1.2. EBM definiëren? (evidance based medicine)
… het expleciet, oordeelkundig en consciëntieus gebruikmaken van het beschikbare
bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling van een patiënt. Dit alles binnen
de stand van de (medische) wetenschap van dat moment.
1.2.1 Nood aan informatie:
Beslissingsmomenten tijdens behandelingen
Basis beslissingen:
- Traditie (we doen dat hier atlijd zo)
- Anekdote (10 jaar geleden nog zo’n geval)
- Één artikel (volgens de auteur moet je in zo’n geval altijd..)
- Advies ‘expert’ (in mijn ervaring is zo’n patiënt)
- Financieel (die duurdere middelen zijn toch niet beter ..)
- Na grondige zoektocht naar het kritisch beoordelen van, en het correct gebruiken
van bewijst materiaal : evidence-based
Clinici moeten constant beslissingen nemen
Beleidmakers: oplopende gezondheidskoster? Waar investeren?
Nood aan
onderbouwing!!
Insitute of medicine:
- 50% behandelingen werkt niet
- 15% zelfs adverse effects
Snelle evolutie in wetenschap
1.2.2 Research proces
, 1.2.3 EBM -proces
Levenslang, zelfgericht en probleem-georiënteerd leren, nood aan valide en bruikbare
informatie
1 Patiënt Ontstaan van een klinisch probleem en een specifieke
contextgerelateerde vraag uit contact met patiënt
Vraag Construeer een specifieke vraag in context vd hulpvraag vd
patiënt en de probleemstelling van de clinicus
2 Bron 1. bestaande systematische revieus of EB richtlijnen
raadplegen
2. zelf een literatuurstudie uitvoeren
3 Evaluatie Beoordeel evidentie naar validiteit en toepasbaarheid
(bruikbaarheid).
4 Patient Integreer evidentie, klinische expertise en hulpvraag
patiënt. Pas toe.
5 zelfevalua evalueer
tie
1.2.3.1 Pico of peco vraag
P patiënt, probleem, aandoening
I/E interventie, diagnostisch instrument, exposure; risicofactor,
prognostische factor
C comparison, placebo, ‘gouden standaard’ of andere controle groep
O outcome (meetbaar, klinisch resultaat)
S study desings
T timing
1.2.3.2 selecteer de bron
Vrije VS diepe internet (TIP: kritisch evalueren bronnen uit vrije internet met
CRAAP test)
CRAAP-TEST:
Currency (actualiteit)
Relevance (relevantie)
Authority (autoriteit)
Accuracy (volledigheid)
Purpose (bedoeling