Fenomenologie
Wat is een stemstoornis?
Normale definitie = wanneer de stemkwaliteit, toonhoogte en/of de luidheid afwijken van
wat als ‘normale stem’ wordt beschouwd.
Cliëntgerichte definitie = de stemstoornis is elke keer wanneer de stem niet werkt en/of
klinkt zoals het zou moeten. Het klinkt niet normaal op die manier dat het de cliënt
stoort.
Client-centered model
Welke symptomen geven een stemprobleem aan?
Auditief: hoorbaar door luisteraar (bv. heesheid, monotonie, …)
Sensorisch: voelbare veranderingen in keel (bv. keelpijn, krop in keel, kriebel, …)
Visueel: zichtbare afwijkingen, stemgedragingen, stemplooistilstand, stemplooinoduli,
weinig kaakval, hoog ademen, …
Auditieve symptomen
Stemklank en –kwaliteit
Stembreuk, ruwheid, ruisheid, krachteloos,
instabiliteit, afonie, vocal fry
Toonhoogte en luidheid
Abnormale toonhoogte of luidheid, beperkt DYSFONIE
toonhoogtebereik, tremor, beperkt dynamisch
of intensiteitsbereik
Resonantie, articulatie, prosodie
Hypernasaliteit, hyponasaliteit, kelige resonantie,
Cel de sac-resonantie, monotone spraak
Adem
Hoorbaar inademen, inadequate adempauzes
Sensorische symptomen
Storende ‘keelsensaties’
Pijn, irritatie, droog, branderigheid
Globusgevoel, spanning
Prikkelgevoeligheid
, Overtollig slijm in keel
Verminderde vocale belastbaarheid
Spreken is vermoeiend
Beperkte vocale uithouding
Snel buiten adem zijn
Visuele symptomen
Aspecten van stemgedrag (logopedist)
Ademtype
Spreekhouding
Zichtbare spanning
Articulatie
…
Laryngoscopisch beeld (NKO-arts)
Stemplooilaesies (zwelling, ontsteking, gezwel, …)
Stemplooisluiting (stemplooien zouden bijna volledig moeten sluiten en openen)
Stemplooitrilling (beweeglijkheid, regelmatigheid, symmetrie)
Prevalentie
Prevalentie = aantal bestaande gevallen op één moment.
Levensprevalentie = aantal gevallen in relatie tot de levensduur: “ooit gehad”
Incidentie = aantal nieuwe gevallen in een bepaalde periode.
Prevalentie : 6% vd totale populatie.
Levensprevalentie : 30%.
Meer V dan M.
Kinderen: 1,4% tot 6% (J meer van M)
Leerkrachten: 11% -> levensprevalentie 50 tot 80%.
Etiologie/oorzaken
Interactie van:
Medische factoren
Bovenste luchtweginfecties
- Verkoudheid: zorgt voor ontsteking vd slijmvliezen.
- Chronisch longlijden (bv. astma)
- Medicatie: inhalatoren/puffers tasten stemplooien aan.
Allergie
- Ontsteking vh slijmvlies: persoon w kwetsbaarder.
- Verandering van secreties: hoesten, schrapen, kuchen.
- Medicatie: uitdrogen of slijmverdikking.
Medicatie
Chirurgie
Trauma (bv. val of slag)
Reflux = “het zuur hebben”: maaginhoud komt terug naar boven.
- Gevolg: strottenhoofd w rood + meer slijmen krijgen.
Degeneratieve neurologische aandoeningen (bv. ALS of parkinson)
Stemabuses
Stemmisbruik
- Herhaaldelijk zeer krachtig SP (stemplooien) adductie -> mucosale
veranderingen
- Bv. schreeuwen, gillen, keelschrapen, …
- Schadelijke leefgewoontes (roken, slaapgebrek, teveel alcohol,
onvoldoende hydratatie, cafeïnegebruik …)
Verkeerd stemgebruik
- Verkeerd gebruik van één of meerdere componenten vd stem.
- Verhoogde spanning thv larynx + bij gevolg van verandering van
stemklank en/of –comfort.
Houding & spierspanning
, - Afwijkingen in houding en/of spierspanning kunnen rol spelen bij ontstaan
en het in standhouden van stemproblemen.
- Hogere stemeisen (bv. zingen): effect van houding is groter.
- Bv. hyperkyfoselordose houding.
Adem
- Adembeheersing = doseren van adem ifv spreektaak.
- Verstoring is mogelijk door stress…
- Ademtype van belang.
Fonatie
- Steminzet: zacht, vast, hard, …
- Stemplooispanning: hypotoon, eutoon, hypertoon
- Te hoge of te lage toonhoogte
- Luidheid: te luid, te zacht, fluisterend praten
Resonantie, articulatie en focus
- Resonantieruimte, tongplaatsing en kaakopening van belang.
Omgevingsfactoren
Blootstelling aan irritatie (mucosa)
- Chemische stoffen
- Passief roken heeft 40% impact van actief roken (als jij als niet-roker in een
ruimte zit met een roker neem jij alsnog 40% op)
Uitdrogend effect van airco of stoffige/slecht verluchte ruimtes.
Akoestische omstandigheden
- Slechte akoestiek of omgevingslawaai / fuiven
Psychische factoren
Persoonlijkheidskenmerken
- Angst/nervositeit -> groter risico op MTD
Mentale spanning -> fysieke reactie (MTD, afonie)
- Chronische stress
- Acute stress
- Verdrongen trauma, frustraties, schuldgevoelens
Sociale factoren
Volwassenen
- Constitutie en aanleg (sommige mensen w sneller hees dan anderen)
- Persoonlijkheid (extraverte mensen gebruiken hun stem meer)
- Context (bv. stress tussen mensen (tegen baas praten))
Kinderen
- Bv. hyperactiviteit
- Gezinsdynamiek
Er is bijna altijd méér dan 1 oorzaak!
Symptoom en oorzaak interageren ook!
Als logopedist: eerst opzoek gaan naar alle factoren/symptomen en in verband
brengen!
Labeling en classificatie van stemstoornissen
Label -> wat staat in de naam?
Classificatie:
- Verschillende opties -> criteria.
- Symptomatisch vs etiologisch.
Etiologisch: organisch vs functionele stemstoornis.
- Klinische realiteit -> complex!
Preventie / voorkomen
Universeel = iedereen willen aanspreken.
Selectief = een bepaalde groep aanspreken. Bv. DubbelPunt voor leiding.
Geïndiceerd = specifiek voor iemand die bv. al problemen hebben.
Primair = voorkomen.
Wat is een stemstoornis?
Normale definitie = wanneer de stemkwaliteit, toonhoogte en/of de luidheid afwijken van
wat als ‘normale stem’ wordt beschouwd.
Cliëntgerichte definitie = de stemstoornis is elke keer wanneer de stem niet werkt en/of
klinkt zoals het zou moeten. Het klinkt niet normaal op die manier dat het de cliënt
stoort.
Client-centered model
Welke symptomen geven een stemprobleem aan?
Auditief: hoorbaar door luisteraar (bv. heesheid, monotonie, …)
Sensorisch: voelbare veranderingen in keel (bv. keelpijn, krop in keel, kriebel, …)
Visueel: zichtbare afwijkingen, stemgedragingen, stemplooistilstand, stemplooinoduli,
weinig kaakval, hoog ademen, …
Auditieve symptomen
Stemklank en –kwaliteit
Stembreuk, ruwheid, ruisheid, krachteloos,
instabiliteit, afonie, vocal fry
Toonhoogte en luidheid
Abnormale toonhoogte of luidheid, beperkt DYSFONIE
toonhoogtebereik, tremor, beperkt dynamisch
of intensiteitsbereik
Resonantie, articulatie, prosodie
Hypernasaliteit, hyponasaliteit, kelige resonantie,
Cel de sac-resonantie, monotone spraak
Adem
Hoorbaar inademen, inadequate adempauzes
Sensorische symptomen
Storende ‘keelsensaties’
Pijn, irritatie, droog, branderigheid
Globusgevoel, spanning
Prikkelgevoeligheid
, Overtollig slijm in keel
Verminderde vocale belastbaarheid
Spreken is vermoeiend
Beperkte vocale uithouding
Snel buiten adem zijn
Visuele symptomen
Aspecten van stemgedrag (logopedist)
Ademtype
Spreekhouding
Zichtbare spanning
Articulatie
…
Laryngoscopisch beeld (NKO-arts)
Stemplooilaesies (zwelling, ontsteking, gezwel, …)
Stemplooisluiting (stemplooien zouden bijna volledig moeten sluiten en openen)
Stemplooitrilling (beweeglijkheid, regelmatigheid, symmetrie)
Prevalentie
Prevalentie = aantal bestaande gevallen op één moment.
