Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Inleiding tot de studie van de Europese literatuur en cultuur: voor 1800 (B-KUL-F0AA0A)

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
10-04-2026
Written in
2023/2024

Een samenvatting met plaatjes en details voor het examen van KUL.

Institution
Course

Content preview

EUROPESE LITERATUUR EN CULTUUR VOOR 1800
CHECKLIST EXAMEN:
1. Termenlijst en namenlijst (situering, werken, actieve kennis)
2. Handboek: ken gevraagde pagina’s van een historische maar ook cultuurhistorisch
perspectief
3. Slides: aanvullend op de slides, moet je het kennen
4. Tekstfragmenten (situeer en bespreek) – auteur, periodisering, stroming, fragment binnen de
tekst, kenmerken stroming, verbind stroming met het tekstfragment (inhoud + stijl)
5. Breed kader: connecteer het met religie – politiek – beeldende kunst – filosofie – literatuur
6. Link tussen literatuur – maatschappij en literatuur – andere kunsten



KUNNEN EXAMEN:
7. Essayvraag: samenhang, gelijkenissen en verschillen, ontwikkelingslijnen (=wat ken je) (8
punten) = bespreek deze stelling/dit citaat. Staaf je antwoord aan de hand van relevante
boorbeelden uit verschillende periodes en culturen…
8. Tekstvraag: toepassing en interpretatie – informatie uit de cursus kunnen verbinden met
literaire teksten (situeren en interpreteren, formele en thematische analyse) – toelichting
waarom een tekst ‘typisch’ is voor een bepaalde periode
9. Meerkeuze vragen en invulvragen: feitenkennis (8 meerkeuze, 4 invulvragen)
Wie schreef werk X, welke van de volgende stellingen is niet/wel correct, welke van de
volgende lijstjes staat in chronologische volgorde.



SAMENVATTING:
I) Inleiding

1) Europa?

Waarom Europa?

“Europa” komt van het oud Grieks en komt voor in het volgende mythologisch verhaal:

Een groep meisjes zitten samen wanneer er plots een stier komt. De stier gaat naar 1 van de meisjes
toe, genaamd Europa. Deze stier is in feite Zeus. Langzamerhand verleid Zeus Europa, uiteindelijk
gaat ze op hem zitten. Dat is wanneer Zeus haar ontvoert en mee brengt naar Kreta. Europa zal dan
later zijn kinderen baren. Door dit verhaal, krijgt Europa zijn naam.

Dit verhaal komt terug vele jaren later in het Romeinse Rijk. Cornelius gebruikt dit verhaal ook. Na
dit, slaat het verhaal enorm aan. Ook in de middeleeuwen – waar het verhaal het meest gelezen
verhaal in het Latijns wordt.

Literatuur vormt de geschiedenis.

Dit voorbeeld laat zien dat literatuur en verhalen geschiedenis kunnen vormen.

2) Literatuur

, - Wat is literatuur?

Literatuur heeft veel definities. Zijn basis genre is een roman, poëzie, en theater.

In zijn brede definitie is literatuur elke uiting van cultuur. Zo is er een orale vorm (voor dat er
geschreven werd), geschreven vorm (religieuze teksten, geschiedenis 1, wijsgerige2, politieke vorm, ..)

Literatuur heeft ook altijd een verhaal met helden.

Een verhaal wordt het vaakst beschreven als iets wat een actie van een held beschrijft en wat een
antiheld bevat. Helden zijn ook altijd aanwezig, ook in de hedendaagse dag met science fiction.

- Transmissies in literatuur

Orale transmissie

Verhalen die worden door verteld door generaties; elk verhaal dat wordt doorverteld, verandert.

Geschreven transmissie

Nu kwam er iets dat origineel was. Dat niet veranderde door de jaren heen want er is een officiële,
originele versie.

