Verpleegkundige methodiek en vaardigheden 3
Hoofdstuk 1 Circulatie-pathologie
LEERDOELEN P. 17, 18 EN 19 !!!!! → nog aanduiden
• Samenvatting bloedwaarden, anemie, afweerreacties
- PATHOFTSIOLOGIE
= Elke ziekte wordt dus veroorzaakt door een bepaald ziektemechanisme
(=pathofysiologisch proces) dat een zekere hoeveelheid tijd nodig heeft om te
ontwikkelen.(minuten, uren, dagen, jaren)
- Symptomen
- Bloed
1
, - Anemie: symptomen
1) Ferriperieve anemie
- Anemie is meestal ferriprief (ijzergebreksanemie)
- Bloedarmoede door ijzertekort
➔ Bv. Gastro-intestinaal bloedverlies, menstruatie
- Behoefte ↑
➔ Zwangerschap, kinderen, ouderen, risicogroepen
- Opname↓
➔ Voedingsfouten
➔ Malabsorptie
- Dia 12 en 13 kijken
- Normaal <-> microcytair (MCV) ↓ en hypochroom (MCH↓)
➔ Zie dia 15 !!!
2) Megaloblastische anemie
- Is het gevolg van een verstoorde DNA-synthese (erytrocyten met een toegenomen
celvolume).
- Foliumzuur (300 mg/d)
➔ (blad)groenten en fruit
➔ Weinig reserve in het lichaam
➔ Darmonstekingen, zwangere, alcoholisten, nierpatiënten...
2
, - Vit B12 (2,8 mg/d)
➔ Louter dierlijke bronnen (vegetariërs < veganisten)
➔ Chronische onsteking of verwijdering van de dunne darm
2.1) Pernicieuze anemie
- Pernicieuze anemie ontstaat als gevolg van auto-immuun gastritis.
- Auto-immuun gastritis is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam antistoffen
aanmaakt tegen het eigen maagslijmvlies.
- Het lichaam valt als het ware het eigen maagslijmvlies aan waardoor een blijvende
ontsteking van het maagslijmvlies ontstaat.
- Dit wordt ook wel een chronische gastritis genoemd.
- Het maagslijmvlies kan op den duur blijvend veranderen en veel dunner worden.
- Dit wordt atrofische gastritis genoemd.
- Atrofie is het verkleinen of verschrompelen van weefsel.
3) Toxische anemie
- ‘onderdrukking’ van de bloedaanmaak in het beenmerg door:
➔ Chronische infecties bv. TBC
➔ Chronische ontstekingsziektes bv. Reumatoïde Artritis (RA)
➔ Chronische nierinsufficiëntie: frequente oorzaak
➔ Kanker (eender welk type)
R/ causaal, subsitutie EPO
4) Hemolytische anemie
- Sikkelcelanemie
- Is het aantal erytrocyten verlaagd door een versnelde afbraak in de milt.
- Andere oorzaken zoals infectieuze agentia, bepaalde medicijnen en
immuunstoornissen.
- Hemolytische anemie zorgt echter ook voor een toegenomen concentratie bilirubine
in het serum.
- Behandeling hangt af van de oorzaak, bv. Antimalariamiddelen.
5) Thalassemie
- Is een erfelijke bloedziekte waarbij er sprake is van een stoornis in de ewitketens van
het hemoglobine.
- Bijna 200 miljoen mensen
- Anemie en splenomegalie (vergroting van de milt)
- Prenatale diagnostiek : van foetaal DNA door middel van een vruchtwaterpunctie.
3
, - Afweer
- Leucocyten
➔ ♂ en ♀: 3 600 tot 9 600/mm³
➔ Amoeboïde bewegingen
➔ Verlaten de bloedstroom door diapedese
➔ Positieve chemotaxis naar
◼ Ziekteverwekkers
◼ Beschadigde weefsels
◼ Andere actieve witte bloedcellen
➔ ↑ Leukocytose (infectie, maligne aandoeningen zoals leukemie)
➔ ↓ Leukopenie (auto-immuunziekte, beenmergpathologie, zeer zware infectie)
➔ 3 soorten granulocyten
1) Eosinofielen: target= partikels omgeven met antistoffen bvb parasieten,
kankercellen, allergenen.
2) Basofielen: vooral actief bij type 1 allergieën > vrijstellen van heparine en
histamine > plaatselijke ontstekingsreactie wordt versterkt
3) Neutrofielen: Niet specifieke afweer > eerst aanwezig bij verwonding:
fagocytose van bacteriën en chemotaxis voor andere neutrofielen.
Belangrijke onderdeel van wondetter.
➔ Monocyten: Niet-specifieke afweer > agressieve fagocytose (infecties) en
chemotaxis van oa lymfocyten en fibroblasten
➔ Lymfocyten (specifieke afweer)
◼ T-lymfocyten: specifieke cellulaire immuniteit, vooral bij intracellulaire
antigenen.
