Toelichtingen oefeningen Budget Cases
1.1 Aflossingstabel
Aflossingstabel = overzicht van hoe je een lening terugbetaalt
Basis:
• Jaarlijkse aflossing: wat je elk jaar betaalt (inclusief intrest)
o (Dit bedrag is meestal gegeven)
• Jaarlijkse intrest: kost van de lening (extra geld dat je betaalt)
• Kapitaalaflossing: het stuk dat je lening echt kleiner maakt
• Openstaand kapitaal: totaal van wat je nog moet terugbetalen
Formules:
Jaarlijkse intrest = intrest (%) * openstaand kapitaal (jaar ervoor)
Kapitaalaflossing = jaarlijkse aflossing – jaarlijkse intrest
Openstaand kapitaal = openstaand kapitaal (jaar ervoor) - kapitaalaflossing
OEFENING 0: Aflossingstabel – Slide 4 (KIJK EXCEL)
1.2 Productiebudget
Productiebudget = inschatten hoeveel je moet maken (produceren) → ‘Hoeveel moeten we
maken om alles goed te laten verlopen’
Basis:
• BV (beginvoorraad) = Wat je hebt liggen in het begin
• Productie = Wat je maakt
• Verkoop = Wat je verkoopt
• EV (eindvoorraad) = Wat je op het einde nog over hebt
Formules om het productiebudget te berekenen:
Productie = verkoop – BV + EV
“Wat je wil maken = wat je wil verkopen – wat je al hebt + wat je wil overhouden”
• Als je al veel voorraad hebt, moet je minder produceren
• Als je op het einde nog voorraad wil, moet je extra produceren
Hieruit kunnen we dus afleiden:
➔ EV = BV + productie – verkoop
➔ BV = verkoop + EV - productie
, Enkele formules die ook nodig zijn voor het berekenen van het productiebudget:
Waarde van de EV (in €) = aantal in EV * productiekostprijs/eenheid (*)
(*) Bij een handelsonderneming: aantal in EV * de aankoopprijs van het handelsgoed
Omloopsnelheid = aantal keer dat voorraad wordt vervangen per periode
• Hoge omloopsnelheid = je verkoopt snel
• Lage omloopsnelheid = je voorraad blijft lang liggen
Gemiddeld aantal dagen dat de voorraad in de onderneming werd aangehouden
= 365 dagen / omloopsnelheid
Gemiddelde voorraad (in aantal eenheden):
OEFENING 1: Productiebudget – Slide 11 (+ KIJK EXCEL)
Stappenplan:
1. Bereken de eindvoorraad op jaarbasis door formules toe te passen
o Omloopsnelheid = verkopen/gemiddeld
o Gemiddelde voorraad = (BV + EV) / 2
2. Bereken de totale productie
o Productie = verkopen – BV + EV
o Productie is elke maand even groot
3. Verkoopbudget opstellen voor 20x+1
1.3 Materiaalbudget
Materiaalbudget = inschatten hoeveel materiaal je nodig hebt en hoeveel dat kost
1.3.1 Materiaalaankoopbudget
Je beantwoordt 2 vragen:
• Hoeveel bestellen?
• Wanneer (of hoe vaak) bestellen?
Waarom is dit belangrijk? Omdat je met 2 kosten zit:
• Bestelkost: kost elke keer dat je bestelt
• Opslagkost: kost om voorraad te bewaren
Het probleem: je moet een evenwicht vinden
• Weinig bestellen → veel bestelkost
• Veel bestellen → veel opslagkost