Door dit kwam dan het ontstaan van het boek

Geschiedenis van het schrijven:

Egypte: papyrusrollen

Alexandria (circa 3de Eeuw AC): Homerische kwestie (heeft Homerus echt de Odyssee en Ilias
geschreven? Wie is de originele schrijver?) en “hoe gaan we om met al dit materiaal?”

Romeinse Rijk (1ste E): perkament

China (8ste E): papier, door Arabieren overgenomen en verspreid

Johannes Gutenberg (1455): boekdrukkunst (Gutenberg bijbel)

Nu is er ook een digitale tijdperk (e-books)

II) Fundamentele begrippen
1) De canon

Maatstaf voor teksten die exemplarisch en belangrijk zijn. De religieuze context gaat over authentiek
zijn of apocrief (teksten die niet deel maken van de canon van de bijbel). Maar in de literaire invulling
heeft het een voorbeeldfunctie, navolgen waardzijn. Het laat zijn dat dit werk gelezen wordt en
erkent.

Er is een selectie in de canon, en het hangt af van de wisselende esthetische (politieke, religieuze,
etc) normen. We kijken naar deze teksten met een kritische afstand.

2) Imitatio en aemulatio

Navolgen van eerdere werken die nu bewondert zijn noemen we imitatio.


1
Wanneer wordt een religieuze tekst een geschiedenis tekst?
2
Plato: maar was hij de eerste die wijsgerige traktakten schreef?

,De context hier verwijst naar de retoricascholen in de Oudheid. Uit imitatio volgt traditie. Iets wat je
altijd kan terugvinden in een bepaalde groep.

In de literaire context volgt er ook aemulatio. Een voorbeeld hiervan is dat door de imitatio van
Homerus (Grieks) door Vergilius (Latijn) ontstond er een aemulatio van Odysseia door Aeneis.

Dus, van imitatio komt er een overtreffende creatie. Je imiteert een eerder werk maar (met vrije
navolging en bewerkingen) maak je er iet nieuws van – en dat is aemulatio.

In de Renaissance komt imitatio en aemulatio ook vaak voor, zie voorbeeld:

Dante: imitatio en aemulatio van Vergilius.

Petrarca: imitatio en aemulatio van Cicero en Ovidius.

Maar Petrarca zorgde ook voor een internationale navolging. Dit noemt men de Petrarkische
thema’s.

De imitatio van de topos3 “koud en warm” in Petrarca’s Sonnet 132. Het sonnet heeft veel
tegenstellingen die iets definieert.

“Terwijl ik hartje zomer loop te rillen, blijk ik, als het winter is, in brand te staan.”

Topos zijn meteen herkenbaar en springen uit. Dat is ook het geval bij deze imitatio die een topos
werd.

Louise Labé: gebruikt Petrarca’s topos

« J’ai chaud extrême en endurant froidure »

En Clement Marot, nu is er duidelijk een trend met de topos.

Dus, het wordt gekopieerd maar wordt gezien als eerbetoon aan de beroemde schrijvers die voor je
kwamen. Het had dus een positieve connotatie, het werd gezien als herkenning. En het vormde
continuïteit in literaire genres en vormen.

Maar sinds de Romantiek heeft het een negatieve lading. In die tijd zagen ze het als “regeltjes”
volgen van de oudheid. Het was ouderwets. Hieruit kwam er de evolutie van het concept van ‘auteur
en originaliteit’.

3) Mimesis

Mimesis is de nabootsing, weerspiegeling of weergaven van de zintuigelijke waarneembare
werkelijkheid in de kunst.

Wanneer mensen zich afvragen wat de aard van kunst is, vinden sommige mensen kunst als
nabootsing van de werkelijkheid. Dat is de centrale mening. Mimesis is de 2 de werkelijkheid.

In De Staat, houdt Plato daar een kritische houding over. Hij stelt imitatio en realiteit naast elkaar, hij
ziet het als een stapje afzetten van de werkelijkheid.

Maar Aristoteles, in Poëtica, had een positieve houding over mimesis. “Het is niet de specifieke taak
van de dichter om te spreken van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, maar van dingen die
zodanig zijn dat ze zouden kunnen gebeuren… Van wat mogelijk is volgens de waarschijnlijkheid of de

3
Topos: stijlfiguur waar een cliché situatie – of locatie wordt gebruikt in literatuur

, noodzakelijkheid.” Kortom, het is niet de taak van dichters om over gebeurtenissen te praten, in
plaats daarvan moeten ze denken over hoe dingen zouden moeten zijn.

Als je een Platonische houding hebt ben je achterdocht. In de 17de eeuw was er bijvoorbeeld een
religieuze veroordeling van theater als schijn, valse waarden/ideeën. In de 18 de eeuw was er kritiek
op de roman, omdat het gezien werd als de lezer die lui werd en meegesleept door passie. En nu ook
in de 21ste eeuw is er een Platonische houding tegenover computer games en virtuele realiteiten.

In tegenstelling tot deze houding had Aristoteles een positiever beeld/houding over veranderingen
in de literatuur en geschrift. Aristoteles had het over het ‘nut’, effect van tragedies – catharsis
(emotionele zuivering) Ook Coleridge had hier iets over te zeggen: “willing suspension of disbelief for
the moment, which constitutes poetic faith”.

4) Genredriedeling

Plato maakte in De Staat een invloedrijke classificatie. Hij zei dat er 3 basisgenres zijn. Dat type werk
(genre) hangt af van de mate waarin de auteur zelf in het werk optreed. Dus, de vertelstem.

De driedeling ging als volgt:

1. Lyriek: auteur spreekt rechtstreeks (voorbeeld: Sappho)
2. Epiek: afwisselend auteur die vertelt en helden die spreken
3. Drama: personages spreken in directe reden zonder tussenkomst van auteur

2.1) lyriek
De lyriek heeft een Griekse oorsprong. Het werd begeleid op een lier. Het was de uitdrukking van
het innerlijke, het subjectieve. Het werd ook thematisch gerelateerd aan een specifieke gelegenheid
(bijvoorbeeld begrafenissen, voor de overgang van het leven). Het werd geschreven in verzen en
vanuit de lyriek ontstonden verschillende genres zoals de elegie, odes, enzovoort.

2.2) Drama
Drama’s zijn toneelstukken, Aristoteles noemde ze deel van de poëtische taal. Deze werd dan ook
geschreven in verzen, het beschrijft een actie dat opgevoerd wordt door acteurs. De invloedrijke
verhandeling over dramatische tragedies zijn meerdere: hoogstaande personages, in het plot is er
een beweging van geluk naar ongeluk, hamartia (karakterfout), legitimiteit van krachten (alles
gebeurt omdat het niet anders kan), catharsis (op het einde van een tragische actie) en het heeft 3
eenheden die strak met elkaar verbonden zijn (handeling, plaats, tijd (altijd afgespeeld in 24 uur)).

Tragedie heeft zijn tegenstelling, komedie. Tragedie is natuurlijk heel tragisch, met karakterfouten.
Komedies hebben andere gevoelens.

Tragedies zijn doorheen de tijd verandert. Er was de Griekse tragedie in de 5 de eeuw AC, dan was er
de Elizabethaanse en Classicistische tragedie (wat nadruk zetten op andere conflicten, de mythische
conflicten verdwijnen) en dan zijn er ook nog de burgerlijke tragedies. Die ging over gewone mensen,
dus niet de koningen. Dat was een breuk moment: er kwam afstand tussen klassieke tradities.

2.3) epiek

Dit is een epos of heldendicht. De thematiek ging over de grootste heldendaden. Deze waren dan
mythologische of legendarische gebeurtenissen. En deze werd ook in verzen geschreven.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 10, 2026
Number of pages
45
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$8.86
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
alicetlam1

Get to know the seller

Seller avatar
alicetlam1
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions