Medisch Biologisch
Hoorcollege 10 september
Blackboard
Course – Physiotherapy block 1 ‘Keep on Moving’.
Knop Lectures
Week 1 anatomie en energiesystemen spieren.
Week 2 duur- en krachttraining.
Week 3 speekvermoeidheid.
Week 4 het hart
Week 5 de longen
Week 6 VAKANTIE
Week 7 gassen en drukken
Week 8 zenuwstelsel en spier, spierpijn en Wasserman.
Doelen college week 1
1. Je kent de macroscopische en microscopische anatomie van de spier.
2. Je begrijpt wat er binnenin een spier gebeurt bij contractie (samenwerking).
Musculus biceps brachii (buigen van de elleboog) en musculus triceps brachii (strekken van de
elleboog).
Brachii betekend behorend tot de arm.
Woordenlijst onderdelen
Pees Tendon
Bot Bone
Bindweefsel Epimysium
Bloedvaten Blood vessel
Spierbundel Zijn groepen van bindweefsel – Fascicle
Bindweefsel om de
spierbundel Perimysium
Myofibrillen Myofibrils
Spiervezelmembraan Sarcolemma
Bindweefsel in spier Endomysium
Epi Aan de buitenkant, bovenop.
Peri Rondom
Endo Binnenin
De zenuwvezels regelen alles voor de spier, wanneer de zenuw doorgeknipt wordt dan doet de spier
niks meer. Spiervezels kunnen of samen trekken of niet.
Spiervezels trekken samen door de elektrische golven die vanuit de zenuwvezels komen.
1. Een spiervezel bestaat uit meerdere myofibrillen.
, 2. In de myofibrillen zitten filamenten.
a. Dikke filamenten (Myosine)
b. Dunne filamenten (Actine)
Buizennetwerk in de spier heet het Sarcoplasmatisch Reticulum. Sarcomeren (Z-schijf) zijn kleine
stukjes kun je aanspannen of niet. Het zijn de wagonnetjes van een trein.
Een spier trekt samen door de dikke en dunne filamenten samen te trekken en zich in elkaar te
harken. Dit gebeurt in heel veel spiervezels en daardoor wordt de spier korter.
In de sarcomeer gebeurt het volgende. Myosine filamenten proberen de actine filamenten te vangen
door met hun koppen er binnenin te gaan. Dit kan alleen op de receptor plaatsen.
Stappen in de spiercontractie
Zenuwimpuls bereikt het einde van de vezel.
Spiervezelmembraan raakt geprikkeld.
Het buisjessysteem in de spiervezel (Sarcoplasmatisch Reticulum) laat Ca++ los.
Ca++ bindt zich aan de troponine.
Troponine trekt tropomyosine van de receptor plaats op actine.
Er komt een crossbridge tussen actine en myosine.
De kop van het myosine maakt een werkslag.
Er bindt zich een nieuw ATP aan de kop. (ATP kan energie afgeven).
Kop laat los en richt zich op.
De vezel is korter geworden – Contractie.
ADP + P?
Als je geen calcium in je spieren hebt ben je verlamd.
Stappen in spierontspanning
Er komen geen zenuwprikkels meer.
Het spiervezelsmembraan raakt niet meer geprikkeld.
De calcium pomp gaat het Ca++ terugpompen in het Sarcoplasmatisch Reticulum, dit kost
energie. (Dus er is ATP nodig)
Tropomyosine rolt terug omdat het ook z’n calcium kwijtraakt.
Crossbridges worden verbroken.
De vezel ontspant - Spierrelaxatie
Een dood lichaam wordt stijf omdat er geen ATP meer is om de crossbridges te verbreken.
P278 – 298 van Human anatomy and Physiology.
Spieren deel 2
Doelstelling
Je begrijpt de processen in de spiercel die voor de energie zorgen.
Je kunt de energie voorziening en zonder gebruik van zuurstof in de spiercel vergelijken.
, Je begrijpt wat er in de spiercel tijdens rust gebeurt.
Je begrijpt wat dit alles betekent voor de motorische activiteiten an een mens.
Je weet wardoor de snelheid en duur van een contractie bepaald worden.
ATP Adenosine triphosphate
Spieren hebben ATP nodig om te contraheren (samen te trekken).
ATP is belangrijk in een spier. (Zonder ATP geen beweging!)
Zorgt dat de crossbridge los laat na de werkslag.
Laadt de crossbridge op.
Voorziet de calcium pomp van energie.
Structuur van ATP
ATP heeft 3 fosfaat groepen (Pi) (= Anorganisch fosfaat)
Splitsing van ATP maakt energie vrij!
ATP + H2O (water) = ADP + Pi + energie
ADP Adenosine difosfaat (PHOSPHATE)
PI Anorganisch fosfaat (INORGANIC)
Spiercellen synthetiseren op drie manieren.
1. Splitsing van creatine fosfaat.
2. Glycolyse
3. Krebs cyclus en oxidatieve.
1
Creatine Fosfaat + ADP = Creatine + ATP
We hebben niet zoveel creatine fosfaat. Onmiddellijke bron van ATP is die je snel gebruikt en snel op
is.
Creatine Phosphate + ADP = Creatine + ATP
Het probleem is dat we niet zoveel CP hebben. (Sporters slikken dit soms.) Dit is binnen 5 tot 10
seconden op en dan gaan we over op de glycolyse.
2
Glucose = 2 Pyrodruivenzuur (Pyruvic Acid) + 2 ATP
Glucose - Glycolysis = 2 Pyruvic Acid (Pyro-Druivezuur) + 2 ATP
Waarom komt de glucose vandaan?
