Fysiologie van de neonatale transitie
DEEL 1
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Neonatale transitie= overgang van leven vd foetus in de baarmoeder, naar leven in de
lucht, de navelstreng is doorgeknipt.
De belangrijkste veranderingen hierbij zijn in het ademhalingsstelsel en bij het hart, het
bloedvatenstelsel. (cardiovasculair en respiratoir).
DE LONGEN
foetus baadt in vruchtwater & longen zijn gevuld met longvocht en vruchtwater
de geboorte: O2 aanvoer & CO2 afvoer: van de placenta naar de longen
• longen elimineren longvocht
• longblaasjes gaan open
• longen vullen met lucht
HET HART EN DE CIRCULATIE
De hartcirculatie is het eerst functionerende systeem embryo: 8e tot 12e
zwangerschapsweek
≠ circulatie na de geboorte !!
De eerste functionele systemen die gaan werken in de zwangerschap zijn de
hartcirculatie en het longensysteem. Deze beginnen al heel vroeg in de ZW.
Hartcirculatie begint als eerste te ontwikkelen.
VAN FOETALE NAAR NEONATALE CIRCULATIE
Onze bloedsomloop: we hbb een kleine en een grote bloedsomloop. En onze bloed
circulatie is strikt afgescheiden, je kan nergens een tussenweg nemen, het zijn 2 strikt
gescheiden circulaties!
Foetale circulatie=
- Verschillende short cuts of binnenwegen.
- Bloed wordt gevoerd van hoge druk naar lage druk
- Longen: hebben ze eigenlijk niet nodig in de baarmoeder, zolang hij daarin blijft
zitten is er daarover geen probleem, als hij eruit gaat wel natuurlijk
- Weerstand van de systeemcirculatie is laag
- Een wijd openstaand placentair vaatbed
Neonatale circulatie=
- afnavelen = abrupte herverdeling
, - sluiten verschillende shunts
- strikt gescheiden, grote en kleine bloedsomloop
- weerstand kleine circulatie daalt
bloedstroom longen x8-10
- weerstand systeemcirculatie stijgt
HOOFDSTUK 2: ALGEMENE FYSIOLOGIE VAN HET ADEMHALINGSSTELSEL
FUNCTIE EN ANATOMIE (LONGEN)
Functie longen
- aan- & afvoer ademhalingsgassen
- uitwisseling met bloed
- ze hebben bijzondere anatomische & chemische eigenschappen
Anatomie
- luchtpijp (trachea)
- 2 hoofdbronchi
- rechter long (3 kwabben) & linker long (2 kwabben + hart). In de linker long
hebben we maar 2 kwabben, de derde kwab is het hart.
- bronchi vertakken tot bronchioli
- alveoli (longblaasjes waarin de gasuitwisseling gebeurt)
oppervlakte vd longen : 60-100m2
capillair netwerk : gasuitwisseling
DE FOETALE LONGEN ZIJN EEN SOORT VAN BALLON DIE MOET OPGEBLAZEN
WORDEN BIJ DE GEBOORTE.....
Bv. Een ballon opblazen kunnen we vergelijken met wat een pasgeborene moet doen bij
het geboren worden, wat de taak is van die longen.
De druk in de ballon hangt af van de spankracht in het rubber en de straal van de
ballon. Het bizarre gevolg is dat de druk in een kleine ballon groter is dan de druk
in een grote ballon
WAT IS OPPERVLAKTESPANNING?
OPPERVLAKTESPANNING
- de kracht aan grens vloeistof – lucht
- vloeistof blijft bij elkaar & lost niet op in de lucht
INTERMOLECULAIRE COHESIEKRACHTEN (TUSSEN DE VERSCHILLENDE
WATERMOLECULEN)
- H-bruggen trekken onderling H2O-moleculen aan
- boven grensoppervlak: geen watermoleculen
resulterende krachtvector naar binnen toe
- grensoppervlak zo klein mogelijk
,TOEPASSINGEN OPPERVLAKTESPANNING
- vallende waterdruppel = bol
- traanvocht oog oppervlak ~ barrière tegen kleine voorwerpen
- schaatsenrijders (en lichte voorwerpen) zinken niet
bv. Waterspinnen die over water kunnen lopen, die verdelen hun poten over de
oppervlakte, allemaal geven ze een gelijke druk op het water.
