Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Inleiding Criminologie 2024/2025

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
152
Subido en
02-04-2026
Escrito en
2024/2025

Volledige samenvatting van lessen en reader inleiding criminologie. Academiejaar 2024/2025, geslaagd in eerste zit.

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Inleiding criminologie

Hoofdstuk 1: Criminologie als ‘een huis met vele kamers’

Bij de beschrijving van een wetenschapsdomein wordt klassiek een onderscheid gemaakt tussen het
‘materieel’ en het ‘formeel voorwerp’ van een wetenschap.

-Het ‘materieel voorwerp’ verwijst naar het onderwerp of de studiematerie van de wetenschappelijke
analyse of wetenschapsbeoefening.

-Het ‘formeel voorwerp’ is de wijze waarop de wetenschap wordt bedreven (de methode, en daarmee
samenhangend naar de achterliggende theorie).

=Wetenschapstheoretisch vinden dat een wetenschap enkel een discipline is, als beide voorwerpen
aanwezig zijn. → Bij criminologie werd dit voor een lange tijd in vraag gesteld.

1. HET MATERIËLE VOORWERP VAN DE CRIMINOLOGIE: 'CRIMINALITEIT’?

De Europese Vereniging voor Criminologie (2020) omschrijft criminologische kennis als academische,
wetenschappelijke, en professionele kennis,

“concerning the explanation, prevention, control and treatment of crime and delinquency,
offenders and victims, including the measurement and detection of crime, legislation and the
practice of criminal law, and law enforcement, judicial, and correctional systems”.

Volgens David Garland (1997), een van de invloedrijkste criminologen van onze tijd, heeft de
criminologie twee hoofdkenmerken.

-Criminologie heeft een empirisch gegronde en wetenschappelijke aanpak, die haar
onderscheidt van het strafrecht en morele discours.

-Criminologie is gericht op de door de staat gedefinieerde criminaliteit, hierdoor is het
onderwerp veel kleiner dan dat van andere disciplines.

-Vb: Sociologie: deviantie en contrôle (veel breeder).

Andere criminologen, zoals Goethals (2016), identificeren drie hoofdthema’s in het criminologisch
onderzoek. De criminologie bestudeert zowel :

1.De fenomenen criminaliteit (en recentelijk ook onveiligheid), met inbegrip van de
fenomenologie (de kwantitatieve en kwalitatieve vormgeving) ervan, alsook de samenhang met
sociaal structurele en individu gebonden kenmerken.

2. De processen van benoeming van criminaliteit (waarom en hoe bepaalde vormen van gedrag
‘ge(de)criminaliseerd’ of ‘ge(de)penaliseerd’ worden en andere niet).

3. De wijze waarop de samenleving op deze criminaliteit reageert via preventie, repressie,
bestraffing en nazorg.

Daarnaast heeft criminologie ook heel wat criminologische deeldomeinen, zoals penologie,
criminografie, etc. (zie boek voor extra uitleg.)

=Criminologie bestudeert dus criminaliteit en de reactie erop. De vraag “wat verstaan we onder
‘criminaliteit’?” is echter iets moeilijker om te beantwoorden.

1.1 CRIMINALITEIT’ IN WEZEN BETWIST?

=Academischi raken het niet eens over hoe ze het begrip ‘criminaliteit’ moeten definiëren.

➔ Er bestaat geen consensus over, criminologen zijn zelfs hun interesse verloren om er nog
iets verder mee te doen.

,In één van de weinige criminologische boeken gewijd aan de conceptualisering van het begrip
‘criminaliteit’, beargumenteert Reiner dat de invulling van het concept criminaliteit “in wezen betwist”
wordt.

Eerder was het Gallie die de uitdrukking “essentially contested” introduceerde en daarmee bepaalde
concepten wilde omschrijven die weliswaar in abstracte en theoretische termen worden
aangenomen, maar waarover geen consensus bestaat omdat ze normatief en complex zijn.

1.2 DE LEGALISTISCHE DEFINITIES VAN CRIMINALITEIT, DE BEPERKINGEN ERVAN, EN DE
CONSTRUCTIVISTISCHE REACTIES EROP

Ondanks het duidelijke gebrek aan eensgezindheid van hierboven, vormen de strafrechtelijke definities
van criminaliteit een soort anker. (Reiner)

➔ MAAR enkel op mechanische wijze.

Via deze weg kunnen we criminaliteit dus definiëren als het gedrag dat door het strafwetboek en door
andere strafwetten strafbaar wordt gesteld.

De basisdefinitie van criminaliteit, omschrijft het concept als een “daad óf een nalatigheid die wordt
beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht.”

