H1: observeren: het menselijk perspectief
Observeren: letterlijke wat je ziet
je kan het beste observeren wanneer je je aandacht ergens op richt.
Objectief observeren:
o Vaststellen van feiten
o Geen mening
Subjectief observeren
o Vanuit eigen gedachten en gevoelens
Interpreteren: betekenis geven aan wat je observeert. Je trekt een
conclusie uit een beeld dat je observeert.
‘veel’ & ‘snel” is voor interpretatie vatbaar.
Bv. veel koekjes => wat is veel?
Het tussenmenselijke
Opdracht: duw elkaar recht 2 aan 2
- Er werden instructies geven
- Onderling communiceren
- Aanvoelen en inspelen op anderen
Co-regulatie: onderling tussen 2 mensen. Samen iets doen om iets te
realiseren.
De ‘relational frame theory’ (= cognitive schema’s)
We zien een half voorwerp waar ons brein spontaan een geheel voorwerp
aan linkt. Dit gaat sneller bij voorwerpen die we vaker zien zoals een fiets
en minder snel bij bv. een schraag voor
balken.
Alles wat bij ons binnenkomt wordt in
verschillende frames geplaatst.
We moeten ons hiervan bewust zijn en proberen deze automatische
beeldvorming te onderdrukken.
Verschil roddelen of ventileren
Ventileren: je gevoelens uiten over een bepaalde situatie
Roddelen: praten over een bepaalde situatie of persoon.
De grens is niet zo eenduidig.
Belangrijk om als orthopedagoog te ventileren, maar roddelen is niet oké.
Woorden = macht
Gezond verstand
,= het vermogen om goed, helder te denken, om over bepaalde zaken te
oordelen en te beslissen. Verstand waarbij je niet bevooroordeeld bent of
beïnvloed wordt maar kritisch nadenkt.
Gebruik maken van je denkvermogen anderen voor zich laten denken of
beslissingen laten nemen.
Relational frame
= heeft ons veel bijgeleerd in ons leven. Het zijn dingen die we ons eigen
hebben gemaakt. Onze gewoontes.
Gezond verstand neemt ons hiervan weg.
Observeren interpreteren
rapporteren
Examen:
Je mag alles meenemen, openboek
Open vragen
Ze geven een situatie: over wel begrip gaat het?
Je krijgt een video en je moet observeren, interpreteren en
rapporteren
Oortjes meebrengen! Maar mag niet met bluetooth
H4: observeren is waarnemen
Waarnemen is selecteren
Waarnemingen
Zintuigen zijn de enige bron van waarnemen
- Brein doet aan automatisch waarnemingsselectie vs
handelingsverlegenheid
Waarnemen is selecteren op grond van:
- Op elkaar afstemmen van stimuli: synchroniseren
- Codering: samenvoegen van bruikbare informatie tot een logisch
geheel
- Sequentie: volgorde
- Bruikbaarheid van de informatie: teruggrijpen naar eerdere
kennis
- Automatisch waarnemingsselectie
Leren
= kennis tot zich nemen.
, Het brein kopt nieuwe kennis aan wat we al kennen.
Relational frame = cognitieve schema’s
= Wij maken conclusies uit de dingen die wij waarnemen.
Bv. wij zien iemand met een koptelefoon, dus denken dat die muziek
luistert.
- Wij koppelen aan datgene wat reeds is waargenomen.
- Aangeleerd
Proprioceptie
= een samenspel tussen eerdere ervaringen, emoties, gedachten,.. en het
waarnemen van nieuw stimuli. => brein doet dit automatisch.
Het gelijktijdig verwerken van interne prikkels (honger, moe,..) als externe
prikkels (beweging rond jou, geluid,..). Ons brein gaat deze prikkels snel en
efficiënt koppelen aan eerdere ervaringen, emoties gedachten,.. Hierdoor
kunnen we doelgericht waarnemen.
Wordt beïnvloed door:
- Omgevings- of welafhankelijk waarneming vs veldonafhankelijk
waarneming
- Emotionele betrokkenheid: sterke emotie zorgt voor meer impact
- Voorkeursafhankelijkheid: wat je zelf leuk vind, zal je makkelijker
onthouden
- Omgeving en omstandigheid: bv. conflict op de gang tijdens een
gesprek met een jongere
Waarnemen en cognitie
- Cognitie beïnvloedt ook het waarnemen
- Het brein zoekt naar evenwicht. Hierdoor wordt de werkelijkheid
voorspelbaar en beheersbaar: stabiliteitsprincipe (een boom blijft
een boom: sommige met blaadjes, andere zonder, sommigen met
fruit, anderen met bloemen,..)
- Het brein is ook ingesteld op verandering van de werkelijkheid, zodat
die kan worden aangepast aan onze behoeften via:
Assimilatie: nieuwe informatie inpassen in bestaande
patronen (nieuw versmelt met oud)
Accommodatie: aanpassen van bestaande kennis waardoor
een nieuw beeld van de werkelijkheid wordt gevormd
(bestaande aanpassen obv nieuwe tot iets anders)
Deze processen lopen in elkaar over
Waarnemen en emotie
- Vooroordelen, emotionele betrokkenheid, innerlijke weerstand en
ervaringen uit het verleden kunnen de waarneming kleuren en
beperken.