PAS OP: oppervlaktespanning gebeurt enkel bij koud water, niet bij warm
water!
WAT GEBEURT IN DE ALVEOLI? (HIER GE BEURT HET OM GEKEERD )
Alveoli = “luchtbellen in water” (bol lucht/gas met daarrond dun laagje vocht)
- oppervlaktespanning T: H-bruggen trekken
H2O-moleculen aan oppervlakte alveoli naar
elkaar toe
- alveolen hebben een bol/cirkelvorm: hoe kleiner
het diameter alveole is hoe groter dat de
oppervlaktespanning is.
Hoe groter de oppervlaktespanning; hoe
groter dat de kracht nodig is, hoe harder dat
je moet blazen
hoe groter de kracht(alveoli openen,
inspiratie)
Op het punt van evenwicht: =gas(lucht)druk P = oppervlaktespanning T
Die oppervlaktespanning trekt naar elkaar toe, en maakt die alveole kleiner, dit
is wat het moeilijk maakt voor de pasgeborene, en dit wil de pasgeborene
overwinnen.
WET VAN LAPLACE
Formule: P = 2T/ r (druk is gelijk aan 2x de oppervlak op de straal).
- De druk is omgekeerd evenredig op de straal. Bv . hoe kleiner de ballon
is hoe meer kracht of spanning je zal moeten gebruiken om het
oppervlak te vullen.
DUS HOE KLEINER DE LONG? HOE GROTER DE KRACHT NODIG IS!
- P~1/r : P is omgekeerd evenredig met r
- Δ P (scheidingsvlak alv lucht-wand) naarmate r (gasblaasje)
- Krachten naarmate long
WAT ALS JE DE DEZE OPPERVLAKTESPANNING T WIL OVERWINNEN?
dan dien je een kracht te genereren die groter is dan de oppervlaktespanning.....
, IN WERKELIJKHEID…
oppervlaktespanning T in de longblaasjes blijkt 10x (!!) kleiner <wet van Laplace
VERKLARING?
- oppervlaktespanning verlagende stof : surfactant
- vergemakkelijkt expansie longen
SURFACTANT = OPPERVLAKTE ACTIEVE STOF
De surfactant breekt de spankracht. Die srufactant maakt dat de baby die longen
makkelijker open krijgt.
Dit wordt in de longen geproduceerd.
(Dankzij die structuur van die sulfactant, heeft die sulfactant de neiging om aan het
oppervlak te zitten)
Werking: Surfactant (oppervlakte-actieve stof) hecht zich aan het oppervlak van de
longblaasjes.
Functie: Het verlaagt de oppervlaktespanning, waardoor de longblaasjes
openblijven en niet dichtklappen na de uitademing.
WAND ALVEOLEN
- 95% type I pneumocyten: zijn doorlaatbaar voor gas
- 5% kubische type II pneumocyten: zorgen voor de productie surfactant
SAMENSTELLING
- mengeling electrolyten, mucopolysacchariden, (lipo)proteïnen en fosfolipiden
(lecithine, sphingomyeline)
- hydrofiele kant (aangetrokken door water) en een hydrofobe kant
(waterafstotend). Hydrofiele kant is de kant die door water wordt aangetrokken,
de hydrofobe kant is de waterafstotende kant.
Doordenker
- Zonder surfactant in de longen, zou de oppervlaktespanning 10x groter zijn...
- en de oppervlaktespanning probeert het buitenoppervlak zo klein mogelijk te
maken...
- dus als er geen surfactant zou zijn...
- dan zouden de alveoli-wanden naar elkaar toegetrokken worden...
- en zou de long kunnen collaberen (‘klaplong’)....
besluit; als er geen surfactant zou zijn, is een klaplong mogelijk
HET ADEMHALINGSPROCES
1. stappen ademhalingsproces
- (1) de longventilatie
DEEL 1
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Neonatale transitie= overgang van leven vd foetus in de baarmoeder, naar leven in de
lucht, de navelstreng is doorgeknipt.
De belangrijkste veranderingen hierbij zijn in het ademhalingsstelsel en bij het hart, het
bloedvatenstelsel. (cardiovasculair en respiratoir).
DE LONGEN
foetus baadt in vruchtwater & longen zijn gevuld met longvocht en vruchtwater
de geboorte: O2 aanvoer & CO2 afvoer: van de placenta naar de longen
• longen elimineren longvocht
• longblaasjes gaan open
• longen vullen met lucht
HET HART EN DE CIRCULATIE
De hartcirculatie is het eerst functionerende systeem embryo: 8e tot 12e
zwangerschapsweek
≠ circulatie na de geboorte !!
De eerste functionele systemen die gaan werken in de zwangerschap zijn de
hartcirculatie en het longensysteem. Deze beginnen al heel vroeg in de ZW.
Hartcirculatie begint als eerste te ontwikkelen.
VAN FOETALE NAAR NEONATALE CIRCULATIE
Onze bloedsomloop: we hbb een kleine en een grote bloedsomloop. En onze bloed
circulatie is strikt afgescheiden, je kan nergens een tussenweg nemen, het zijn 2 strikt
gescheiden circulaties!
Foetale circulatie=
- Verschillende short cuts of binnenwegen.
- Bloed wordt gevoerd van hoge druk naar lage druk
- Longen: hebben ze eigenlijk niet nodig in de baarmoeder, zolang hij daarin blijft
zitten is er daarover geen probleem, als hij eruit gaat wel natuurlijk
- Weerstand van de systeemcirculatie is laag
- Een wijd openstaand placentair vaatbed
Neonatale circulatie=
- afnavelen = abrupte herverdeling
, - sluiten verschillende shunts
- strikt gescheiden, grote en kleine bloedsomloop
- weerstand kleine circulatie daalt
bloedstroom longen x8-10
- weerstand systeemcirculatie stijgt
HOOFDSTUK 2: ALGEMENE FYSIOLOGIE VAN HET ADEMHALINGSSTELSEL
FUNCTIE EN ANATOMIE (LONGEN)
Functie longen
- aan- & afvoer ademhalingsgassen
- uitwisseling met bloed
- ze hebben bijzondere anatomische & chemische eigenschappen
Anatomie
- luchtpijp (trachea)
- 2 hoofdbronchi
- rechter long (3 kwabben) & linker long (2 kwabben + hart). In de linker long
hebben we maar 2 kwabben, de derde kwab is het hart.
- bronchi vertakken tot bronchioli
- alveoli (longblaasjes waarin de gasuitwisseling gebeurt)
oppervlakte vd longen : 60-100m2
capillair netwerk : gasuitwisseling
DE FOETALE LONGEN ZIJN EEN SOORT VAN BALLON DIE MOET OPGEBLAZEN
WORDEN BIJ DE GEBOORTE.....
Bv. Een ballon opblazen kunnen we vergelijken met wat een pasgeborene moet doen bij
het geboren worden, wat de taak is van die longen.
De druk in de ballon hangt af van de spankracht in het rubber en de straal van de
ballon. Het bizarre gevolg is dat de druk in een kleine ballon groter is dan de druk
in een grote ballon
WAT IS OPPERVLAKTESPANNING?
OPPERVLAKTESPANNING
- de kracht aan grens vloeistof – lucht
- vloeistof blijft bij elkaar & lost niet op in de lucht
INTERMOLECULAIRE COHESIEKRACHTEN (TUSSEN DE VERSCHILLENDE
WATERMOLECULEN)
- H-bruggen trekken onderling H2O-moleculen aan
- boven grensoppervlak: geen watermoleculen
resulterende krachtvector naar binnen toe
- grensoppervlak zo klein mogelijk
,TOEPASSINGEN OPPERVLAKTESPANNING
- vallende waterdruppel = bol
- traanvocht oog oppervlak ~ barrière tegen kleine voorwerpen
- schaatsenrijders (en lichte voorwerpen) zinken niet
bv. Waterspinnen die over water kunnen lopen, die verdelen hun poten over de
oppervlakte, allemaal geven ze een gelijke druk op het water.
PAS OP: oppervlaktespanning gebeurt enkel bij koud water, niet bij warm
water!
WAT GEBEURT IN DE ALVEOLI? (HIER GE BEURT HET OM GEKEERD )
Alveoli = “luchtbellen in water” (bol lucht/gas met daarrond dun laagje vocht)
- oppervlaktespanning T: H-bruggen trekken
H2O-moleculen aan oppervlakte alveoli naar
elkaar toe
- alveolen hebben een bol/cirkelvorm: hoe kleiner
het diameter alveole is hoe groter dat de
oppervlaktespanning is.
Hoe groter de oppervlaktespanning; hoe
groter dat de kracht nodig is, hoe harder dat
je moet blazen
hoe groter de kracht(alveoli openen,
inspiratie)
Op het punt van evenwicht: =gas(lucht)druk P = oppervlaktespanning T
Die oppervlaktespanning trekt naar elkaar toe, en maakt die alveole kleiner, dit
is wat het moeilijk maakt voor de pasgeborene, en dit wil de pasgeborene
overwinnen.
WET VAN LAPLACE
Formule: P = 2T/ r (druk is gelijk aan 2x de oppervlak op de straal).
- De druk is omgekeerd evenredig op de straal. Bv . hoe kleiner de ballon
is hoe meer kracht of spanning je zal moeten gebruiken om het
oppervlak te vullen.
DUS HOE KLEINER DE LONG? HOE GROTER DE KRACHT NODIG IS!
- P~1/r : P is omgekeerd evenredig met r
- Δ P (scheidingsvlak alv lucht-wand) naarmate r (gasblaasje)
- Krachten naarmate long
WAT ALS JE DE DEZE OPPERVLAKTESPANNING T WIL OVERWINNEN?
dan dien je een kracht te genereren die groter is dan de oppervlaktespanning.....
, IN WERKELIJKHEID…
oppervlaktespanning T in de longblaasjes blijkt 10x (!!) kleiner <wet van Laplace
VERKLARING?
- oppervlaktespanning verlagende stof : surfactant
- vergemakkelijkt expansie longen
SURFACTANT = OPPERVLAKTE ACTIEVE STOF
De surfactant breekt de spankracht. Die srufactant maakt dat de baby die longen
makkelijker open krijgt.
Dit wordt in de longen geproduceerd.
(Dankzij die structuur van die sulfactant, heeft die sulfactant de neiging om aan het
oppervlak te zitten)
Werking: Surfactant (oppervlakte-actieve stof) hecht zich aan het oppervlak van de
longblaasjes.
Functie: Het verlaagt de oppervlaktespanning, waardoor de longblaasjes
openblijven en niet dichtklappen na de uitademing.
WAND ALVEOLEN
- 95% type I pneumocyten: zijn doorlaatbaar voor gas
- 5% kubische type II pneumocyten: zorgen voor de productie surfactant
SAMENSTELLING
- mengeling electrolyten, mucopolysacchariden, (lipo)proteïnen en fosfolipiden
(lecithine, sphingomyeline)
- hydrofiele kant (aangetrokken door water) en een hydrofobe kant
(waterafstotend). Hydrofiele kant is de kant die door water wordt aangetrokken,
de hydrofobe kant is de waterafstotende kant.
Doordenker
- Zonder surfactant in de longen, zou de oppervlaktespanning 10x groter zijn...
- en de oppervlaktespanning probeert het buitenoppervlak zo klein mogelijk te
maken...
- dus als er geen surfactant zou zijn...
- dan zouden de alveoli-wanden naar elkaar toegetrokken worden...
- en zou de long kunnen collaberen (‘klaplong’)....
besluit; als er geen surfactant zou zijn, is een klaplong mogelijk
HET ADEMHALINGSPROCES
1. stappen ademhalingsproces
- (1) de longventilatie