1. Inleiding en basisbegrippen
dinsdag 23 september 2025
14:32
Objectief recht:
1. Algemene Gedragsregels: geen controle op je gedachten
2. Uitgevoerd door bevoegde overheid
3. Ordening van maatschappelijk leven
4. Naleving is afdwingbaar (straf)
Subjectief recht: 'het is mijn recht…', geen plichten vb. naar de les gaan
=> individualisering van de rechtsregel
Waarom bestaat recht?
Natuurstaat: geen regels, mens in zijn natuurlijke staat => rechtstaat
Rechtstaat betekent niet dat er geen geweld is, maar je mag jezelf dat recht niet geven =>
verbod van eigenrichting => mag wel geweld gebruiken in zelfverdediging (niet om eigendom
te beschermen)
Overheid mag wel geweld gebruiken (maar niet zomaar) = geweldmonopolie
Politie komt enkel voor strafbaar gedrag: niet elk gedrag dat niet mag valt onder strafrecht
=>Strafrecht is niet enkel schade herstellen (wat wel is bij burgerlijk recht) maar om extra
leed te bezorgen om herhaling te vermijden
Enkel schade herstellen => burgerlijk recht (ook mentale schade)
Eerste tip: probeer het op te lossen zonder rechtbank (want duurt vaak lang)
Dagvaarding: deurwaarder die waarschuwing brengt
Niet opdagen => veroordeling bij verstek lk
Uitspraak v rechter:
1. 'gezag van gewijsde': wat de rechter zegt is de waarheid (geen discussie)
2. 'uitvoerbare kracht': rechter geeft 'formulier van tenuitvoerlegging': vanaf nu mag de
overheid geweld gebruiken om te betalen + gerechtsdeurwaarder mag spullen verkopen
Niet altijd fysiek geweld (vb. dwangsom)
Waarom hebben we recht?
Ook de overheid wordt eraan onderworpen (rechtstaat)
Uitvaardigen, toepassen en afdwingen gebeurd volgens door regels beheerste procedures
Scheiding der machten
Rechtelijke macht moet onafhankelijk zijn (zonder beïnvloeding)
=> Rechters mogen ook niet zomaar worden ontslaan, mag ook geen kritiek geven op beslissing
=> om ons te beschermen + voor basisregels te zorgen (ook zonder contract)
Democratie (indirecte) deelname van volk aan uitvaardigen van regels
Grondrechten: fundamentele rechten en vrijheden
3 soorten recht:
Dwingend recht: mag niet anders zeggen in een contract (bindend)
=> ook voor beschermen voor vb. zelf verlengende contracten
=> economisch zwakkere positie beschermen (particuliere belangen)
=> anders zou sterkere positie er gebruik van maken 'dit geldt niet voor ons'
=> gewoon dwingend recht: zuiver beschermen van particuliere belangen
Aanvullend/suppletief recht:
=> hier mag je wel van afwijken, als je niet afwijkt is het even bindend als dwingend recht
, => basisregel
=> hoe groter het contract hoe meer kosten (dus basisregel helpt om niet alles te moeten
uitwerken)
Openbare orde: niet van afwijken, zodanig belangrijk dat het nog dwingender os
=> regels die juridische regels vastleggen: sociaal, economisch en ethisch
=> vb. 10-jarige aansprakelijkheid van architecten
=> vb. nooit afwijken van belangr regels zoals geen moord
De indelingen van het recht
Publiek recht:
organisatie en werking van staat en overheidsinstellingen
relatie tss burger en staat
Minstens 1 partij is de overheid
1. grondwet/const
=> heel moeilijk om te wijzigen
=> structuur van de staat
=> Fundamentele rechten van de burgers in relatie met de staat (belangr 10 en 11 => gelijke
behandeling)
2. strafrecht: 'vwd extra belangr vr extra straf'
=> vb. boete, gevangenisstrag (strafsanctie) => misdrijf =/= onrechtmatige daad
=> 3 catg: 1. misdaad 2. wanbelobbh,'jvmmùiodrijf 3. overtreding
=> anders zouden veel mensen te snel rijden want als je enkel zou moeten terugbetalen zou je
eventueel niet verliezen (als je vb geen schade aanbrengt bij heel snel rijden) => dus sanctie
moet zwaarder zijn => economische logica
=> strafboek = 'prijslijst'
Privaat recht:
Regels tss burgers onderling (ook ondernemingen), overheid is geen van de partijen
Vb . Afstamming, verkoop
Burgerlijk wetboek (eerste door napoleon in 1804, nu een nieuw)
=> verhouding tss burgers algemeen
-goederenrecht: zelf als iemand steelt blijft het van jou
-verbintenissenrecht: vb. onrechtmatige daad
- personen- en familierecht
- familiaal vermogensrecht
-erfrecht
Ondernemingsrecht => delen zijn ook publiek recht
=> Meeste hebben vennootschap
=> patenten
=> insolventierecht
Gemende rechtstak (want deels ook publiek)
Niet altijd even strikte onderscheiding
Consumentenrecht:
Consument: als je niet handelt voor bedrijfsdoeleinden, als je het wel doet niet => dus voor recht heb
je duidelijke afspraken nodig wie eronder valt en niet => belang van kwalificaties
,De bronnen van het recht
Op nationaal niveau:
Niet enkel wetten en niet alle wetten zijn recht (enkel wetten in materiële zin)
Rechtspraak: civil law => geen rule of precedent (rechters zijn niet verplicht om het woord
van andere (hogere) rechters te volgen)
Gewoonterecht: gewoonte dat recht wordt => is er niet zo veel
2 elem: materieel (we doen het) en psychologisch (we vinden dat het moet)
Vb; als er geen regering is zal de vorige verder doen in lopende zaken maar geen belangr
besliss maken => staat niet in de wet maar rechter ziet
Algemene rechtsbeginselen: niet vaak
=>Algemeen principe dat gevolgd moet worden (komt wel uit rechtsboek)
Vb. recht op tegenspraak (staat niet in regels van tucht maar rechters vinden dat het altijd zo
moet zijn)
Vb. je mag u recht gebruiken maar niet misbruiken
Rechtsleer
Juristen die iets over het recht zeggen is niet bindend maar heeft wel gezag (als grote
meerderheid iets zegt zal rechter het ook zeggen)
Hiërarchie van rechtsbronnen:
Bevoegdheden:
Interpretatie:
Teleologisch redeneren: kijken naar doel van de regel (dus mini hondje in bakje mag wel
binnen want stoort niet)
Analogisch redeneren (hond mag niet binnen dus leeuw ook niet) => geen vaste wisk
Vb. Marie Popelin => stond expliciet niet in de regels dat vrouwen geen advocaat mocht zijn
maar er stond ook niet dat zotten het niet mochten (leek vanzelfsprekend)
=> stond niet in wet maar door interpretatie van rechters was het wel zo
Vrouw van justitie:
Blinddoek: Rechter moet subjectief (effectief maten beïnvloeden) en objectief (zien dat
rechter onpartijdig is) onpartijdig zijn => je kan al wraken bij schijn van onpartijdigheid =>
wordt vaak misbruikt om procedures te vertragen
Weegschaal: rechter moet alle belangen van alle partijen afwegen om tot een besluit te
komen
Zwaard: rechter moet beslissing vellen
Wetten in formele en materiële zin
In formele zin: beslissing van een wetgevende macht
=> gewoon kijken naar vorm (hoe is het tot stand gekomen)
, => vroeger: als het een wet heet is het een wet (in BE complexer, zie dia 23)
=> geen hiërarchie tss federaal, gemeenschap, gewest (hangt af van bevoegdheden)
In materiële zin: algemeen bindende gedragsnorm
=> dus ook andere rechtsbronnen dan wet in formele zin
=> niet kijkend naar vorm maar inhoud (hoeft niet van parlement te zijn)
=> ook koninklijke/ministeriële besluiten
=> vaak zijn wetten formeel en materieel maar niet altijd (zie ven diagram)
Vb. begrotingstekort (niet matr maar wel formeel) => niet veel
Vb. parken moeten sluiten om 23u (matr niet form)
Wet in formele zin staat hoger in hiërarchie (want regering hebben we gekozen, ministers niet)
Het bepaalt welke rechtbank nodig is!!!
Andere niveaus
Internationaal niveau:
=>Afspraken tss landen
=> elk land mag kiezen of ze mee doen of niet
=> vb. navo, hoe mag oorlog gevoerd worden, klimaatakkoord, mensenrechten EVRM
(Europees verdrag voor rechten van de mens)
supranationaal recht (EU) => je geeft deel van bevoegdheid weg (zelfs als land oneens is
moet je regels volgen)
Hiërarchie der rechtsnormen
Bevoegde bron > onbevoegde bron (ookal staat ze hoger in de hiërachie der normen)
3 grote voorrangsregels:
1. Internationaal en supranationaal heeft voorrang op nationaal (In principe heft latere wet
vorige op maar niet als het gaat over internationaal)
2. Grondwet > wet in formele zin
Unanimiteit is gevaarlijk (want altijd een moeilijke) dus doen we niet (2/3 meerderheid)
3. Wet in formele zin > wet in matr maar niet form zin (administratieve normen)
Interpretatie rechten:
Latere wet heft vroegere op (maar soms onduidelijk of het over exact hetzelfde gaat)
"bijzonder recht" krijgt voorrang op "gemeen recht" (ookal is het gemeen recht van later)
Vb. huurrecht
Begrippen rechtssubject, rechtsfeit en rechtshandeling
Rechtssubject (dia 28): dragen van subjectieve rechten en plichten
2 soorten:
Natuurlijke persoon
=> heeft altijd rechten en plichten (vroeger niet altijd zo => slavernij + burgerlijke dood)
=> bepaalde rechten en plichten kunnen wel afgenomen worden (rijverbod, beroepsverbod)
=> staat los van nationaliteit (ook illegale immigranten hebben rechten en plichten, maar
minder)
=> Embryo is wel en geen subject (als het levend geboren is was het voor de geboorte ook al
een subject, anders niet), dieren zijn geen rechtssubjecten
Rechtspersoon
=> juridische constructie met rechten en plichten
=> behandelen alsof het een natuurlijk persoon is, maar is onlichamelijk
=> kan overeenkomsten afsluiten, naar de rechter gaan, moet belastingen betalen, heeft recht
op eer, heeft een vermogen..
dinsdag 23 september 2025
14:32
Objectief recht:
1. Algemene Gedragsregels: geen controle op je gedachten
2. Uitgevoerd door bevoegde overheid
3. Ordening van maatschappelijk leven
4. Naleving is afdwingbaar (straf)
Subjectief recht: 'het is mijn recht…', geen plichten vb. naar de les gaan
=> individualisering van de rechtsregel
Waarom bestaat recht?
Natuurstaat: geen regels, mens in zijn natuurlijke staat => rechtstaat
Rechtstaat betekent niet dat er geen geweld is, maar je mag jezelf dat recht niet geven =>
verbod van eigenrichting => mag wel geweld gebruiken in zelfverdediging (niet om eigendom
te beschermen)
Overheid mag wel geweld gebruiken (maar niet zomaar) = geweldmonopolie
Politie komt enkel voor strafbaar gedrag: niet elk gedrag dat niet mag valt onder strafrecht
=>Strafrecht is niet enkel schade herstellen (wat wel is bij burgerlijk recht) maar om extra
leed te bezorgen om herhaling te vermijden
Enkel schade herstellen => burgerlijk recht (ook mentale schade)
Eerste tip: probeer het op te lossen zonder rechtbank (want duurt vaak lang)
Dagvaarding: deurwaarder die waarschuwing brengt
Niet opdagen => veroordeling bij verstek lk
Uitspraak v rechter:
1. 'gezag van gewijsde': wat de rechter zegt is de waarheid (geen discussie)
2. 'uitvoerbare kracht': rechter geeft 'formulier van tenuitvoerlegging': vanaf nu mag de
overheid geweld gebruiken om te betalen + gerechtsdeurwaarder mag spullen verkopen
Niet altijd fysiek geweld (vb. dwangsom)
Waarom hebben we recht?
Ook de overheid wordt eraan onderworpen (rechtstaat)
Uitvaardigen, toepassen en afdwingen gebeurd volgens door regels beheerste procedures
Scheiding der machten
Rechtelijke macht moet onafhankelijk zijn (zonder beïnvloeding)
=> Rechters mogen ook niet zomaar worden ontslaan, mag ook geen kritiek geven op beslissing
=> om ons te beschermen + voor basisregels te zorgen (ook zonder contract)
Democratie (indirecte) deelname van volk aan uitvaardigen van regels
Grondrechten: fundamentele rechten en vrijheden
3 soorten recht:
Dwingend recht: mag niet anders zeggen in een contract (bindend)
=> ook voor beschermen voor vb. zelf verlengende contracten
=> economisch zwakkere positie beschermen (particuliere belangen)
=> anders zou sterkere positie er gebruik van maken 'dit geldt niet voor ons'
=> gewoon dwingend recht: zuiver beschermen van particuliere belangen
Aanvullend/suppletief recht:
=> hier mag je wel van afwijken, als je niet afwijkt is het even bindend als dwingend recht
, => basisregel
=> hoe groter het contract hoe meer kosten (dus basisregel helpt om niet alles te moeten
uitwerken)
Openbare orde: niet van afwijken, zodanig belangrijk dat het nog dwingender os
=> regels die juridische regels vastleggen: sociaal, economisch en ethisch
=> vb. 10-jarige aansprakelijkheid van architecten
=> vb. nooit afwijken van belangr regels zoals geen moord
De indelingen van het recht
Publiek recht:
organisatie en werking van staat en overheidsinstellingen
relatie tss burger en staat
Minstens 1 partij is de overheid
1. grondwet/const
=> heel moeilijk om te wijzigen
=> structuur van de staat
=> Fundamentele rechten van de burgers in relatie met de staat (belangr 10 en 11 => gelijke
behandeling)
2. strafrecht: 'vwd extra belangr vr extra straf'
=> vb. boete, gevangenisstrag (strafsanctie) => misdrijf =/= onrechtmatige daad
=> 3 catg: 1. misdaad 2. wanbelobbh,'jvmmùiodrijf 3. overtreding
=> anders zouden veel mensen te snel rijden want als je enkel zou moeten terugbetalen zou je
eventueel niet verliezen (als je vb geen schade aanbrengt bij heel snel rijden) => dus sanctie
moet zwaarder zijn => economische logica
=> strafboek = 'prijslijst'
Privaat recht:
Regels tss burgers onderling (ook ondernemingen), overheid is geen van de partijen
Vb . Afstamming, verkoop
Burgerlijk wetboek (eerste door napoleon in 1804, nu een nieuw)
=> verhouding tss burgers algemeen
-goederenrecht: zelf als iemand steelt blijft het van jou
-verbintenissenrecht: vb. onrechtmatige daad
- personen- en familierecht
- familiaal vermogensrecht
-erfrecht
Ondernemingsrecht => delen zijn ook publiek recht
=> Meeste hebben vennootschap
=> patenten
=> insolventierecht
Gemende rechtstak (want deels ook publiek)
Niet altijd even strikte onderscheiding
Consumentenrecht:
Consument: als je niet handelt voor bedrijfsdoeleinden, als je het wel doet niet => dus voor recht heb
je duidelijke afspraken nodig wie eronder valt en niet => belang van kwalificaties
,De bronnen van het recht
Op nationaal niveau:
Niet enkel wetten en niet alle wetten zijn recht (enkel wetten in materiële zin)
Rechtspraak: civil law => geen rule of precedent (rechters zijn niet verplicht om het woord
van andere (hogere) rechters te volgen)
Gewoonterecht: gewoonte dat recht wordt => is er niet zo veel
2 elem: materieel (we doen het) en psychologisch (we vinden dat het moet)
Vb; als er geen regering is zal de vorige verder doen in lopende zaken maar geen belangr
besliss maken => staat niet in de wet maar rechter ziet
Algemene rechtsbeginselen: niet vaak
=>Algemeen principe dat gevolgd moet worden (komt wel uit rechtsboek)
Vb. recht op tegenspraak (staat niet in regels van tucht maar rechters vinden dat het altijd zo
moet zijn)
Vb. je mag u recht gebruiken maar niet misbruiken
Rechtsleer
Juristen die iets over het recht zeggen is niet bindend maar heeft wel gezag (als grote
meerderheid iets zegt zal rechter het ook zeggen)
Hiërarchie van rechtsbronnen:
Bevoegdheden:
Interpretatie:
Teleologisch redeneren: kijken naar doel van de regel (dus mini hondje in bakje mag wel
binnen want stoort niet)
Analogisch redeneren (hond mag niet binnen dus leeuw ook niet) => geen vaste wisk
Vb. Marie Popelin => stond expliciet niet in de regels dat vrouwen geen advocaat mocht zijn
maar er stond ook niet dat zotten het niet mochten (leek vanzelfsprekend)
=> stond niet in wet maar door interpretatie van rechters was het wel zo
Vrouw van justitie:
Blinddoek: Rechter moet subjectief (effectief maten beïnvloeden) en objectief (zien dat
rechter onpartijdig is) onpartijdig zijn => je kan al wraken bij schijn van onpartijdigheid =>
wordt vaak misbruikt om procedures te vertragen
Weegschaal: rechter moet alle belangen van alle partijen afwegen om tot een besluit te
komen
Zwaard: rechter moet beslissing vellen
Wetten in formele en materiële zin
In formele zin: beslissing van een wetgevende macht
=> gewoon kijken naar vorm (hoe is het tot stand gekomen)
, => vroeger: als het een wet heet is het een wet (in BE complexer, zie dia 23)
=> geen hiërarchie tss federaal, gemeenschap, gewest (hangt af van bevoegdheden)
In materiële zin: algemeen bindende gedragsnorm
=> dus ook andere rechtsbronnen dan wet in formele zin
=> niet kijkend naar vorm maar inhoud (hoeft niet van parlement te zijn)
=> ook koninklijke/ministeriële besluiten
=> vaak zijn wetten formeel en materieel maar niet altijd (zie ven diagram)
Vb. begrotingstekort (niet matr maar wel formeel) => niet veel
Vb. parken moeten sluiten om 23u (matr niet form)
Wet in formele zin staat hoger in hiërarchie (want regering hebben we gekozen, ministers niet)
Het bepaalt welke rechtbank nodig is!!!
Andere niveaus
Internationaal niveau:
=>Afspraken tss landen
=> elk land mag kiezen of ze mee doen of niet
=> vb. navo, hoe mag oorlog gevoerd worden, klimaatakkoord, mensenrechten EVRM
(Europees verdrag voor rechten van de mens)
supranationaal recht (EU) => je geeft deel van bevoegdheid weg (zelfs als land oneens is
moet je regels volgen)
Hiërarchie der rechtsnormen
Bevoegde bron > onbevoegde bron (ookal staat ze hoger in de hiërachie der normen)
3 grote voorrangsregels:
1. Internationaal en supranationaal heeft voorrang op nationaal (In principe heft latere wet
vorige op maar niet als het gaat over internationaal)
2. Grondwet > wet in formele zin
Unanimiteit is gevaarlijk (want altijd een moeilijke) dus doen we niet (2/3 meerderheid)
3. Wet in formele zin > wet in matr maar niet form zin (administratieve normen)
Interpretatie rechten:
Latere wet heft vroegere op (maar soms onduidelijk of het over exact hetzelfde gaat)
"bijzonder recht" krijgt voorrang op "gemeen recht" (ookal is het gemeen recht van later)
Vb. huurrecht
Begrippen rechtssubject, rechtsfeit en rechtshandeling
Rechtssubject (dia 28): dragen van subjectieve rechten en plichten
2 soorten:
Natuurlijke persoon
=> heeft altijd rechten en plichten (vroeger niet altijd zo => slavernij + burgerlijke dood)
=> bepaalde rechten en plichten kunnen wel afgenomen worden (rijverbod, beroepsverbod)
=> staat los van nationaliteit (ook illegale immigranten hebben rechten en plichten, maar
minder)
=> Embryo is wel en geen subject (als het levend geboren is was het voor de geboorte ook al
een subject, anders niet), dieren zijn geen rechtssubjecten
Rechtspersoon
=> juridische constructie met rechten en plichten
=> behandelen alsof het een natuurlijk persoon is, maar is onlichamelijk
=> kan overeenkomsten afsluiten, naar de rechter gaan, moet belastingen betalen, heeft recht
op eer, heeft een vermogen..