Circulatie – Verpleegkundige methodiek en
vaardigheden 2
Inleiding
Circulatie = bloedsomloop
Basis = bloed
Vrouw : 4-5 liter bloed
Man : 5-6 liter bloed
Leerdoelen:
- De gebruikte termen verklaren
- De samenstelling van het bloed beschrijven
- Het onderscheid tussen serum en plasma beschrijven
- De functies van de verschillende componenten in het bloed benoemen
- Uitleggen wat hematopoëse is
- Uitleggen wat anemie betekent
- De algemene verschijnselen en de pathofysiologische mechanismen
aan de basis van anemie verklaren
- Stollingsstoornissen beschrijven
- Het onderscheid tussen specifieke en niet-specifieke immuniteit
benoemen
- De rol van de verschillende elementen uit de niet-specifieke en
specifieke immuniteit beschrijven
- Uitleggen wat de acute en de chronische ontstekingsreactie inhoudt
1. Samenstelling van het bloed
1
,1.1. Inleiding
1.2. Vaste bloedbestanddelen
1.2.1. Hematopoëse
Aanmaak : rode beenmerg
(beenderen: vooral bekken, sternum, vertebrae en ribben)
2
, Bv. Leukemie foute deling DNA cellen rijpen niet tot cellen die ze
horen te zijn
1.2.2. Erytrocyten of rode bloedcellen
Eigenschappen:
flexibele cel zonder kern, biconcaaf, membraan met antigenen, !
hemoglobine!
- Hemoglobine belangrijk zuurstof opnemen en afgeven
99,9% van de bloedcellen
Aanmaak:
Pluripotente stamcel -> Erytroblast -> reticulocyt -> Erytrocyt
Onder invloed van erytropoëtine (EPO)
Afbraak:
Lever, milt, beenmerg -> aminozuren, biliburine, ijzer
3
vaardigheden 2
Inleiding
Circulatie = bloedsomloop
Basis = bloed
Vrouw : 4-5 liter bloed
Man : 5-6 liter bloed
Leerdoelen:
- De gebruikte termen verklaren
- De samenstelling van het bloed beschrijven
- Het onderscheid tussen serum en plasma beschrijven
- De functies van de verschillende componenten in het bloed benoemen
- Uitleggen wat hematopoëse is
- Uitleggen wat anemie betekent
- De algemene verschijnselen en de pathofysiologische mechanismen
aan de basis van anemie verklaren
- Stollingsstoornissen beschrijven
- Het onderscheid tussen specifieke en niet-specifieke immuniteit
benoemen
- De rol van de verschillende elementen uit de niet-specifieke en
specifieke immuniteit beschrijven
- Uitleggen wat de acute en de chronische ontstekingsreactie inhoudt
1. Samenstelling van het bloed
1
,1.1. Inleiding
1.2. Vaste bloedbestanddelen
1.2.1. Hematopoëse
Aanmaak : rode beenmerg
(beenderen: vooral bekken, sternum, vertebrae en ribben)
2
, Bv. Leukemie foute deling DNA cellen rijpen niet tot cellen die ze
horen te zijn
1.2.2. Erytrocyten of rode bloedcellen
Eigenschappen:
flexibele cel zonder kern, biconcaaf, membraan met antigenen, !
hemoglobine!
- Hemoglobine belangrijk zuurstof opnemen en afgeven
99,9% van de bloedcellen
Aanmaak:
Pluripotente stamcel -> Erytroblast -> reticulocyt -> Erytrocyt
Onder invloed van erytropoëtine (EPO)
Afbraak:
Lever, milt, beenmerg -> aminozuren, biliburine, ijzer
3