INFO EX
De andere slides zijn vooral een samenvatting van een tekst die hij zelf heeft geschreven
Hoe voorbereiden op ex? Tekst goed lezen, goed kennen = Alles wat je weet over zijn tekst er
zijn 5/6 teksten => hij vraagt geef de essentie van 1 van die teksten =EXAMENVRAAG
Je moet de teksten begrijpen en de essentie kennen en de PowerPoint slides
gebruiken. Hij vraagt ook een bijkomende vraag over een bepaald begrip uit de
teksten.
Intro I (slide 1)
Alinea 1: Elke identiteit brengt benamingen met zich mee. (alinea 1)
- Om identiteiten te begrijpen is het eerst nodig dat je een idee hebt over hoe je ze
moet toekennen bij de ander of jezelf: wit, zwart, gekleurd, Vlaming, Belg, Albanees,
Leuvenaar, moslim, middenklasse etc.
= Benamingen worden niet ALLEEN toegekend door anderen (dat denken we vaak), maar
noch BELANGRIJKER je geeft benamingen aan uzelf.
Zelfs wnr je jou tegen iets afzet = het blijft een deel van jouw identiteit
Alinea 2 ; identiteit = belangrijk
Vb. Hij beschouwt zich als een Brusselaar -> belangrijk deel van zijn identiteit
- De focus ligt vaak op de individuele identiteit -> hij vindt dat identiteit niet enkel met
ik te maken heeft, maar ook met de omgeving.
- Dus eerder: de sociale identiteit : de mens is constant in interactie met elkaar => als je
met elkaar ni praat ben je ook in interactie want je kiest ervoor om niet te praten.
- Als mensen met dezelfde identiteit samen komen vormen ze samen een ‘wij’ ( bv. wat
ons samenbrengt: sociaal werk / we hebben gekozen vr deze campus/lessen)
Identiteiten zijn belangrijk omdat het hebben van een identiteit jou een gevoel geeft
van hoe je past in de sociale wereld.
PUNT 3: Identiteiten geven je redenen om dingen te doen zoals je ze doet (alinea 3)
, - Iets onbewusts maakt ook deel uit van je identiteit: de manier waarop studenten
zitten (bv. Een Chinese vs. Westerse student)
- Komt bv: door uit welke klasse je opgegroeid bent (bv. Middenklasse)
- Oogcontact houden is bv. In sommige (Aziatische/ Afrikaanse)culturen onbeleefd
Je doet dus iets maar je staat er niet bij stil: zo ontstaat een interculturele situatie =>
twee mensen uit verschillende culturen die elkaar niet begrijpen door verschillende
culturen (vb. moslimjongeren die geen oogcontact maken <-> vrouwelijke
leerkrachten vinden dit onrespectvol)
o Oogcontact met iem die ouder is , hogere functie of andere gender -> wordt
vaak in veel culturen als onrespectvol beschouwd
Situatie 1: Sociaalwerkers die thuisbezoeken doen
- Bepaalde gezinnen hebben miss niet genoeg, maar ze delen wel bv. Graag eten om
hun dankbaarheid te uiten aan mensen die hun helpen. Als je dit niet aanneemt is dat
onrespectvol.
Situatie 2: verschil tussen hoe mensen in elkaars huis binnenkomen en elkaar groeten
- Bv. Schoenen uitdoen als je het huis binnenkomt
Filosofisch idee erachter: identiteiten laten jou dus iets DOEN
Extra:
- Is oogcontact belangrijk filosofisch? Afhankelijk van professionele setting, in het leven
zijn er waarden => we moeten ons pragmatisch opstellen (= toegeven en een balans
vinden, een beetje aanpassen) bv. Wel oogcontact maken soms i.p.v. nooit
Dia 2: Intro II
Alinea 1: identiteit = belangrijk voor het praktische leven voor onze gevoelens en daden
, Soort zoekt soort: we voelen een soort solidariteit + veiligheidsgevoel met mensen
die op ons lijken.
Bv. twee Belgische Erasmusstudenten ontmoeten elkaar in Spanje
Alinea 2: identiteit helpt dus om identificatie te vormen maar ook tegelijkertijd zullen er ook
verschillen zijn binnen de groep
- Er zijn ook versch. niet iedereen uit de middenklasse houdt zich aan dezelfde
tafelmanieren
Het is niet goed dat we generaliseren: maar het is belangrijk om te weten dat niet
alles en iedereen HETZELFDE is (bv. versch. hoofddoekstijlen)
ESSENTIE: het is belangrijk om de cultuur, identiteit en diversiteit te zien, maar we moeten
opletten want culturen bestaan uit individuen (elk individu = uiteindelijk een uniek individu)
Alinea 3: identiteit = X superieur
- Identiteit = tricky, want het geeft je redenen om dingen te doen, maar tegelijk om
dingen tegen anderen te doen of anderen tegen jou te doen.
- Overal zijn er bepaalde groepen die zich superieur achten ten op zichten van anderen
groepen
bv. Walen waren vroeger heel succesvol, Vlamingen minder. Nu zijn de rollen
omgedraaid.
Alinea 4: identiteiten zijn ALTIJD discussieerbaar + betwistbaar
TIPS!
= als je echt wilt volgen: teksten op voorhand lezen!
Filosofie les 2: 02/10/25
Bespreking: tekst => hij vraagt op het examen om 1 van de 5 teksten uit te leggen
, Misconceptie: migranten hebben GEEN interculturele contacten
Er wordt vaak gezegd dat migranten te weinig interculturele contacten hebben. Dit is
in feite geen probleem van mensen met migratieachtergronden, maar juist wel voor
de blanke bevolking (in BE/NL) die de minste interculturele contacten hebben. (bv.
Molenbeek, Borgerhout -> daar wonen mensen van versch. achtergronden)
Interculturele contacten zijn niet per se nodig : zolang je de waarden en normen
respecteert van het land waar je leeft.
Wat is de relatie tussen identiteit en macht? ( dit moet je kunnen uitlegen op EX) (25:00)
Achter de kleur zit een hele machtsstructuur. In de Belgische samenleving is het de witte
meerderheid die de macht in handen heeft. Als zij die macht hebben dan gaan ze voor alle
minderheden i/d samenleving bepalen wat ze moeten doen, hoe ze zich moeten gedragen
etc. Dit is een probleem omdat dit voor ongelijkheden zorgt in de samenleving. (bv.
Studenten die uit het buitenland komen moeten vanaf nu een hogere beurs betalen.)
------Dus in de realiteit doet kleur er wel toe: je wordt anders behandelt door jouw kleur.
Context: een aantal punten die we gaan zien
1. Diversiteit als een verrijking
2. Culturalisering
3. Van integratie naar inburgering
1. Diversiteit:
Tot begin jaren 2000 werd er eigenlijk niet gesproken over diversiteit/migratie.
Migratie maakt deel uit van elke samenleving.
Na Tweede Wereldoorlog: mensen nodig reconstructie België-> Spanje, Portugal,
Griekenland, Italië => ging goed totdat veel mensen stierven, ze werkten in mijnen en
legden snelwegen aan (bv. Marcinelle) => die landen van herkomst hebben
vervolgens het contract met België gestopt + die arbeiders sloten zich aan bij
vakbonden.
Vervolgens: Marokko + Turkije = Gastarbeiders (sloten zich niet aan bij vakbonden, ze
wouden gwn overleven!/ gefocust op bidden/geloof en dus geduld)=> dan een
overvloed van mensen met verschillende etnische achtergronden
Op een bepaald moment: is er een probleem dat moet gemanaged worden
Eerste document (1986): sociaaleconomische integratie van migranten (door de
overheid) -> dus de overheid zegt dat het een sociaal/economisch probleem is.