EXAMEN
- 10 MCQ vragen
- Mix theorie + praktische vragen
o Foto’s en structuren benoemen
Bindweefsel
Algemeen
- Vormt een materiaal dat cellen en organen verbindt en lichaam steun geeft
- Functie berust op extracellulaire matrix
o En dus niet op de cellen
o In tegenstelling tot andere primaire weefsels
o EM : bestaat uit
§ Vezels (collageen + elastisch)
§ Grondsubstantie
o Belangrijk want bepaald de kenmerken van het bindweefsel
- Ontstaat uit mesenchym
o Eén embryonaal weefsel (= mesenchym)
o Mesenchym afkomtstig van de middelste laag van het embryo = mesoderm
o Opgebouwd uit visceuze grondsubstantie
§ Collageen vezels
§ Ongedifferentieerde spoelvormige tot stervormige mesenchymale cellen
Histologie beeld embryonaal mesenchym:
- Veel cellen + zeer groot + langwerpig
- Actief producerende kernen = euchromatische
kernen = open kernen
- Veel matrix
o = witte korrelige achtergrond
o Grondsubstantie
o = Hyaluronzuur bij embryo’s
3 Functies
1. Steunfunctie
o Kapsels rond en trabekels in organen
o Vormt pezen en ligamenten
o Vult ruimte tussen organen op
o Bot en kraakbeen à bijzondere vormen van bindweefsel
2. Afweer
o Barrière tegen verspreiding van vb. bacteriën
o Fagocyterende cellen en cellen behorend tot het afweersysteem
3. Voeding
o Door voorkomende bloedvaten
,EXAMENvraag: ‘waarom zijn bloedvaten in bindweefsel essentieel?’
- Wnr is een tumor kwaadaardig? à als de tumorcellen door het basale membraan gaan
en terechtkomen in het bindweefsel.
- Wrm: bindweefsel bevat veel bloedvaten en zo kunnen ze dus uitzaaien
Samenstelling
1. Cellen in bindweefsel
o Fibroblast
o Adipocyt (vetcel)
o Plasmacel
o Inflammatoire cellen à lymfocyt, eosinofiele granulocyt, neutrofiele granulocyt,
macrofaag, mestcel, dendritische cel (Langerhanscel)
2. Vezels (extracellulaire matrix)
o Collagene vezel
o Elastische vezel
o Reticulaire vezel
3. Grondsubstantie (extracellulaire matrix)
o Glycosaminoglycanen
o Proteoglycanen
o Glycoproteïnen
Vezels + grondsubstantie à = extracellulaire matrix
Overzicht histologisch:
,Fibroblast
- Meest voorkomende bindweefselcel
- Produceren:
o Elastische + collagene vezels
o Glyosaminoglycanen + glycoproteïnen à van de grondsubstantie
- Onderscheid tussen fibroblast en fibrocyt met ELEKTRONENmicroscoop!
- Cel die heel actief is heeft
o Ontwikkeld RER
o Ontwikkeld Golgi
Onderscheid maken tussen:
Myofibroblasten Actieve fibroblasten Inactieve fibroblasten
- Cellen met contractiele - Grote cellen - = Fibrocyten
eigenschappen door toename - Grote actieve - Kleine cellen
actinefilamenten na euchromatische kern - Kleinere
beschadiging - Veel cytoplasma heterochromatische
- Vb. bij wondgenezing o Rijk aan RER kern
- Kern = ovaal - Minder cytoplasma
- Grote nucleolus - Kern is langwerpig,
- Goed ontwikkeld golgi klein en donker
- Mitochondriën zijn slank gekleurd
- Weinig ontwikkeld
RER + golgi
Vezels
3 soorten
- Collagene vezels
- Elastische vezels
- Reticulaire vezels
, Collageen
- Familie van eiwitten geproduceerd door ≠ celtypen
- Bij zoogdieren meest voorkomende eiwit
o Bij mens à 30% van totale droge gewicht
- > 20 + types
o Vooral type I – IV belangrijk
§ > 95% van het collageen
o Op grond van chemische samenstelling
- I en III à vezelvormend
- Belangrijkste AZ waaruit collageen is opgebouwd
o Glycine
o Proline
o Hydroxyproline
- Basiseiwiteenheid= tropocollageen
o Langgerekte molecule
o 3 polypeptide-subeenheden die tripel helix vormen (complex)
o ≠ types door ≠ AZ samenstelling in polypeptideketens
o Collageen type I, II en III à lange fibrillen
o Type IV
§ Geen fibrillen maar viltachtige korrelige lagen zonder zichtbare
structuurkenmerken
Collageen types:
Type 1 - Tanden, botten, huid, …
- Weerstand tegen spanning
- Vormt fibrillen à vezels
Type 2 - Kraakbeen
- Weerstand tegen druk
- Fibrillen à GEEN vezels!!
Type 3 - Huid, spieren, bloedvaten, …
- Structuur behoud in organen
- Fibrillen à vezels
Type 4 - Basale en extemal laminae
- Support van epitheliale cellen
- HEEL BELANGRIJK voor oncologie à indien structuur afwezig of
onderbroken en je zit met een tumor in situ dan heeft die een
kwaadaardig potentieel
Type 7 - Anker filamenten
EXAMENvraag: ‘kan je een fibril licht microscopisch zien?’
- Antwoord à NEE, enkel via een elektronenmicroscoop
Microscoopbeeld:
- Collageen fibrillen=
o In EM herkennen door dwarsbandpatroon
o Typische rangschikking van langgerekte tropocollageenmoleculen die deels
overlappen
- Type I en III à fibrillen à vezels à bundels
o Vezels zichtbaar via lichtmicroscoop (kleine golvende bundels)
o Bundels soms met blote oog zichtbaar