Lisa Van Damme WGJ S2
Werken met gezinnen en jongeren
H1 Kinderbeelden, kinderrechten en kijk op gezinnen
Centrale vragen:
• Voor ouders: “Doe ik het wel goed (genoeg)?”
• Voor de maatschappelijk werker: “Hebben gezinnen iets aan wat ik aanbied?”
De paradox van opvoedingsadvies:
• Advies is bedoeld om te helpen, maar kan ouders ook onzeker maken.
• Geen enkel advies werkt voor iedereen of altijd even goed.
• Elke ouder, elk kind en elk gezin is anders.
Maatschappelijke druk:
• Ouders voelen zich bekeken en beoordeeld (media, omgeving, experts).
• Er is een groeiend geloof in “de juiste opvoedmethode” alsof het wiskunde is.
• Maar opvoeden is geen exacte wetenschap.
Ouders tussen intuïtie en advies:
• Ouders moeten vertrouwen op hun gevoel, maar zoeken tegelijk ondersteuning.
• Vroeger vroeg men zich minder af “of het wel goed was”.
Veranderende visies op opvoeding:
• Kindbeelden, gezinsvormen en ideeën over opvoeding veranderen met tijd en cultuur.
• Wat 'normaal' is, verschilt sterk tussen gezinnen (bv. veganisme, thuisonderwijs,
straffen).
Persoonlijke visie van de hulpverlener:
➔ Je eigen opvoeding en overtuigingen beïnvloeden hoe je naar gezinnen kijkt.
Belangrijk: zonder oordeel kijken naar verschillen in opvoedingsstijlen.
Het ideaalbeeld van het kind
• Ouders willen hun kind gelukkig zien en succesvol laten worden.
• Maar streven we soms te krampachtig naar geluk, en maken we het zo moeilijker?
(1) wat is opvoeden?
➔ Complex voortdurend proces, zonder eenduidige definitie
➔ Hangt sterk af van persoonlijke waarden/normen/tijdsgeest/culturele context
➔ Wat ouders zien als “het beste” voor hun kinderen verschilt per gezin
➔ Opvoeden gebeurt in het gezin/op school/bij jeugdbeweging/sportclubs/…
Als MW: zonder oordeel kijken naar verschillende opvoedingsstijlen => verbinding te maken met
gezinnen (in hun unieke context).
voortdurend in beweging
➔ Evoluerend concept naar tijd, plaats, context
➔ Verschillende ontwikkelingsfases van een kind
➔ Kerngezin?
➔ Evolutie van 1 type kerngezin naar vele vormen – diversiteit
➔ Afgelijnde rolverdeling naar zoektocht eigen rolbepaling in gezin …
➔ Vaderlijk gezag en moederlijke zorg niet meer zo afgelijnd
➔ Gezin wordt ‘maakbaar’, op maat van eigen keuzes
1
Examenvoorbereiding
,Lisa Van Damme WGJ S2
Poging tot definiëren
Agentschap opgroeien (voorheen Kind en Gezin)
= Een overheidsdienst voor gezinnen
“Opgroeien helpt het recht op kansrijk opgroeien te realiseren voor élk kind en élke jongere in
Vlaanderen en Brussel.”
➔ Op weg helpen naar volwassenheid
➔ Meerdere mensen
➔ Een liefdevol nest
➔ Opvangen en bevorderen van ontwikkeling en groei
Kok (orthopedagoog)
= Klinisch orthopedagoog of orthopedagoog-coördinator, een functie in de jeugdhulp of de
voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg.
"Opvoeden is een relatie tussen opvoeder en kind, waarin de opvoeder een groeiklimaat schept
en de leefsituatie optimaliseert voor zelfontplooiing."
➔ In relatie staan van opvoeder-opvoedeling
➔ Opvoeder die zich als persoon present stelt
➔ Klimaat scheppen om persoonlijkheidsgroei te bevorderen
➔ Situaties hanteren en optimale kansen bieden op zelfontplooiing
EXPOO (Het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning van de Vlaamse overheid)
"Opvoeding is een interactieve en gedeelde verantwoordelijkheid tussen ouder, kind en context.
Het is een zelfsturend proces waarin kinderen ook opvoedingsgedrag uitlokken."
