Hannah Vrambout
Inleiding tot de rechtsfilosofie
1) Rechtsfilosofie & middeleeuwen
Wat is rechtsfilosofie?
Wat is recht?
Juristen (intern perspectief die wil weten wat recht is en aanvaard het geheel van regels):
- Geheel van regels die neerslag vinden in de bronnen van het recht (algemene
principes, wetten, gewoonten, …
- Deze regels vinden toepassing in de praktijk van rechtspraak en rechtsleer
- Zoektocht binnen dit systeem naar meest adequate juridische oplossing van een
bepaald probleem (bv. euthanasie)
Sociologen (extern perspectief, op een afstand kijken nr recht als een speciaal element):
à Gaat niet om de vraag wat geldend recht is
à Recht als sociaal fenomeen (recht beïnvloed dr de maatschappij)
- Recht (nauw): maatschappelijke controle uitgeoefend door systematische aanwending
van macht à machtshebber die controle uitoefent dr recht
- Recht (breed): geheel van collectieve gedragingen en normen die het sociale leven
structureren à sociologische kijk
Filosofen:
à Dubbele betekenis van het woord ‘recht’
- Morele rechtvaardigheid: noodzakelijk verband tussen recht en moraliteit
• Natuurrechtleer: kijkt nr de verbindingen tussen moraliteit en recht
- Bestaand pos rechtsstelsel: juridische ordening die feitelijk effectief is binnen een bep
grondgebied (bep dr macht). Ordenende functie v/ recht, ook bij onrechtvaardigheid
• Rechtspositivisme: perfect recht gebruiken om samenleving te ordenen
Wat is rechtsfilosofie?
Definities onbevredigend: rechtsfilosofie heeft geen definities want elke def levert problemen
Grondvragen van het recht:
- In hoeverre houdt recht verband met moraal en rechtvaardigheid?
- In hoeverre is recht louter een machtsinstrument?
- Hoe kun je juridisch dwang rechtvaardigen?
- Wanneer moet men aan het recht gehoorzamen?
- Tot welke grens mag de overheid zich met het leven van haar burgers bemoeien?
Juristen buiten het kader:
- Strafrechter: is het strafrecht wel de geschikte manier om mensen te bewegen regels na
te leven? à deze vraag kan men niet binnen het recht beantwoorden
- Wetgevingsjurist: welke zaken moeten wel en niet door de overheid geregeld worden?
à is het maken v/d wet de beste oplossing of is er een ander probleem
- Rechter: Moet ik wetten toepassen die fundamenteel onrechtvaardig zijn of tot een
onrechtvaardige uitkomst leiden? (bv. wetten toepassen tijdens Nazi)
à We kunnen deze vragen niet beantwoorden vanuit recht (staan niet in het recht)
1
,De filosofische benadering
- Filosofen bestuderen geen ander onderwerp dan juristen: bv ook nadenken over recht
en milieu, euthanasie, alternatieve straffen
- Wel andere benadering en ander perspectief
• Niet alleen een intern perspectief, vragen vanuit het terrein van het recht
• Maar een extern perspectief van buiten, van een afstand, over het recht
• Zinvol voor juristen om van tijd tot tijd de eigen activiteit kritisch van
afstand te bekijken
Filosofie en wetenschap
- Wetenschap: bepaalde stabiele beschrijving of verklaring van de werkelijkheid (ook
sociologie of sociale wetenschap)
- Filosofie: bepaalde visie op de wereld voorstellen en daarvoor beargumenteren
- Verschillende benaderingen tussen filosofen (stromingen)
- Typisch: Debat tussen filosofie en kritiek op andere visies
- Filosofie als zoektocht naar grondslagen
• Ethiek: van morele oordelen over goed en kwaad
• Wetenschap: van wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke kennis
• Recht: van juridische en niet-juridische regels
à Wnnr kunnen we iets recht noemen en waar ligt de grens?
