Lisa Van Damme OL S3
Organisatieleer
Organisaties in sociaal werk:
• Vanzelfsprekend
➢ Organisaties zijn overal en vanzelfsprekend.
➢ Achter bijna alles schuilt een organisatie
• Bepaalt samenleving
➢ Individuen kunnen moeilijk invloed uitoefenen op de samenleving.
➢ Dit kan wel via organisaties.
• Sociaal werk
➢ Sociaal werk probeert via organisaties invloed uit te oefenen op individu en
samenleving
H1-Inleiding
DEEL 1: Wat is een organisatie?
Organisatie = Samenwerkingsverband van mensen met een blijvend karakter gericht op het
bereiken van 1 of meerdere doelstellingen:
➔ Samenwerkingsverband
➔ Blijvend karakter
➔ 1 of meerdere doelstellingen
Organiseren = Het proces waarbij een organisatiestructuur wordt gecreëerd en relaties tussen
mensen, middelen en activiteiten worden vastgelegd om doelen te realiseren.
= wat een organisatie doet
➔ Verhouding scheppen tussen:
➢ Beschikbare mensen
➢ Middelen
➢ Activiteiten
…Om zo een bepaalde doelstellingen te bereiken.
Doel van organiseren: gezamenlijke inspanningen zo regelen dat de totale opbrengst groter is
dan individuele prestaties.
Organisatiestructuur = formele structuur op basis waarvan werktaken worden:
➔ Verdeeld
➔ Gegroepeerd
➔ Gecoördineerd
Organisatieontwikkeling = het aanpassen van de organisatie aan veranderende
omstandigheden.
DEEL 2: Terminologie
Input = Alle middelen waarover een organisatie beschikt.
➔ Soorten middelen:
➢ Tastbaar (materieel): financiële middelen,
infrastructuur, gebouwen, materiaal
➢ Ontastbaar (immaterieel): kennis, competenties,
organisatiecultuur, structuur
➔ Te sterke focus hierop leidt tot ‘inputmanagement’
Throughput/Activiteiten: de processen binnen de organisatie:
• Primaire processen = Leggen een basis voor de organisatie
➢ Kernactiviteiten die middelen omzetten in producten of diensten en de
bestaansreden van de organisatie vormen.
o Core business van de organisatie
o Transformatie van middelen => producten/diensten
o Bepaalt bestaansreden & legitimiteit
1
Samenvatting
,Lisa Van Damme OL S3
• Secundaire processen = Ondersteunen de basis
➢ Ondersteunende en managementprocessen.
➢ Helpen de primaire processen functioneren
Processen worden vaak beschreven in procedures, maar dat is niet altijd noodzakelijk of
relevant.
Output/prestaties = Datgene wat een organisatie oplevert
➔ De producten of diensten die de organisatie levert. Bij dienstverlening vallen productie
en consumptie vaak samen.
Outcome = De gewenste effecten of impact van de output op individuele of maatschappelijke
behoeften => sterk verbonden met de missie van de organisatie.
➔ De effecten die een organisatie nastreeft met haar producten/haar dienstverlening.
➢ Zowel eindpunt als beginpunt van organisatie => weten wat je wilt bereiken.
Managementbegrippen:
• Efficiëntie = Relatie tussen input en output
➢ Efficiënter werken:
o Zelfde output creëren met minder input
o Meer output creëren met zelfde input
• Effectiviteit = Relatie tussen output en outcome
➢ Mate waarin de gewenste effecten worden bereikt
➢ Effectiviteit is belangrijker dan efficiëntie!!!
• Innovatie = het kijken naar de output van een organisatie als een manier, een wijze om
de gewenste effecten en outcome te realiseren.
➢ Innovatief denken:
o Het loslaten van een vaste koppeling tussen output en outcome
o Verschillende organisaties/diensten/producten kunnen dezelfde
behoeften vervullen
o één product kan meerdere behoeften beantwoorden.