➔ Interactie ouder kind en context
➔ Niet één manier
➔ Zelfsturend proces: kinderen nodigen hiertoe uit
➔ Gedeelde verantwoordelijkheid
Taken van EXPOO:
➢ Het verzamelen/verrijken/verspreiden van kennis en knowhow inzake
opvoeden, opvoedingsondersteuning
➢ Het praktisch ondersteunen van het werkveld
Oude definitie:
“Zorg, om uw kinderen goed op te voeden, Voor een onderwijzer en een juf; Maar laat ze, zolang
ze klein zijn, Zwijgen in gezelschap Want niets is zo vervelend Als luisteren naar andermans
kind.” (Mme de Sévigné)
Kernidee
➔ Opvoeding is geen eenrichtingsverkeer, maar een wederkerige relatie tussen kind en
opvoeder, beïnvloed door de omgeving.
Maatschappelijke invloed op opvoeding
Visie = Manier van kijken – bepalend voor manier van handelen en communiceren
Maatschappijbeeld = Elke samenleving of cultuur heeft verschillende én veranderende visies
(dominante, marginale)
2
Examenvoorbereiding
,Lisa Van Damme WGJ S2
Mensbeeld = Visie op “mens zijn”
➢ Bepalend voor omgang/benadering van anderen
Hulpverlenersperspectief = manier waarop een hulpverlener naar een situatie, persoon of
probleem kijkt, rekening houdend met zijn of haar professionele rol, kennis, ervaringen en
waarden.
➔ Heersende visie bepaalt mee organisatie van hulp- en dienstverlening
➔ Visies variëren naargelang, tijd, context, cultuur, plaats…
Gezinsvormen zijn diverser geworden:
Niet alleen het traditionele gezin, maar ook pleeggezinnen, holebi-gezinnen, éénoudergezinnen,
samengestelde gezinnen, enz.
Veranderende ouderrollen:
Meer gelijkwaardigheid, vaders zijn actiever in de opvoeding, rollen zijn minder vast omlijnd.
Technologische en medische veranderingen:
IVF, draagmoederschap en social freezing zorgen voor nieuwe vragen rond gezinsvorming en het
‘recht op een kind’.
Beeld van het kind is veranderd:
Minder kinderen per gezin = meer aandacht, maar ook meer druk. Opvoeders moeten waken
voor overbescherming of overbelasting.
Culturele verschillen en context:
Opvoedingsvisies verschillen wereldwijd én lokaal. Wat hier normaal lijkt (klein kerngezin), is
elders niet vanzelfsprekend.
→ Opvoeding is sterk context- en tijdsgebonden.
Nieuwe opvoedingsideeën:
Opkomende visies zoals "lui opvoeden" pleiten voor meer ontspanning en minder druk, als
tegenreactie op overgeorganiseerde opvoeding.
(2) kindbeelden doorheen de geschiedenis
Oudheid: Grieken en Romeinen: Elite
➔ Opvoeding + onderwijs
➔ Overdracht van kennis, goed gedrag, maatschappelijke verplichtingen
➔ Amper scholing voor meisjes
Middeleeuwen: ‘kind als noodzakelijk kwaad’
➔ Kind zijn bestond niet
➔ Overgangsfase
➔ Hoge kindersterfte
➔ Geen aandacht voor opvoeding
17e eeuw: ‘ontdekking van het kind’
➔ Kind zijn op zich
➔ Geen fase
Verlichting (17e -18e eeuw): ‘onschuldig, romantisch kindbeeld’
➔ Belang van opvoeding en onderwijs
➔ Ontplooiing van de mens
➔ Opvoedbaar = maakbaar, voor een beter samenleving.
Industriële revolutie (19e eeuw): ‘kind in gevaar’
➔ Kinderarbeid
➔ Armoede
➔ Ellendige leefomstandigheden
3
Examenvoorbereiding
, Lisa Van Damme WGJ S2
➔ Enkel onderwijs oor de elite
➔ opkomst expertendiscours en burgeroffensief
Moderne tijden (20e eeuw): ‘het (psychologische) ‘frèle’ kind’
➔ Minder kindersterfte
➔ Experten over opvoeding
➔ Kind is onschuldig en hulpbehoevend
➔ Belang van onderwijs, jeugdwerk, sport…
➔ Meer aandacht voor psychologische en sociale ontwikkeling
Na WO2: welvaart
➔ Ruimte voor psychologisch welzijn van kinderen
➔ Kind = emotioneel wezen, nood aan liefde en zorg
➔ Opvoeding = focus op ‘goed’ leven i.p.v. enkel overleven.
