en morfologie les 5 , samenvatting en
sturctuur termen , H2
stijfheid materiaal mate waarin het weerstand biedt tegen
vervroming wanneer er een kracht op wordt
uitgeoefend. hoe stijver een materiaal , hoe
minder het zal buigen, rekken of
samendrukken onder die kracht.
E ( elasticiteitsmodulus) zegt hoe stijf een materiaal is: hoeveel het
uitrekt of vervormt als je eraan trekt of duwt
vervorming / plastisch (elasticiteitsmodulus) zolang je een materiaal niet te hard belast
( het elastisch gebied) , gaat het materiaal
terug naar zijn oorspronkelijke vorm , ga je
te ver dan blijft de vervroming ( plastisch)
en dat wil je vermijden
hoe een object vervromt hangt af van de
vorm: bij trek/ drukl voral van de doorsnede
bij bugeng ook sterk van vorm
vervorming moet zo laag mogelijk blijven
om scheuren en problemen te voorkomen
Hoofdstuk 2
1. Wat is het verschil tussen kN, kN/m en kN/m²
2. Ken het verschil tussen vector, snede en vorm actieve structuren
3. Wat is er bijzonder aan hybride structuren en geef een voorbeeld
4. Circulaire structuren, waarom is dit de toekomst
5. Wanneer is een structuur stabiel, welke soorten evenwicht zijn er?
6. Bereken het uitwendig evenwicht van een structuur.
7. Wat is de trek, druk en buigsterkte van een materiaal.
8. Wat is de formule van de spanning in een structuurelement en bereken zijn sterkte.
9. Wat is de stijfheid van een materiaal.
10. Wat zijn de vier s’en.
En meer…
1
, structuur en morfologie les 5 , samenvatting en begrippen
1. kN, kN/m en kN/m²
kN is een kracht (totale belasting op één punt of object). kN/m is een verdeelde kracht per
meter en kN/m² is druk of belasting per oppervlakte.
2. vector-, snede- en vormactieve structuren
Vectoractieve structuren werken met losse staven en knooppunten die krachten
doorgeven. Snede- en vormactieve structuren verdelen krachten via platen, schillen of
kabels in een continue vorm.
3. hybride structuren + voorbeeld
Hybride structuren combineren verschillende materiaal- of structuurtypes om efficiënter te
werken. Bijvoorbeeld een gebouw met een stalen skelet en betonnen vloeren.
4. circulaire structuren
Circulaire structuren zijn ontworpen om materialen opnieuw te gebruiken of te recycleren.
Dit is de toekomst omdat het afval en grondstoffengebruik sterk vermindert.
5. stabiliteit en evenwicht
Een structuur is stabiel als alle krachten elkaar opheffen en er geen beweging ontstaat. Er
zijn drie soorten evenwicht: stabiel, instabiel en indifferent (neutraal).
6. uitwendig evenwicht berekenen
Uitwendig evenwicht betekent dat alle krachten en momenten samen nul zijn. Je
controleert dit door de som van horizontale krachten, verticale krachten en momenten op
nul te zetten.
7. trek-, druk- en buigsterkte
Treksterkte is hoe goed een materiaal trekkrachten kan weerstaan. Druksterkte is
weerstand tegen samendrukken en buigsterkte tegen doorbuigen of breken.
2
sturctuur termen , H2
stijfheid materiaal mate waarin het weerstand biedt tegen
vervroming wanneer er een kracht op wordt
uitgeoefend. hoe stijver een materiaal , hoe
minder het zal buigen, rekken of
samendrukken onder die kracht.
E ( elasticiteitsmodulus) zegt hoe stijf een materiaal is: hoeveel het
uitrekt of vervormt als je eraan trekt of duwt
vervorming / plastisch (elasticiteitsmodulus) zolang je een materiaal niet te hard belast
( het elastisch gebied) , gaat het materiaal
terug naar zijn oorspronkelijke vorm , ga je
te ver dan blijft de vervroming ( plastisch)
en dat wil je vermijden
hoe een object vervromt hangt af van de
vorm: bij trek/ drukl voral van de doorsnede
bij bugeng ook sterk van vorm
vervorming moet zo laag mogelijk blijven
om scheuren en problemen te voorkomen
Hoofdstuk 2
1. Wat is het verschil tussen kN, kN/m en kN/m²
2. Ken het verschil tussen vector, snede en vorm actieve structuren
3. Wat is er bijzonder aan hybride structuren en geef een voorbeeld
4. Circulaire structuren, waarom is dit de toekomst
5. Wanneer is een structuur stabiel, welke soorten evenwicht zijn er?
6. Bereken het uitwendig evenwicht van een structuur.
7. Wat is de trek, druk en buigsterkte van een materiaal.
8. Wat is de formule van de spanning in een structuurelement en bereken zijn sterkte.
9. Wat is de stijfheid van een materiaal.
10. Wat zijn de vier s’en.
En meer…
1
, structuur en morfologie les 5 , samenvatting en begrippen
1. kN, kN/m en kN/m²
kN is een kracht (totale belasting op één punt of object). kN/m is een verdeelde kracht per
meter en kN/m² is druk of belasting per oppervlakte.
2. vector-, snede- en vormactieve structuren
Vectoractieve structuren werken met losse staven en knooppunten die krachten
doorgeven. Snede- en vormactieve structuren verdelen krachten via platen, schillen of
kabels in een continue vorm.
3. hybride structuren + voorbeeld
Hybride structuren combineren verschillende materiaal- of structuurtypes om efficiënter te
werken. Bijvoorbeeld een gebouw met een stalen skelet en betonnen vloeren.
4. circulaire structuren
Circulaire structuren zijn ontworpen om materialen opnieuw te gebruiken of te recycleren.
Dit is de toekomst omdat het afval en grondstoffengebruik sterk vermindert.
5. stabiliteit en evenwicht
Een structuur is stabiel als alle krachten elkaar opheffen en er geen beweging ontstaat. Er
zijn drie soorten evenwicht: stabiel, instabiel en indifferent (neutraal).
6. uitwendig evenwicht berekenen
Uitwendig evenwicht betekent dat alle krachten en momenten samen nul zijn. Je
controleert dit door de som van horizontale krachten, verticale krachten en momenten op
nul te zetten.
7. trek-, druk- en buigsterkte
Treksterkte is hoe goed een materiaal trekkrachten kan weerstaan. Druksterkte is
weerstand tegen samendrukken en buigsterkte tegen doorbuigen of breken.
2