Levensprevalentie = aantal gevallen in relatie tot de levensduur: “ooit gehad”
Incidentie = aantal nieuwe gevallen in een bepaalde periode.
Prevalentie : 6% vd totale populatie.
Levensprevalentie : 30%.
Meer V dan M.
Kinderen: 1,4% tot 6% (J meer van M)
Leerkrachten: 11% -> levensprevalentie 50 tot 80%.
Etiologie/oorzaken
Interactie van:
Medische factoren
Bovenste luchtweginfecties
- Verkoudheid: zorgt voor ontsteking vd slijmvliezen.
- Chronisch longlijden (bv. astma)
- Medicatie: inhalatoren/puffers tasten stemplooien aan.
Allergie
- Ontsteking vh slijmvlies: persoon w kwetsbaarder.
- Verandering van secreties: hoesten, schrapen, kuchen.
- Medicatie: uitdrogen of slijmverdikking.
Medicatie
Chirurgie
Trauma (bv. val of slag)
Reflux = “het zuur hebben”: maaginhoud komt terug naar boven.
- Gevolg: strottenhoofd w rood + meer slijmen krijgen.
Degeneratieve neurologische aandoeningen (bv. ALS of parkinson)
Stemabuses
Stemmisbruik
- Herhaaldelijk zeer krachtig SP (stemplooien) adductie -> mucosale
veranderingen
- Bv. schreeuwen, gillen, keelschrapen, …
- Schadelijke leefgewoontes (roken, slaapgebrek, teveel alcohol,
onvoldoende hydratatie, cafeïnegebruik …)
Verkeerd stemgebruik
- Verkeerd gebruik van één of meerdere componenten vd stem.
- Verhoogde spanning thv larynx + bij gevolg van verandering van
stemklank en/of –comfort.
Houding & spierspanning
, - Afwijkingen in houding en/of spierspanning kunnen rol spelen bij ontstaan
en het in standhouden van stemproblemen.
- Hogere stemeisen (bv. zingen): effect van houding is groter.
- Bv. hyperkyfoselordose houding.
Adem
- Adembeheersing = doseren van adem ifv spreektaak.
- Verstoring is mogelijk door stress…
- Ademtype van belang.
Fonatie
- Steminzet: zacht, vast, hard, …
- Stemplooispanning: hypotoon, eutoon, hypertoon
- Te hoge of te lage toonhoogte
- Luidheid: te luid, te zacht, fluisterend praten
Resonantie, articulatie en focus
- Resonantieruimte, tongplaatsing en kaakopening van belang.
Omgevingsfactoren
Blootstelling aan irritatie (mucosa)
- Chemische stoffen
- Passief roken heeft 40% impact van actief roken (als jij als niet-roker in een
ruimte zit met een roker neem jij alsnog 40% op)
Uitdrogend effect van airco of stoffige/slecht verluchte ruimtes.
Akoestische omstandigheden
- Slechte akoestiek of omgevingslawaai / fuiven
Psychische factoren
Persoonlijkheidskenmerken
- Angst/nervositeit -> groter risico op MTD
Mentale spanning -> fysieke reactie (MTD, afonie)
- Chronische stress
- Acute stress
- Verdrongen trauma, frustraties, schuldgevoelens
Sociale factoren
Volwassenen
- Constitutie en aanleg (sommige mensen w sneller hees dan anderen)
- Persoonlijkheid (extraverte mensen gebruiken hun stem meer)
- Context (bv. stress tussen mensen (tegen baas praten))
Kinderen
- Bv. hyperactiviteit
- Gezinsdynamiek
Er is bijna altijd méér dan 1 oorzaak!
Symptoom en oorzaak interageren ook!
Als logopedist: eerst opzoek gaan naar alle factoren/symptomen en in verband
brengen!
Labeling en classificatie van stemstoornissen
Label -> wat staat in de naam?
Classificatie:
- Verschillende opties -> criteria.
- Symptomatisch vs etiologisch.
Etiologisch: organisch vs functionele stemstoornis.
- Klinische realiteit -> complex!
Preventie / voorkomen
Universeel = iedereen willen aanspreken.
Selectief = een bepaalde groep aanspreken. Bv. DubbelPunt voor leiding.
Geïndiceerd = specifiek voor iemand die bv. al problemen hebben.
Primair = voorkomen.