4
Hoofdstuk 1 Circulatie-pathologie
LEERDOELEN P. 17, 18 EN 19 !!!!! → nog aanduiden
• Samenvatting bloedwaarden, anemie, afweerreacties
- PATHOFTSIOLOGIE
= Elke ziekte wordt dus veroorzaakt door een bepaald ziektemechanisme
(=pathofysiologisch proces) dat een zekere hoeveelheid tijd nodig heeft om te
ontwikkelen.(minuten, uren, dagen, jaren)
- Symptomen
- Bloed
1
, - Anemie: symptomen
1) Ferriperieve anemie
- Anemie is meestal ferriprief (ijzergebreksanemie)
- Bloedarmoede door ijzertekort
➔ Bv. Gastro-intestinaal bloedverlies, menstruatie
- Behoefte ↑
➔ Zwangerschap, kinderen, ouderen, risicogroepen
- Opname↓
➔ Voedingsfouten
➔ Malabsorptie
- Dia 12 en 13 kijken
- Normaal <-> microcytair (MCV) ↓ en hypochroom (MCH↓)
➔ Zie dia 15 !!!
2) Megaloblastische anemie
- Is het gevolg van een verstoorde DNA-synthese (erytrocyten met een toegenomen
celvolume).
- Foliumzuur (300 mg/d)
➔ (blad)groenten en fruit
➔ Weinig reserve in het lichaam
➔ Darmonstekingen, zwangere, alcoholisten, nierpatiënten...
2
, - Vit B12 (2,8 mg/d)
➔ Louter dierlijke bronnen (vegetariërs < veganisten)
➔ Chronische onsteking of verwijdering van de dunne darm
2.1) Pernicieuze anemie
- Pernicieuze anemie ontstaat als gevolg van auto-immuun gastritis.
- Auto-immuun gastritis is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam antistoffen
aanmaakt tegen het eigen maagslijmvlies.
- Het lichaam valt als het ware het eigen maagslijmvlies aan waardoor een blijvende
ontsteking van het maagslijmvlies ontstaat.
- Dit wordt ook wel een chronische gastritis genoemd.
- Het maagslijmvlies kan op den duur blijvend veranderen en veel dunner worden.
- Dit wordt atrofische gastritis genoemd.
- Atrofie is het verkleinen of verschrompelen van weefsel.
3) Toxische anemie
- ‘onderdrukking’ van de bloedaanmaak in het beenmerg door:
➔ Chronische infecties bv. TBC
➔ Chronische ontstekingsziektes bv. Reumatoïde Artritis (RA)
➔ Chronische nierinsufficiëntie: frequente oorzaak
➔ Kanker (eender welk type)
R/ causaal, subsitutie EPO
4) Hemolytische anemie
- Sikkelcelanemie
- Is het aantal erytrocyten verlaagd door een versnelde afbraak in de milt.
- Andere oorzaken zoals infectieuze agentia, bepaalde medicijnen en
immuunstoornissen.
- Hemolytische anemie zorgt echter ook voor een toegenomen concentratie bilirubine
in het serum.
- Behandeling hangt af van de oorzaak, bv. Antimalariamiddelen.
5) Thalassemie
- Is een erfelijke bloedziekte waarbij er sprake is van een stoornis in de ewitketens van
het hemoglobine.
- Bijna 200 miljoen mensen
- Anemie en splenomegalie (vergroting van de milt)
- Prenatale diagnostiek : van foetaal DNA door middel van een vruchtwaterpunctie.
3
, - Afweer
- Leucocyten
➔ ♂ en ♀: 3 600 tot 9 600/mm³
➔ Amoeboïde bewegingen
➔ Verlaten de bloedstroom door diapedese
➔ Positieve chemotaxis naar
◼ Ziekteverwekkers
◼ Beschadigde weefsels
◼ Andere actieve witte bloedcellen
➔ ↑ Leukocytose (infectie, maligne aandoeningen zoals leukemie)
➔ ↓ Leukopenie (auto-immuunziekte, beenmergpathologie, zeer zware infectie)
➔ 3 soorten granulocyten
1) Eosinofielen: target= partikels omgeven met antistoffen bvb parasieten,
kankercellen, allergenen.
2) Basofielen: vooral actief bij type 1 allergieën > vrijstellen van heparine en
histamine > plaatselijke ontstekingsreactie wordt versterkt
3) Neutrofielen: Niet specifieke afweer > eerst aanwezig bij verwonding:
fagocytose van bacteriën en chemotaxis voor andere neutrofielen.
Belangrijke onderdeel van wondetter.
➔ Monocyten: Niet-specifieke afweer > agressieve fagocytose (infecties) en
chemotaxis van oa lymfocyten en fibroblasten
➔ Lymfocyten (specifieke afweer)
◼ T-lymfocyten: specifieke cellulaire immuniteit, vooral bij intracellulaire
antigenen.
4