- THE GUIDE -
Blok 1 Autonomie, informatie & relativiteit 3
Autonomie 3
Contractspartij bij de overeenkomst 3
Manieren waarop een derde partij kan worden bij een contract 3
Overgang van kwalitatieve rechten op derde, art 6:251 BW 4
Werkt een contract met een exoneratie door op derden? 4
Schadevergoeding voor derde 4
Wilsvertrouwensleer - uitleg 5
Wilsvertrouwensleer en algemene voorwaarden 6
Algemene voorwaarden en prijs (7) 6
Kernbedingen 6
Kwalificatie en samenloop 9
Dynamische uitleg (1) 9
Rationele keuzemodel 10
Paternalisme 11
Beleggen in grond (3) 11
Totstandkomingsgebrek 11
Dwaling 12
Strijd met de wet, art 3:40 BW 13
Partiële nietigheid, art. 3:41 BW 14
Precontractuele informatie / zorgverplichtingen 14
Biedlogboek (4) 14
Marktpraktijkenrecht (6) 15
Informed consent 16
Blok 2 Risico-allocatie 16
Inhoud van een overeenkomst als risicoallocatie 17
Toerekening als risicoallocatie 18
Toerekening van tekortkomingen buiten schuld 19
Hulppersonen 19
Hulpzaken 20
Tussenpersonen en vertegenwoordigers 21
Contract van lastgeving 22
Op eigen naam (variant 1) 22
Op naam lastgever (variant 2) 23
Volmacht 24
Toerekenen van daden en wetenschap van de een aan de ander 25
Invloed van wet en contract op risicoverdeling 25
Exoneratie 26
1
, Ambtshalve toetsing rechter 26
Risicoverdeling 27
Risico-allocatie 27
Nakoming 28
Algemene vragen voor nakoming 28
Risico op dwaling 30
Onvoorziene omstandigheden 30
Grenzen van een exoneratie (9) 30
HR Factuurfraude en betaling te goeder trouw (10) 31
De risicoverdeling tussen partijen bij de koop van een woning (11) 34
De invloed van de onroerendgoedmarkt op het schriftelijkheidsvereiste en de bedenktijd
(12) 35
Wederzijdse dwaling (13) 36
Blok 3 Remedies 37
Belang 38
Gebod of verbod 39
Vernietigbaarheid, nietigheid en ongedaanmaking 39
Schadevergoeding 39
Vervangende schadevergoeding 40
Het schadebegrip 41
Informed consent 41
Tekortkoming 41
Consumentenkoop 42
HR Brok/Huberts en HR Oerlemans/Driessen; voor schadevergoeding is (alleen)
non-conformiteit niet voldoende (21) 42
Opschorting 44
Ontbinding, art 6:265 BW 45
Cancelcultuur en cancelclausules (17) 46
Art 6:278 BW - slecht gekrijte keu leidt tot gescheurd laken (23) 47
Verzuim 49
Ingebrekestelling 49
EU-recht 50
Gedragsregels en toegangsregels 50
Open en gesloten normen 51
Wet en relativiteit 51
Zelfregulering 53
Een prijskorting voor de consument bij gebrekkige informatieverstrekking: een
onevenredige sanctie (18) 53
Kunnen bijzondere bancaire zorgplichten worden weggecontracteerd? (19) 55
Is ons stelsel van remedies future-proof? (20) 56
Twee arresten over winstafroming ex art 6:104 BW (22) 58
Afwikkeling van een ongeldig telefoonabonnement (24) 60
Handhaving van informatieplicht in het verbintenissenrecht (25) 63
Staatsloterij-arrest van de Hoge Raad (27) 65
De bescherming van immateriële contractuele belangen in het schadevergoedingsrecht
2
(28) 67
,Blok 4 Balans, onbalans en ketenverantwoordelijkheid 70
Marktregulering 70
Handhaving 71
Verdelende en vergeldende rechtvaardigheid 72
Platform verordening 74
Balans en onbalans 75
Een online platform is meer dan alleen een online platform (29) 76
Blok 1 Autonomie, informatie & relativiteit
Autonomie
2.4. Onze markt bestaat uit de vrijheid om transactie besluiten te nemen en te contracteren.
In art 3:296 BW staat dat de rechter je tot nakoming kan veroordelen → gehoudenheid te
doen wat je hebt beloofd. In principe geldt als hoofdregel dat zonder wilsovereenstemming
geen contract bestaat, contractdwang is een uitzondering hierop. Een grens van autonomie
zijn afspraken die nietig zijn wegens strijd met de wet, de openbare orde of goede zeden, art
3:40 lid 1 BW.
