Introductie
• Aula QE -> 12 uur hoorcolleges -> HOC vragen naar Martijn
• WPO1 -> aanleren van skills
• WPO2 -> reflectie op het einde -> WPO vragen naar Sarah of Karen
• Taken -> per 3 grootste taak (ontwikkelingsanamnese) + individuele opdracht
De lessen worden niet opgenomen :(
Leerstof
• Handboek ‘development across the life span – Robert feldman (9de editie)
• PowerPoint
Examen + eindcijfer
• Multiple choice (40 vragen met 4 mogelijkheden) met verhoogde censuur
• Examen => 80 percent + 20 percent opdracht WPO
Slagen -> meer als 50 percent op beide delen
Ontwikkelingspsychologie
= Is de wetenschappelijke studie van de veranderingsprocessen en stabiliteit bij (een) individu(en) vanaf
de conceptie tot aan de dood op verschillende domeinen in wisselwerking met de omgeving
Correlationeel Experimenteel
= we kijken naar de verbanden, hangen ze samen Zekerder onderzoek -> experiment uitvoeren om in
➔ Maar dat wil niet zeggen dat ze elkaar te grijpen in de situatie tussen 2 groepen
veroorzaken DUS niet zo zeker ➔ Zoals 3 identical strangers
We moeten hier een verschil in maken tussen Als er wordt ingegrepen en de omstandigheden
deze twee -> zie voorbeeld agressie en GTA blijven hetzelfde kunnen we meer zeggen over
➔ Is er een derde variabele? Zoals de oorzaak-gevolg relatie
sociale status
3 identical strangers
Broers komen elkaar tegen en komen erachter dat ze identieke tweelingen zijn, ze werden gescheiden
door adoptiebureau in verschillende klassen
- In welke mate speelt opvoeding (nurture) een rol?
- In welke mate speelt nature (genetische make-up) een rol?
Wel stilstaan bij ethiek
We beginnen van bij de conceptie want dan heb je al genetica -> moeten kijken naar de prenatale fase
1
,Er zijn verschillende levensfasen, maar die kunnen (cultureel) veranderen of sociologisch veranderen
Levensfasen volgens erikson:
Prenatale periode Conceptie tot geboorte
Babytijd 0 tot 18 maanden
Peutertijd 18 tot 2,5/3 jaar
Kleutertijd 2,5/3 jaar tot 6 jaar
Kindertijd (lagere schoolkindsfase) 6 jaar tot 12 jaar
Adolescentie 12 jaar tot 18 jaar
Vroege volwassenheid 18 jaar tot 30 jaar
Volwassenheid 30 jaar tot 60 jaar
Laat volwassenheid 60 +
Veranderingen zoals =
- Emerging adulthood= we nemen al een vaste rol op maar we zitten er nog tussenin
- 60 + = lijkt nu ook een extra opdeling
Discontinue ontwikkeling= verschillende stadie met verschillende specifieke vaardigheden
VERSUS
Continue ontwikkeling= toename van eenzelfde soort vaardigheid
Universele ontwikkeling= fases die iedereen altijd doorloopt
VERSUS
Individuele ontwikkeling= is de ontwikkeling individueel
➔ Iedereen neemt dezelfde stappen op ongeveer dezelfde moment maar 1 bepaalt moment is
uitermate geschikt voor het leren van een vaardigheid
Bv. Taal in de periode tussen 0 en 6 jaar
Kritieke/gevoelige periode => vroeger was het idee van de universele ontwikkeling (kritieke -> je had een
bepaalde periode om iets te leren anders leer je het niet), nu eerder gevoelige periode (heel veel mensen
nemen die stappen op ongeveer dezelfde periode maar er zijn andere mogelijkheden
Nature= aangeboren, biologische predisposities + gebaseerd op genetische overdracht
VERSUS
Nurture= fysische en sociale wereld + beïnvloedt biologische en het psychologische
Psychoanalytische theorie van FREUD
= Onderbewustzijn heeft grote invloed persoonlijkheid en gedrag…Freudiaanse verspreking ->
“Ik wil iedereen graag welkom heten en verklaar bij deze de vergadering dan ook gesloten...’
