Supply Chain Management
Supply Chain Management
Hoofdstuk 2: Logistiek Concept
Logistieke doelstellingen
Integrale kost: alle kosten in het algemeen
Logistieke kost/ integrale kost verlagen aan de hand van de 3 onderlijnde parameters op de
slide => gevolg? Maken van winst
De bedoeling van de logistiek is een verbetering van het servicelevel en een daling
van de integrale kosten
Distributielogistiek (= spreken we over voorraadbeheer en distributie)
- Verkorting van de doorlooptijd
- Verbetering van leverbetrouwbaarheid
- Product availability
o Zorgen dat het product altijd beschikbaar is
- Verhoging van flexibiliteit
o Door middel van het snel schakelen tussen leveranciers, bv in landen waar de
invoertaksen minder hoog staan => outsourcing
o
- Product specificatie
- Alternatieven hebben
Doorlooptijd van een orde is de tijd die verstrijkt tussen het moment waarop het order
binnenkomt en het moment dat het order volledig afgewerkt/ geleverd is.
Belangrijk? Hoe sneller = hoe minder stock en stock zijn kosten/geld die je investeert
in je bedrijf zonder dat je er iets voor krijgt.
Efficiëntie? Effectiviteit?
Gaat over je doel bereiken met zo weinig mogelijk verspilling van je middelen
Doel zo goed mogelijk bereiken
Pakketjes zo snel mogelijk leveren (efficiëntie) maar ook het juiste pakketje op de
juiste plaats bezorgen (effectiviteit)
Leadtime t.o.v je klant is zeer belangrijk.
1/87
, Supply Chain Management
Circle van supply chain/ logistieke flow
Waar start de circle van de supply chain? Examenvraag?
Alles start bij de klant
o Zonder klant is er geen marktvraag en zonder marktvraag is er
geen reden om te verkopen/produceren
Bij een marktvraag moet je leveranciers hebben =>
inkoop/procurement van grondstoffen => produceren => naar een
magazijn sturen en hier start de distributie => voorraadbeheer zorgt
ervoor dat deze 3 componenten goed samenwerken
o S&OP (sales and operation planning)
Van de inkoop, productie en distributie
Bij de leveranciers
Zijn er genoeg grondstoffen en materialen?
Zorgen voor een balans tussen sales en operations
o Optimaliseren van het stockbeheer en er op
een effectieve manier van af geraken
o Geen goede balans? Geen voorraad in
magazijn voor je klanten orders => geen
goede leverbetrouwbaarheid en je verliest
klanten
EDC : Europese Distributie Centrum
RDC: Regionale Distributie Centrum (tussen EDC en LDC => ze doen meerdere landen/ een
bepaalde regio en regelen de distributie daar in centraal Europa )
LDC: Lokale Distributie Centrum (als klanten vandaag bestellen en het morgen al willen
hebben)
B2B: business to business
B2C: business to consumer => online shoppen => hier kan retourlogistiek van toepassing zijn
C2C: consumer to consumer => Vinted, 2dehands,… => hier kan retourlogistiek van
toepassing zijn
- Return logistics is breder dan gewoon goederen terugsturen
- Reverse logistics en return logistics
o Kan van klant komen of van de productie worden teruggestuurd
o Component is een stukje/onderdeel van een afgewerkt product (half
afgewerkte stukjes)
o Grondstof moet nog volledig bewerkt worden
2/87
, Supply Chain Management
3 stromen binnen de logistieke flow
- Leverancier levert goederen aan de klant
- De klant betaalt geld aan de leverancier
- Informatiestroom gaat beide kanten
o Klant staat rechts (een order plaatsen & betalingsbewijs)
o Leverancier staat links (orderbevestiging en factuur
informatie)
EDI: Electronic Data Interchange
KOOP: klantorderontkoppelpunt
- MTS: Make To Stock (KOOP 1 & 2)
o Local => voedingswaren uit bv Delhaize & dit heb je
onmiddellijk = KOOP 1
o Central => iets online kopen van de Bol.com of Delhaize en dit
ligt centraal in het magazijn van Bol.com of Delhaize en
morgen komt dit aan = KOOP 2
- MTA: Make To Assemble (KOOP 3)
o Een PC online bestellen en je vermeld de kleur die je wilt, de
geheugen, opslag, Azerty of Qwerty…
o Op moment van je order je PC in elkaar steken met de
goederen uit de stock en vanuit een centraal punt versturen
naar de klant = KOOP 3
o Meer keuze voor de klant dan KOOP 2, daar is er 1 model voor
alle klanten
- MTO: Make To Order (KOOP 4 & 5)
o een auto samenstellen in een showroom
o ze hebben de items niet in stock en ze bestellen de goederen
en items pas op het moment dat de order is binnengekomen
KOOP 4
- Purchase and Make to Order (onderdeel van MTO)
o Ze beginnen pas te zoeken naar een leverancier vanop het
moment dat de klant bv zijn voorkeur aan bepaalde
grondstoffen vermeld
o KOOP 5
Voorraadgestuurd PUSH-systeem (zie vb. uit semester 1)
- Alle goederen en items als in stock hebben en op basis van
vraagvoorspelling de voorraad vullen
- Niet te veel stock (zeker in geval van voeding) en ook niet te weinig
stock hebben (klant kan niet bestellen)
- Zara
3/87
, Supply Chain Management
Ordergestuurd PULL-systeem
- Bv een op maat gemaakte trouwkleed
Gevolgen gelinkt aan KOOP
1. Qua voorraad is KOOP 5 het meest voordelig als situatie. Je wacht
tot een bestelling voor je aankopen doet van grondstoffen en
produceert . (Ordergestuurd PULL-systeem) KOOP 1 is het meest
nadelig. Door het weggooien van onverkochte stock.