➔ Druk op ouders stijgt, opvoedingsaanbod groeit.
Vandaag (21e eeuw): ‘autonome, blije kind’
➔ Paradox: AUTONOOM ≠ BLIJ
➔ Druk op gelukkig maken
➢ Kind MOET zelfstandig en gelukkig zijn
➔ Voorspelbare kind
➔ Kind als burger
➔ Kind als risico
➔ Kind als held
➔ Kind als kapitaal
Besluit
• Kindbeelden veranderen mee met tijd/cultuur/maatschappelijke context
• Vandaag worden we overspoelt door adviezen, visies en experten
(3) maatschappelijke context
Kind- en ouderbeelden staan niet los van maatschappelijke context …
Invloed van burgerij: het burgeroffensief
Van burgeroffensief…(eind 19e – 20e E)
➔ Tijdens Industrialisering => ontstaan ‘expertendiscours’(= opvoeding als middel om kind en
samenleving te verbeteren
➔ Kind en Gezin (nu Agentschap Opgroeien) richt consultatiebureaus op en controleert
opvoeding aan huis
➔ Burgeroffensief door burgerij (elite): samenleving (arbeidersklasse) moet
‘gered’/(her)opgevoed worden
➔ Staat grijp snel in: ‘kind in gevaar’, crèches als noodzakelijk kwaad, oprichting NWK
(1919), ‘moeders op hun plichten wijzen’
➔ Wetten op kinderbescherming als voorloper van kinderrechten
(Wet kinderarbeid 1889, leerplicht 14j 1914, jeugdbescherming 1912, 1965)
➔ Focus op hygiëne: slechte levensomstandigheden, ‘immoreel gedrag’
➔ Opvoedingsondersteuning schrijft voor ‘wat goed is voor kinderen’
➔ Focus niet enkel op kind, ook op behoud van sociale orde
➔ Meerdere kinderen, kinderen zijn fragiel, te beschermen
➔ Individuele schuld vervangt maatschappelijke oorzaken — iets wat vandaag nog
voorkomt.
4
Examenvoorbereiding
Werken met gezinnen en jongeren
H1 Kinderbeelden, kinderrechten en kijk op gezinnen
Centrale vragen:
• Voor ouders: “Doe ik het wel goed (genoeg)?”
• Voor de maatschappelijk werker: “Hebben gezinnen iets aan wat ik aanbied?”
De paradox van opvoedingsadvies:
• Advies is bedoeld om te helpen, maar kan ouders ook onzeker maken.
• Geen enkel advies werkt voor iedereen of altijd even goed.
• Elke ouder, elk kind en elk gezin is anders.
Maatschappelijke druk:
• Ouders voelen zich bekeken en beoordeeld (media, omgeving, experts).
• Er is een groeiend geloof in “de juiste opvoedmethode” alsof het wiskunde is.
• Maar opvoeden is geen exacte wetenschap.
Ouders tussen intuïtie en advies:
• Ouders moeten vertrouwen op hun gevoel, maar zoeken tegelijk ondersteuning.
• Vroeger vroeg men zich minder af “of het wel goed was”.
Veranderende visies op opvoeding:
• Kindbeelden, gezinsvormen en ideeën over opvoeding veranderen met tijd en cultuur.
• Wat 'normaal' is, verschilt sterk tussen gezinnen (bv. veganisme, thuisonderwijs,
straffen).
Persoonlijke visie van de hulpverlener:
➔ Je eigen opvoeding en overtuigingen beïnvloeden hoe je naar gezinnen kijkt.
Belangrijk: zonder oordeel kijken naar verschillen in opvoedingsstijlen.
Het ideaalbeeld van het kind
• Ouders willen hun kind gelukkig zien en succesvol laten worden.
• Maar streven we soms te krampachtig naar geluk, en maken we het zo moeilijker?
(1) wat is opvoeden?
➔ Complex voortdurend proces, zonder eenduidige definitie
➔ Hangt sterk af van persoonlijke waarden/normen/tijdsgeest/culturele context
➔ Wat ouders zien als “het beste” voor hun kinderen verschilt per gezin
➔ Opvoeden gebeurt in het gezin/op school/bij jeugdbeweging/sportclubs/…
Als MW: zonder oordeel kijken naar verschillende opvoedingsstijlen => verbinding te maken met
gezinnen (in hun unieke context).
voortdurend in beweging
➔ Evoluerend concept naar tijd, plaats, context
➔ Verschillende ontwikkelingsfases van een kind
➔ Kerngezin?
➔ Evolutie van 1 type kerngezin naar vele vormen – diversiteit
➔ Afgelijnde rolverdeling naar zoektocht eigen rolbepaling in gezin …
➔ Vaderlijk gezag en moederlijke zorg niet meer zo afgelijnd
➔ Gezin wordt ‘maakbaar’, op maat van eigen keuzes
1
Examenvoorbereiding
,Lisa Van Damme WGJ S2
Poging tot definiëren
Agentschap opgroeien (voorheen Kind en Gezin)
= Een overheidsdienst voor gezinnen
“Opgroeien helpt het recht op kansrijk opgroeien te realiseren voor élk kind en élke jongere in
Vlaanderen en Brussel.”
➔ Op weg helpen naar volwassenheid
➔ Meerdere mensen
➔ Een liefdevol nest
➔ Opvangen en bevorderen van ontwikkeling en groei
Kok (orthopedagoog)
= Klinisch orthopedagoog of orthopedagoog-coördinator, een functie in de jeugdhulp of de
voorzieningen voor bijzondere jeugdzorg.
"Opvoeden is een relatie tussen opvoeder en kind, waarin de opvoeder een groeiklimaat schept
en de leefsituatie optimaliseert voor zelfontplooiing."
➔ In relatie staan van opvoeder-opvoedeling
➔ Opvoeder die zich als persoon present stelt
➔ Klimaat scheppen om persoonlijkheidsgroei te bevorderen
➔ Situaties hanteren en optimale kansen bieden op zelfontplooiing
EXPOO (Het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning van de Vlaamse overheid)
"Opvoeding is een interactieve en gedeelde verantwoordelijkheid tussen ouder, kind en context.
Het is een zelfsturend proces waarin kinderen ook opvoedingsgedrag uitlokken."
➔ Interactie ouder kind en context
➔ Niet één manier
➔ Zelfsturend proces: kinderen nodigen hiertoe uit
➔ Gedeelde verantwoordelijkheid
Taken van EXPOO:
➢ Het verzamelen/verrijken/verspreiden van kennis en knowhow inzake
opvoeden, opvoedingsondersteuning
➢ Het praktisch ondersteunen van het werkveld
Oude definitie:
“Zorg, om uw kinderen goed op te voeden, Voor een onderwijzer en een juf; Maar laat ze, zolang
ze klein zijn, Zwijgen in gezelschap Want niets is zo vervelend Als luisteren naar andermans
kind.” (Mme de Sévigné)
Kernidee
➔ Opvoeding is geen eenrichtingsverkeer, maar een wederkerige relatie tussen kind en
opvoeder, beïnvloed door de omgeving.
Maatschappelijke invloed op opvoeding
Visie = Manier van kijken – bepalend voor manier van handelen en communiceren
Maatschappijbeeld = Elke samenleving of cultuur heeft verschillende én veranderende visies
(dominante, marginale)
2
Examenvoorbereiding
,Lisa Van Damme WGJ S2
Mensbeeld = Visie op “mens zijn”
➢ Bepalend voor omgang/benadering van anderen
Hulpverlenersperspectief = manier waarop een hulpverlener naar een situatie, persoon of
probleem kijkt, rekening houdend met zijn of haar professionele rol, kennis, ervaringen en
waarden.
➔ Heersende visie bepaalt mee organisatie van hulp- en dienstverlening
➔ Visies variëren naargelang, tijd, context, cultuur, plaats…
Gezinsvormen zijn diverser geworden:
Niet alleen het traditionele gezin, maar ook pleeggezinnen, holebi-gezinnen, éénoudergezinnen,
samengestelde gezinnen, enz.
Veranderende ouderrollen:
Meer gelijkwaardigheid, vaders zijn actiever in de opvoeding, rollen zijn minder vast omlijnd.
Technologische en medische veranderingen:
IVF, draagmoederschap en social freezing zorgen voor nieuwe vragen rond gezinsvorming en het
‘recht op een kind’.
Beeld van het kind is veranderd:
Minder kinderen per gezin = meer aandacht, maar ook meer druk. Opvoeders moeten waken
voor overbescherming of overbelasting.
Culturele verschillen en context:
Opvoedingsvisies verschillen wereldwijd én lokaal. Wat hier normaal lijkt (klein kerngezin), is
elders niet vanzelfsprekend.
→ Opvoeding is sterk context- en tijdsgebonden.
Nieuwe opvoedingsideeën:
Opkomende visies zoals "lui opvoeden" pleiten voor meer ontspanning en minder druk, als
tegenreactie op overgeorganiseerde opvoeding.
(2) kindbeelden doorheen de geschiedenis
Oudheid: Grieken en Romeinen: Elite
➔ Opvoeding + onderwijs
➔ Overdracht van kennis, goed gedrag, maatschappelijke verplichtingen
➔ Amper scholing voor meisjes
Middeleeuwen: ‘kind als noodzakelijk kwaad’
➔ Kind zijn bestond niet
➔ Overgangsfase
➔ Hoge kindersterfte
➔ Geen aandacht voor opvoeding
17e eeuw: ‘ontdekking van het kind’
➔ Kind zijn op zich
➔ Geen fase
Verlichting (17e -18e eeuw): ‘onschuldig, romantisch kindbeeld’
➔ Belang van opvoeding en onderwijs
➔ Ontplooiing van de mens
➔ Opvoedbaar = maakbaar, voor een beter samenleving.
Industriële revolutie (19e eeuw): ‘kind in gevaar’
➔ Kinderarbeid
➔ Armoede
➔ Ellendige leefomstandigheden
3
Examenvoorbereiding
, Lisa Van Damme WGJ S2
➔ Enkel onderwijs oor de elite
➔ opkomst expertendiscours en burgeroffensief
Moderne tijden (20e eeuw): ‘het (psychologische) ‘frèle’ kind’
➔ Minder kindersterfte
➔ Experten over opvoeding
➔ Kind is onschuldig en hulpbehoevend
➔ Belang van onderwijs, jeugdwerk, sport…
➔ Meer aandacht voor psychologische en sociale ontwikkeling
Na WO2: welvaart
➔ Ruimte voor psychologisch welzijn van kinderen
➔ Kind = emotioneel wezen, nood aan liefde en zorg
➔ Opvoeding = focus op ‘goed’ leven i.p.v. enkel overleven.
➔ Druk op ouders stijgt, opvoedingsaanbod groeit.
Vandaag (21e eeuw): ‘autonome, blije kind’
➔ Paradox: AUTONOOM ≠ BLIJ
➔ Druk op gelukkig maken
➢ Kind MOET zelfstandig en gelukkig zijn
➔ Voorspelbare kind
➔ Kind als burger
➔ Kind als risico
➔ Kind als held
➔ Kind als kapitaal
Besluit
• Kindbeelden veranderen mee met tijd/cultuur/maatschappelijke context
• Vandaag worden we overspoelt door adviezen, visies en experten
(3) maatschappelijke context
Kind- en ouderbeelden staan niet los van maatschappelijke context …
Invloed van burgerij: het burgeroffensief
Van burgeroffensief…(eind 19e – 20e E)
➔ Tijdens Industrialisering => ontstaan ‘expertendiscours’(= opvoeding als middel om kind en
samenleving te verbeteren
➔ Kind en Gezin (nu Agentschap Opgroeien) richt consultatiebureaus op en controleert
opvoeding aan huis
➔ Burgeroffensief door burgerij (elite): samenleving (arbeidersklasse) moet
‘gered’/(her)opgevoed worden
➔ Staat grijp snel in: ‘kind in gevaar’, crèches als noodzakelijk kwaad, oprichting NWK
(1919), ‘moeders op hun plichten wijzen’
➔ Wetten op kinderbescherming als voorloper van kinderrechten
(Wet kinderarbeid 1889, leerplicht 14j 1914, jeugdbescherming 1912, 1965)
➔ Focus op hygiëne: slechte levensomstandigheden, ‘immoreel gedrag’
➔ Opvoedingsondersteuning schrijft voor ‘wat goed is voor kinderen’
➔ Focus niet enkel op kind, ook op behoud van sociale orde
➔ Meerdere kinderen, kinderen zijn fragiel, te beschermen
➔ Individuele schuld vervangt maatschappelijke oorzaken — iets wat vandaag nog
voorkomt.
4
Examenvoorbereiding