• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages
Summary

Samenvatting Ecologie 2 - Hoofdstuk 20

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages

1e jaar Ba BIO aan UA

Content preview

ecosysteemproductiviteit
1.Ecosysteem bevat zowel
iotab als abiota
De distributie, het voorkomen van soorten en de biologische structuur van de gemeenschap variëren
in functie van de omgevingscondities. Organismen veranderen ook de fysische omgeving.
Ecosysteem (ES): verband tussen biologische omgeving en fysische omgeving, interactief systeem

Spatiaal concept


= een ecosysteem heeft grenzen, deze grenzen zijn vaak moeilijk te definiëren. Grenzen tussen
aquatische en terrestrische gebieden bv. zijn niet evident te bepalen.
Ecosystemen hebben theoretische grenzen. Wanneer deze gedefinieerd zijn kunnen we het
ecosysteem bekijken in het licht van de omringende omgeving:
1. Eerste focus: uitwisseling van energie en materie. Uitwisseling vanuit de omringende omgeving
naar en in een ES vormen de input. Uitwisselingen vanuit het ES is de output.
o Een ES zonder input = gesloten ES.
o Een ES met input = open ES

2.Alle ecosystemen hebben 3 basiscomponenten
3 basiscomponenten : autotrofen, heterotrofen en niet -levende materie
1. Autotrofen of primaire producenten:
Voornamelijk groene planten, benutten de E van de zon voor FS om anorganische stoffen om te
zetten in eenvoudige organische verbindingen
2. Heterotrofen of consumenten:
Gebruiken de organische componenten die door de autotrofen geproduceerd werden als
voedselbron. Via ontbinding transformeren ze ze in anorganische bestandsdelen.
o Consumenten: voeden zich voornamelijk met levende materie
o Ontbinders: Breken dode materie af in organische bestandsdelen
➔ alle heterotrofen zijn consumenten en fungeren als ontbinders
3. Niet levende materie:
Bestaat uit bodem, sedimenten, materiepartikels, opgeloste organische materie in aquatische
ecosystemen en strooisel in terrestrische ES. Dood materiaal is essentieel voor de circulatie van
nutriënten in het ES.
De drijvende kracht = zonne -energie. deze E wordt vastgelegd in de producenten, stroomt naar de
consumenten en dissipeert eventueel als warmte.

, 3.Wetten thermodynamica en de energiestroom
De productie behelst de fixatie en de transfer van zonne -energie. Dit is onderheven aan de wetten van
de thermodynamica (TD). Energie is het vermogen tot het leveren of verrichten van arbeid. het bestaat
in twee vormen:

1. Epot.: opgeslagen E bv. chemische E
2. Ekin.: energie in beweging, verricht werk ten koste van Epot bv. warmte
Arbeid bestaat onder 2 vormen:
1. Opslag van energie
2. Ordening van materie
Wetten van TD:

1. Behoud van energie: Energie kan niet gecreëerd worden of vernietigd
2. Degradatie van energie: wanneer E wordt getransfereerd of wordt omgevormd , gaat een deel
van de e steeds een vorm aannemen die niet verder kan doorgegeven worden. Hierdoor
neemt de entropie toe. De tweede wet is theoretisch enkel toepasbaar om een geslote n
systeem.
Het gedrag van E in ES kan conform aan andere systemen ‘energiestroom’ of ‘energieflu x’ genoemd
worden omdat alle energie -transformaties eenrichtingsverkeerd zijn en dit in tegenstelling tot het
circulerend gedrag van de materie.

Andere definities


 Energie = de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid
 Entropie = maat voor wanorde of voor hoeveelheid van niet -bruikbare energie in een systeem
 Vloeibare warmte = het opstijgen van warme lucht
 Latente warmteflux = de warmte of energie die vereist is voor de verdamping van water

4.Primaire productiviteit: begrippen en definities
Primaire productiviteit (PP) = snelheid waarmee stralingsenergie gefixeerd wordt via de FS activiteit van
de producerende organismen in de vorm van organische materie die gebruikt kan worden als voedsel
voor andere organismen. Er zijn 4 stappen in het prod uctieproces:
1. Bruto PP (GPP) = totale hoeveelheid FS, inclusief de organische materie die verbruikt wordt in de
respiratie over bepaalde periode, ~bruto FS of bruto assimilatie
2. Netto PP (NPP) = de snelheid waarmee organisch materie gefixeerd wordt in de plant bovenop
het respiratorisch verbruik voor de plant gedurende de beschouwde periode. De netto
assimilatie en de hoeveelheid respiratie worden vaak opgeteld voor de bruto produ ctiviteit.
3. Netto gemeenschapsproductiviteit (NGP, NEP) = de snelheid waarmee de organische materie
die niet gebruikt of verbruikt wordt door de heterotrofen, geaccumuleerd wordt gedurende
beschouwde periode, meestal een groeiseizoen of een jaar.
De nette PP = netto gemeenschapsproductiviteit – gebruik door heterotrofen (heterotrofe respiratie
Rh). Voor gemeenschappen geldt over het algemeen:

 GPP >> R bij een pioniersvegetatie.
 GPP~R bij een climaxvegetatie
KORTOM:

 NPP = GPP – Ra
 NEP = NPP - Rh

Document information

Study
Uploaded on
April 19, 2026
Number of pages
7
Written in
2024/2025
Type
Summary
$4.09

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
101
Last sold
1 month ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions