Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 39 pages
Exam (elaborations)

Samenvatting Ondernemingsrecht - Volledig overzicht (Nederlands recht)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 39 pages

Deze uitgebreide samenvatting biedt een volledig overzicht van het Nederlandse ondernemingsrecht. Het document behandelt alle kernonderwerpen, waaronder: inleiding privaatrecht (subjectief en objectief recht, dwingend en regelend recht, materieel en formeel recht, trias politica, rechtsbronnen), vermogensrecht (goederenrecht en verbintenissenrecht, goederen: zaken en vermogensrechten, roerende en onroerende zaken, registergoederen, absolute en relatieve rechten, beperkte rechten, pand en hypotheek, eigendom, bezit en houderschap), overdracht (drie vereisten: geldige titel, beschikkingsbevoegdheid, levering; leveringsvormen: CP, traditio brevi manu, traditio longa manu; cessie: openbare en stille cessie; revindicatie en derdenbescherming art. 3:86 BW), verbintenissenrecht (bronnen van verbintenissen, overeenkomst, type overeenkomsten, rechtshandeling, eisen rechtshandeling, wilsontbreken en wilsgebreken, nietigheid en vernietigbaarheid, totstandkoming van overeenkomst, inhoud van overeenkomst, algemene voorwaarden, zwarte en grijze lijst), vertegenwoordiging (bevoegde en onbevoegde vertegenwoordiging, volmacht, art. 3:61 lid 2 BW schijn van volmacht), verhaalsrecht door schuldeisers (persoonlijke zekerheden: hoofdelijkheid en borgtocht; goederenrechtelijke zekerheden: pand en hypotheek, eigendomsvoorbehoud; vestiging pandrecht op roerende zaken en vorderingen; separatisme; parate executie), (niet-)nakoming van verbintenissen (resultaats- en inspanningsverbintenis, tekortkoming, wanprestatie, toerekening, overmacht, ingebrekestelling, verzuim, schadevergoeding, boetebeding, exoneratieclausule, opschorting, ontbinding), onrechtmatige daad (art. 6:162 BW, vereisten, relativiteit, rechtvaardigingsgronden, aansprakelijkheid voor kinderen, dieren, ondergeschikten, gebrekkige zaken), ondernemingsrecht (rechtsvormen: eenmanszaak, maatschap, VOF, CV, NV, BV, vereniging, stichting, coöperatie; handelsregister; rechtspersonen versus personenvennootschappen; aansprakelijkheid), personenvennootschappen (maatschap, VOF, CV: interne organisatie, vertegenwoordiging, inbreng, aansprakelijkheid), oprichting BV (Flex BV, oprichtingseisen, BV i.o., omzetting), kapitaal en aandelen (maatschappelijk, geplaatst en gestort kapitaal, agio, aandelen op naam en aan toonder, preferente aandelen, prioriteitsaandelen, certificering, blokkeringsregeling, kapitaalbescherming, dividenduitkering, inkoop eigen aandelen, kapitaalvermindering), corporate governance (organen: bestuur, AVA, RvC; bevoegdheden; structuurregeling; concernverhoudingen; enquêterecht; geschillenregeling; uitkoopregeling), jaarrekening (administratieplicht, bestuursverslag, publicatie, art. 2:403 BW vrijstelling), aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders (interne aansprakelijkheid art. 2:9 BW, decharge, externe aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad en faillissement art. 2:248 BW, doorbraak van aansprakelijkheid), concernrecht (moeder-dochter verhouding, deelneming, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid in concernverhoudingen), fusie en splitsing (bedrijfsfusie, aandelenfusie, juridische fusie, splitsing), faillissementsrecht (faillissementsvereisten, curator, separatisten, preferente schuldeisers, concurrente schuldeisers, faillissementspauliana, surseance van betaling, schuldsanering).

Content preview

ONDERNEMINGSRECHT ( HC 1-8 (TWEEDE HC IS GWN DIE WETTENBUNDEL).= PRIVAATRECHT
Ondernemingsrecht vormt de juridische structuur voor Nederlandse ondernemers. (juridische
infrastructuur en het bieden van bescherming van de bij de betrokken onderneming)
HC1
Inleiding (privaat)recht
-Juristentaal: Natuurlijke personen= koopovereenkomst. Mensen=Koop
Veel conflicten hoeft niet naar de rechter = mediation.
-En het probleem kan juridisch op verschillende manieren benaderd worden.

Verschillende benaderingen binnen het recht : VB van de moeder die verantwoordelijk is
van het feest, waarbij vriendin dochter minderjarig dronken viel op haar fiets.
- Strafrecht: verdachte moederBoete
- Civielrecht: Slachtoffer moederschadevergoeding.

