Morfologie
Hoofdstuk 1: anatomie van het perineum
1.1. Mannelijk perineum
Ø Het perineum = geheel van weke delen die het bekken afsluiten
Ø Strekt zich uit van de symphysis pubica tot aan de coccyx
- Lateraal begrensd door tuber ischiadica
Ø Gyneocologische houding
- Perineum = ruitvorming
- Denkbeeldige lijn door de tubera ischiadica verdeeld het perineum is twee
helften:
Voorste deel = urogentiaal perineum
Achterste deel = anaal perineum
Ø Anatomische grenzen van het perineum:
- Symphysispubica en rami ischiopubici = langs voor
- Ligg sacrotuberalia en coccyx = langs achter
= overdekt door de mm glutei maximi
Ø Centrum tendineum
1.1.1. Diaphragma pelvis (bekkenbodem)
ð = dak van het perineum (anatomische positie)
ð = diepste laag van het perineum (gyneocologische houding)
ð Geïnnerveerd door takken van de plexus sacralis
ð Bestaat uit:
- M levator ani
- M coccygeus
ð Fasciae van de bekkenbodemspieren:
- Fascia diaphragmatis pelvis superior
- Fascia diaphragmatis pelvis inferior
ð De arcus tendineus = een boogvormige versterking van de fascia van de m
obturatorius
ð M levator ani
- Een trechtervormige spier
- O: os pubis, arcus tendineus m levator ani en spina ischiadica
- De voorste vezels omsluiten de hiatus urogenitalis
= opening voor de urethra
Lopen samen voor en achter het rectum waar ze vesmelten met de
vezels van de m sphincter ani externus
, -
De achterste vezels insereren op de coccyx en op een mediaan fibreus
raphe (lig annococcygeum)
= ligament gespannen tussen de apex van de os coccyx en de
anorectale junctie
ð M coccygeus
- O: spina ischiadica
- I: coccyx
- Slechts rudimentair ontwikkeld bij mens: bewegen staart
- Overdekt door het lig sacrospinale
1.1.2. Diaphragma urogenitale
ð = Voorste perineum
ð = geheel van fasciae en spieren in het urogenitaal perinum
- = onder de diaphragma pelvis (anatomische positie)
ð Eerste oppervlakkige fascia: fascia perineum superficialis
- Zet zich voort op scrotum en penis als tunica dartos
1.1.2.1. Spatium perinei superficiale (penisloge)
• = eerste anatomische ruimte
• Driehoekig
• Fascia diaphragmatis urogenitalis inferior (membrana perinei) is
de diepste laag van de penisloge
- Vormt het dak van de penisloge in de anatomische positie
- Hieronder: spatium perinei profundum
• de fasciae van de spieren in de penisloge:
- fascia perinei superficialis
- fascia perinei profundus
• bevat:
- de peniswortel
- oppervlakkige spieren van het perineum (m ischiocavernosus,
m bulbospongiosus en m transversus perinei superficialis)
• m ischiocavernosus
- o: ramus ischiopubicus
- omvat peniswortel en deel van de corpus cavernosus
- i: ischium en specifieke plaats op de penis (dorsaal)
• m bulbospongiosus
- vormt sfincter rond de bulbus penis
- o: centrum tendineum perinei en mediaan raphe op corpus
spongiosum
- i: dorsum penis en fascia diaphragmatis urogenitalis inferior
• m transversus perinei superficialis
, - achterste barriere van de penisloge
- o: mediale zijde van het tuber ischiadicum
- loopt naar voor en mediaal
- i: centrum tendineum
• de spieren helpen bij ejectie en erectie penis
- de m transversus perinei superficialis fixeert het centrum
tendineum en ondersteunt zo de werking van de m
bulbospongiosus
1.1.2.2. spatium perinei profundum
• = 2e anatomische ruimte
• ruimte tussen fascia diaphragmatis urogentialis inferior
(membrana perinei) en fascia diaphragmatis urogenitalis superior
• bevat:
- m transversus perinei profundus en de m sphincter urethrae
- glandulae bulbo-urethrales
- zenuwen en vaten voor de penis
• m transversus perinei profundus
- diepe spier dwars over het perineum
- tussen rami ischiopubici gespannen
- ondersteunende rol
• m sphincter urethrae
- gevormd door de spiervezels die de pars membranacea
urethrae omvatten
• lig arcuatum pubis
- in top voorste perineum, onder de symphyse
- steunfunctie
• lig transversum perinei
- in top voorste perineum
- steunfunctie
• glandulae bulbo-urethrales (Cowper) zitten tussen de spiervezels
• a/v pudenda interna en n pudendus liggen in het canalis