2
,Zou dan betekenen dat ze geen zin hebben in de vergadering, wordt vaak met moeders vergeleken
-> heeft eigenlijk een andere betekenis als je iets zegt -> 3 onderdelen=
1. Es (id)
Biologische driften zijn basis van psychisch leven
(lustprincipe); eros (seksuele drift, Bv. Duim van mama zuigen) en thanatos (vernietigingsdrift,
tegengestelde van het goede willen doen)
Onbewust, vanaf geboorte -> Bv. Ze willen nu hun flesje, dus ze houden met niets rekening en
willen enkel dat, daarna komt het ich
2. Ich (ego)
Bewust, rationeel deel van de psyche -> Bv. Wil een auto maar weet dat het niet van hem is dus
gaat zijn driften van het es tegenhouden (realiteitsprincipe)
Ontstaat vroeg in babytijd
Kanaliseert impulsen van het Es
3. Über-Ich
(super-ego)
Het geweten -> zijn sociale normen die het Es en Ich in balans gaan houden
Ontwikkelt tussen 3 en 6 jaar, door interacties met ouders
Fasen volgens FREUD:
0-1 jaar -> Orale fase; ontdekken de wereld met hun mond
1-3 jaar -> Anale fase: gaat over controle (zindelijkheidstraining)
3-6 jaar -> Fallisch: ik ben een jongen of een meisje wat de ontwikkeling voortzet
6-11 jaar -> Latentie: processen die eerder onzichtbaar zijn, vooral het seksuele gebied
12-... -> Genitaal: een probleem in 1 van die fase, lijdt tot latere problemen in het leven zoals
nagelbijten verkrijgen door te weinig bevrediging tijdens de orale fase = FIXATIE
Psychosociale fase van ERIKSON
=Stelt 8 conflicten voor die je zo goed mogelijk moet proberen oplossen
Verschillen met FREUD:
- Nadruk op sociale interactie
- Verder ontwikkeling na de adolescentie
- 8 ontwikkelingstaken:
Baby 0 - 1 jaar In welke mate kan een baby iemand in vertrouwen
nemen
BASIS VERTROUWEN VS WANTTROUWEN
Peuter 1 - 3 jaar Baby moet zelf dingen beginnen kunnen, maar in
welke mate wordt deze autonomie ondersteunt
door hechtingspartner
AUTONOMIE VS SCHAAMTE EN TWIJFEL
Kleuter 3 - 6 jaar Zelf initiatief nemen zoals helpen, maar maakt
nog fouten
INITIATIEF VS SCHULD
Kind 6 - 11 jaar Goed proberen worden in iets zoals hobby’s
VLIJT VS MINDERWAARDIGHEIDSGEVOEL
Adolescentie 12 – 18 jaar Wie ben ik, wat vind ik belangrijk, identiteit
opbouwen, W&N
IDENTITEIT VS IDVERWARRING
3
, Jonge volwassenheid 18 – 30 jaar Ik wil een partner waarmee ik een leven opbouw
en intiem mee ben
INTIMITEIT VS ISOLEMENT
Volwassenheid 30 – 60 jaar Ik wil een familie opbouwen en verdere generaties
maken, doorgeven van je kennis via job, familie, …
SCHEPPEND VS STAGNATIE
Ouderdom 60 + Bezighouden met het terugkijken op uw leven of je
er blij mee bent of juist wanhoop hebt (eindbalans
opmaken)
IK-INTEGRITEIT VS WANHOOP
Behaviorisme van WATSON
Inspiratie van de hond van Pavlov => klassieke conditionering (reacties aanmaken) = onvrijwillige
gedragingen
➔ Het gaat over het gedrag dat observeert geraakt door een stimuli die we extern kunnen zien, zo
werkt de ontwikkeling => geen levensfasen, maar kwantitatieve
➔ Bv. Little Albert experiment
Door stimuli wordt iemand ontwikkeld, dus iedereen is een blanco blad
Verdere werking van SKINNER -> operante conditionering => wel controle over ons gedrag door straf en
beloning, maar we spreken nog steeds van stimulus -> gedrag MAAR gedrag dat aangeleerd wordt, kan ook
afgeleerd worden (basis voor gedragsmodificatie)
Sociaal-cognitieve leertheorie (Albert Bandura)
Behaviorisme (gedrag (bv aanval door hond) -> reactie)
Sociaal-cognitie (sociaal (bv zeggen dat honden bijten) -> reactie)
Leren is gevolg van observatie -> ‘modelling’ (gedrag nabootsen)
- Niet trial and error
- Niet nodig om gevolgen te ervaren
Gedrag
- Observatie -> Herinneren gedrag -> Accuraat herhalen van gedrag -> Motivatie om gedrag te
stellen (actieve rol van individu)
Sociaal
- Leren van andere
Cognitief
- Cognitieve vaardigheden vereist; actievere rol van individu (itt behaviorisme)
4