Economische Crisis – vwo 6
Hoofdstuk 1 – De grote recessie
In het begin van deze eeuw werden de huizenprijzen in de VS en in andere landen torenhoog. Ook de
hypotheken die huiseigenaren afsloten waren ongekend hoog. In 2007 steeg de rente, stortte de
huizenmarkt in en kelderden de prijzen. Veel huiseigenaren konden hun hypotheeklasten niet meer
betalen. Banken die hypotheken hadden verstrekt dreigden failliet te gaan. De bestedingen van
consumenten en bedrijven namen af. Door de recessie, die zo’n tien jaar duurde, is de groei van de
economie en de welvaart afgezwakt. Een belangrijke oorzaak van de recessie is de lage rente. Deze
veroorzaakt zeepbellen, zoals we zagen op de huizenmarkt. De rente is laag door een toename van
de mondiale besparingen en een afname van de investeringen.
Vermogensmarkt
De vermogensmarkt is het geheel van vraag en aanbod van vermogen. De aanbieders, beleggers
genoemd, zijn de gezinnen, de bedrijven en soms de overheid als deze een overschot heeft.
Pensioenfondsen zijn institutionele beleggers die pensioenpremies beleggen of financiële markten.
De vragers naar vermogen zijn de bedrijven, de gezinnen en de overheid. Bedrijven kunnen eigen
vermogen of vreemd vermogen aantrekken. Het eigen vermogen wordt verschaft door de eigenaars
van de onderneming en is permanent beschikbaar voor de onderneming. Eigen vermogen wordt bij
vennootschappen (nv, bv) verkregen door het uitgeven van aandelen. Een aandeel is een bewijs van
mede-eigendom van een nv of bv. Een aandeel geeft recht op een winstuitkering, het zogenaamde
dividend. Tot het vreemd vermogen horen leningen die op korte termijn of lange termijn moeten
worden terugbetaald. Een voorbeeld van een lening is een obligatielening. Een obligatie (deeltje van
een obligatielening) is een schuldbekentenis voor een langlopende lening met een vaste rente. De
vermogensmarkt bestaat uit een aantal deelmarkten. De meest gebruikte indeling van de
vermogensmarkt is die in geldmarkt en kapitaalmarkt. Op de geldmarkt worden kortlopende
kredieten (leningen) verhandeld, kredieten met een looptijd tot twee jaar. Op de kapitaalmarkt gaat
het om langlopend en permanent vermogen.
Ruilen over de tijd
De rente is de prijs die op de vermogensmarkt tot stand komt. Wie spaart, stelt zijn bestedingen een
tijd uit en kiest voor een aanwending van middelen in de toekomst. Wie leent, wil zijn bestedingen
juist vervroegen. Omdat hij daarvoor niet de benodigde middelen heeft, zal hij geld lenen op de
vermogensmarkt. Daardoor ontstaat ruil in de tijd. Op de vermogensmarkt worden de middelen en
de bestedingen in de tijd op elkaar afgestemd. De prijs daarvan is de rente. Wie zijn consumptie naar
voren wil halen in de tijd en bereid is daarvoor rente te betalen over een lening heeft een positieve
tijdsvoorkeur.
Beleggen
Omdat de prijzen van huizen begin van deze eeuw lange tijd alleen maar stegen, werd het kopen van
een huis als een goede belegging gezien. Het beoordelen van een belegging gebeurt aan de hand van
het rendement. Het rendement van een belegging is de opbrengst van die belegging uitgedrukt in
procenten van het belegde bedrag. Het reële rendement is het nominale rendement gecorrigeerd
voor inflatie. Er is sprake van geldillusie als mensen alleen kijken naar de nominale waarde van het
geld en geen rekening houden met de verandering van de reële waarde van het geld. Beleggen is het
aanbieden van geld op de vermogensmarkt met de bedoeling een opbrengst te verkrijgen. Het geld
in een oude sok stoppen of laten staan op een betaalrekening noemen we oppotten. Sparen wordt
gedefinieerd als het niet besteden van inkomen.
, Risico en rendement
Het risico van wanbetaling of debiteurenrisico neemt toe met de looptijd van de lening. Ook is er
meer kans op inflatie waardoor de reële waarde van de lening afneemt. Beleggers (geldgevers) willen
een extra vergoeding vanwege een hoger risico. De rente stijgt met de toename van het risico.
Aandelen hebben een hoger risico dan obligaties. Een obligatiehouder heeft recht op een jaarlijkse
vaste rente-uitkering. Een aandeelhouder krijgt mogelijk dividend. De hoogte van de winst is
bepalend of er dividend wordt uitgekeerd en hoeveel dat is. Een risicomijdende belegger kiest
daarom voor obligaties.
Inflatie en rente
De reële rente wordt berekend door het nominale rentepercentage te corrigeren voor inflatie. Bij
een nominale rente van 4% en een inflatie van 2% is de reële rente (104/102) × 100 – 100 = 101,96 –
100 = 1,96%.
Huizen en hypotheken
Als de ontwikkeling van de huizenprijzen een stijgende lijn vertoont, bestaat de kans dat de stijgende
lijn wordt versterkt. Kopers verwachten een verdere prijsstijging en gaan versneld over tot aankoop.
