Aiko Clybouw 2025-2026 RZL
RZL - Module Cultuursensitieve Zorg
INLEIDING
Gezondheids- en welzijnszorg: aantal grote uitdagingen
• Personeelstekort
• Ethische dilemma’s
• Toegenomen diversiteit onder zorgvragers en zorgverleners!
o Voorbeeld: in Brussel was in 2014 één derde van de 65-plussers van een
andere origine en dit aantal is in tussentijd blijven stijgen
o Deze groep is bovendien heel divers.
De omgang met deze diverse groep zorgvragers brengt zorgverleners vroeg of laat in situaties
waarin de volgende vragen aan de oppervlakte komen:
• “Hoe stel ik een vraag over iemands levensbeschouwing en culturele waarden en
normen?”,
• “Hoe houd ik rekening met de voedingsgewoonten van de zorgvrager?”,
• “Wat als de patiënt een behandeling weigert omwille van zijn of haar geloof?”,
• “Hoe kan ik optimaal rekening houden met iemands culturele waarden en normen?”,
• “Wat als mijn patiënt wil deelnemen aan de ramadan maar eigenlijk medicatie moet
krijgen?”,
• “Mijn patiënt komt altijd te laat op een afspraak. Dit is te wijten aan zijn culturele
achtergrond, maar het zorgt wel voor wrevel omdat hij laatst niet meer aan de beurt
kon komen”
In deze module reiken we een aantal handvatten aan die jou op weg helpen om hiermee om
te gaan.
LUIK 1: OBSERVEREN
OBSERVEREN DEEL 1: Observeren van migratiegeschiedenis en (super) diversiteit
1.1 EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN TOENEMENDE DIVERSITEIT
Globalisering en diversiteit
• Globalisering = toenemende proces van economische, culturele en politieke
integratie op mondiaal niveau.
• SL wordt erdoor uitgedaagd en verrijkt
• Versneld sinds de 19e eeuw door transport en communicatie.
• Voordelen:
o Goedkopere producten
o Meer cultureel bewustzijn
• Nadelen:
o Ongelijke verdeling van voordelen
o Verlies van culturele eigenheid (verwestering verdringt oorspronkelijke
culturele uitingsvormen)
o Milieu-impact door lange voedselketens
• Zorgt voor onderlinge afhankelijkheid en sterke verstedelijking (70% van Europeanen
woont in steden).
1
,Aiko Clybouw 2025-2026 RZL
Migratiegolven in België
• Vanaf 1920: arbeidsmigratie in steenkoolmijnen (Italië, Oost-Europa).
• Na WOII: gastarbeiders uit Zuid-Europa, later Marokko en Turkije.
o Gastarbeiders mee voor gezorgd dat België een economische sprong
voorwaarts kon nemen
• Oliecrisis in 1973-1974 in Europa: nood aan economische herstructurering.
• 1974: migratiestop → overgang naar gezinshereniging.
o Eerst ‘circulaire migranten’
o Risico verblijfsvergunning en job te verliezen: gezin laten overkomen
o Belangrijkste toegangsweg tot migratie: ‘gezinshereniging’ en ‘gezinsvorming’
• Daarna:
o Tweede migratiegolf (gezinnen)
o Derde migratiegolf (o.a. Congolezen en Rwandezen: historische koloniale band
en de onstabiele toestand in hun land)
• Migratie droeg bij aan economische groei.
Huidige migratie in België
• 54% van migranten komt uit Europa
• 25,8% uit Afrika
• 15,6% uit Azië
• Diversiteit groeit door uitwisseling van mensen, goederen en ideeën. (in contact met
andere culturen)
o Fysiek: huidskleur, afkomst, geslacht, geaardheid
o Niet-fysiek: cultuur, opvoeding, religie, levensbeschouwing
In deze module: focus op diversiteit die voorkomt uit verschillende culturele, etnische en
levensbeschouwelijke groepen
1.2 DIVERSITEIT IN CIJFERS
België
• 65,5% Belg met Belgische achtergrond
• 21% Belg met buitenlandse achtergrond
• 13,4% niet-Belg
• Grootste diversiteit in (groot)steden (vooral Brussel).
o 25% Belgische achtergrond
o 39.7% Belg met buitelandse achtergrond
o 36.9% niet-Belg
• Diversiteit (volgens herkomst) neemt toe sinds 2010.
• Belangrijke herkomstlanden: Marokko, Italië, Frankrijk, Nederland, Turkije.
• Internationaal migratiesaldo: grootste inflow bij Roemenen, Marokkanen en Fransen
Levensbeschouwingen in België (door verscheidene religies)
• 8 erkende levensbeschouwingen (christendom: Rooms-Katholiek, Anglicaans,
Protestants-Evangelische, Ortodoxe; Islam, Jodendom, Vrijzinnig-humanisme,
Boeddhisme).
o Volledige procedure doorlopen om erkend te worden wat op verschillende
niveaus ook budgettaire gevolgen heeft.
2
, Aiko Clybouw 2025-2026 RZL
• LB gemeenschappelijk met elkaar en nodig om officieel erkend te kunnen worden:
o zijn elk gedurende enkele decennia aanwezig op het Belgisch grondgebied;
o hebben een maatschappelijk belang voor de bevolking op het Belgisch
grondgebied;
o hebben voldoende aanhangers van de levensbeschouwing (enkele
tienduizenden);
o zijn in staat om zich te structureren op een manier zodat er slechts één
representatief orgaan is die als gesprekspartner van de overheid optreedt;
o ontwikkelen geen activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde.
• Zorgverleners komen vaak in contact met deze diversiteit.
o Achtergrondkennis over LBen!
SAMENVATTING LEVENSBESCHOUWINGEN
Christendom
Rooms-Katholiek
• Grootste christelijke stroming
• Paus als leider (Vaticaan)
• Bijbel + traditie belangrijk
• Sacramenten (zoals doop, eucharistie) centraal
Anglicaans
• Ontstaan in Engeland
• Kerkhoofd is de Engelse monarch
• Combinatie van katholieke en protestantse elementen
• Meer ruimte voor verschillende interpretaties
Protestants-Evangelisch
• Ontstaan uit de Reformatie
• Bijbel is enige bron van geloof (sola scriptura)
• Persoonlijke relatie met God centraal
• Minder nadruk op rituelen
Orthodox
• Vooral in Oost-Europa en Midden-Oosten
• Sterke nadruk op traditie en rituelen
• Geen paus, maar meerdere kerkleiders (patriarchen)
• Rijke liturgie met iconen
Islam
• Geloof in één God (Allah) en profeet Mohammed
• Heilig boek: Koran
• Vijf zuilen (geloofsbelijdenis, gebed, vasten, aalmoezen, bedevaart)
• Belang van gemeenschap en religieuze regels
Jodendom
• Oudste monotheïstische godsdienst
• Geloof in één God
• Heilig boek: Thora
• Sterke nadruk op traditie, wetten en rituelen
• Verschillende stromingen (orthodox, liberaal…)
3
RZL - Module Cultuursensitieve Zorg
INLEIDING
Gezondheids- en welzijnszorg: aantal grote uitdagingen
• Personeelstekort
• Ethische dilemma’s
• Toegenomen diversiteit onder zorgvragers en zorgverleners!
o Voorbeeld: in Brussel was in 2014 één derde van de 65-plussers van een
andere origine en dit aantal is in tussentijd blijven stijgen
o Deze groep is bovendien heel divers.
De omgang met deze diverse groep zorgvragers brengt zorgverleners vroeg of laat in situaties
waarin de volgende vragen aan de oppervlakte komen:
• “Hoe stel ik een vraag over iemands levensbeschouwing en culturele waarden en
normen?”,
• “Hoe houd ik rekening met de voedingsgewoonten van de zorgvrager?”,
• “Wat als de patiënt een behandeling weigert omwille van zijn of haar geloof?”,
• “Hoe kan ik optimaal rekening houden met iemands culturele waarden en normen?”,
• “Wat als mijn patiënt wil deelnemen aan de ramadan maar eigenlijk medicatie moet
krijgen?”,
• “Mijn patiënt komt altijd te laat op een afspraak. Dit is te wijten aan zijn culturele
achtergrond, maar het zorgt wel voor wrevel omdat hij laatst niet meer aan de beurt
kon komen”
In deze module reiken we een aantal handvatten aan die jou op weg helpen om hiermee om
te gaan.
LUIK 1: OBSERVEREN
OBSERVEREN DEEL 1: Observeren van migratiegeschiedenis en (super) diversiteit
1.1 EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN TOENEMENDE DIVERSITEIT
Globalisering en diversiteit
• Globalisering = toenemende proces van economische, culturele en politieke
integratie op mondiaal niveau.
• SL wordt erdoor uitgedaagd en verrijkt
• Versneld sinds de 19e eeuw door transport en communicatie.
• Voordelen:
o Goedkopere producten
o Meer cultureel bewustzijn
• Nadelen:
o Ongelijke verdeling van voordelen
o Verlies van culturele eigenheid (verwestering verdringt oorspronkelijke
culturele uitingsvormen)
o Milieu-impact door lange voedselketens
• Zorgt voor onderlinge afhankelijkheid en sterke verstedelijking (70% van Europeanen
woont in steden).