Dit verder doortrekken biedt andere blik op ‘concurrenten’
DEEL 3: Wat zijn succesvolle organisaties?
Succesvolle (effectieve) organisaties voldoen aan drie criteria, ongeacht de sector:
1. Helder: heldere missie en visie:
➢ Ze hebben een duidelijke droom en richting
➢ Ze ontlenen hun bestaansrecht niet enkel aan hun bestaan, groei of sector.
2. Outputdoelgroep: Aansluiting bij externe behoeften:
➢ Ze spelen met hun output efficiënt in op huidige en toekomstige behoeften van
doelgroep (klanten).
o Dit vraagt een goede match tussen interne competenties en externe
noden, en het voortdurend opvolgen van die behoeften.
3. Eensgezindheid: Gedeelde visie binnen de organisatie:
➢ Iedereen staat achter de missie en visie van de organisatie
➢ Medewerkers werken in dezelfde richting.
o Dit wordt belangrijker naarmate de organisatie groter is en vraagt
bewuste aandacht.
2
Samenvatting
,Lisa Van Damme OL S3
H2-Missie, visie en doelen
➔ Missie: Opdracht van de organisatie (Opdrachtverklaring)
➢ Het doel van een organisatie (sociaal, sportief, cultureel, winstgevend, etc.), dat
richting geeft aan de activiteiten.
➢ In non-profitorganisaties draait het vaak om maatschappelijke doelen zonder
winstbejag.
➔ Visie: Toekomstbeeld/kernwaarden van de organisatie
➢ De manier waarop een organisatie zich onderscheidt van anderen, en het pad dat
ze volgt om haar doelen te bereiken.
➔ Strategie: Doelstellingen/concrete stappen
➢ Organisaties stellen zowel:
o lange-termijndoelen (strategisch)
o korte-termijndoelen (operationeel)
…om richting te geven aan hun werk.
➢ Deze doelen worden omgezet in
actieplannen.
AMORE staat voor:
• Ambitieus, een doel zo groot dat het niet
haalbaar is.
• Motiverend, voor de interne en externe
omgeving
• Onderscheidend, wat missen je klanten als je er
niet meer zou zijn?
• Relevant en richtinggevend, duidelijkheid in
waar je voor staat
• Echt, evenwichtig, eenheid, eenvoudig. Do we
need to say more?
DEEL 1: Missie of opdrachtverklaring
Missie of Opdrachtverklaring: Elke organisatie heeft een globaal doel (collectieve aspiratie)
dat richting geeft aan haar activiteiten.
➔ De organisatie moet duidelijk maken wat ze wil bereiken en voor wie.
➢ Deze verklaring vormt de basis van de identiteit van de organisatie en is
essentieel voor efficiëntie en effectiviteit.
Belang van een Missie: Als een organisatie geen duidelijke missie heeft, kan dit de werking
negatief beïnvloeden.
1/Wat is een opdrachtverklaring ?
Missie/opdrachtverklaring: Beschrijft hoe de organisatie door de omgeving (klanten,
concurrenten, etc.) gezien wil worden.
➔ Het geeft de kernwaarden en globale doelstellingen weer en definieert de identiteit
van de organisatie.
Criteria:
1. De globale doelstellingen van de organisatie
➢ Waarom bestaan we?
2. Tot welke doelgroepen de organisatie zich richt
➢ Voor wie bestaan we?
➢ Wie zijn onze voornaamste stakeholders (Stakeholders = belanghebbenden)?
➢ Organisatie kan zich niet richten op iedereen.
3. Hoe de organisatie wil gezien worden door de omgeving
➢ Wat is onze identiteit?
4. Hoe de organisatie zich onderscheidt van andere organisaties
➢ In welke fundamentele behoefte wordt door ons voorzien (en niet door anderen)?
➢ Wat maakt ons uniek?
3
Samenvatting
, Lisa Van Damme OL S3
2/De 5 functies van een opdrachtverklaring
1. Kadergevende functie:
➢ De missie geeft de richting van de organisatie aan, legt de koers en prioriteiten
vast, en zorgt voor samenhang tussen doelen, beleid, taken en procedures.
2. Onderscheidende functie:
➢ De missie helpt de organisatie zich te onderscheiden van andere, wat de
identiteit versterkt.
➢ Medewerkers die zich met de missie identificeren, zullen meer gemotiveerd zijn
om zich in te spannen.
3. Evaluerende functie:
➢ De missie fungeert als meetlat om de prestaties, beslissingen, cultuur en het
gedrag binnen de organisatie te evalueren.
4. Motiverende functie:
➢ De doelen in de missie moeten uitdagend zijn en medewerkers motiveren om
mee te werken.
➢ Medewerkers moeten het gevoel hebben dat ze invloed hebben op het bereiken
van deze doelen.
5. Cultuurvormende functie:
➢ De missie verduidelijkt de waarden en het klimaat binnen de organisatie, wat de
betrokkenheid van medewerkers vergroot en ook nieuwe medewerkers aantrekt.
=> Dit versterkt de organisatiecultuur.
3/De formulering van de missie
• Essentie (kerntaken, waarde ervan, …)
• Richtinggevend (ambities)
• Onderscheidend (authentiek karakter: activiteiten, doelgroep, methoden, kwaliteit, …)
• Positionerend (plaats in de markt, tov overheid, samenleving, …)
Rol van de missie:
➔ Een missie moet zowel intern (voor medewerkers) als extern (voor klanten, leveranciers,
etc.) duidelijk zijn.
➔ Het moet aanspreken en begrepen worden door verschillende doelgroepen, zodat het
hen helpt bij het nemen van beslissingen.
Taalgebruik:
➔ De missie moet positief en begrijpelijk zijn.
➔ Een strakke formulering kan de organisatie minder geloofwaardig maken.
➔ Het taalgebruik heeft invloed op de gevoelens en houding van de lezer.
Valkuilen bij formulering:
• Te lang of te complex.
4
Samenvatting
Organisatieleer
Organisaties in sociaal werk:
• Vanzelfsprekend
➢ Organisaties zijn overal en vanzelfsprekend.
➢ Achter bijna alles schuilt een organisatie
• Bepaalt samenleving
➢ Individuen kunnen moeilijk invloed uitoefenen op de samenleving.
➢ Dit kan wel via organisaties.
• Sociaal werk
➢ Sociaal werk probeert via organisaties invloed uit te oefenen op individu en
samenleving
H1-Inleiding
DEEL 1: Wat is een organisatie?
Organisatie = Samenwerkingsverband van mensen met een blijvend karakter gericht op het
bereiken van 1 of meerdere doelstellingen:
➔ Samenwerkingsverband
➔ Blijvend karakter
➔ 1 of meerdere doelstellingen
Organiseren = Het proces waarbij een organisatiestructuur wordt gecreëerd en relaties tussen
mensen, middelen en activiteiten worden vastgelegd om doelen te realiseren.
= wat een organisatie doet
➔ Verhouding scheppen tussen:
➢ Beschikbare mensen
➢ Middelen
➢ Activiteiten
…Om zo een bepaalde doelstellingen te bereiken.
Doel van organiseren: gezamenlijke inspanningen zo regelen dat de totale opbrengst groter is
dan individuele prestaties.
Organisatiestructuur = formele structuur op basis waarvan werktaken worden:
➔ Verdeeld
➔ Gegroepeerd
➔ Gecoördineerd
Organisatieontwikkeling = het aanpassen van de organisatie aan veranderende
omstandigheden.
DEEL 2: Terminologie
Input = Alle middelen waarover een organisatie beschikt.
➔ Soorten middelen:
➢ Tastbaar (materieel): financiële middelen,
infrastructuur, gebouwen, materiaal
➢ Ontastbaar (immaterieel): kennis, competenties,
organisatiecultuur, structuur
➔ Te sterke focus hierop leidt tot ‘inputmanagement’
Throughput/Activiteiten: de processen binnen de organisatie:
• Primaire processen = Leggen een basis voor de organisatie
➢ Kernactiviteiten die middelen omzetten in producten of diensten en de
bestaansreden van de organisatie vormen.
o Core business van de organisatie
o Transformatie van middelen => producten/diensten
o Bepaalt bestaansreden & legitimiteit
1
Samenvatting
,Lisa Van Damme OL S3
• Secundaire processen = Ondersteunen de basis
➢ Ondersteunende en managementprocessen.
➢ Helpen de primaire processen functioneren
Processen worden vaak beschreven in procedures, maar dat is niet altijd noodzakelijk of
relevant.
Output/prestaties = Datgene wat een organisatie oplevert
➔ De producten of diensten die de organisatie levert. Bij dienstverlening vallen productie
en consumptie vaak samen.
Outcome = De gewenste effecten of impact van de output op individuele of maatschappelijke
behoeften => sterk verbonden met de missie van de organisatie.
➔ De effecten die een organisatie nastreeft met haar producten/haar dienstverlening.
➢ Zowel eindpunt als beginpunt van organisatie => weten wat je wilt bereiken.
Managementbegrippen:
• Efficiëntie = Relatie tussen input en output
➢ Efficiënter werken:
o Zelfde output creëren met minder input
o Meer output creëren met zelfde input
• Effectiviteit = Relatie tussen output en outcome
➢ Mate waarin de gewenste effecten worden bereikt
➢ Effectiviteit is belangrijker dan efficiëntie!!!
• Innovatie = het kijken naar de output van een organisatie als een manier, een wijze om
de gewenste effecten en outcome te realiseren.
➢ Innovatief denken:
o Het loslaten van een vaste koppeling tussen output en outcome
o Verschillende organisaties/diensten/producten kunnen dezelfde
behoeften vervullen
o één product kan meerdere behoeften beantwoorden.
Dit verder doortrekken biedt andere blik op ‘concurrenten’
DEEL 3: Wat zijn succesvolle organisaties?
Succesvolle (effectieve) organisaties voldoen aan drie criteria, ongeacht de sector:
1. Helder: heldere missie en visie:
➢ Ze hebben een duidelijke droom en richting
➢ Ze ontlenen hun bestaansrecht niet enkel aan hun bestaan, groei of sector.
2. Outputdoelgroep: Aansluiting bij externe behoeften:
➢ Ze spelen met hun output efficiënt in op huidige en toekomstige behoeften van
doelgroep (klanten).
o Dit vraagt een goede match tussen interne competenties en externe
noden, en het voortdurend opvolgen van die behoeften.
3. Eensgezindheid: Gedeelde visie binnen de organisatie:
➢ Iedereen staat achter de missie en visie van de organisatie
➢ Medewerkers werken in dezelfde richting.
o Dit wordt belangrijker naarmate de organisatie groter is en vraagt
bewuste aandacht.
2
Samenvatting
,Lisa Van Damme OL S3
H2-Missie, visie en doelen
➔ Missie: Opdracht van de organisatie (Opdrachtverklaring)
➢ Het doel van een organisatie (sociaal, sportief, cultureel, winstgevend, etc.), dat
richting geeft aan de activiteiten.
➢ In non-profitorganisaties draait het vaak om maatschappelijke doelen zonder
winstbejag.
➔ Visie: Toekomstbeeld/kernwaarden van de organisatie
➢ De manier waarop een organisatie zich onderscheidt van anderen, en het pad dat
ze volgt om haar doelen te bereiken.
➔ Strategie: Doelstellingen/concrete stappen
➢ Organisaties stellen zowel:
o lange-termijndoelen (strategisch)
o korte-termijndoelen (operationeel)
…om richting te geven aan hun werk.
➢ Deze doelen worden omgezet in
actieplannen.
AMORE staat voor:
• Ambitieus, een doel zo groot dat het niet
haalbaar is.
• Motiverend, voor de interne en externe
omgeving
• Onderscheidend, wat missen je klanten als je er
niet meer zou zijn?
• Relevant en richtinggevend, duidelijkheid in
waar je voor staat
• Echt, evenwichtig, eenheid, eenvoudig. Do we
need to say more?
DEEL 1: Missie of opdrachtverklaring
Missie of Opdrachtverklaring: Elke organisatie heeft een globaal doel (collectieve aspiratie)
dat richting geeft aan haar activiteiten.
➔ De organisatie moet duidelijk maken wat ze wil bereiken en voor wie.
➢ Deze verklaring vormt de basis van de identiteit van de organisatie en is
essentieel voor efficiëntie en effectiviteit.
Belang van een Missie: Als een organisatie geen duidelijke missie heeft, kan dit de werking
negatief beïnvloeden.
1/Wat is een opdrachtverklaring ?
Missie/opdrachtverklaring: Beschrijft hoe de organisatie door de omgeving (klanten,
concurrenten, etc.) gezien wil worden.
➔ Het geeft de kernwaarden en globale doelstellingen weer en definieert de identiteit
van de organisatie.
Criteria:
1. De globale doelstellingen van de organisatie
➢ Waarom bestaan we?
2. Tot welke doelgroepen de organisatie zich richt
➢ Voor wie bestaan we?
➢ Wie zijn onze voornaamste stakeholders (Stakeholders = belanghebbenden)?
➢ Organisatie kan zich niet richten op iedereen.
3. Hoe de organisatie wil gezien worden door de omgeving
➢ Wat is onze identiteit?
4. Hoe de organisatie zich onderscheidt van andere organisaties
➢ In welke fundamentele behoefte wordt door ons voorzien (en niet door anderen)?
➢ Wat maakt ons uniek?
3
Samenvatting
, Lisa Van Damme OL S3
2/De 5 functies van een opdrachtverklaring
1. Kadergevende functie:
➢ De missie geeft de richting van de organisatie aan, legt de koers en prioriteiten
vast, en zorgt voor samenhang tussen doelen, beleid, taken en procedures.
2. Onderscheidende functie:
➢ De missie helpt de organisatie zich te onderscheiden van andere, wat de
identiteit versterkt.
➢ Medewerkers die zich met de missie identificeren, zullen meer gemotiveerd zijn
om zich in te spannen.
3. Evaluerende functie:
➢ De missie fungeert als meetlat om de prestaties, beslissingen, cultuur en het
gedrag binnen de organisatie te evalueren.
4. Motiverende functie:
➢ De doelen in de missie moeten uitdagend zijn en medewerkers motiveren om
mee te werken.
➢ Medewerkers moeten het gevoel hebben dat ze invloed hebben op het bereiken
van deze doelen.
5. Cultuurvormende functie:
➢ De missie verduidelijkt de waarden en het klimaat binnen de organisatie, wat de
betrokkenheid van medewerkers vergroot en ook nieuwe medewerkers aantrekt.
=> Dit versterkt de organisatiecultuur.
3/De formulering van de missie
• Essentie (kerntaken, waarde ervan, …)
• Richtinggevend (ambities)
• Onderscheidend (authentiek karakter: activiteiten, doelgroep, methoden, kwaliteit, …)
• Positionerend (plaats in de markt, tov overheid, samenleving, …)
Rol van de missie:
➔ Een missie moet zowel intern (voor medewerkers) als extern (voor klanten, leveranciers,
etc.) duidelijk zijn.
➔ Het moet aanspreken en begrepen worden door verschillende doelgroepen, zodat het
hen helpt bij het nemen van beslissingen.
Taalgebruik:
➔ De missie moet positief en begrijpelijk zijn.
➔ Een strakke formulering kan de organisatie minder geloofwaardig maken.
➔ Het taalgebruik heeft invloed op de gevoelens en houding van de lezer.
Valkuilen bij formulering:
• Te lang of te complex.
4
Samenvatting