Samenvatting HC Verlichtingsideeën en
democratische revoluties
Halverwege 17e eeuw ontstaat in delen van West-Europa het verlicht denken. Traditie en
(bij)geloof maken plaats voor verstand en rede.
Verlichte denkers publiceren ideeën over soevereiniteit, relatie tussen vorst en onderdanen,
staatt en burgers, vrijheid en gelijkheid. De inrichting van de samenleving moet op de rede
gebaseerd zijn.
De ontdekking en publicatie van natuurwetten stimuleren de discussie over de inlvoed van
God op het dagelijks leven. Hierbij worden ideeën geformuleerd over religieuze tolerantie en
scheiding van kerk en staat.
Er zijn twee denkvormen:
1. Empirisme = de mens bouwt kennis op door middel van waarneming en ervaring
2. Rationalisme = de rede is de enige of voornaamste bron van kennis. De werkelijkheid
bevat volgens rationalisten een logische structuur die door het verstand ‘gelezen’ kan
worden.
René Descartes (rationalist) je moet durven zelf via eigen waarnemingen tot absolute
kennis te komen. Maar hoe meer hij onderzoekt, hoe weinig hij eigenlijk helemaal zeker
weet. Moet hij waarneming of logica kiezen? Omdat hij twijfelt, weet hij dat hij denkt. Hij
denkt, dus hij is (bestaat).
Door de Verlichting groeit het vertrouwen in het menselijk verstand en de rede regels van
de kerk en machthebbers worden kritisch bekeken. Mensen zien meer
ontwikkelingsmogelijkheden leidt tot optimisme en een vooruitgangsgevoel
Er zijn twee stromingen:
1. Gematigde denkers evenwicht tussen rede en traditie
2. Radicale denkers universele waarden als democratie, gelijkheid en vrijheid van
meningsuiting
De macht van diverse vorstenhuizen wordt op verschillende gebieden verder uitgebreid en
gecentraliseerd.
Lodewijk XIV is een absoluut vorst. Hij voert ingrijpende veranderingen in:
- het leger wordt hervormd door een nationale garde
- via het mercantilisme krijgt de overheid deel van de winst van Franse handelsactiviteiten
- religie wordt een staatsaangelegenheid. Katholicisme is staatsgodsdienst en moet zorgen
voor eenheid (1685 eind Edict van Nantes geen vrijheid van de hugenoten meer)
Legitimatie voor deze machtsuitbreiding komt door het droit divin; het goddelijk recht om
namens God te regeren op aarde.
democratische revoluties
Halverwege 17e eeuw ontstaat in delen van West-Europa het verlicht denken. Traditie en
(bij)geloof maken plaats voor verstand en rede.
Verlichte denkers publiceren ideeën over soevereiniteit, relatie tussen vorst en onderdanen,
staatt en burgers, vrijheid en gelijkheid. De inrichting van de samenleving moet op de rede
gebaseerd zijn.
De ontdekking en publicatie van natuurwetten stimuleren de discussie over de inlvoed van
God op het dagelijks leven. Hierbij worden ideeën geformuleerd over religieuze tolerantie en
scheiding van kerk en staat.
Er zijn twee denkvormen:
1. Empirisme = de mens bouwt kennis op door middel van waarneming en ervaring
2. Rationalisme = de rede is de enige of voornaamste bron van kennis. De werkelijkheid
bevat volgens rationalisten een logische structuur die door het verstand ‘gelezen’ kan
worden.
René Descartes (rationalist) je moet durven zelf via eigen waarnemingen tot absolute
kennis te komen. Maar hoe meer hij onderzoekt, hoe weinig hij eigenlijk helemaal zeker
weet. Moet hij waarneming of logica kiezen? Omdat hij twijfelt, weet hij dat hij denkt. Hij
denkt, dus hij is (bestaat).
Door de Verlichting groeit het vertrouwen in het menselijk verstand en de rede regels van
de kerk en machthebbers worden kritisch bekeken. Mensen zien meer
ontwikkelingsmogelijkheden leidt tot optimisme en een vooruitgangsgevoel
Er zijn twee stromingen:
1. Gematigde denkers evenwicht tussen rede en traditie
2. Radicale denkers universele waarden als democratie, gelijkheid en vrijheid van
meningsuiting
De macht van diverse vorstenhuizen wordt op verschillende gebieden verder uitgebreid en
gecentraliseerd.
Lodewijk XIV is een absoluut vorst. Hij voert ingrijpende veranderingen in:
- het leger wordt hervormd door een nationale garde
- via het mercantilisme krijgt de overheid deel van de winst van Franse handelsactiviteiten
- religie wordt een staatsaangelegenheid. Katholicisme is staatsgodsdienst en moet zorgen
voor eenheid (1685 eind Edict van Nantes geen vrijheid van de hugenoten meer)
Legitimatie voor deze machtsuitbreiding komt door het droit divin; het goddelijk recht om
namens God te regeren op aarde.