie als 1 vd mogelijke invalshoeken om crimineel gedrag te
bestuderen en te verklaren psychologische bril
1.1. Verschillende vormen van binnen de criminologie toegepaste
psychologie
Meest voorkomende:
Forensische p (verzamelterm in vele landen vr een
gerechtelijke context)
Rechtsp
Investigate p
Police p
Correctional r
Criminologische p
Zie venndiagram (9)
A: naar domeinen kijken als vak/studiegebieden (focus op onderzoek
naar daders en verdachte van cri feiten + focus op strafrechtelijke
context
Daders: weten dat iem schuldig is
Verdachte: vermoeden dat die het heeft gedaan maar moet
nog bewezen worden
B: overlap forensische & rechtspsychologie (focus niet enkel op
daders en verdachte MAAR ook slachtoffers)
Forensische p: passen we toe in juridische context maar op ind
niveau, concrete zaken bv trauma bij slachtoffers
Buitenstrafrechtelijke context bv
Rechtsp:
C: groepsniveau = grote datasets (kenmerken plegers vergelijken
niet-plegers bv brandstichters vs niet-brandstichters) =/ ind zaken
D: police psycology (enige discipline samen met rechtsp, die ook
naar gedrag van politie gaat kijken) politionele autoriteiten bv wnr
er geschoten mag worden, NIET hoe een verhoor moet afgenomen
worden (= HR-procedures)
, Correctional psychology: psychologische inzichten op
gevangeniswezen (inzichten forensische p nodig), hoe
gevangenissen inrichten om mensen buiten te krijgen bv
behandelingsprogramma’s
Investigative psycology: daderprofilering (kenmerken op plaats
delicten die ons kunnen zeggen wie het feit heeft gepleegd) = plaats
delict analyseren
Focust niet enkel op daders (= techniek vd politie om daders te
vinden)
1.2. Wat is criminologische psychologie?
Geen haarscherpe discipline (raakvlakken, overlappingen,
samenwerkingen binnen de verschillende domeinen)
Geen eenduidigheid, maar wel enkele gemene delers
Focus op plegers v cri gedrag
Verklaringen vr het plegen v cri gedrag
Doelstelling: wrm doen ze dit? (vanuit psy perspectief)
verklaringen bieden
Hoe met plegers en verdachten moet worden omgegaan in
strafrechtspleging bv preventie mogelijk, hoe gaan we om met
deze persoon
Welke factoren dragen bij tot cri gedrag?
Hoe kunnen we cri gedrag vermijden/elimineren
WRM zijn er verschillen tussen mensen/periodes/landen/plaatsen…
op vlak v cri gedrag
1.3. De ontwikkeling van de criminologische psychologie (Les 2)
Enkele belangrijke grondleggers (jaartallen niet exact kennen,
eeuwen is ok)
Cesare Lombroso
Raffaele garofalo (geïnspireerd dr Lombroso, plegers zijn
mensen die niets voelen en geen empathie hebben)
William Stern (rechtspsycholoog, hoe is psy een rol gaan
spelen in het recht?) onderzoek nr impact geheugen,
ooggetuige
Hugo Münsterberg (hij claimde grondlegger te zijn in de VS
maar bouwde verder op de ideeën v Stern, was heel negatief
over mensen die actief waren in het recht)
Hans Gross (grondlegger criminologische psychologie)
, Hilde kaufmann & Erich Wulffen gingen verder/ dieper in
op Gross
Gustav Aschaffenburg (Duiste psychiater, focuste op wa
speelt er af in het hoofd v misdadigers (ernstige))
Leuvense traditie (belangrijk vr cri in België)
Louis Braffort (oprichter Leuvense school v cri, zorgde vr
plaats psy aan opleiding cri )
Etinne Degreeff (cri psy, onderzoek nr passioneel moorden,
criminogenese uitgevonden (hoe komt een delict tot stand))
René Dellaert (voorzitter na ^ /arts, psychiater,
opvoedkundige)
Steven De Batselier (andere insteek over cri psy, sloot zich
aan bij kritische cri)
Johan Goethals (aandacht bio, ind
factoren/onveiligheidgevoelens)
Geert Vervaeke (meer rechtspsy als cry psyscholoog)
Bijdrage vd psychologie binnen de cri benaderingen
Klassieke benadering: delinquent als rationele actor (vrije wil)
Neopositivistische benadering: delinquent als ‘zieke’ of
‘afwijkende’ (geen vrije wil, ze kunnen er niet aandoen (er is
iets mis in hun hoofd))
Labeling en kritische cri: minimale bijdrage vd psychologie (er
is mss een rol ind factoren maar vooral kijken nr de omgeving)
1.4. Criminaliteit, afwijkend gedrag en de strafbaarstelling ervan als
referentiekader voor
de criminologische psychologie
Geen eenduidigheid (een aantal factoren zullen vaak voorkomen,
een aantal factoren minder vaak)
Dynamisch en evolutief (veranderlijk doorheen de tijd) studie hangt
af van wat we als afwijkend beschouwen en wat niet (tijd,
plaatsgebonden)
Mala in se vs mala prohibita (gaan we kijken naar wat niet goed is of
wat verboden is?)
Op verschillende manier te benaderen (recht, moraal, sociaal, psy)
Niet statisch, maar een sociaal construct afhankelijk v plaats en tijd
Deviant of afwijkend gedrag
Antisociaal gedrag
Cri gedrag = “intentionele handelingen die schade berokkenen en
veroordeeld w dr de omgeving en/of gestraft w dr de staat.”
Niet elke cri is altijd antisociaal gedrag <>
1.5. Verklaringsmodellen voor crimineel gedrag
, V eenzijdige verklaringsmodellen (ofwel dit ofwel dat bv ofwel
biologisch verklarend ofwel psychologisch, beide kan niet) nr
geïntegreerde verklaringsmodellen vr cri gedrag (en dit en dat)
Complex samenspel v factoren
Biopsychosociaal verklaringsmodel vr cri
2. Biopsychosociale verklaringen voor het plegen van criminaliteit
2.1. Het complexe samenspel tussen biologische, psychologische en
sociale factoren als verklaring voor crimineel gedrag
V eenzijdige verklaringsmodellen op basis v klassiek etiologisch onderzoek
geïntegreerde verklaringsmodellen vr crimineel gedrag
Biopsychosociaal verklaringsmodel
Bv Blackburn
Aandacht vr het complex samenspel v factoren
Erkenning vd interactie (en overlap) tussen nature & nurture
2.2. Biologische factoren
2.2.1. De aandacht voor biologische verklaringen: uitgangspunt
Op zoek nr link tussen specifieke biologische kenmerken v plegers v
cri gedrag
Ultieme doel
Voorkomen, beperken en/of stoppen v cri gedrag
Inzicht in (vaak medische) interventies
Geboren criminelen en appels en bomen (kinderen die geboren w in
een gezin wr cri gebeurt zullen sneller zelf cri feiten plegen)
Bv Jeffrey Landrigan
2.2.2. Een lange, controversiële traditie: ontstaan en evoluties
Niet onomstreden
Problemen met causaliteit en correlatie (bij bepaalde kenmerken
werd er aangenomen dat ze samen horen) bv mensen met lang haar
pleegde sneller cri
2.2.2.1. Fysiognomie
2.2.2.2. Frenologie
2.2.2.3. Atavisme
2.2.2.4. Degeneratietheorie
2.2.2.5. Antropometrie
2.2.2.6. Somatotypen
2.2.2.7. Eugenetica
2.2.3. Meer hedendaagse biologische verklaringsperspectieven