1
,Aiko Clybouw 2025-2026 RZL
Migratiegolven in België
• Vanaf 1920: arbeidsmigratie in steenkoolmijnen (Italië, Oost-Europa).
• Na WOII: gastarbeiders uit Zuid-Europa, later Marokko en Turkije.
o Gastarbeiders mee voor gezorgd dat België een economische sprong
voorwaarts kon nemen
• Oliecrisis in 1973-1974 in Europa: nood aan economische herstructurering.
• 1974: migratiestop → overgang naar gezinshereniging.
o Eerst ‘circulaire migranten’
o Risico verblijfsvergunning en job te verliezen: gezin laten overkomen
o Belangrijkste toegangsweg tot migratie: ‘gezinshereniging’ en ‘gezinsvorming’
• Daarna:
o Tweede migratiegolf (gezinnen)
o Derde migratiegolf (o.a. Congolezen en Rwandezen: historische koloniale band
en de onstabiele toestand in hun land)
• Migratie droeg bij aan economische groei.
Huidige migratie in België
• 54% van migranten komt uit Europa
• 25,8% uit Afrika
• 15,6% uit Azië
• Diversiteit groeit door uitwisseling van mensen, goederen en ideeën. (in contact met
andere culturen)
o Fysiek: huidskleur, afkomst, geslacht, geaardheid
o Niet-fysiek: cultuur, opvoeding, religie, levensbeschouwing
In deze module: focus op diversiteit die voorkomt uit verschillende culturele, etnische en
levensbeschouwelijke groepen
1.2 DIVERSITEIT IN CIJFERS
België
• 65,5% Belg met Belgische achtergrond
• 21% Belg met buitenlandse achtergrond
• 13,4% niet-Belg
• Grootste diversiteit in (groot)steden (vooral Brussel).
o 25% Belgische achtergrond
o 39.7% Belg met buitelandse achtergrond
o 36.9% niet-Belg
• Diversiteit (volgens herkomst) neemt toe sinds 2010.
• Belangrijke herkomstlanden: Marokko, Italië, Frankrijk, Nederland, Turkije.
• Internationaal migratiesaldo: grootste inflow bij Roemenen, Marokkanen en Fransen
Levensbeschouwingen in België (door verscheidene religies)
• 8 erkende levensbeschouwingen (christendom: Rooms-Katholiek, Anglicaans,
Protestants-Evangelische, Ortodoxe; Islam, Jodendom, Vrijzinnig-humanisme,
Boeddhisme).
o Volledige procedure doorlopen om erkend te worden wat op verschillende
niveaus ook budgettaire gevolgen heeft.
2
, Aiko Clybouw 2025-2026 RZL
• LB gemeenschappelijk met elkaar en nodig om officieel erkend te kunnen worden:
o zijn elk gedurende enkele decennia aanwezig op het Belgisch grondgebied;
o hebben een maatschappelijk belang voor de bevolking op het Belgisch
grondgebied;
o hebben voldoende aanhangers van de levensbeschouwing (enkele
tienduizenden);
o zijn in staat om zich te structureren op een manier zodat er slechts één
representatief orgaan is die als gesprekspartner van de overheid optreedt;
o ontwikkelen geen activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde.
• Zorgverleners komen vaak in contact met deze diversiteit.
o Achtergrondkennis over LBen!
SAMENVATTING LEVENSBESCHOUWINGEN
Christendom
Rooms-Katholiek
• Grootste christelijke stroming
• Paus als leider (Vaticaan)
• Bijbel + traditie belangrijk
• Sacramenten (zoals doop, eucharistie) centraal
Anglicaans
• Ontstaan in Engeland
• Kerkhoofd is de Engelse monarch
• Combinatie van katholieke en protestantse elementen
• Meer ruimte voor verschillende interpretaties
Protestants-Evangelisch
• Ontstaan uit de Reformatie
• Bijbel is enige bron van geloof (sola scriptura)
• Persoonlijke relatie met God centraal
• Minder nadruk op rituelen
Orthodox
• Vooral in Oost-Europa en Midden-Oosten
• Sterke nadruk op traditie en rituelen
• Geen paus, maar meerdere kerkleiders (patriarchen)
• Rijke liturgie met iconen
Islam
• Geloof in één God (Allah) en profeet Mohammed
• Heilig boek: Koran
• Vijf zuilen (geloofsbelijdenis, gebed, vasten, aalmoezen, bedevaart)
• Belang van gemeenschap en religieuze regels
Jodendom
• Oudste monotheïstische godsdienst
• Geloof in één God
• Heilig boek: Thora
• Sterke nadruk op traditie, wetten en rituelen
• Verschillende stromingen (orthodox, liberaal…)
3