pudendalis (= kanaal van Alcock)
- kanaal van Alcock = ontdubbeling fascia van de m obturatorius
internus
• a/v dorsalis penis liggen in het spatium perinei profundum
- = idem verloop als de n pudendus
• Vlak achter het lig transversum perinei doorboren de a, v en n
dorsalis penis de membrana perinei
- Ze verlaten het spatium perinei profundum en lopen door in de
penisschacht
, - De a/n dorsalis penis zijn de eindtakken van de a pudenda
interna en de n pudendus
• N pudendus
- Doorborig membrana perinea
- Zetten traject verder in penisschacht
- Wordt nu n dorsalis penis
• V dorsalis penis profunda
- = afvoer bloed uit de penis
- Belangrijkste anatomisch ankerpunt
- Ligt tussen het lig arcuatum pubis en lig transversum perinei
1.1.3. Fossa ischiorectalis
ð Ruimte die ontstaat tussen diaphragma urogenitale en diaphragma pelvis
in voorste perineum
ð Fossa ischiorectalis en achterste perineum gevuld met vetweefsel
- Loopt door in het vet van de regio glutea
ð Kanaal van Alcock
- Lateraal tegen de m obturatorius internus vormt een ontdubbeling van
de fascia
- Hierin: a en v pudenda interna + n pudendus
- Verlaten bekken door de pars infrapiriformis van het foramen
inschiadicum majus naar de regio glutea
- Keren rond de spina ischiadica
- Om door foramen ischiadicum minus in het perineum te belanden
ð Kanaal van Alcock loopt verder in het voorste perineum boven het
diafragma urogenitale
ð De bloedvaten en zenuwen doorboren de top van het diafragma
urogenitale en veranderen daar van naam:
- A, v en n dorsalis penis
ð N pudendus innerveert de spieren van het diafragma urogenitale
- = belangrijkste zenuw van de uitwendige genitalia
1.1.4. Fascia prostatoperitonealis
ð Frontaal klievingsvlak voor het rectum dat toelaat van door te dringen tot
in de excavatio rectovesicalis van het peritoneum
ð Het achterste perineum wordt in het midden ingenomen door het anaal
kanaal
1.2. Vrouwelijk perineum
Ø Achterste perineum is identiek aan dat van de man
Ø Benaming spieren zelfde als de man met iets anders verloop
Hoofdstuk 1: anatomie van het perineum
1.1. Mannelijk perineum
Ø Het perineum = geheel van weke delen die het bekken afsluiten
Ø Strekt zich uit van de symphysis pubica tot aan de coccyx
- Lateraal begrensd door tuber ischiadica
Ø Gyneocologische houding
- Perineum = ruitvorming
- Denkbeeldige lijn door de tubera ischiadica verdeeld het perineum is twee
helften:
Voorste deel = urogentiaal perineum
Achterste deel = anaal perineum
Ø Anatomische grenzen van het perineum:
- Symphysispubica en rami ischiopubici = langs voor
- Ligg sacrotuberalia en coccyx = langs achter
= overdekt door de mm glutei maximi
Ø Centrum tendineum
1.1.1. Diaphragma pelvis (bekkenbodem)
ð = dak van het perineum (anatomische positie)
ð = diepste laag van het perineum (gyneocologische houding)
ð Geïnnerveerd door takken van de plexus sacralis
ð Bestaat uit:
- M levator ani
- M coccygeus
ð Fasciae van de bekkenbodemspieren:
- Fascia diaphragmatis pelvis superior
- Fascia diaphragmatis pelvis inferior
ð De arcus tendineus = een boogvormige versterking van de fascia van de m
obturatorius
ð M levator ani
- Een trechtervormige spier
- O: os pubis, arcus tendineus m levator ani en spina ischiadica
- De voorste vezels omsluiten de hiatus urogenitalis
= opening voor de urethra
Lopen samen voor en achter het rectum waar ze vesmelten met de
vezels van de m sphincter ani externus
, -
De achterste vezels insereren op de coccyx en op een mediaan fibreus
raphe (lig annococcygeum)
= ligament gespannen tussen de apex van de os coccyx en de
anorectale junctie
ð M coccygeus
- O: spina ischiadica
- I: coccyx
- Slechts rudimentair ontwikkeld bij mens: bewegen staart
- Overdekt door het lig sacrospinale
1.1.2. Diaphragma urogenitale
ð = Voorste perineum
ð = geheel van fasciae en spieren in het urogenitaal perinum
- = onder de diaphragma pelvis (anatomische positie)
ð Eerste oppervlakkige fascia: fascia perineum superficialis
- Zet zich voort op scrotum en penis als tunica dartos
1.1.2.1. Spatium perinei superficiale (penisloge)
• = eerste anatomische ruimte
• Driehoekig
• Fascia diaphragmatis urogenitalis inferior (membrana perinei) is
de diepste laag van de penisloge
- Vormt het dak van de penisloge in de anatomische positie
- Hieronder: spatium perinei profundum
• de fasciae van de spieren in de penisloge:
- fascia perinei superficialis
- fascia perinei profundus
• bevat:
- de peniswortel
- oppervlakkige spieren van het perineum (m ischiocavernosus,
m bulbospongiosus en m transversus perinei superficialis)
• m ischiocavernosus
- o: ramus ischiopubicus
- omvat peniswortel en deel van de corpus cavernosus
- i: ischium en specifieke plaats op de penis (dorsaal)
• m bulbospongiosus
- vormt sfincter rond de bulbus penis
- o: centrum tendineum perinei en mediaan raphe op corpus
spongiosum
- i: dorsum penis en fascia diaphragmatis urogenitalis inferior
• m transversus perinei superficialis
, - achterste barriere van de penisloge
- o: mediale zijde van het tuber ischiadicum
- loopt naar voor en mediaal
- i: centrum tendineum
• de spieren helpen bij ejectie en erectie penis
- de m transversus perinei superficialis fixeert het centrum
tendineum en ondersteunt zo de werking van de m
bulbospongiosus
1.1.2.2. spatium perinei profundum
• = 2e anatomische ruimte
• ruimte tussen fascia diaphragmatis urogentialis inferior
(membrana perinei) en fascia diaphragmatis urogenitalis superior
• bevat:
- m transversus perinei profundus en de m sphincter urethrae
- glandulae bulbo-urethrales
- zenuwen en vaten voor de penis
• m transversus perinei profundus
- diepe spier dwars over het perineum
- tussen rami ischiopubici gespannen
- ondersteunende rol
• m sphincter urethrae
- gevormd door de spiervezels die de pars membranacea
urethrae omvatten
• lig arcuatum pubis
- in top voorste perineum, onder de symphyse
- steunfunctie
• lig transversum perinei
- in top voorste perineum
- steunfunctie
• glandulae bulbo-urethrales (Cowper) zitten tussen de spiervezels
• a/v pudenda interna en n pudendus liggen in het canalis
pudendalis (= kanaal van Alcock)
- kanaal van Alcock = ontdubbeling fascia van de m obturatorius
internus
• a/v dorsalis penis liggen in het spatium perinei profundum
- = idem verloop als de n pudendus
• Vlak achter het lig transversum perinei doorboren de a, v en n
dorsalis penis de membrana perinei
- Ze verlaten het spatium perinei profundum en lopen door in de
penisschacht
, - De a/n dorsalis penis zijn de eindtakken van de a pudenda
interna en de n pudendus
• N pudendus
- Doorborig membrana perinea
- Zetten traject verder in penisschacht
- Wordt nu n dorsalis penis
• V dorsalis penis profunda
- = afvoer bloed uit de penis
- Belangrijkste anatomisch ankerpunt
- Ligt tussen het lig arcuatum pubis en lig transversum perinei
1.1.3. Fossa ischiorectalis
ð Ruimte die ontstaat tussen diaphragma urogenitale en diaphragma pelvis
in voorste perineum
ð Fossa ischiorectalis en achterste perineum gevuld met vetweefsel
- Loopt door in het vet van de regio glutea
ð Kanaal van Alcock
- Lateraal tegen de m obturatorius internus vormt een ontdubbeling van
de fascia
- Hierin: a en v pudenda interna + n pudendus
- Verlaten bekken door de pars infrapiriformis van het foramen
inschiadicum majus naar de regio glutea
- Keren rond de spina ischiadica
- Om door foramen ischiadicum minus in het perineum te belanden
ð Kanaal van Alcock loopt verder in het voorste perineum boven het
diafragma urogenitale
ð De bloedvaten en zenuwen doorboren de top van het diafragma
urogenitale en veranderen daar van naam:
- A, v en n dorsalis penis
ð N pudendus innerveert de spieren van het diafragma urogenitale
- = belangrijkste zenuw van de uitwendige genitalia
1.1.4. Fascia prostatoperitonealis
ð Frontaal klievingsvlak voor het rectum dat toelaat van door te dringen tot
in de excavatio rectovesicalis van het peritoneum
ð Het achterste perineum wordt in het midden ingenomen door het anaal
kanaal
1.2. Vrouwelijk perineum
Ø Achterste perineum is identiek aan dat van de man
Ø Benaming spieren zelfde als de man met iets anders verloop