Recht, ethiek, politiek
- Juridische regels als deelverzameling van sociale regels die zien op het samenleven
tussen mensen in de maatschappij (religieuze regels, etiquette, sociale regels, gewoonte,
morele regels)
- Recht deels als autonoom systeem is historische ontwikkeling: ontwikkeling v/ aparte
beroepsgroep met eigen taal, gebruiken, kleding en ceremonie
- Niet in isolatie te zien v/ andere praktijken en maatschappij, vragen van moreel en
politiek
Rechtsfilosofie
= een poging om enigszins geordend en systematisch na te denken over aard, functie,
rijkwijdte en legitimiteit van het recht (Westerman)
- Aard: Wat is recht?
- Rijkwijdte: Hoe ver kunnen we gaan? Waar is de grens?
- Functie in de maatschappij: Doel van recht
- Legitimiteit: Waarom heeft recht een bepaalde gelding?
2
,Historische ontwikkeling v/d rechtsfilosofie (v/d Middeleeuwen tot de 20ste eeuw)
Historische gebeurtenissen
- Veel filosofische theorieën worden als abstract gezien (los v/d gebeurtenissen)
- Maar die moeten we bekijken in hun contexten
- De theorieën zijn vaak antwoorden op belangrijke vragen in die periode
Achtergrond
- Historisch begrip van grondslagen van onze huidige democratische rechtstaat
- Inzicht in de legitimatie van staat en recht
- Terug nr Middeleeuwen waar er heel anders over doel v/ staat en recht werd gedacht
- Geen basis in vrijheid en gelijkheid
Feodalisme (ong 5de eeuw na val v/h Romeinse rijk)
- Chaos door ineenstorten maatschappelijke orde West-Romeinse rijk in 4de eeuw
- Wereldlijke macht bij de keizer
- Feodale maatschappij opgedeeld in kleinere eenheden onder leiding van de adel
- Geestelijke macht bij de Rooms-Katholieke kerk
- Standenmaatschappij: geestelijken, adel, boeren en burgers
à Je stand vanaf je geboorte bepaalt heel sterk je leven
- Complex stelstel van wederzijdse verplichtingen tussen standen
- In dit hiërarchisch systeem heeft individu zelf geen rechten en plichten
- Mens niet autonoom individu, mr ontleent identiteit aan stand waartoe men behoort
- Vrijheidsrechten als groepsrechten van een satnd: voorrechten van bepaalde groep tegen
opkomende centrale macht van vorst
- Verdragen als Magna Carta (1215): bescherming collectieve privileges van adel tegen
aanspraken koning
• De koning heeft een grote centrale macht, dus veel oorlogen die geld kosten
• De belastingen gaan verhogen en de adel moest die belastingen opheffen
• Adel gaat meer protesteren en voor hun privileges opkomen
• In de magna carta worden die privileges erkent van de adel tegen de konin
• Dit is een beperking v/d absolute macht v/d koning
= wereldlijke macht
Res Publica Christiana (RPC)
- Geestelijke macht beruste bij de Rooms-Katholieke kerk
- Augustinus van Hippo (354-430 n.C) schrijft het boek ‘stad van God’ begin 5e eeuw
- Introduceert het begrip “res publica Christiana”: De internationale gemeenschap
vanchristelijke volkeren en staten
- Christelijke kerk positief afgezet tegen de aaspraken v/h Romeinse Rijk op de res
publica (re-publiek/ publieke zaak als de gemeenschap en haar welzijn)
- Betwisting legitmiteit v/ Rome als staat omdat het rijk was veroverd met geweld en niet
door rechtvaardigheid
- Christelijke kerk wel als echte res publica, opgericht vr welzijn v/ mensheid
à Internationale gemeenschap van christelijke volkeren en staten
3
, RPC als denkkader impliceerde:
- Geloofseenheid
- Erkenning van het overkoepelend geestelijk gezag van de Paus
- Het heilige recht van de kerk om ketterij, desnoods te vuur en te zwaard, te bestrijden
en de wereldlijke overheid te verplichten daaraan mee te werken
Soevereiniteit
- Augustinus ook vaak geassocieerd met doctrine van goddelijke soevereiniteit
- Soevereiniteit: recht om het hoogste gezag uit te oefenen, zonder verantwoording aan
anderen
- Soevereiniteit van God (Christendom): het recht van God om zijn heersende macht over
zijn schepping uit te oefenen
- Voortdurende controle en verenigd bestuur over wereld
Mensbeeld en maatschappij
- Zondeval (Adam en Eva): mens valt ten prooi aan drift en begeerte, ook het intellect
kan mensen op dwaalspoor zetten
- Maatschappij als verzameling van verdorven mensen: hebzucht, ambitie en
machtswellust
- Dit maakt rechtvaardigheid onmogelijk
Augustinus over de staat
“Wanneer de gerechtigheid op zij geschoven is, wat zijn de koninkrijken dan anders dan grote
roversbendes?”
- Zonder rechtvaardigheid is er geen verschil tussen de staat en roversbendes
- Voorbeeld van Alexander de Grote en de zeerover
• Verschil roversbende en staat: hij brengt gevaarlijkheid met één schip terwijl
Alexander de grote het doet met meer
• Het enige verschil is dus de omvang en grootte
- Ordening alleen via God mogelijk om kwalijke kanten van mens te controleren
- Deel moet zich voegen naar geheel: hogere machten moeten gehoorzaamd worden door
lagere machten
- God is uiteindelijke wetgever en mensen moeten zich richten naar zijn bevelen
Augustinus over het recht:
- Implicaties voor het recht
- Menselijke wetten moeten inhoudelijk rechtstreeks uitgaan van Gods Woord als
criterium van rechtvaardigheid (gerechtigheid Gods)
- Goddelijk hoger recht zoals neergeslagen in de Bijbel
13de eeuw
- Ontwikkelingen van universiteiten in Italië
- Herontdekking van teksten uit de Oudheid
- Invloed van Griekse filosofen zoals Aristotelis op het Christelijke denken
- Spanning tussen:
• Oud-Grieks wereldbeeld waarin de verschillende goden zelf gebonden zijn
aan een grondorde
• Christendom met de wil van de almachtige schepper die ook anders zou
kunnen scheppen
4
Inleiding tot de rechtsfilosofie
1) Rechtsfilosofie & middeleeuwen
Wat is rechtsfilosofie?
Wat is recht?
Juristen (intern perspectief die wil weten wat recht is en aanvaard het geheel van regels):
- Geheel van regels die neerslag vinden in de bronnen van het recht (algemene
principes, wetten, gewoonten, …
- Deze regels vinden toepassing in de praktijk van rechtspraak en rechtsleer
- Zoektocht binnen dit systeem naar meest adequate juridische oplossing van een
bepaald probleem (bv. euthanasie)
Sociologen (extern perspectief, op een afstand kijken nr recht als een speciaal element):
à Gaat niet om de vraag wat geldend recht is
à Recht als sociaal fenomeen (recht beïnvloed dr de maatschappij)
- Recht (nauw): maatschappelijke controle uitgeoefend door systematische aanwending
van macht à machtshebber die controle uitoefent dr recht
- Recht (breed): geheel van collectieve gedragingen en normen die het sociale leven
structureren à sociologische kijk
Filosofen:
à Dubbele betekenis van het woord ‘recht’
- Morele rechtvaardigheid: noodzakelijk verband tussen recht en moraliteit
• Natuurrechtleer: kijkt nr de verbindingen tussen moraliteit en recht
- Bestaand pos rechtsstelsel: juridische ordening die feitelijk effectief is binnen een bep
grondgebied (bep dr macht). Ordenende functie v/ recht, ook bij onrechtvaardigheid
• Rechtspositivisme: perfect recht gebruiken om samenleving te ordenen
Wat is rechtsfilosofie?
Definities onbevredigend: rechtsfilosofie heeft geen definities want elke def levert problemen
Grondvragen van het recht:
- In hoeverre houdt recht verband met moraal en rechtvaardigheid?
- In hoeverre is recht louter een machtsinstrument?
- Hoe kun je juridisch dwang rechtvaardigen?
- Wanneer moet men aan het recht gehoorzamen?
- Tot welke grens mag de overheid zich met het leven van haar burgers bemoeien?
Juristen buiten het kader:
- Strafrechter: is het strafrecht wel de geschikte manier om mensen te bewegen regels na
te leven? à deze vraag kan men niet binnen het recht beantwoorden
- Wetgevingsjurist: welke zaken moeten wel en niet door de overheid geregeld worden?
à is het maken v/d wet de beste oplossing of is er een ander probleem
- Rechter: Moet ik wetten toepassen die fundamenteel onrechtvaardig zijn of tot een
onrechtvaardige uitkomst leiden? (bv. wetten toepassen tijdens Nazi)
à We kunnen deze vragen niet beantwoorden vanuit recht (staan niet in het recht)
1
,De filosofische benadering
- Filosofen bestuderen geen ander onderwerp dan juristen: bv ook nadenken over recht
en milieu, euthanasie, alternatieve straffen
- Wel andere benadering en ander perspectief
• Niet alleen een intern perspectief, vragen vanuit het terrein van het recht
• Maar een extern perspectief van buiten, van een afstand, over het recht
• Zinvol voor juristen om van tijd tot tijd de eigen activiteit kritisch van
afstand te bekijken
Filosofie en wetenschap
- Wetenschap: bepaalde stabiele beschrijving of verklaring van de werkelijkheid (ook
sociologie of sociale wetenschap)
- Filosofie: bepaalde visie op de wereld voorstellen en daarvoor beargumenteren
- Verschillende benaderingen tussen filosofen (stromingen)
- Typisch: Debat tussen filosofie en kritiek op andere visies
- Filosofie als zoektocht naar grondslagen
• Ethiek: van morele oordelen over goed en kwaad
• Wetenschap: van wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke kennis
• Recht: van juridische en niet-juridische regels
à Wnnr kunnen we iets recht noemen en waar ligt de grens?
Recht, ethiek, politiek
- Juridische regels als deelverzameling van sociale regels die zien op het samenleven
tussen mensen in de maatschappij (religieuze regels, etiquette, sociale regels, gewoonte,
morele regels)
- Recht deels als autonoom systeem is historische ontwikkeling: ontwikkeling v/ aparte
beroepsgroep met eigen taal, gebruiken, kleding en ceremonie
- Niet in isolatie te zien v/ andere praktijken en maatschappij, vragen van moreel en
politiek
Rechtsfilosofie
= een poging om enigszins geordend en systematisch na te denken over aard, functie,
rijkwijdte en legitimiteit van het recht (Westerman)
- Aard: Wat is recht?
- Rijkwijdte: Hoe ver kunnen we gaan? Waar is de grens?
- Functie in de maatschappij: Doel van recht
- Legitimiteit: Waarom heeft recht een bepaalde gelding?
2
,Historische ontwikkeling v/d rechtsfilosofie (v/d Middeleeuwen tot de 20ste eeuw)
Historische gebeurtenissen
- Veel filosofische theorieën worden als abstract gezien (los v/d gebeurtenissen)
- Maar die moeten we bekijken in hun contexten
- De theorieën zijn vaak antwoorden op belangrijke vragen in die periode
Achtergrond
- Historisch begrip van grondslagen van onze huidige democratische rechtstaat
- Inzicht in de legitimatie van staat en recht
- Terug nr Middeleeuwen waar er heel anders over doel v/ staat en recht werd gedacht
- Geen basis in vrijheid en gelijkheid
Feodalisme (ong 5de eeuw na val v/h Romeinse rijk)
- Chaos door ineenstorten maatschappelijke orde West-Romeinse rijk in 4de eeuw
- Wereldlijke macht bij de keizer
- Feodale maatschappij opgedeeld in kleinere eenheden onder leiding van de adel
- Geestelijke macht bij de Rooms-Katholieke kerk
- Standenmaatschappij: geestelijken, adel, boeren en burgers
à Je stand vanaf je geboorte bepaalt heel sterk je leven
- Complex stelstel van wederzijdse verplichtingen tussen standen
- In dit hiërarchisch systeem heeft individu zelf geen rechten en plichten
- Mens niet autonoom individu, mr ontleent identiteit aan stand waartoe men behoort
- Vrijheidsrechten als groepsrechten van een satnd: voorrechten van bepaalde groep tegen
opkomende centrale macht van vorst
- Verdragen als Magna Carta (1215): bescherming collectieve privileges van adel tegen
aanspraken koning
• De koning heeft een grote centrale macht, dus veel oorlogen die geld kosten
• De belastingen gaan verhogen en de adel moest die belastingen opheffen
• Adel gaat meer protesteren en voor hun privileges opkomen
• In de magna carta worden die privileges erkent van de adel tegen de konin
• Dit is een beperking v/d absolute macht v/d koning
= wereldlijke macht
Res Publica Christiana (RPC)
- Geestelijke macht beruste bij de Rooms-Katholieke kerk
- Augustinus van Hippo (354-430 n.C) schrijft het boek ‘stad van God’ begin 5e eeuw
- Introduceert het begrip “res publica Christiana”: De internationale gemeenschap
vanchristelijke volkeren en staten
- Christelijke kerk positief afgezet tegen de aaspraken v/h Romeinse Rijk op de res
publica (re-publiek/ publieke zaak als de gemeenschap en haar welzijn)
- Betwisting legitmiteit v/ Rome als staat omdat het rijk was veroverd met geweld en niet
door rechtvaardigheid
- Christelijke kerk wel als echte res publica, opgericht vr welzijn v/ mensheid
à Internationale gemeenschap van christelijke volkeren en staten
3
, RPC als denkkader impliceerde:
- Geloofseenheid
- Erkenning van het overkoepelend geestelijk gezag van de Paus
- Het heilige recht van de kerk om ketterij, desnoods te vuur en te zwaard, te bestrijden
en de wereldlijke overheid te verplichten daaraan mee te werken
Soevereiniteit
- Augustinus ook vaak geassocieerd met doctrine van goddelijke soevereiniteit
- Soevereiniteit: recht om het hoogste gezag uit te oefenen, zonder verantwoording aan
anderen
- Soevereiniteit van God (Christendom): het recht van God om zijn heersende macht over
zijn schepping uit te oefenen
- Voortdurende controle en verenigd bestuur over wereld
Mensbeeld en maatschappij
- Zondeval (Adam en Eva): mens valt ten prooi aan drift en begeerte, ook het intellect
kan mensen op dwaalspoor zetten
- Maatschappij als verzameling van verdorven mensen: hebzucht, ambitie en
machtswellust
- Dit maakt rechtvaardigheid onmogelijk
Augustinus over de staat
“Wanneer de gerechtigheid op zij geschoven is, wat zijn de koninkrijken dan anders dan grote
roversbendes?”
- Zonder rechtvaardigheid is er geen verschil tussen de staat en roversbendes
- Voorbeeld van Alexander de Grote en de zeerover
• Verschil roversbende en staat: hij brengt gevaarlijkheid met één schip terwijl
Alexander de grote het doet met meer
• Het enige verschil is dus de omvang en grootte
- Ordening alleen via God mogelijk om kwalijke kanten van mens te controleren
- Deel moet zich voegen naar geheel: hogere machten moeten gehoorzaamd worden door
lagere machten
- God is uiteindelijke wetgever en mensen moeten zich richten naar zijn bevelen
Augustinus over het recht:
- Implicaties voor het recht
- Menselijke wetten moeten inhoudelijk rechtstreeks uitgaan van Gods Woord als
criterium van rechtvaardigheid (gerechtigheid Gods)
- Goddelijk hoger recht zoals neergeslagen in de Bijbel
13de eeuw
- Ontwikkelingen van universiteiten in Italië
- Herontdekking van teksten uit de Oudheid
- Invloed van Griekse filosofen zoals Aristotelis op het Christelijke denken
- Spanning tussen:
• Oud-Grieks wereldbeeld waarin de verschillende goden zelf gebonden zijn
aan een grondorde
• Christendom met de wil van de almachtige schepper die ook anders zou
kunnen scheppen
4