Privaatrecht :Verhouding tussen burgers onderling ( vermogensrecht, ondernemingsrecht,
familierecht)
Publiek recht: Verhouding tussen burger en overheid (strafrecht, staats/bestuurecht,
fiscaalrecht)

Basisbegrippen
Subjectief rechten: Komt toe aan individuele personen dus aan rechtssubjecten.
Rechtssubjecten: Natuurlijke personen bw1 en rechtspersonen bw2
Objectief recht: zijn het geheel van alle regels, wordt gebruik om regels aan te duiden, deze
gelden over het algemeen voor iedereen.
Rechtsobject : Is het voorwerp van het recht
Vb ( hond kan niet als erfgenaam worden gesteld, want hy is geen rechtssubject maar een
rechtsobject, wel kan en vereniging worden aangesteld).

Het objectieve recht verleent de subjectieve rechten : Iedere aandeelhouder heeft tenminste
1 stemrecht (objectief recht, geldt voor iedereen). Het hebben van in Shell aandelen
waardoor je stemrecht krijg in ALV  geldt voor een individu subjectief recht

Dwingend recht: Afwijken is niet toegestaan. (Besloten vennootschap moet notariële akte
 afwijken mag niet.
Regelend/aanvullend recht: afwijken is toegestaan. ( Tenzij de statuten anders bepalen…
mag wel afwijken.

MC oefenvragen
- Mijn ov-jaarkaart geeft mij recht op openbaar vervoer ( subjectief recht, omdat het
mij specifiek toekomt deze recht mijn ov chipkaart).
- Rechtssubject : natuurlijke personen of rechtspersonen ( HOND NIET)

,Onderscheiding binnen het recht
Recht heeft twee delen
- Materieel recht: Deel waar de rechten en verplichtingen zijn geregeld. Inhoud en de
regels van het recht.
- Formeel recht: Procesrecht . Zijn de regels die toezien op het handhaven van het
recht.
Recht heeft 2 functies
- Het stellen van regels
- Handhaven van regels

Scheiding trias politica In Nederland mag de minister de rechter niet kiezen en andersom
ook niet. Amerika zijn de meeste rechters republikeinen  evenwicht trias politica verstoord.
Wetgevende macht: Regering plus staten generaal
Uitvoerende macht: regering
Rechterlijke macht: onafhankelijke rechters.

Rechtsbronnen
Rechtsbronnen waaruit de rechtsnormen voortvloeien: 4 soorten.
- Wet
- Jurisprudentie/rechtspraak
- Verdragen
- Gewoonte
Wet
Ons recht is gecodificeerd: neergelegd in wetten.
De term wet ken 2 verschillende hanteringen:
1- Wet in formele zin: Een besluit/wet afkomstig van regering en staten general
(bijv: grondwet, wegenverkeerswet, je kijkt naar herkomst wet).
2- Wet in materiele zin : Dat is een algemeen bindend voorschrijft , toepasbaar
voor iedereen. Voorschrijft afkomstig is van een bevoegd orgaan.
Als een wet alleen van de regering afkomstig is is spreek je van een algemene
maatregel van bestuur.
Dus wetten op zichzelf wet tot dit of wetboek = Formeel
Als ze toepasbaar voor iedereen= materieel anders niet.
Rangorde binnen wetten:
1Grondwet-2Wetten in formele zin 3-AMVB ( wet alleen door regering gemaakt)
Jurisprudentie
Wetten zijn niet altijd duidelijk en geven geen antwoord op rechtsvragen.
Vonnis: uitspraak door de hoogste rechter, de hoge raad arresten.
Rechtspraak organisatie: 1- eerste aanleg: rechtbank. 2-Hoger beroep: Gerechtshof
(Ondernemingskamer) 3- Hoge raad.

Verdragen : Internationaal recht: bv rechten van de mens. Of Europese unie richtlijnen.
Gewoonte: Recht spontaan ontstaan binnen rechtsgemeenschap. Bv: indien geen loon is
vastgesteld heeft werknemer aansprak voor het loon gebruikelijk was…….
HC3 ( Vermogensrecht inleiding in het goederenrecht)

,Vermogensrecht in het burgerlijk wetboek
Vermogensrecht ( BW 3,5,6)
- Goederenrecht ( BW3,5)
- Verbintenissenrecht ( BW3,6)

Vermogen: Zowel positief als negatieve bestanddelen. ( fiets of lening duo)
Vermogensrecht ( BW 3,5,6)
- Goederenrecht ( BW3,5): relatie tussen personen en goederen (statisch gedeelte)
- Verbintenissenrecht ( BW3,6): Relaties tussen personen ( Dynamisch gedeelte)
Met personen wordt natuurlijke personen en rechtspersonen bedoelt beide. art. 2: 5 BW

Onder goederen art3:1BW vallen de volgende 2 : Zaak 3:2B en vermogensrecht 3:6bw
Vermogensrecht: Goederen
- Zaak (art.3:2BW): zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stofelijke object.
- Roerende zaak: Zijn alle zaken die niet onroerend zijn art.3:3lid2 BW
- Onroerende zaak: zijn de grond el alles wat daarmee duurzam is verenig, zoals
gebouwenen beplantingen art.3:3lid1BW
- Art.5:3BW: Eigenaar van een zaak is teven eigenaar van al haar bestanddelen.
- Bestanddeel: hetgeen dat olgens de verkeersopvatting eigendom uitmaakt van een
zaak. Bijv: CV ketel plaatsen in museum, na plaatsen is die ook onderdeel van
Museum, want anders museum loopt schade bij het verwijderen. Doormiddel van
Natrekking  Wordt de cv ketel een bestandeel van de zaak (CV ketel).
- Registergoed: goederen door welke overdracht of vestiging inschrijving is daartoe
bestemde openbare registers noodzakelijk. Registergoederen=onroerende zaken
denk aan gebouwen, schepen, vliegtuig.
- Niet registergoed: roerende zaken

Vermogensrecht: Vermogensrechten
Art 3:6BW: Rchten die overdraagbaar zijn, of ertoe strekken de rechthebbende stoffelijke
voordeel, verkregen zijn in ruil, etc…
Vermogensrecht is niet vermogensrecht aa zich. Maar individueel recht: Vermogen was
onder te verdelen in goederenrecht en verbintenissenrecht.

Absolute vs Subjectieve rechten
- Absolute vermogensrechten: Kunnen rusten op een zaak of een vermogensrecht.
Geldt tegenover iedereen exclusieve bevoegdheid.
- Relatieve/subjectieve vermogensrecht: Werkt slechts tegenover een of enkele
personen.--> bestaat uit een doen of nalatenprestatie.
Beperkte rechten
Art 3:8 BW.: Een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, hetgeen met het recht is
verzwaard Gesloten systeem.
Beperkte rechten op een goed BW3: Vruchtgebruik, pand hypotheek.
Beperkte rechten op een zaak BW5: opstal, erfpacht, erfdienstbaarheid.


Pand en Hypotheek

, Pand en hypotheek zijn beperkte rechten die tevens dienen ter zekerheid
(zekehrheidsrechten)
Pandrecht: art.3:227 lid 1 BW: Wordt gevestigd door een roerend niet-registergoed.
Pandgever vs pandhouder/nemer. Vb: je leent geld en geeft goud als onderpand.
Hypotheekrecht: art.3:227 BW: hypotheekgever en hypotheeknemer. Ik neem hypotheek op
mijn huis.

Eigendom
- Artikel 5:1 BW.
- Eigendom is de meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.
- Absoluut recht: recht dat tegenover iedereen geldt.
- Kan slechts bestaan ten aanzien van een zaak, eigendomsrecht op een fiets hebben.

Eigendom, Bezit, Houderschap
Macht: Ter beschikking stellen
Bezit: het houden van een goed voor jezelf
Houderschap: het houden van een goed voor een ander

Overdracht
Drie vereisten voor overdracht : art.3:84 lid 1 BW
1- Geldige titel: De rechtsgrond voor de overdracht, ofwel de rechtsverhpding die de
overdracht rechtvaardigd  de meeste gevallen bestaat de titel van overdracht uit
een overeenkomst. Een ongeldige titel leidt tot ongeldige overdracht. ( GELDIGE
TITELS: KOOP, SCHENKING, RUIL. ( huur, bewaaring en lening NIET)
2- Beschikkingsbevoegdheid : De juriidische bevoegdheid om een goed in eigendom
over te dragen of met een beperkt recht te belasten. Nemo plus-regel: Alleen als
iemand een recht heeft op een goed, kan hij dat ook overdragen. In beginsel kan dus
alelen de eigenaar zijn eigendomsrecht overdragen, maar er zijn uitzonderingen.
Faillisement : curator wordt eigenaar wordt beschikkingsbevoegd.
Vertegenwoordiging : Verkoper in een warenhuis.
Als een goed door een beschikkingsonbevoegde wordt overgedragen, dan is overdracht
ongeldig.
3- Levering
Levering van onroerende zaken en andere registergoederen (vliegtuig bijv): opmaken van
notariele akte + inschrijven in openbare registers. Sluiten van voorlopig koopconract is nog
niet voldoende! Dus pas als de trasportakte en ingeschreven in openbare registers dan pas
nieuwe eigenaar van onroerende zaak of registergoed.
Levering van roerende zaken geschiedt door bezitverschaffing art 3:90 lid 1 bw.
Bezitsoverdrag zonder feitelijke overdracht  tweezijdig verklaring vereist.
- Levering CP art.3:115 a BW: dit is wanneer de zaak nog enig tijd onder zich houdt. Ik
verkoop schilderij en ik zeg ik houd hem even 1 maand bij me maar is al van jou. Er
vindt nog geen feitelijke overdracht plaats.
- Traditio brevi manu art.3:115 sub b BW: levering met korte hand. Ik leen mijn auto
aan B. B vind de auto goed en wilt hem overkopen.
- Traditio langa manu: Levering met lange hand : A heeft een kast, en moet even
schoongemaakt worden. B maakt die even schoon. C ziet de kast bij B en wilt hem

Document information

Uploaded on
April 16, 2026
Number of pages
39
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$12.49

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Studova
3.2
(5)
Sold
44
Followers
6
Items
1013
Last sold
2 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions