Hannah Vrambout
Theoretische criminologie en victimologie
1) Denken als criminoloog?
Denken over criminaliteit/bestraffing =/ criminologie
Criminologie = criminologisch wetenschappelijk denken over criminaliteit
=/ historische criminologie: denken over het fenomeen criminaliteit/bestraffing
Een historisch perspectief: crimi en bestraffing doorheen de tijd = deel v/ geschiedenis v/d
menselijke samenleving, pol ontwikkeling en maatschapp (sociaal/eco) ontwikkelingen.
Criminologisch wetenschappelijk denken is NIET van alle tijden, het denken over
criminaliteit en bestraffing wel à crimi loopt samen met het ontstaan v/d wetenschap
Wetenschap en wetenschappelijk denken kent ook ontstaansgeschiedenis
(dat wat men wetenschap noemt) à criminologie is een wetenschap geworden dr erkenning
Criminologisch denken = criminologisch (onderzoeksvraagstuk) + wetenschappelijke denken
En is criminologie dan een wetenschap, en welke?
1. Wat is wetenschap?
2. Hoe werd criminologie een wetenschap
3. Wat bestudeert de criminologie als wetenschap?
1. Wat is wetenschap?
Wetenschap = zoekend “waarnemen” = oberveren (de clue zit hem in naar waar je kijkt)
Zoekend = selectieprincipe!
- Zoeken: aandacht focussen à je doet een observatie/waarneming nr iets waar je antw
op wil
- Er zijn altijd zaken die je niet ziet en over het hoofd zien
- We hebben de neiging om alleen te spreken over wat we gevonden hebben
- Zoeklicht theorie (Popper): je kijkt dr een tunnel, focust en gaat selecteren
• Je gaat afbakenen/focussen en isoleren
• Afbakenen in tijd, locatie, begrip, …
- Ook “tunnel” perspectief = focus op iets (afh v/d vraag)
Wetenschap heeft dus altijd een selectieve focus
- Selectieve focus: je kan niet aan onderzoek doen zonder een vraag te hebben
- Je moet een selectieve focus hebben
- Dat is een sterkte, maar tegelijkertijd ook een zwakte
• Sterkte: heel specifiek te werk gaan
• Zwakte: je moet soms eens uitzoomen en geen oogkleppen op hebben
“De vraag” bepaalt waar de onderzoeker naar kijkt
à Je kan niet aan onderzoek doen zonder een vraag te stellen
1
,Dus: Waarnemen is geen evidentie
à Kijken = observeren/waarnemen
Wetenschap = een praktijk v/ handelen die kennis produceert (kennisproductie).
Klassieke visie op wetenschap:
1. Drie premissen/aannames (positivisme)
1. De werkelijkheid/wereld steunt op orde en ratio à wetmatigheden
2. De mens is het enig kennend wezen à mens = superieur
3. De scheiding tussen subject en object (waarnemer en waargenome)
à Subject (=onderzoeker) neemt afstand v/h object zodat die buiten het object staat
2. De wetenschapper moet actief op zoek
- Waarnemingen doen (feiten)
- Wetenschapper ondervraagt het object
- Observeren, participeren, verhalen laten vertellen
- De info die we krijgen gaan we interpreteren en onderzoeken
- De bevraging is systematisch en gericht (vraagstelling en methode)
à Openstellen vr alles dat relevant is vr uw vraag
3. Wetenschapper plaatst zich buiten gebeuren (subject/object scheiding)
- De wetenschapper is objectief en mag niet te betrokken geraken
- Harm, schade, emotie, … niet laten meespelen
4. Wetenschappelijke kennis ontstaat enkel dr controle en toetsing
- Procedure en tests
- Reproduceren: onderzoek doen en staven of je dezelfde uitkomst krijgt
- Intersubjectiviteit: dat iets niet alleen subjectief (persoonlijk) is, mr dr meerdere
mensen als hetzelfde wordt ervaren/begrepen
à Hierdoor ontstaat een gemeenschappelijk begrip binnen een groep
- Falsificatieprincipe (Popper): een wetenschappelijk resultaat controleren, toetsen en
ondervragen
• Kennis die eerst als waar werd gezien zodanig op de proef stellen waardoor die
als onwaar wordt beschouwd
• Wetenschappelijke kennis is fragiel en tijdelijk waar
• Een theorie is wetenschappelijk als deze weerlegbaar (falsifieerbaar) is
Positivisme (19de eeuw)
à Uitdrukking v/ klassieke wetenschapsvisie
à Illustratie v/ sociale fysica
Wetenschap (kennisproductie) = praktijk v/ handelen (ontdekken v/d feiten) gekenmerkt door:
1. Alle waarnemingen onvoorwaardelijk meenemen (ook niet vraaggericht)
2. Waarnemingen ordenen, stappen nemen en logica
3. Meten, categoriseren en labelling = classificeren
4. Ordenen v/ classificaties volgens een bep hiërarchie (patronen in classificaties)
5. Wij gaan v/ particuliere (=individuele) nr algemene theoriën en terug
• Veralgemeningen en vereenvoudiging
• De criminologische verbeelding!
6. Beweringen controleerbaar voor/door anderen = toetsbaar
2
,Wetenschappelijke kennis = abstracte kennis die op een systematische, objectieve en logische
wijze verkregen en getoetst werd of toetsbaar is, en die een zo precies mogelijk omschreven
deel van de werkelijkheid verklaart of tracht te verklaren.
Kenmerken v/ wetenschappelijk handelen:
- Voortbouwen op bestaande kennis
- Vragende problematiserende houding ten aanzien v/h onderzoeksobject
= systematisch stellen v/ (juiste) vragen à Verklaren en begrijpen
- Systematisch stellen v/ handelingen als oplossingsprocedure vr gestelde vragen
- Twijfel, consensus, controverse: falsificatie ó stand v/d kennis ?
De criminologische verbeelding (Jock Young, 2011)
De sociologische verbeelding (C.Wright Mills, 1959):
- Mills lanceert het begrip v/d criminologische verbeelding
- Sociologen moeten de link kunnen maken tussen het individu en de maatschappij
- Kritiek op doorgedreven en dominant positivisme
- Probleem v/ afstand tot werkelijkheid
- “The personal is the political (feminisme)
à Wetenschappers/sociologen moeten bewust zijn v/h verband en relatie tussen persoonlijke
ervaring en bredere/wijde samenleving
à Het leven v/ mensen is niet louter een persoonlijk indiviueel leven maar maakt deel uit v/d
collectieve, maatschapp dynamieken
De bedoeling v/d sociologische verbeelding (Mills):
- “To situate human biography in history and in social structure”
- Het concrete leven op een bepaald tijdstip in het levensverhaal moet kunnen samen
gedacht worden met grotere maatschapp ontwikkelingen en kenmerken v/d
samenleving
- Het individu plaatsen in de sociale structuren op een bepaald moment in tijd en
geschiedenis
- De feministen gaan dit idee opnemen: persoonlijke leven v/d vrouw geeft uitdrukking
aan de politiek en het patriarchaat
- Aan de ene kant heb je “the personal troubles of milieu” en aan de ander kan heb je
“the public issues of social structure”
• Troubles: bestaan binnenhet individu zelf en liggen binnen het individu als
biografische entiteit
à Ze komen tot uiting binnen directe sociale setting waarin persoonlijke
ervaringen plaatsvinden
• Issues: spelen zich af op een hoger niveau v/ historische instituten en de
historische organisatie v/d samenleving
- Een sociologische verbeelding bestaat uit de mogelijkheid om het private aan het
publieke te linken en om persoonlijke ervaringen te interpreteren in functie v/d sociale
structuur waarin deze vervat zit
Sociologische verbeelding is kritiek op mainstream sociologie/sociale wetenschap:
- Twee grote richtingen: duidelijke, positivistische, impirisistische gerichte wetenschap
vs grote abstracte theoriën waaruit het persoonlijke en indivuele niet meer aanwezig is
- Mensen kunnen hun eigen problemen in hun leven niet oplossen als
individuele/persoonlijke problemen, maar om ze te kunnen oplossen moeten we ze
3
, begrijpen in termen v/ sociale problemen à die op een hoger niveau kunnen worden
aangepakt
- Sociologische verbeelding: micro (het persoonlijke) vs macro (het maatschappelijke)
à van macro naar micro en terug
- Verbeelding betekent dat je bepaalde experimenten doet à essentieel
- Verbeelding creërt een ruimte waarin je hardop kan denken en connecties kan maken
(niet vast zitten)
Voorbeelden:
- Jongeren uit die arbieders milieus komen en toch hogere studies aangaan à leggen
traject af ver vanwaar zij komen
- Mensen met migratie achtergrond en discriminatie en racisme (roman v/ Alice Zeniter)
Bovendien ziet Mills de sociologische verbeelding ook als een soort wereldbeeld, waarbij je
op een heel andere manier in de wereld kan staan en de wereld kan begrijpen.