1.2.1 Beperkingen van strafrechtelijke definities van criminaliteit

Strafrechtelijke definities hebben het voordeel van helderheid, maar voldoen helaas niet door
meerdere redenen:

1.De legalistische benadering gaat ten eerste niet dieper in op de ware aard van criminaliteit:
ze geeft enkel aan dat een misdrijf een misdrijf is omdat het strafrecht dit zo vooropstelt.

2. Strafrechtelijke definities zijn dynamisch. Ze kunnen verschillen over tijd en gedragingen
kunnen gecriminaliseerd (bv. de uitbreiding van de notie verkrachting in het Belgisch
strafwetboek), dan wel gedecriminaliseerd worden, waarbij bepaalde misdrijven op een
bepaald ogenblik uit dit strafwetboek kunnen verdwijnen (bv. overspel).

3. Ze zijn niet steeds duidelijk. Zo kan gedrag tegelijkertijd crimineel zijn én in strijd met
burgerlijk recht (bv. 'onachtzaamheid’) en kunnen dezelfde feiten zowel via een
strafrechtelijke als via een burgerrechtelijke procedure behandeld worden.

4.Ze kunnen verschillen tussen landen. → Vb: Regelgeving over cannabisgebruik.

Voorts hebben strafrechtelijke definities de neiging om schadelijke activiteiten van ‘de
machtigen’ (personen, bedrijven of overheden) te verwaarlozen of zelfs te negeren).

5. Het bestraffen van gedragingen die voordelig kunnen zijn voor sociale vooruitgang.

-Vb: Zo werd Martin Luther King bijvoorbeeld meerdere keren aangehouden en
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor zijn rol in de burgerrechtenbeweging in de jaren
1960.

=Ondanks hun tekortkomingen kunnen legalistische definities van criminaliteit moeilijk aan de kant
geschoven worden en vertrekken vele criminologische theorieën en analyses uit deze legalistische
definities.

Nog andere problemen:

=Burgers of experten weten niet precies wat crimineel is

Volgens Stuntz (2001) omvat het strafrecht twee verschillende onderdelen:

-Een beperkt aantal kernmisdrijven & Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen

,-Verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering (Lacey, 2009)

Onmogelijkheid om het strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren:

-Ashworth (2000): strafrecht = “een verloren zaak vanuit principieel oogpunt”

-Europees Hof van de Rechten van de Mens gebruikt enkel formele en procedurele bepalingen om
het strafrecht van het burgerlijk recht te onderscheiden

1.2.2 Constructivisme: de uitdaging van het legalisme tot nihilisme

=Vanaf de jaren ‘60 hebben constructivisten strafrechtelijke definities uitgedaagd en in bepaalde
gevallen tot het uiterste hebben gedreven.

Volgens Hulsman bijvoorbeeld “kent criminaliteit geen ontologische realiteit”.

→ Criminaliteit ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid, maar is een product
daarvan

Tegelijkertijd zijn de constructivistische opvattingen niet onverenigbaar met de legalistische
definities van criminaliteit. Er wordt slechts met een kritischere blik gekeken naar de legalistische
definities. Hierbij worden deze niet meer beschouwd als een objectieve representatie van evidente
criminaliteitsfenomenen, maar wel als het variabel product van een historisch constructieproces.

Ook de bekende definitie van Sutherland (“the study of the process of lawmaking, law-breaking and
law-enforcing”), bevat bijvoorbeeld een constructivistische insteek.

→Alhoewel ze heel aantrekkelijk is, is deze definitie volgens sommigen zowel te breed als te
smal.

-Te breed: geen verschil tussen strafrecht en andere rechtstakken.

-Te smal: geen aandacht voor informele / privé maatschappelijke reacties.

=Meer algemeen is er onder vele criminologen (en andere sociale wetenschappers) de realisatie gegroeid
dat het constructivisme (in zijn gematigde versie) een kern van waarheid bevat: het is onmogelijk om
de natuurlijke of sociale wereld te bestuderen zonder concepten of theorie te gebruiken.

➔ MAAR Sommige constructivisten gaan nog verder en lopen zo het risico om te vervallen
in nihilisme en relativisme.

De meest extreme groep onder hen zijn de postmodernisten die de nadruk hebben gelegd op de
‘discursieve’ creatie van ‘criminaliteit’. Zij twijfelen of we ‘de waarheid’ überhaupt wel kúnnen weten.

➔ Deze groep gaat ervan uit dat er geen grote, ‘universele’ waarheden zijn, maar enkel
‘kleine’, ‘persoonlijke’ waarheden: percepties gevormd door iemands culturele en
sociale achtergrond, zo ook de invulling van criminaliteit. (voorbeeld Foucault zie boek).