Omdat het aanbod op korte termijn niet kan toenemen leidt de extra vraag tot prijsstijgingen. De
verwachtingen van de kopers komen uit. Dit is een voorbeeld van een selffullfilling prophecy: een
voorspelling die uitkomt omdat voorspellers zich er naar gedragen. Een plotselinge daling van de
huizenprijzen leidde tot onderwaterhypotheken: hypotheken die hoger zijn dan de waarde van de
woning waarop de hypotheek rust. Mensen met een dergelijke hypotheek gaan in het algemeen
aflossen en zullen niet veel besteden.
Aandelen en obligaties
De koersen van aandelen zullen stijgen als de winstgevendheid toeneemt. Een winsttoename kan
een gevolg zijn van een grotere afzet, van kostendalingen of van een combinatie. De koersen van
(tweedehands) obligaties reageren tegenovergesteld aan een renteverandering. Als de rente stijgt en
beleggers elders dus een hogere rente kunnen verdienen wordt de waarde van een vastrentende
obligatie kleiner en daalt de koers.
Solvabiliteit en liquiditeit van banken
Solvabiliteit is de mate waarin bezittingen zijn betaald met vreemd vermogen (VV / TV). Een
onderneming is solvabel als er tegenover het vreemde vermogen voldoende eigen vermogen staat.
Een bank die solvabel is, is in staat al haar schulden te betalen. Bij een lage rente is het aantrekkelijk
veel vreemd vermogen te gebruiken. Een bedrijf kan dan sterk profiteren van een positief
hefboomeffect, waarbij het rendement op het eigen vermogen groter wordt dankzij goedkoop
vreemd vermogen. Maar een lage solvabiliteit vormt een groot risico. Als een bedrijf in de verliezen
komt is er weinig eigen (buffer)vermogen en dreigt al snel faillissement. De mate waarin een
onderneming in staat is de kortlopende verplichtingen na te komen, noemen we de liquiditeit.
Centrale banken
De banken staan onder toezicht van de centrale bank die dwingende regels kan opleggen aan de
banken. De centrale banken van de landen die de euro hebben ingevoerd, zijn onderdeel van de
Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. De centrale banken zijn belast met toezicht op de
liquiditeit, de solvabiliteit, de risico’s en op de garantieregeling. Deze laatste houdt in dat
banktegoeden tot een bedrag van € 100.000 per persoon per bank zijn gegarandeerd. Als een bank
failliet gaat, draaien de andere banken op voor de kosten van de garantieregeling.
Hoofdstuk 1 – De grote recessie
In het begin van deze eeuw werden de huizenprijzen in de VS en in andere landen torenhoog. Ook de
hypotheken die huiseigenaren afsloten waren ongekend hoog. In 2007 steeg de rente, stortte de
huizenmarkt in en kelderden de prijzen. Veel huiseigenaren konden hun hypotheeklasten niet meer
betalen. Banken die hypotheken hadden verstrekt dreigden failliet te gaan. De bestedingen van
consumenten en bedrijven namen af. Door de recessie, die zo’n tien jaar duurde, is de groei van de
economie en de welvaart afgezwakt. Een belangrijke oorzaak van de recessie is de lage rente. Deze
veroorzaakt zeepbellen, zoals we zagen op de huizenmarkt. De rente is laag door een toename van
de mondiale besparingen en een afname van de investeringen.
Vermogensmarkt
De vermogensmarkt is het geheel van vraag en aanbod van vermogen. De aanbieders, beleggers
genoemd, zijn de gezinnen, de bedrijven en soms de overheid als deze een overschot heeft.
Pensioenfondsen zijn institutionele beleggers die pensioenpremies beleggen of financiële markten.
De vragers naar vermogen zijn de bedrijven, de gezinnen en de overheid. Bedrijven kunnen eigen
vermogen of vreemd vermogen aantrekken. Het eigen vermogen wordt verschaft door de eigenaars
van de onderneming en is permanent beschikbaar voor de onderneming. Eigen vermogen wordt bij
vennootschappen (nv, bv) verkregen door het uitgeven van aandelen. Een aandeel is een bewijs van
mede-eigendom van een nv of bv. Een aandeel geeft recht op een winstuitkering, het zogenaamde
dividend. Tot het vreemd vermogen horen leningen die op korte termijn of lange termijn moeten
worden terugbetaald. Een voorbeeld van een lening is een obligatielening. Een obligatie (deeltje van
een obligatielening) is een schuldbekentenis voor een langlopende lening met een vaste rente. De
vermogensmarkt bestaat uit een aantal deelmarkten. De meest gebruikte indeling van de
vermogensmarkt is die in geldmarkt en kapitaalmarkt. Op de geldmarkt worden kortlopende
kredieten (leningen) verhandeld, kredieten met een looptijd tot twee jaar. Op de kapitaalmarkt gaat
het om langlopend en permanent vermogen.
Ruilen over de tijd
De rente is de prijs die op de vermogensmarkt tot stand komt. Wie spaart, stelt zijn bestedingen een
tijd uit en kiest voor een aanwending van middelen in de toekomst. Wie leent, wil zijn bestedingen
juist vervroegen. Omdat hij daarvoor niet de benodigde middelen heeft, zal hij geld lenen op de
vermogensmarkt. Daardoor ontstaat ruil in de tijd. Op de vermogensmarkt worden de middelen en
de bestedingen in de tijd op elkaar afgestemd. De prijs daarvan is de rente. Wie zijn consumptie naar
voren wil halen in de tijd en bereid is daarvoor rente te betalen over een lening heeft een positieve
tijdsvoorkeur.
Beleggen
Omdat de prijzen van huizen begin van deze eeuw lange tijd alleen maar stegen, werd het kopen van
een huis als een goede belegging gezien. Het beoordelen van een belegging gebeurt aan de hand van
het rendement. Het rendement van een belegging is de opbrengst van die belegging uitgedrukt in
procenten van het belegde bedrag. Het reële rendement is het nominale rendement gecorrigeerd
voor inflatie. Er is sprake van geldillusie als mensen alleen kijken naar de nominale waarde van het
geld en geen rekening houden met de verandering van de reële waarde van het geld. Beleggen is het
aanbieden van geld op de vermogensmarkt met de bedoeling een opbrengst te verkrijgen. Het geld
in een oude sok stoppen of laten staan op een betaalrekening noemen we oppotten. Sparen wordt
gedefinieerd als het niet besteden van inkomen.
, Risico en rendement
Het risico van wanbetaling of debiteurenrisico neemt toe met de looptijd van de lening. Ook is er
meer kans op inflatie waardoor de reële waarde van de lening afneemt. Beleggers (geldgevers) willen
een extra vergoeding vanwege een hoger risico. De rente stijgt met de toename van het risico.
Aandelen hebben een hoger risico dan obligaties. Een obligatiehouder heeft recht op een jaarlijkse
vaste rente-uitkering. Een aandeelhouder krijgt mogelijk dividend. De hoogte van de winst is
bepalend of er dividend wordt uitgekeerd en hoeveel dat is. Een risicomijdende belegger kiest
daarom voor obligaties.
Inflatie en rente
De reële rente wordt berekend door het nominale rentepercentage te corrigeren voor inflatie. Bij
een nominale rente van 4% en een inflatie van 2% is de reële rente (104/102) × 100 – 100 = 101,96 –
100 = 1,96%.
Huizen en hypotheken
Als de ontwikkeling van de huizenprijzen een stijgende lijn vertoont, bestaat de kans dat de stijgende
lijn wordt versterkt. Kopers verwachten een verdere prijsstijging en gaan versneld over tot aankoop.
Omdat het aanbod op korte termijn niet kan toenemen leidt de extra vraag tot prijsstijgingen. De
verwachtingen van de kopers komen uit. Dit is een voorbeeld van een selffullfilling prophecy: een
voorspelling die uitkomt omdat voorspellers zich er naar gedragen. Een plotselinge daling van de
huizenprijzen leidde tot onderwaterhypotheken: hypotheken die hoger zijn dan de waarde van de
woning waarop de hypotheek rust. Mensen met een dergelijke hypotheek gaan in het algemeen
aflossen en zullen niet veel besteden.
Aandelen en obligaties
De koersen van aandelen zullen stijgen als de winstgevendheid toeneemt. Een winsttoename kan
een gevolg zijn van een grotere afzet, van kostendalingen of van een combinatie. De koersen van
(tweedehands) obligaties reageren tegenovergesteld aan een renteverandering. Als de rente stijgt en
beleggers elders dus een hogere rente kunnen verdienen wordt de waarde van een vastrentende
obligatie kleiner en daalt de koers.
Solvabiliteit en liquiditeit van banken
Solvabiliteit is de mate waarin bezittingen zijn betaald met vreemd vermogen (VV / TV). Een
onderneming is solvabel als er tegenover het vreemde vermogen voldoende eigen vermogen staat.
Een bank die solvabel is, is in staat al haar schulden te betalen. Bij een lage rente is het aantrekkelijk
veel vreemd vermogen te gebruiken. Een bedrijf kan dan sterk profiteren van een positief
hefboomeffect, waarbij het rendement op het eigen vermogen groter wordt dankzij goedkoop
vreemd vermogen. Maar een lage solvabiliteit vormt een groot risico. Als een bedrijf in de verliezen
komt is er weinig eigen (buffer)vermogen en dreigt al snel faillissement. De mate waarin een
onderneming in staat is de kortlopende verplichtingen na te komen, noemen we de liquiditeit.
Centrale banken
De banken staan onder toezicht van de centrale bank die dwingende regels kan opleggen aan de
banken. De centrale banken van de landen die de euro hebben ingevoerd, zijn onderdeel van de
Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. De centrale banken zijn belast met toezicht op de
liquiditeit, de solvabiliteit, de risico’s en op de garantieregeling. Deze laatste houdt in dat
banktegoeden tot een bedrag van € 100.000 per persoon per bank zijn gegarandeerd. Als een bank
failliet gaat, draaien de andere banken op voor de kosten van de garantieregeling.