INTERPRETEREN, ONDERZOEKEN EN
THEORIE VORMEN II
Keuze voor werkwoorden i.p.v. substantieven: wetenschapsbeoefening behelst een geheel
van concrete activiteiten die een bepaalde houding van de onderzoeker vereisen (een ‘craft’ in
termen van Richard Sennetts boek over The craftsman). Ook wetenschap beoefenen is een
ambacht.
→ Nadruk op actieve: alle serieuze menselijke activiteiten zijn ambachten. Sennett zegt dat alles
gezien moet worden als een ambacht, want ze vereisen allemaal een specifieke manier van
handelen. Om deze te kunnen uitoefenen moeten er bepaalde vaardigheden bekomen
worden door te oefenen. Je moet dus op een bepaalde manier in het leven staan, maar dit
vereist oefening.
INLEIDING
DRIE CENTRALE KWESTIES
Pedagogie pedagogiek
- Pedagogie = professionele opleiding orthopedagogie, opvoedend handelen, zeer ruim
(hoge school: orthopedagogie)
- Pedagogiek = academische opleiding pedagogische wetenschappen,
wetenschappelijke studie van het fenomeen pedagogie. Leidt niet enkel op tot
pedagogen, ook tot wetenschappers die aan onderzoek doen. Bestudeert het
werkveld. (universiteit: pedagogiek)
- Opmerking: elke universitaire geschoolde pedagoog wordt geacht een onderzoekster te zijn.
Pedagogiek als een autonome wetenschappelijke discipline bestaat niet overal. Wij baseren ons
op de Duitste context, maar bv. in de Anglo-Amerikaanse context bestaan enkel education
studies: het fenomeen ‘education’ wordt dan benaderd vanuit andere disciplines.
→ In Duitse traditie is pedagogiek een eigen wetenschapsdomein. Wordt gezien als iets
wat van binnenuit begrepen kan worden als er een juiste taal rond gecreëerd wordt. Er
is een bepaalde manier van denken nodig om dit te doen. Dit wordt zo niet gezien in
Anglo-Amerikaanse context. Hier is ‘education’ in het algemeen een term en wordt vanuit
geschiedenis, filosofie en psychologie benadert. Wij matchen dus met de Duitse context.
Kernvraag: Impliceert pedagogisch onderzoek noodzakelijkerwijze interpretatie?
Wat is een goede methode/aanpak om aan deze pedagogische wetenschappen te doen?
Volgens vorige prof: Je kan onmogelijk aan deze wetenschappen doen zonder te interpreteren,
1
,dus kern van onderzoek ligt binnen de interpretatieve methodiek MAAR In deze cursus wordt dit
in vraag gesteld en wordt er gekeken of dit wel klopt. Dit vak is dus een vervolg op Grondslagen
van kwalitatief-pedagogisch onderzoek: interpretatieve benaderingen/ interpreteren, onderzoeken,
theorie vormen 1.
HET PRIMAAT VAN BETEKENIS EN INTERPRETATIE?
De wetenschappelijkheid van een discipline wordt gewaarborgd door het gebruik van een
geschikte
methode, of sterker door het paradigma dat wordt gehanteerd.
Methode = systematische onderzoeksaanpak, systematische aanpak om iets te
onderzoeken, met duidelijke voorschriften en protocollen. Een methode ligt altijd
gegrond binnen een paradigma.
<->
Paradigma = de ten grondslag liggende visie op wat wetenschap fundamenteel is. Het
geheel aan opvattingen dat een discipline tot die discipline maakt en probeert duidelijk
te maken wat wetenschap wel en niet is. Van binnenuit willen begrijpen.
OPMERKING OVER NOTIE ‘PARADIGMA’
Thomas Kuhn: The Structure of Scientific Revolutions (1962):
- Het gaat niet zomaar om ‘een manier van kijken’ naast andere manieren van kijken
(d.w.z. een bril die men vrijblijvend kan op- of afzetten en waartussen men vrijblijvend
kan switchen).
o Een bril kan je afzetten, terwijl je niet zomaar kan switchen tussen paradigma’s.
Ze zijn zo fundamenteel dat ze onze hele manier van kijken naar de wereld
bepalen. Daarom zijn deze paradigma’s niet vergelijkbaar.
- Het gaat echt om een geheel van (soms onuitgesproken) opvattingen over wat
wetenschap is: regels, procedures en assumpties die het mogelijk maken om aan
wetenschappelijk onderzoek te doen en over dit onderzoek zinvol te communiceren
o Het is dus niet puur een kwestie van kijken, maar een totaal andere visie op wat
de werkelijkheid is en een totaal andere visie van aan wetenschap doen.
- Paradigma’s wisselen elkaar af zonder dwingende intern-wetenschappelijke reden
- Paradigma’s zijn incommensurable. Je kan niet buiten je eigen paradigma stappen en
kijken naar een ander paradigma.
o Wanneer paradigma A en paradigma B incommensurabel zijn, dan betekent dit
dat het ofwel A is, ofwel B. Er is geen positie tussenin. Er is geen communicatie of
compromis mogelijk tussen A en B. Een ware uitspraak in A is in B niet een onware
uitspraak, maar een betekenisloze uiting
- Er bestaat volgens Kuhn daarom niet zoiets als wetenschappelijke vooruitgang. Er is
geen wetenschappelijke vooruitgang over paradigma’s heen. Je kan enkel
vooruitgang maken binnen een paradigma zelf. Het is niet zinvol om te zeggen dat het
moderne paradigma een vooruitgang is op het middeleeuws paradigma. 2
, - Voorbeeld foto heliocentrische: vroeger dachten ze dat de zon rond de aarde draaide,
iedereen keek op dezelfde manier en geloofde dit dus. Het was pas tot iemand met een
telescoop ging kijken dat ze doorhadden dat het andersom is, dat de aarde rond de zon
draait. Andere mensen vinden hem gek en geloven het niet omdat zij een ander
paradigma hebben, ze zien de dingen op een andere manier.
- Traditioneel maakt men dan een tweedeling tussen volgende paradigma’s:
o kwalitatief (van binnenuit) vs. kwantitatief onderzoek (afstandelijk en objectief)
o interpreteren vs. meten
o verstaan vs. verklaren
Voor sommige disciplines is de ‘keuze’ aan welke kant men staat zeer duidelijk:
- Geneeskunde: kwantitatief onderzoek, want bv proberen te meten wat de effecten
zijn van bepaalde medicatie. Ze zijn op zoek naar een verklaring, een gevolg van iets.
- Geschiedenis: eerder kwalitatief onderzoek, want zoeken naar een verklaring is niet
altijd mogelijk. Eerder kijken naar hoe we aan de term ‘ziekte’ zouden komen. Als je wilt
begrijpen waarom en hoe dit was uitgevonden kan je niks meten, maar moet je proberen
begrijpen hoe dit tot stand is gekomen. Je interpreteert wat er gebeurd is.
In andere gevallen is het gebruikelijk dat beide worden erkend (bv. Sociologie: kan kwalitatief en
kwantitatief). Voor de pedagogische wetenschappen is dit echter niet zonder meer duidelijk.
Volgens een traditionele visie moeten de pedagogische wetenschappen (minstens ten dele)
kwalitatief en interpretatief zijn, en is zij dat in haar oorsprong altijd geweest (i.h.b. volgens
Smeyers & Smith, die zich baseren op het boek The Idea of a Social Science van Peter Winch).
Ze beweren dat het kwantitatief proberen te maken van pedagogiek pas van deze tijd is, MAAR
dit klopt historisch niet (pedologie of experimentele pedagogiek was al populair aan het begin
van de 20ste eeuw). Kwalitatief onderzoek had vroeger dus de overhand en was dominant, maar
kwantitatief onderzoek in de pedagogische wetenschappen was zeker al aanwezig. Vandaag de
dag wordt er steeds meer kwantitatief onderzoek gedaan in de pedagogische wetenschappen .
1ste deel cursus: visie van smeyers en smith bekijken en vanuit deze visie de cursus
bekijken
2de deel: voorbij het primaat van de interpretatie, vanuit de visie van de socio-materiële
wende/paradigma.
De vraag is echter of deze visie niet achterhaald is en of ze wel wenselijk is. de constante
tegenstelling van kwalitatief en kwantitatief onderzoek is niet nuttig. Vandaar dat we in deze
cursus vooral aandacht besteden aan de socio-materiële wende, = een benadering die gaat
voorbij het primaat van de betekenisgeving: Bruno Latour
➔ Centrale idee van de cursus: Hoe kan Latour een antwoord bieden op de zinloze discussie tussen
kwalitatief en kwantitatief met zijn socio-materiële wende? -> Op welke manier zit de mens
verweven in niet-menselijke netwerken.
3
, INHOUD EN OPBOUW
DEEL I: DE TRADITIONELE VISIE
= het interpretatieve paradigma binnen de pedagogische wetenschappen (PW)
- achtergronden: medicalisering van de PW; ‘bifurcation of nature’
- de argumenten: Peter Winch en de noodzaak van interpretatie binnen de PW
- toepassingen (o.m. kritiek op neuro-educatief onderzoek)
Smeyers/Smith/Winch: De noodzaak van interpretatie in pedagogisch onderzoek (en waarom we ons niet
mogen richten naar een kwantitatief/experimenteel/medisch model)
Wat op het spel staat in wetenschappelijk onderzoek naar opvoeden en onderwijzen is het leren kennen van
een taalspel/levensvorm/sociale praktijk van binnenuit (en dit onderzoek is zelf een pedagogisch proces)
Ultieme rechtvaardiging van deze positie: bifurcation of nature (operatie die begin van de Moderne Tijd
kenmerkt: het instellen van een logica van wantrouwen waarbij een scherpe tweedeling wordt gemaakt
tussen (1) een kwantitatieve en volstrekt betekenisloze kant van de werkelijkheid die we objectief kunnen in kaart
brengen en zo kunnen manipuleren enerzijds en (2) een kwalitatieve kant die vol is van waarde en
betekenis, maar die slechts subjectief is en die ultiem kan worden herleid tot objectiveerbare natuur
anderzijds.
DEEL II: VOORBIJ DE TRADITIONELE VISIE (EN VOORBIJ DE ‘BIFURCATION’)
= wat betekent het PW te beoefenen zonder te vertrekken van het primaat van de interpretatie
(Bruno Latour: posthumanisme; relationele benadering; socio-materiële benadering; actor-netwerk theorie)
- Film en artistieke interventies als pedagogisch onderzoeksinstrument (Cf. practicum)
- andere, meer positieve kijk op neurowetenschap (Malabou)
Van ‘Bifurcation of Nature naar Poltics of Nature’
Kunnen we ook nog op een andere manier kijken naar de wetenschappelijkheid van de pedagogische
wetenschappen zonder die scherpe tweedeling te maken? Een manier van kijken die vertrekt vanuit geheel
andere uitgangspunten? Dat is dan een politieke beslissing (zo zou Latour zeggen): we kiezen ervoor om niet langer
modern te zijn en zien waar dit ons brengt
Deze benadering heet socio-materiële of relationele benadering
DEEL III: ONDERZOEKEN EN THEORIEVORMEN
- hoe gepast te reageren op het failliet van universaliteits- en objectiviteitsaanspraken?
- het ethos van de onderzoeker
- de betekenis van schrijven en denken
4
THEORIE VORMEN II
Keuze voor werkwoorden i.p.v. substantieven: wetenschapsbeoefening behelst een geheel
van concrete activiteiten die een bepaalde houding van de onderzoeker vereisen (een ‘craft’ in
termen van Richard Sennetts boek over The craftsman). Ook wetenschap beoefenen is een
ambacht.
→ Nadruk op actieve: alle serieuze menselijke activiteiten zijn ambachten. Sennett zegt dat alles
gezien moet worden als een ambacht, want ze vereisen allemaal een specifieke manier van
handelen. Om deze te kunnen uitoefenen moeten er bepaalde vaardigheden bekomen
worden door te oefenen. Je moet dus op een bepaalde manier in het leven staan, maar dit
vereist oefening.
INLEIDING
DRIE CENTRALE KWESTIES
Pedagogie pedagogiek
- Pedagogie = professionele opleiding orthopedagogie, opvoedend handelen, zeer ruim
(hoge school: orthopedagogie)
- Pedagogiek = academische opleiding pedagogische wetenschappen,
wetenschappelijke studie van het fenomeen pedagogie. Leidt niet enkel op tot
pedagogen, ook tot wetenschappers die aan onderzoek doen. Bestudeert het
werkveld. (universiteit: pedagogiek)
- Opmerking: elke universitaire geschoolde pedagoog wordt geacht een onderzoekster te zijn.
Pedagogiek als een autonome wetenschappelijke discipline bestaat niet overal. Wij baseren ons
op de Duitste context, maar bv. in de Anglo-Amerikaanse context bestaan enkel education
studies: het fenomeen ‘education’ wordt dan benaderd vanuit andere disciplines.
→ In Duitse traditie is pedagogiek een eigen wetenschapsdomein. Wordt gezien als iets
wat van binnenuit begrepen kan worden als er een juiste taal rond gecreëerd wordt. Er
is een bepaalde manier van denken nodig om dit te doen. Dit wordt zo niet gezien in
Anglo-Amerikaanse context. Hier is ‘education’ in het algemeen een term en wordt vanuit
geschiedenis, filosofie en psychologie benadert. Wij matchen dus met de Duitse context.
Kernvraag: Impliceert pedagogisch onderzoek noodzakelijkerwijze interpretatie?
Wat is een goede methode/aanpak om aan deze pedagogische wetenschappen te doen?
Volgens vorige prof: Je kan onmogelijk aan deze wetenschappen doen zonder te interpreteren,
1
,dus kern van onderzoek ligt binnen de interpretatieve methodiek MAAR In deze cursus wordt dit
in vraag gesteld en wordt er gekeken of dit wel klopt. Dit vak is dus een vervolg op Grondslagen
van kwalitatief-pedagogisch onderzoek: interpretatieve benaderingen/ interpreteren, onderzoeken,
theorie vormen 1.
HET PRIMAAT VAN BETEKENIS EN INTERPRETATIE?
De wetenschappelijkheid van een discipline wordt gewaarborgd door het gebruik van een
geschikte
methode, of sterker door het paradigma dat wordt gehanteerd.
Methode = systematische onderzoeksaanpak, systematische aanpak om iets te
onderzoeken, met duidelijke voorschriften en protocollen. Een methode ligt altijd
gegrond binnen een paradigma.
<->
Paradigma = de ten grondslag liggende visie op wat wetenschap fundamenteel is. Het
geheel aan opvattingen dat een discipline tot die discipline maakt en probeert duidelijk
te maken wat wetenschap wel en niet is. Van binnenuit willen begrijpen.
OPMERKING OVER NOTIE ‘PARADIGMA’
Thomas Kuhn: The Structure of Scientific Revolutions (1962):
- Het gaat niet zomaar om ‘een manier van kijken’ naast andere manieren van kijken
(d.w.z. een bril die men vrijblijvend kan op- of afzetten en waartussen men vrijblijvend
kan switchen).
o Een bril kan je afzetten, terwijl je niet zomaar kan switchen tussen paradigma’s.
Ze zijn zo fundamenteel dat ze onze hele manier van kijken naar de wereld
bepalen. Daarom zijn deze paradigma’s niet vergelijkbaar.
- Het gaat echt om een geheel van (soms onuitgesproken) opvattingen over wat
wetenschap is: regels, procedures en assumpties die het mogelijk maken om aan
wetenschappelijk onderzoek te doen en over dit onderzoek zinvol te communiceren
o Het is dus niet puur een kwestie van kijken, maar een totaal andere visie op wat
de werkelijkheid is en een totaal andere visie van aan wetenschap doen.
- Paradigma’s wisselen elkaar af zonder dwingende intern-wetenschappelijke reden
- Paradigma’s zijn incommensurable. Je kan niet buiten je eigen paradigma stappen en
kijken naar een ander paradigma.
o Wanneer paradigma A en paradigma B incommensurabel zijn, dan betekent dit
dat het ofwel A is, ofwel B. Er is geen positie tussenin. Er is geen communicatie of
compromis mogelijk tussen A en B. Een ware uitspraak in A is in B niet een onware
uitspraak, maar een betekenisloze uiting
- Er bestaat volgens Kuhn daarom niet zoiets als wetenschappelijke vooruitgang. Er is
geen wetenschappelijke vooruitgang over paradigma’s heen. Je kan enkel
vooruitgang maken binnen een paradigma zelf. Het is niet zinvol om te zeggen dat het
moderne paradigma een vooruitgang is op het middeleeuws paradigma. 2
, - Voorbeeld foto heliocentrische: vroeger dachten ze dat de zon rond de aarde draaide,
iedereen keek op dezelfde manier en geloofde dit dus. Het was pas tot iemand met een
telescoop ging kijken dat ze doorhadden dat het andersom is, dat de aarde rond de zon
draait. Andere mensen vinden hem gek en geloven het niet omdat zij een ander
paradigma hebben, ze zien de dingen op een andere manier.
- Traditioneel maakt men dan een tweedeling tussen volgende paradigma’s:
o kwalitatief (van binnenuit) vs. kwantitatief onderzoek (afstandelijk en objectief)
o interpreteren vs. meten
o verstaan vs. verklaren
Voor sommige disciplines is de ‘keuze’ aan welke kant men staat zeer duidelijk:
- Geneeskunde: kwantitatief onderzoek, want bv proberen te meten wat de effecten
zijn van bepaalde medicatie. Ze zijn op zoek naar een verklaring, een gevolg van iets.
- Geschiedenis: eerder kwalitatief onderzoek, want zoeken naar een verklaring is niet
altijd mogelijk. Eerder kijken naar hoe we aan de term ‘ziekte’ zouden komen. Als je wilt
begrijpen waarom en hoe dit was uitgevonden kan je niks meten, maar moet je proberen
begrijpen hoe dit tot stand is gekomen. Je interpreteert wat er gebeurd is.
In andere gevallen is het gebruikelijk dat beide worden erkend (bv. Sociologie: kan kwalitatief en
kwantitatief). Voor de pedagogische wetenschappen is dit echter niet zonder meer duidelijk.
Volgens een traditionele visie moeten de pedagogische wetenschappen (minstens ten dele)
kwalitatief en interpretatief zijn, en is zij dat in haar oorsprong altijd geweest (i.h.b. volgens
Smeyers & Smith, die zich baseren op het boek The Idea of a Social Science van Peter Winch).
Ze beweren dat het kwantitatief proberen te maken van pedagogiek pas van deze tijd is, MAAR
dit klopt historisch niet (pedologie of experimentele pedagogiek was al populair aan het begin
van de 20ste eeuw). Kwalitatief onderzoek had vroeger dus de overhand en was dominant, maar
kwantitatief onderzoek in de pedagogische wetenschappen was zeker al aanwezig. Vandaag de
dag wordt er steeds meer kwantitatief onderzoek gedaan in de pedagogische wetenschappen .
1ste deel cursus: visie van smeyers en smith bekijken en vanuit deze visie de cursus
bekijken
2de deel: voorbij het primaat van de interpretatie, vanuit de visie van de socio-materiële
wende/paradigma.
De vraag is echter of deze visie niet achterhaald is en of ze wel wenselijk is. de constante
tegenstelling van kwalitatief en kwantitatief onderzoek is niet nuttig. Vandaar dat we in deze
cursus vooral aandacht besteden aan de socio-materiële wende, = een benadering die gaat
voorbij het primaat van de betekenisgeving: Bruno Latour
➔ Centrale idee van de cursus: Hoe kan Latour een antwoord bieden op de zinloze discussie tussen
kwalitatief en kwantitatief met zijn socio-materiële wende? -> Op welke manier zit de mens
verweven in niet-menselijke netwerken.
3
, INHOUD EN OPBOUW
DEEL I: DE TRADITIONELE VISIE
= het interpretatieve paradigma binnen de pedagogische wetenschappen (PW)
- achtergronden: medicalisering van de PW; ‘bifurcation of nature’
- de argumenten: Peter Winch en de noodzaak van interpretatie binnen de PW
- toepassingen (o.m. kritiek op neuro-educatief onderzoek)
Smeyers/Smith/Winch: De noodzaak van interpretatie in pedagogisch onderzoek (en waarom we ons niet
mogen richten naar een kwantitatief/experimenteel/medisch model)
Wat op het spel staat in wetenschappelijk onderzoek naar opvoeden en onderwijzen is het leren kennen van
een taalspel/levensvorm/sociale praktijk van binnenuit (en dit onderzoek is zelf een pedagogisch proces)
Ultieme rechtvaardiging van deze positie: bifurcation of nature (operatie die begin van de Moderne Tijd
kenmerkt: het instellen van een logica van wantrouwen waarbij een scherpe tweedeling wordt gemaakt
tussen (1) een kwantitatieve en volstrekt betekenisloze kant van de werkelijkheid die we objectief kunnen in kaart
brengen en zo kunnen manipuleren enerzijds en (2) een kwalitatieve kant die vol is van waarde en
betekenis, maar die slechts subjectief is en die ultiem kan worden herleid tot objectiveerbare natuur
anderzijds.
DEEL II: VOORBIJ DE TRADITIONELE VISIE (EN VOORBIJ DE ‘BIFURCATION’)
= wat betekent het PW te beoefenen zonder te vertrekken van het primaat van de interpretatie
(Bruno Latour: posthumanisme; relationele benadering; socio-materiële benadering; actor-netwerk theorie)
- Film en artistieke interventies als pedagogisch onderzoeksinstrument (Cf. practicum)
- andere, meer positieve kijk op neurowetenschap (Malabou)
Van ‘Bifurcation of Nature naar Poltics of Nature’
Kunnen we ook nog op een andere manier kijken naar de wetenschappelijkheid van de pedagogische
wetenschappen zonder die scherpe tweedeling te maken? Een manier van kijken die vertrekt vanuit geheel
andere uitgangspunten? Dat is dan een politieke beslissing (zo zou Latour zeggen): we kiezen ervoor om niet langer
modern te zijn en zien waar dit ons brengt
Deze benadering heet socio-materiële of relationele benadering
DEEL III: ONDERZOEKEN EN THEORIEVORMEN
- hoe gepast te reageren op het failliet van universaliteits- en objectiviteitsaanspraken?
- het ethos van de onderzoeker
- de betekenis van schrijven en denken
4