Sociologische verbeelding moet ons vormen als wetenschappers = “Be a good craftsman”:
- Verbeelding wijst op het creatieve karakter v/d sociale wetenschapper en dat we onze
technieken moeten perfectioneren
- Geef aandacht aan de manier waarop je de dingen doet, niks is evident en gegeven
- Wetenschap heeft nood aan creatieve marges en dimensies
- Creër die ruimte waar je zelf vrij kan denken, met respect vr de criminologische en
maatschappelijke constraints
- Ontwikkel je eigen methedologiën en manieren v/ te werk te gaan (denk na over elke
stap die je zet)
- Theorie en methode hangen samen en zijn deel v/d praktijk
- Maak v/ uzelf een goede wetenschapper
De criminologische verbeelding (Jock Young):
- Jock Young is een vertegenwoordiger v/d kritische criminologie
- Kritiek v/d criminologie in de 21ste eeuw
- Kan de criminologie een aparte of autonome discipline zijn?
- De kritische criminologische traditie is geen intermezzo v/d jaren ’60 en ’70 à wel
“de andere” criminologie
- Kritische criminologie is de oplossing vr die existentiële crisis à maakt een andere
criminologie mogelijk
- Criminologie is in feite geen discipline, maar wel een onderoeksdomein dat focust op
het proces v/ macht, ongelijkheid, stigmatisering, wat resulteert in een groep v/
uitgeslotenen, die de gevangenissen bevolken en die aanleiding zijn geworden vr een
groots apparaat v/ sociale controle in late moderniteit
Chantal Jacquet (“Transclasse” = jongeren uit armere milieus die studeren):
- Ieder individu staat op de unieke kruising tussen een intieme en collectieve
geschiedenis
- Dat idee helpt ons om een dubbele misvatting te vermijden
- Enerzijds staat ons traject niet op zichzelf, maar wordt het gedragen en voorgestuwd
dr sociale collectieve ontwikkelingen
à Zelfs in de meest persoonlijke relaties schemert het sociale door.
- Anderzijds drukken sociale structuren zich uit in singuliere trajecten en ervaringen
- Het heeft weinig zin om iemand als vooraf te reduceren tot een bep sociale categorie
4
Theoretische criminologie en victimologie
1) Denken als criminoloog?
Denken over criminaliteit/bestraffing =/ criminologie
Criminologie = criminologisch wetenschappelijk denken over criminaliteit
=/ historische criminologie: denken over het fenomeen criminaliteit/bestraffing
Een historisch perspectief: crimi en bestraffing doorheen de tijd = deel v/ geschiedenis v/d
menselijke samenleving, pol ontwikkeling en maatschapp (sociaal/eco) ontwikkelingen.
Criminologisch wetenschappelijk denken is NIET van alle tijden, het denken over
criminaliteit en bestraffing wel à crimi loopt samen met het ontstaan v/d wetenschap
Wetenschap en wetenschappelijk denken kent ook ontstaansgeschiedenis
(dat wat men wetenschap noemt) à criminologie is een wetenschap geworden dr erkenning
Criminologisch denken = criminologisch (onderzoeksvraagstuk) + wetenschappelijke denken
En is criminologie dan een wetenschap, en welke?
1. Wat is wetenschap?
2. Hoe werd criminologie een wetenschap
3. Wat bestudeert de criminologie als wetenschap?
1. Wat is wetenschap?
Wetenschap = zoekend “waarnemen” = oberveren (de clue zit hem in naar waar je kijkt)
Zoekend = selectieprincipe!
- Zoeken: aandacht focussen à je doet een observatie/waarneming nr iets waar je antw
op wil
- Er zijn altijd zaken die je niet ziet en over het hoofd zien
- We hebben de neiging om alleen te spreken over wat we gevonden hebben
- Zoeklicht theorie (Popper): je kijkt dr een tunnel, focust en gaat selecteren
• Je gaat afbakenen/focussen en isoleren
• Afbakenen in tijd, locatie, begrip, …
- Ook “tunnel” perspectief = focus op iets (afh v/d vraag)
Wetenschap heeft dus altijd een selectieve focus
- Selectieve focus: je kan niet aan onderzoek doen zonder een vraag te hebben
- Je moet een selectieve focus hebben
- Dat is een sterkte, maar tegelijkertijd ook een zwakte
• Sterkte: heel specifiek te werk gaan
• Zwakte: je moet soms eens uitzoomen en geen oogkleppen op hebben
“De vraag” bepaalt waar de onderzoeker naar kijkt
à Je kan niet aan onderzoek doen zonder een vraag te stellen
1
,Dus: Waarnemen is geen evidentie
à Kijken = observeren/waarnemen
Wetenschap = een praktijk v/ handelen die kennis produceert (kennisproductie).
Klassieke visie op wetenschap:
1. Drie premissen/aannames (positivisme)
1. De werkelijkheid/wereld steunt op orde en ratio à wetmatigheden
2. De mens is het enig kennend wezen à mens = superieur
3. De scheiding tussen subject en object (waarnemer en waargenome)
à Subject (=onderzoeker) neemt afstand v/h object zodat die buiten het object staat
2. De wetenschapper moet actief op zoek
- Waarnemingen doen (feiten)
- Wetenschapper ondervraagt het object
- Observeren, participeren, verhalen laten vertellen
- De info die we krijgen gaan we interpreteren en onderzoeken
- De bevraging is systematisch en gericht (vraagstelling en methode)
à Openstellen vr alles dat relevant is vr uw vraag
3. Wetenschapper plaatst zich buiten gebeuren (subject/object scheiding)
- De wetenschapper is objectief en mag niet te betrokken geraken
- Harm, schade, emotie, … niet laten meespelen
4. Wetenschappelijke kennis ontstaat enkel dr controle en toetsing
- Procedure en tests
- Reproduceren: onderzoek doen en staven of je dezelfde uitkomst krijgt
- Intersubjectiviteit: dat iets niet alleen subjectief (persoonlijk) is, mr dr meerdere
mensen als hetzelfde wordt ervaren/begrepen
à Hierdoor ontstaat een gemeenschappelijk begrip binnen een groep
- Falsificatieprincipe (Popper): een wetenschappelijk resultaat controleren, toetsen en
ondervragen
• Kennis die eerst als waar werd gezien zodanig op de proef stellen waardoor die
als onwaar wordt beschouwd
• Wetenschappelijke kennis is fragiel en tijdelijk waar
• Een theorie is wetenschappelijk als deze weerlegbaar (falsifieerbaar) is
Positivisme (19de eeuw)
à Uitdrukking v/ klassieke wetenschapsvisie
à Illustratie v/ sociale fysica
Wetenschap (kennisproductie) = praktijk v/ handelen (ontdekken v/d feiten) gekenmerkt door:
1. Alle waarnemingen onvoorwaardelijk meenemen (ook niet vraaggericht)
2. Waarnemingen ordenen, stappen nemen en logica
3. Meten, categoriseren en labelling = classificeren
4. Ordenen v/ classificaties volgens een bep hiërarchie (patronen in classificaties)
5. Wij gaan v/ particuliere (=individuele) nr algemene theoriën en terug
• Veralgemeningen en vereenvoudiging
• De criminologische verbeelding!
6. Beweringen controleerbaar voor/door anderen = toetsbaar
2
,Wetenschappelijke kennis = abstracte kennis die op een systematische, objectieve en logische
wijze verkregen en getoetst werd of toetsbaar is, en die een zo precies mogelijk omschreven
deel van de werkelijkheid verklaart of tracht te verklaren.
Kenmerken v/ wetenschappelijk handelen:
- Voortbouwen op bestaande kennis
- Vragende problematiserende houding ten aanzien v/h onderzoeksobject
= systematisch stellen v/ (juiste) vragen à Verklaren en begrijpen
- Systematisch stellen v/ handelingen als oplossingsprocedure vr gestelde vragen
- Twijfel, consensus, controverse: falsificatie ó stand v/d kennis ?
De criminologische verbeelding (Jock Young, 2011)
De sociologische verbeelding (C.Wright Mills, 1959):
- Mills lanceert het begrip v/d criminologische verbeelding
- Sociologen moeten de link kunnen maken tussen het individu en de maatschappij
- Kritiek op doorgedreven en dominant positivisme
- Probleem v/ afstand tot werkelijkheid
- “The personal is the political (feminisme)
à Wetenschappers/sociologen moeten bewust zijn v/h verband en relatie tussen persoonlijke
ervaring en bredere/wijde samenleving
à Het leven v/ mensen is niet louter een persoonlijk indiviueel leven maar maakt deel uit v/d
collectieve, maatschapp dynamieken
De bedoeling v/d sociologische verbeelding (Mills):
- “To situate human biography in history and in social structure”
- Het concrete leven op een bepaald tijdstip in het levensverhaal moet kunnen samen
gedacht worden met grotere maatschapp ontwikkelingen en kenmerken v/d
samenleving
- Het individu plaatsen in de sociale structuren op een bepaald moment in tijd en
geschiedenis
- De feministen gaan dit idee opnemen: persoonlijke leven v/d vrouw geeft uitdrukking
aan de politiek en het patriarchaat
- Aan de ene kant heb je “the personal troubles of milieu” en aan de ander kan heb je
“the public issues of social structure”
• Troubles: bestaan binnenhet individu zelf en liggen binnen het individu als
biografische entiteit
à Ze komen tot uiting binnen directe sociale setting waarin persoonlijke
ervaringen plaatsvinden
• Issues: spelen zich af op een hoger niveau v/ historische instituten en de
historische organisatie v/d samenleving
- Een sociologische verbeelding bestaat uit de mogelijkheid om het private aan het
publieke te linken en om persoonlijke ervaringen te interpreteren in functie v/d sociale
structuur waarin deze vervat zit
Sociologische verbeelding is kritiek op mainstream sociologie/sociale wetenschap:
- Twee grote richtingen: duidelijke, positivistische, impirisistische gerichte wetenschap
vs grote abstracte theoriën waaruit het persoonlijke en indivuele niet meer aanwezig is
- Mensen kunnen hun eigen problemen in hun leven niet oplossen als
individuele/persoonlijke problemen, maar om ze te kunnen oplossen moeten we ze
3
, begrijpen in termen v/ sociale problemen à die op een hoger niveau kunnen worden
aangepakt
- Sociologische verbeelding: micro (het persoonlijke) vs macro (het maatschappelijke)
à van macro naar micro en terug
- Verbeelding betekent dat je bepaalde experimenten doet à essentieel
- Verbeelding creërt een ruimte waarin je hardop kan denken en connecties kan maken
(niet vast zitten)
Voorbeelden:
- Jongeren uit die arbieders milieus komen en toch hogere studies aangaan à leggen
traject af ver vanwaar zij komen
- Mensen met migratie achtergrond en discriminatie en racisme (roman v/ Alice Zeniter)
Bovendien ziet Mills de sociologische verbeelding ook als een soort wereldbeeld, waarbij je
op een heel andere manier in de wereld kan staan en de wereld kan begrijpen.
Sociologische verbeelding moet ons vormen als wetenschappers = “Be a good craftsman”:
- Verbeelding wijst op het creatieve karakter v/d sociale wetenschapper en dat we onze
technieken moeten perfectioneren
- Geef aandacht aan de manier waarop je de dingen doet, niks is evident en gegeven
- Wetenschap heeft nood aan creatieve marges en dimensies
- Creër die ruimte waar je zelf vrij kan denken, met respect vr de criminologische en
maatschappelijke constraints
- Ontwikkel je eigen methedologiën en manieren v/ te werk te gaan (denk na over elke
stap die je zet)
- Theorie en methode hangen samen en zijn deel v/d praktijk
- Maak v/ uzelf een goede wetenschapper
De criminologische verbeelding (Jock Young):
- Jock Young is een vertegenwoordiger v/d kritische criminologie
- Kritiek v/d criminologie in de 21ste eeuw
- Kan de criminologie een aparte of autonome discipline zijn?
- De kritische criminologische traditie is geen intermezzo v/d jaren ’60 en ’70 à wel
“de andere” criminologie
- Kritische criminologie is de oplossing vr die existentiële crisis à maakt een andere
criminologie mogelijk
- Criminologie is in feite geen discipline, maar wel een onderoeksdomein dat focust op
het proces v/ macht, ongelijkheid, stigmatisering, wat resulteert in een groep v/
uitgeslotenen, die de gevangenissen bevolken en die aanleiding zijn geworden vr een
groots apparaat v/ sociale controle in late moderniteit
Chantal Jacquet (“Transclasse” = jongeren uit armere milieus die studeren):
- Ieder individu staat op de unieke kruising tussen een intieme en collectieve
geschiedenis
- Dat idee helpt ons om een dubbele misvatting te vermijden
- Enerzijds staat ons traject niet op zichzelf, maar wordt het gedragen en voorgestuwd
dr sociale collectieve ontwikkelingen
à Zelfs in de meest persoonlijke relaties schemert het sociale door.
- Anderzijds drukken sociale structuren zich uit in singuliere trajecten en ervaringen
- Het heeft weinig zin om iemand als vooraf te reduceren tot een bep sociale categorie
4