Bloedglucose
Afbraak van spier glucogelen
Hoorcollege 10 september
Blackboard
Course – Physiotherapy block 1 ‘Keep on Moving’.
Knop Lectures
Week 1 anatomie en energiesystemen spieren.
Week 2 duur- en krachttraining.
Week 3 speekvermoeidheid.
Week 4 het hart
Week 5 de longen
Week 6 VAKANTIE
Week 7 gassen en drukken
Week 8 zenuwstelsel en spier, spierpijn en Wasserman.
Doelen college week 1
1. Je kent de macroscopische en microscopische anatomie van de spier.
2. Je begrijpt wat er binnenin een spier gebeurt bij contractie (samenwerking).
Musculus biceps brachii (buigen van de elleboog) en musculus triceps brachii (strekken van de
elleboog).
Brachii betekend behorend tot de arm.
Woordenlijst onderdelen
Pees Tendon
Bot Bone
Bindweefsel Epimysium
Bloedvaten Blood vessel
Spierbundel Zijn groepen van bindweefsel – Fascicle
Bindweefsel om de
spierbundel Perimysium
Myofibrillen Myofibrils
Spiervezelmembraan Sarcolemma
Bindweefsel in spier Endomysium
Epi Aan de buitenkant, bovenop.
Peri Rondom
Endo Binnenin
De zenuwvezels regelen alles voor de spier, wanneer de zenuw doorgeknipt wordt dan doet de spier
niks meer. Spiervezels kunnen of samen trekken of niet.
Spiervezels trekken samen door de elektrische golven die vanuit de zenuwvezels komen.
1. Een spiervezel bestaat uit meerdere myofibrillen.
, 2. In de myofibrillen zitten filamenten.
a. Dikke filamenten (Myosine)
b. Dunne filamenten (Actine)
Buizennetwerk in de spier heet het Sarcoplasmatisch Reticulum. Sarcomeren (Z-schijf) zijn kleine
stukjes kun je aanspannen of niet. Het zijn de wagonnetjes van een trein.
Een spier trekt samen door de dikke en dunne filamenten samen te trekken en zich in elkaar te
harken. Dit gebeurt in heel veel spiervezels en daardoor wordt de spier korter.
In de sarcomeer gebeurt het volgende. Myosine filamenten proberen de actine filamenten te vangen
door met hun koppen er binnenin te gaan. Dit kan alleen op de receptor plaatsen.
Stappen in de spiercontractie
Zenuwimpuls bereikt het einde van de vezel.
Spiervezelmembraan raakt geprikkeld.
Het buisjessysteem in de spiervezel (Sarcoplasmatisch Reticulum) laat Ca++ los.
Ca++ bindt zich aan de troponine.
Troponine trekt tropomyosine van de receptor plaats op actine.
Er komt een crossbridge tussen actine en myosine.
De kop van het myosine maakt een werkslag.
Er bindt zich een nieuw ATP aan de kop. (ATP kan energie afgeven).
Kop laat los en richt zich op.
De vezel is korter geworden – Contractie.
ADP + P?
Als je geen calcium in je spieren hebt ben je verlamd.
Stappen in spierontspanning
Er komen geen zenuwprikkels meer.
Het spiervezelsmembraan raakt niet meer geprikkeld.
De calcium pomp gaat het Ca++ terugpompen in het Sarcoplasmatisch Reticulum, dit kost
energie. (Dus er is ATP nodig)
Tropomyosine rolt terug omdat het ook z’n calcium kwijtraakt.
Crossbridges worden verbroken.
De vezel ontspant - Spierrelaxatie
Een dood lichaam wordt stijf omdat er geen ATP meer is om de crossbridges te verbreken.
P278 – 298 van Human anatomy and Physiology.
Spieren deel 2
Doelstelling
Je begrijpt de processen in de spiercel die voor de energie zorgen.
Je kunt de energie voorziening en zonder gebruik van zuurstof in de spiercel vergelijken.
, Je begrijpt wat er in de spiercel tijdens rust gebeurt.
Je begrijpt wat dit alles betekent voor de motorische activiteiten an een mens.
Je weet wardoor de snelheid en duur van een contractie bepaald worden.
ATP Adenosine triphosphate
Spieren hebben ATP nodig om te contraheren (samen te trekken).
ATP is belangrijk in een spier. (Zonder ATP geen beweging!)
Zorgt dat de crossbridge los laat na de werkslag.
Laadt de crossbridge op.
Voorziet de calcium pomp van energie.
Structuur van ATP
ATP heeft 3 fosfaat groepen (Pi) (= Anorganisch fosfaat)
Splitsing van ATP maakt energie vrij!
ATP + H2O (water) = ADP + Pi + energie
ADP Adenosine difosfaat (PHOSPHATE)
PI Anorganisch fosfaat (INORGANIC)
Spiercellen synthetiseren op drie manieren.
1. Splitsing van creatine fosfaat.
2. Glycolyse
3. Krebs cyclus en oxidatieve.
1
Creatine Fosfaat + ADP = Creatine + ATP
We hebben niet zoveel creatine fosfaat. Onmiddellijke bron van ATP is die je snel gebruikt en snel op
is.
Creatine Phosphate + ADP = Creatine + ATP
Het probleem is dat we niet zoveel CP hebben. (Sporters slikken dit soms.) Dit is binnen 5 tot 10
seconden op en dan gaan we over op de glycolyse.
2
Glucose = 2 Pyrodruivenzuur (Pyruvic Acid) + 2 ATP
Glucose - Glycolysis = 2 Pyruvic Acid (Pyro-Druivezuur) + 2 ATP
Waarom komt de glucose vandaan?
Bloedglucose
Afbraak van spier glucogelen