Contractspartij bij de overeenkomst
Of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam - dat wil
zeggen als wederpartij van die ander - is opgetreden, hangt af van hetgeen hij en die ander
daaromtrent jegens elkander hebben verklaard en over een weer uit elkaar verklaring en
gedraging hebben afgeleid en mochten afleiden, volgens HR Kribbebijter. De contra
proferentum regel is een gezichtspunt, wat inhoudt dat onduidelijkheden in de voorwaarden
van het contract voor rekening zijn van degene die ze heeft opgesteld. Het contract wordt
dan ten voordele van de andere partij uitgelegd.
Volgens HR Solidiam is de vraag wie partij is bij een overeenkomst is afhankelijk is van
hetgeen partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en
gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Tot de omstandigheden die in dit
verband in aanmerking moeten worden genomen, behoort tevens de voor de wederpartij
kenbare hoedanigheid en de context waarin partijen optraden. Ook gedragingen,
verklaringen en andere omstandigheden, die hebben plaatsgevonden nadat de
overeenkomst is gesloten, kunnen van belang zijn. (toepassing kribbebijter)
Manieren waarop een derde partij kan worden bij een contract
- Onmiddellijke vertegenwoordiging, er is volmacht gegeven aan tussenpersoon om op
zijn naam te tekenen
- Opvolger onder algemene titel van een contractspartij, geheel of evenredig deel gaat
over op opvolger, art 6:249 BW. Volgens art 4:182 BW volgen de erfgenamen van
rechtswege op in de voor overgang vatbare rechten van de erflater. Zij worden van
rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood
tenietgaan.
3
, - Opvolger onder bijzondere titel ten aanzien van een goed dat is overgegaan en waar
een contractuele verplichting op zag? Hierbij geldt dat je niet zomaar opvolgt in de
rechten en plichten van je rechtsvoorganger. Hoofdregel = opvolger staat buiten
contract.
- Overgang van vordering, schuldoverneming of contractsoverneming
- Overgang van een kwalitatief recht, let op of er sprake is van een derdenbeding.
Het volledig overnemen van een contract positie van een partij betekent dat alle schulden,
vorderingsrechten én wilsrechten van de betreffende partij overgaan op de overnemer. Art
6:159 BW eist medewerking van de wederpartij én een akte tussen overnemer en
wederpartij.
Overgang van kwalitatieve rechten op derde, art 6:251 BW
Je hebt alleen belang van dat recht zolang je de kwaliteit hebt van de rechthebbende van
dat goed.
1. Is er sprake van een ovk?
2. Gaat het om een voor overgang vatbare rechten? (bijvoorbeeld vorderingsrecht)
3. Is het voor overgang vatbaar? (is een vorderingsrecht voor overgang vatbaar -
hoofdregel ja, tenzij uitzondering)
4. Staat het in een zodanig verband met de overgang?
Bij contractuele regeling met de opdrachtgever kun je regelen dat de vervreemder naast de
verkrijger aansprakelijk blijft.
Een derdenbeding, art 6:253 BW, regelt de betrokkenheid van derden die eerder niet
betrokken waren bij een overeenkomst. Derde moet dan een beding aanvaarden.
Werkt een contract met een exoneratie door op derden?
In principe bindt een contract alleen contractspartijen. In sommige gevallen hebben
contracten tussen partijen relevantie voor partijen, in voordelen maar ook nadelen. Er moet
wel een bijzondere relatie / handeling zijn verricht door de derde waardoor gerechtvaardigd
vertrouwen ontstaat. Belangen van derden wegen slechts in bijzondere gevallen mee.
Volgens HR Yucca teler hebben producenten een maatschappelijke plicht om de belangen
van gebruiksproducten in acht te houden.
Uit HR Radio Modern BV/Edah BV en Sellers & Sellers BV blijkt dat een wanprestatie
tegenover de een, kan een OD zijn tegen een ander. Als het is opgenomen, mede met
betrekking tot bescherming van andere verhuurders, dan ligt het voor de hand dat de
huurder op naleving van andere huurder mag vertrouwen. Als je je niet hieraan houdt levert
dit een oneerlijke concurrentie op, dus niet betamelijk handelen, dus OD.
Als een partij tekortschiet in de nakoming van een verbintenis jegens haar wederpartij, dan
kan deze wanprestatie ook tot schade leiden bij een derde die belang heeft bij een correcte
uitvoering van die verbintenis. Wanprestatie van de contractspartij betekent echter op
zichzelf nog niet dat deze onrechtmatig heeft gehandeld jegens de derde. Indien de
belangen van een derde zo nauw zijn betrokken bij behoorlijke nakoming van de
overeenkomst dat de derde schade kan lijden als tekortgeschoten wordt bij de nakoming,
dan kan de maatschappelijke zorgvuldigheid van art. 6:162 lid 2 BW met zich brengen dat
de desbetreffende contractspartij deze belangen moet ontzien, door zijn gedrag mede door
deze belangen te laten bepalen.
4