2. KOOP 1 is qua levertermijn/lead time het meest voordelig voor
klanten
3. Werknemers: KOOP 5 heeft gespecialiseerde werknemers t.o.v.
KOOP 1 met generalistische werkzaamheden (grote series)
4. Goederen en diensten: KOOP 1 heeft gestandaardiseerde
goederen naarmate men meer stroomopwaarts (KOOP 5) spreekt
men van goederen met specifieke eigenschappen gebaseerd op
individuele klantenwensen
5. Organisatie van het productieproces : hier ligt de nadruk op de
flexibiliteit van de bedrijfsprocessen. Hoe meer stroomopwaarts hoe
meer flexibel de processen moeten zijn om snel kan handelen na het
order is geplaatst.
6. Besturing van het productieproces : De besturing van het
productieproces gebeurt op basis van voorspellingen voor alle orders
voor het KOOP. Na het KOOP gebeurt de besturing op basis van reële
orders
7. Risico’s : Zowel voor als na het KOOP zijn er diverse risico’s.
Risico’s voor het KOOP zijn deze van onverkoopbaarheid aangezien
er nog geen klant is en de geproduceerde voorraad op basis van
voorspellingen zijn.
Risico’s na het KOOP houden meer verband met lever- en
doorlooptijden. Afhankelijk van de gekozen leveranciers kunnen
doorlooptijden uitlopen en capaciteit flexibiliteit in productie.
4/87
Supply Chain Management
Hoofdstuk 2: Logistiek Concept
Logistieke doelstellingen
Integrale kost: alle kosten in het algemeen
Logistieke kost/ integrale kost verlagen aan de hand van de 3 onderlijnde parameters op de
slide => gevolg? Maken van winst
De bedoeling van de logistiek is een verbetering van het servicelevel en een daling
van de integrale kosten
Distributielogistiek (= spreken we over voorraadbeheer en distributie)
- Verkorting van de doorlooptijd
- Verbetering van leverbetrouwbaarheid
- Product availability
o Zorgen dat het product altijd beschikbaar is
- Verhoging van flexibiliteit
o Door middel van het snel schakelen tussen leveranciers, bv in landen waar de
invoertaksen minder hoog staan => outsourcing
o
- Product specificatie
- Alternatieven hebben
Doorlooptijd van een orde is de tijd die verstrijkt tussen het moment waarop het order
binnenkomt en het moment dat het order volledig afgewerkt/ geleverd is.
Belangrijk? Hoe sneller = hoe minder stock en stock zijn kosten/geld die je investeert
in je bedrijf zonder dat je er iets voor krijgt.
Efficiëntie? Effectiviteit?
Gaat over je doel bereiken met zo weinig mogelijk verspilling van je middelen
Doel zo goed mogelijk bereiken
Pakketjes zo snel mogelijk leveren (efficiëntie) maar ook het juiste pakketje op de
juiste plaats bezorgen (effectiviteit)
Leadtime t.o.v je klant is zeer belangrijk.
1/87
, Supply Chain Management
Circle van supply chain/ logistieke flow
Waar start de circle van de supply chain? Examenvraag?
Alles start bij de klant
o Zonder klant is er geen marktvraag en zonder marktvraag is er
geen reden om te verkopen/produceren
Bij een marktvraag moet je leveranciers hebben =>
inkoop/procurement van grondstoffen => produceren => naar een
magazijn sturen en hier start de distributie => voorraadbeheer zorgt
ervoor dat deze 3 componenten goed samenwerken
o S&OP (sales and operation planning)
Van de inkoop, productie en distributie
Bij de leveranciers
Zijn er genoeg grondstoffen en materialen?
Zorgen voor een balans tussen sales en operations
o Optimaliseren van het stockbeheer en er op
een effectieve manier van af geraken
o Geen goede balans? Geen voorraad in
magazijn voor je klanten orders => geen
goede leverbetrouwbaarheid en je verliest
klanten
EDC : Europese Distributie Centrum
RDC: Regionale Distributie Centrum (tussen EDC en LDC => ze doen meerdere landen/ een
bepaalde regio en regelen de distributie daar in centraal Europa )
LDC: Lokale Distributie Centrum (als klanten vandaag bestellen en het morgen al willen
hebben)
B2B: business to business
B2C: business to consumer => online shoppen => hier kan retourlogistiek van toepassing zijn
C2C: consumer to consumer => Vinted, 2dehands,… => hier kan retourlogistiek van
toepassing zijn
- Return logistics is breder dan gewoon goederen terugsturen
- Reverse logistics en return logistics
o Kan van klant komen of van de productie worden teruggestuurd
o Component is een stukje/onderdeel van een afgewerkt product (half
afgewerkte stukjes)
o Grondstof moet nog volledig bewerkt worden
2/87
, Supply Chain Management
3 stromen binnen de logistieke flow
- Leverancier levert goederen aan de klant
- De klant betaalt geld aan de leverancier
- Informatiestroom gaat beide kanten
o Klant staat rechts (een order plaatsen & betalingsbewijs)
o Leverancier staat links (orderbevestiging en factuur
informatie)
EDI: Electronic Data Interchange
KOOP: klantorderontkoppelpunt
- MTS: Make To Stock (KOOP 1 & 2)
o Local => voedingswaren uit bv Delhaize & dit heb je
onmiddellijk = KOOP 1
o Central => iets online kopen van de Bol.com of Delhaize en dit
ligt centraal in het magazijn van Bol.com of Delhaize en
morgen komt dit aan = KOOP 2
- MTA: Make To Assemble (KOOP 3)
o Een PC online bestellen en je vermeld de kleur die je wilt, de
geheugen, opslag, Azerty of Qwerty…
o Op moment van je order je PC in elkaar steken met de
goederen uit de stock en vanuit een centraal punt versturen
naar de klant = KOOP 3
o Meer keuze voor de klant dan KOOP 2, daar is er 1 model voor
alle klanten
- MTO: Make To Order (KOOP 4 & 5)
o een auto samenstellen in een showroom
o ze hebben de items niet in stock en ze bestellen de goederen
en items pas op het moment dat de order is binnengekomen
KOOP 4
- Purchase and Make to Order (onderdeel van MTO)
o Ze beginnen pas te zoeken naar een leverancier vanop het
moment dat de klant bv zijn voorkeur aan bepaalde
grondstoffen vermeld
o KOOP 5
Voorraadgestuurd PUSH-systeem (zie vb. uit semester 1)
- Alle goederen en items als in stock hebben en op basis van
vraagvoorspelling de voorraad vullen
- Niet te veel stock (zeker in geval van voeding) en ook niet te weinig
stock hebben (klant kan niet bestellen)
- Zara
3/87
, Supply Chain Management
Ordergestuurd PULL-systeem
- Bv een op maat gemaakte trouwkleed
Gevolgen gelinkt aan KOOP
1. Qua voorraad is KOOP 5 het meest voordelig als situatie. Je wacht
tot een bestelling voor je aankopen doet van grondstoffen en
produceert . (Ordergestuurd PULL-systeem) KOOP 1 is het meest
nadelig. Door het weggooien van onverkochte stock.
2. KOOP 1 is qua levertermijn/lead time het meest voordelig voor
klanten
3. Werknemers: KOOP 5 heeft gespecialiseerde werknemers t.o.v.
KOOP 1 met generalistische werkzaamheden (grote series)
4. Goederen en diensten: KOOP 1 heeft gestandaardiseerde
goederen naarmate men meer stroomopwaarts (KOOP 5) spreekt
men van goederen met specifieke eigenschappen gebaseerd op
individuele klantenwensen
5. Organisatie van het productieproces : hier ligt de nadruk op de
flexibiliteit van de bedrijfsprocessen. Hoe meer stroomopwaarts hoe
meer flexibel de processen moeten zijn om snel kan handelen na het
order is geplaatst.
6. Besturing van het productieproces : De besturing van het
productieproces gebeurt op basis van voorspellingen voor alle orders
voor het KOOP. Na het KOOP gebeurt de besturing op basis van reële
orders
7. Risico’s : Zowel voor als na het KOOP zijn er diverse risico’s.
Risico’s voor het KOOP zijn deze van onverkoopbaarheid aangezien
er nog geen klant is en de geproduceerde voorraad op basis van
voorspellingen zijn.
Risico’s na het KOOP houden meer verband met lever- en
doorlooptijden. Afhankelijk van de gekozen leveranciers kunnen
doorlooptijden uitlopen en capaciteit flexibiliteit in productie.
4/87