Groep C
Wat maakt iemand tot een goede leraar? Voor mij gaat het niet enkel om het overbrengen van
kennis, maar vooral om hoe je omgaat met leerlingen als mensen. In dit essay beantwoord ik de
vraag: Welke filosofische ideeën inspireren mij in mijn leraarschap? Ik laat me inspireren door
Emmanuel Levinas en Martin Buber: hun gedachten over het gelaat, de Ik-Jij-verhouding en
verbondenheid. Ik leg uit wat ze betekenen en hoe ik ze zelf wil toepassen als leerkracht.
Levinas: geraakt worden door het gelaat van de ander
Levinas zegt dat we vaak geneigd zijn om anderen te zien als objecten, nummers … . Hij noemt
dit het il y a: een onpersoonlijk bestaan, zonder betrokkenheid, zonder ethiek. De uitweg is het
gelaat van de ander: het moment waarop je geraakt wordt door iemands kwetsbaarheid. Je
beseft dat iemand uniek is en jou oproept om verantwoordelijkheid te nemen.
Als leerkracht wil ik dus niet meteen oordelen of straffen als iemand bv. de huistaak niet af heeft
of teruggetrokken is. Misschien is er iets aan de hand, zoals stress of problemen thuis. Ik kies
ervoor om eerst te luisteren, te vragen hoe het gaat en pas daarna te reageren. Zodanig dat de
leerling zich gezien voelt. Ik wil er kunnen zijn voor al mijn leerlingen.
Buber: echte ontmoeting en dialoog
Buber maakt onderscheid tussen ‘Ik-Jij’ en ‘Ik-Het’ verhoudingen. In tegenstelling tot een ‘Ik-Het’
relatie, zie je in een ‘Ik-Jij’ relatie de ander als echt mens. Deze verhouding vind ik belangrijk,
omdat je als leraar makkelijk in de rol van de ‘baas’ kunt rollen. Het is juist waardevol om samen
in gesprek te gaan en open te staan voor wat leerlingen denken en voelen.
Bijvoorbeeld: Tijdens klassengesprekken geef ik iedereen de kans om zijn of haar mening te
geven. Ik luister niet alleen als ‘de leraar’, maar ook als mens. Ik wil een sfeer van vertrouwen en
verbondenheid laten ontstaan, waarin leerlingen voelen dat ze serieus genomen worden.
Verbondenheid
Beide filosofen maken duidelijk dat onderwijs niet alleen kennisoverdracht is. Het draait ook om
verbondenheid. Een leraar die aanspreekbaar is, aanwezig is en zich laat raken, maakt een
verschil! Dit merkte ik als leerling in het secundair onderwijs en nu als student in hogeschool
VIVES nog steeds. (Dit sluit ook aan bij het christelijk mensbeeld – pagina 17 in de cursus.)
Bijvoorbeeld in de klas merk je het verschil meteen als een leraar jou écht ziet als persoon en
niet als ‘één van de zovele leerlingen’.
Slot
De ideeën van Levinas en Buber inspireren mij: goed lesgeven begint bij echt contact met de
leerlingen. Ik wil een leraar zijn die meer doet dan informatie doorgeven door aandacht te
hebben voor het gelaat, open te staan voor een ‘Ik-Jij’ verhouding en verbondenheid te creëren.
Ik hoef niet perfect te zijn, maar wil wel oprecht aanwezig zijn voor mijn leerlingen. Dat is voor mij
de kern van goed onderwijs.
Clarysse, F., De Vlieger, M. (2023). Levensbeschouwelijke blik 1 Torhout: Vives.