Hoofdstuk 16: Citroenzuurcyclus
1.Productie van acetyl
-CoA
Werking van het pyruvaat dehydrogenase complex
Na de glycolyse wordt pyruvaat naar de mitochondriale matrix getransporteerd, waar een reeks
reacties plaatsvindt die leidt tot de vorming van acetyl -CoA, dat vervolgens kan deelnemen aan de
Krebs -cyclus. In de eerste stap binnen complex E1 wordt pyruvaat gedecarboxyleerd en hydroxyeth yl
aan TPP (thiamine pyrofosfaat ) gekoppeld, wat de snelheidsbepalende stap is. Daarna vindt de oxidatie
van hydroxyethyl plaats, waarbij de lipoylgroep wordt gereduceerd naar twee thiolgroepen ( -SH) en
acetyl wordt veresterd aan een gereduceerde lipoylly sine. Vervolgens wordt de acetylgroep
overgedragen aan CoA, dat zich buiten het enzymcomplex bevindt. De laatste twee stappen zijn
cruciaal voor het recycleren van de geoxideerde vorm (disulfide) van de lipoylgroep, zodat een
nieuwe reactie met pyruvaat ka n plaatsvinden. Hierbij wordt FAD in complex E3 gereduceerd, en tot
slot wordt NAD+ in de matrix gereduceerd door FADH2, wat resulteert in de vorming van NADH. Deze
reacties worden positief gereguleerd door moleculen die aangeven dat er energie nodig is, z oals AMP,
NAD+, CoA en Ca2+, en negatief door moleculen die aangeven dat er voldoende energie beschikbaar
is, zoals ATP, NADH, acetyl -CoA en vetzuren.
1.Productie van acetyl
-CoA
Werking van het pyruvaat dehydrogenase complex
Na de glycolyse wordt pyruvaat naar de mitochondriale matrix getransporteerd, waar een reeks
reacties plaatsvindt die leidt tot de vorming van acetyl -CoA, dat vervolgens kan deelnemen aan de
Krebs -cyclus. In de eerste stap binnen complex E1 wordt pyruvaat gedecarboxyleerd en hydroxyeth yl
aan TPP (thiamine pyrofosfaat ) gekoppeld, wat de snelheidsbepalende stap is. Daarna vindt de oxidatie
van hydroxyethyl plaats, waarbij de lipoylgroep wordt gereduceerd naar twee thiolgroepen ( -SH) en
acetyl wordt veresterd aan een gereduceerde lipoylly sine. Vervolgens wordt de acetylgroep
overgedragen aan CoA, dat zich buiten het enzymcomplex bevindt. De laatste twee stappen zijn
cruciaal voor het recycleren van de geoxideerde vorm (disulfide) van de lipoylgroep, zodat een
nieuwe reactie met pyruvaat ka n plaatsvinden. Hierbij wordt FAD in complex E3 gereduceerd, en tot
slot wordt NAD+ in de matrix gereduceerd door FADH2, wat resulteert in de vorming van NADH. Deze
reacties worden positief gereguleerd door moleculen die aangeven dat er energie nodig is, z oals AMP,
NAD+, CoA en Ca2+, en negatief door moleculen die aangeven dat er voldoende energie beschikbaar
is, zoals ATP, NADH, acetyl -CoA en vetzuren.