Hoofdstuk 10: enzymen
1.Opslaglipiden
Vetzuren zijn afgeleid van koolwaterstoffen
Het zijn carbonzuren met lange koolstofketens (C4 tot C36). De koolstofketen kan
verzadigd of onverzadigd zijn, vertakt of onvertakt. Biologische vetzuren hebben
meestal een even aantal C -atomen, zijn mono -onverzadigd op C9 en
polyonverzadigd op C12 en C15. Ze hebben geen alternerende dubbele binding en.
Dubbele bindingen worden teruggevonden is cis configuratie.
Eigenschappen van lipiden zijn:
• D oor hun lange C -keten zijn ze minder H2O -oplosbaar
• Verzadigde VZ zijn wasachtig bij 25°C
• Onverzadigde VZ zijn olieachtig bij 25°C
• Ze kunnen in het bloed getransporteerd worden via carrier proteïnen zoals serum albumine
Triacylglycerolen zijn vetzuuresters van glycerol
Worden ook triglyceriden genoemd. Het bestaat uit glycerol veresterd met 3
vetzuren. De naamgeving gebeurt volgens de VZ dat eraan verankerd is. Ze zijn
apolair, hydrofoob en zijn grotendeels onoplosbaar in water. Ze hebben een lager
specifieke dichtheid dan water.
Triacylglycerolen zijn voorzien in opslag-energie en isolatie
Triacylglycerolen zitten als oliedruppels in cellen en dienen daar als opslag (adipocyten, cotylen,…).
Lipasen dienen om triacylglycerolen af te breken. De opgeslagen vetten dienen ook als een vorm van
isolatie voor koude temperaturen (vooral bij marine organismen).
2.Structurele lipiden in membranen
Membraanlipiden zijn amfipatisch , ze zijn hydrofoob aan 1 einde en hydrofiel aan het andere. Er is een
zeer grote diversiteit aan lipiden door de verscheidenheid aan VZ en polaire kopgroepen. De
algemene typen zijn: glycerofosfolipiden, sulfolipiden, galactolipiden, sfingolipiden en ster olen.
1.Opslaglipiden
Vetzuren zijn afgeleid van koolwaterstoffen
Het zijn carbonzuren met lange koolstofketens (C4 tot C36). De koolstofketen kan
verzadigd of onverzadigd zijn, vertakt of onvertakt. Biologische vetzuren hebben
meestal een even aantal C -atomen, zijn mono -onverzadigd op C9 en
polyonverzadigd op C12 en C15. Ze hebben geen alternerende dubbele binding en.
Dubbele bindingen worden teruggevonden is cis configuratie.
Eigenschappen van lipiden zijn:
• D oor hun lange C -keten zijn ze minder H2O -oplosbaar
• Verzadigde VZ zijn wasachtig bij 25°C
• Onverzadigde VZ zijn olieachtig bij 25°C
• Ze kunnen in het bloed getransporteerd worden via carrier proteïnen zoals serum albumine
Triacylglycerolen zijn vetzuuresters van glycerol
Worden ook triglyceriden genoemd. Het bestaat uit glycerol veresterd met 3
vetzuren. De naamgeving gebeurt volgens de VZ dat eraan verankerd is. Ze zijn
apolair, hydrofoob en zijn grotendeels onoplosbaar in water. Ze hebben een lager
specifieke dichtheid dan water.
Triacylglycerolen zijn voorzien in opslag-energie en isolatie
Triacylglycerolen zitten als oliedruppels in cellen en dienen daar als opslag (adipocyten, cotylen,…).
Lipasen dienen om triacylglycerolen af te breken. De opgeslagen vetten dienen ook als een vorm van
isolatie voor koude temperaturen (vooral bij marine organismen).
2.Structurele lipiden in membranen
Membraanlipiden zijn amfipatisch , ze zijn hydrofoob aan 1 einde en hydrofiel aan het andere. Er is een
zeer grote diversiteit aan lipiden door de verscheidenheid aan VZ en polaire kopgroepen. De
algemene typen zijn: glycerofosfolipiden, sulfolipiden, galactolipiden, sfingolipiden en ster olen.