Bloedgroepen:
Antigeen:
Iedere lichaamsvreemde stof die in staat is om in een lichaam antistoffen op te
wekken
Elk element dat niet herkend wordt als een deel van het eigen lichaam is een
antigeen
o Bv. Bacteriën, virussen, gisten, parasieten, …
Antistoffen - antilichamen:
Zijn beschermende stoffen, die in het immuunsysteem gemaakt worden om de
antigenen te vernietigen
Elke antistof is gericht tegen 1 specifiek antigeen
Antistoffen zijn eiwitten – daardoor de naam immunoglobulinen (IG’s)
Immunogeen vermogen:
Vermogen om in een lichaam antistoffen op te wekken – immuunreactie
opwekken
Natuurlijk proces dat de antigenen die binnendringen gaan vernietigen
Praktisch inzicht:
Als je bloed ontvangt van iemand met dezelfde bloedgroep – gevolg – het
immuunsysteem herkent de RBC niet als vreemd dus stoot niet af
Als je bloed ontvangt van iemand met een andere bloedgroep – gevolg –
immuunsysteem valt deze RBC aan en vernietigt ze door:
o Transfusie reactie
o Donor en ontvanger incompatibel
Anatomie en fysiologie: Bloedgroepen
1
, Belangrijke systemen:
ABO bloedgroep systeem – natuurlijke antistoffen
Het rhesus systeem – uitsluitend immuun antistoffen
Het ABO-systeem:
Natuurlijke antistoffen:
Ontstaan vanaf de geboorte, als reactie tegen bacteriën en plantendeeltjes
Via voeding
Bij een pasgeboren baby, deze antistoffen nog niet aangemaakt:
o Darm is steriel
o Bloedgroepbepaling
o Vanaf 3-6de maand eigen antistoffen te synthetiseren
Het Rhesus-systeem:
Rhesus antigeen of rhesus factor
o RH positief met D factor
o RH negatief zonder D factor
Uitsluitend immuun antistoffen – geen natuurlijke antistoffen
Ingewikkeld systeem van 6 antigenen, die in membraan RBC voorkomen
Belangrijkste factor is de D factor of Rhesus factor omdat deze het grootste
immunogeen vermogen heeft.
Anatomie en fysiologie: Bloedgroepen
2
Antigeen:
Iedere lichaamsvreemde stof die in staat is om in een lichaam antistoffen op te
wekken
Elk element dat niet herkend wordt als een deel van het eigen lichaam is een
antigeen
o Bv. Bacteriën, virussen, gisten, parasieten, …
Antistoffen - antilichamen:
Zijn beschermende stoffen, die in het immuunsysteem gemaakt worden om de
antigenen te vernietigen
Elke antistof is gericht tegen 1 specifiek antigeen
Antistoffen zijn eiwitten – daardoor de naam immunoglobulinen (IG’s)
Immunogeen vermogen:
Vermogen om in een lichaam antistoffen op te wekken – immuunreactie
opwekken
Natuurlijk proces dat de antigenen die binnendringen gaan vernietigen
Praktisch inzicht:
Als je bloed ontvangt van iemand met dezelfde bloedgroep – gevolg – het
immuunsysteem herkent de RBC niet als vreemd dus stoot niet af
Als je bloed ontvangt van iemand met een andere bloedgroep – gevolg –
immuunsysteem valt deze RBC aan en vernietigt ze door:
o Transfusie reactie
o Donor en ontvanger incompatibel
Anatomie en fysiologie: Bloedgroepen
1
, Belangrijke systemen:
ABO bloedgroep systeem – natuurlijke antistoffen
Het rhesus systeem – uitsluitend immuun antistoffen
Het ABO-systeem:
Natuurlijke antistoffen:
Ontstaan vanaf de geboorte, als reactie tegen bacteriën en plantendeeltjes
Via voeding
Bij een pasgeboren baby, deze antistoffen nog niet aangemaakt:
o Darm is steriel
o Bloedgroepbepaling
o Vanaf 3-6de maand eigen antistoffen te synthetiseren
Het Rhesus-systeem:
Rhesus antigeen of rhesus factor
o RH positief met D factor
o RH negatief zonder D factor
Uitsluitend immuun antistoffen – geen natuurlijke antistoffen
Ingewikkeld systeem van 6 antigenen, die in membraan RBC voorkomen
Belangrijkste factor is de D factor of Rhesus factor omdat deze het grootste
immunogeen vermogen heeft.
Anatomie en fysiologie: Bloedgroepen
2