1.3 ALTERNATIEVE DEFINITIES EN CONCEPTEN

Het mag dan ook geen verbazing wekken dat legalistische definities van criminaliteit vaak als
ontoereikend worden beschouwd door criminologen. Daarom hebben enkele criminologen met
uiteenlopende epistemologische en politieke opvattingen alternatieve definities van criminaliteit
voorgesteld, zonder rekening te houden met de bestaande wettelijke normen.

1.Selin: ‘criminaliteit’ als het gevolg van conflicterende gedragsregels.

2. In een invloedrijk artikel uit 1970, suggereren Herman en Julia Schwendiger dan weer om misdrijven
te beschouwen als schendingen van de mensenrechten, waarbij ze oproepen om te erkennen dat
dergelijke rechten geregeld met de voeten werden getreden door verschillende
legalistische/sociologische constructen zoals “imperialisme, racisme, seksisme en armoede”

, 3. Hirschi en Gottfredson (1990) criminaliteit gedefinieerd als: “daden van geweld of fraude die worden
ondernomen uit eigenbelang,” en dit in het kader van hun general theory of crime – een theorie die
misschien wel beschouwd kan worden als één van de meest invloedrijke binnen de criminologische
wetenschap.

4. Andere wetenschappers: ‘deviantie’ i.p.v. ‘criminaliteit’

1.3.1 Het begrip ‘criminaliteit’ afschaffen?

Deze en andere academici gingen nog een stapje verder, en hebben zelfs voorgesteld om komaf te
maken met de term ‘criminaliteit’ an sich. De meesten onder hen situeren zich binnen het uitgestrekte
domein van de kritische criminologie.

-Vb: Nils Christie (1977) stelde voor het begrip criminaliteit op te vatten als een “geschil tussen
aanwijsbare partijen”. → Dit vormde meteen ook de aanleiding tot het ontstaan van de
herstelgerichte benadering binnen de criminologie.

Niet alleen kritische criminologen waren hier mee bezig, ook enkele positivisten pleitte hiervoor, ook al
is deze denkwijze in c wel tegenstrijdig met die van het positivisme.

-Vb: Gottfredson ondersteunt “crime-free criminology”

Voortbouwend op de traditie van de kritische criminologie, gingen Hillyard Tombs, en enkelen van hun
collega’s nog verder. Zij lanceerden het voorstel het begrip ‘criminaliteit’ te vervangen door ‘sociale
schade’ (social harm) en tegelijkertijd het beleid meer toe te spitsen op schadebeperking of harm
reduction

➔ Ze richtten ook een alternatieve stroming op, de ‘zemiologie’, die is gewijd is aan de studie
van sociale schade.

Greenfield en Paoli gaan akkoord met de premisse van de zemiologen en andere kritische
criminologen dat het pad van criminalisering en vervolging slechts één van de mogelijke strategieën
is om met schadelijke activiteiten om te gaan, en erkennen dat deze aanpak vaak niet de beste is. Toch
pleiten ze er niet voor om het concept ‘criminaliteit’ in te wisselen voor het concept ‘schade’.

➔ Ze kiezen de middenweg: strafrechtelijke definities + erkenning centraliteit schade +
pleidooi voor beleidsevaluatie

2. HET FORMELE VOORWERP VAN DE CRIMINOLOGIE:

Eerder in dit hoofdstuk hadden we het over het materiële voorwerp van criminologie, namelijk het
studieobject. Hier gaan we het hebben over het formele voorwerp:

=Het formele voorwerp van een wetenschapsdomein verwijst naar de wijze waarop de wetenschap
wordt bedreven, methode en achterliggende theorie.

De manier waarop criminologen onderzoek doen kan grondig verschillen. Eén mogelijk verschil ligt in
de keuze van onderzoeksaanpak:

-Kwantitatieve onderzoeksaanpak: gestandaardiseerde instrumenten voor dataverzameling en
nadien statistisch verwerken.

-Kwalitatieve methodes: Bovenstaande methode zou ontmenselijkend werken.

-Nog andere onderzoekers inspireren zich op marxistische begrippen en inzichten om
criminaliteit te verklaren

Een tweede mogelijke verschil ligt in welk waardenschema of perspectief een onderzoeker hanteert.
De uitgangspunten van een onderzoeker bepalen zowel de keuze van het object van studie als de
wijze waarop dit object zal worden bestudeerd. → er is geen specifieke invalshoek.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
2 de abril de 2026
Número de páginas
152
Escrito en
2024/2025
Tipo
RESUMEN

Temas

$20.23
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
Indracrimi

Conoce al vendedor

Seller avatar
Indracrimi Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
1
Documentos
5
Última venta
4 año hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes