Inhoud
Hoofdstuk 1: Semiologie in de urologie: van klacht naar probleem ......................... 2
Hoofdstuk 2: Kinderurologie ................................................................................. 16
Incontinentie ..................................................................................................... 16
Congenitale aandoeningen en peniele en scrotale pathologie ........................... 49
Hoofdstuk 3: Urineweginfecties ............................................................................ 76
Hoofdstuk 4: Fysiologie van mannelijk voortplantingsstelsel ................................ 93
Hoofdstuk 5: functionele urologie ........................................................................108
Spermaonderzoek ............................................................................................108
Seksuele dysfunctie .........................................................................................112
LUTS en incontinentie.......................................................................................121
Ouder worden en LUTS bij oudere mensen .......................................................133
Nachtelijke LUTS ..............................................................................................137
Urologische chronische pelvische pijn .............................................................143
Hoofdstuk 6: Neuro-urologie ................................................................................150
Hoofdstuk 7: Lithiasis ..........................................................................................161
Hoofdstuk 8: Afvloeistoornissen = obstructies v lage urinewegen bij man ............175
Hoofdstuk 9: Oncologie .......................................................................................190
Prostaatkanker.................................................................................................190
Niertumoren .....................................................................................................205
Blaastumoren...................................................................................................213
Testistumor ......................................................................................................220
Penistumor ......................................................................................................223
Hoofdstuk 10: Urgenties in urologie .....................................................................225
1
,Hoofdstuk 1: Semiologie in de urologie: van klacht naar probleem
Relevante urologische klachten =
- Moeilijke mictie
- Pijnlijke mictie
- Urineverlies
- Bloed in urine
- Buikpijn
---> kan zeker samen voorkomen
Symptoom Aandoening
Koorts = wijzen op acute infectie ---> bv.
- Hoge pieken koorts =
• Pyelonifritis
• Prostatitis
• Orchi-epidymitis
- Abces
- Grote tumor ---> bv. nierkanker
- Urinaire tbc = koorst + transpiratie ’s nachts
- Acute obstructie v ureter = dr prostaglandinesecretie zonder
infectieuze component
---> bacteriële cystitis vrouw = geen koorts want mucosale ontsteking =
geen bacteriële toxines in bloedbaan
Eetlustverlies + - Urologische kankers
vermagering - Nierinsufficiëntie
- Chronische insufficiëntie
Nausea + braken - Chronische nierinsufficiëntie
- Acuut als onderdeel v acute nierkoliek
2
,Moeilijke mictie =
Relevante vragen:
- Sinds wanneer ---> acuut of chronisch
- Pijn ---> eventueel infectieus proces
- Geassocieerde klachten
• Straal?
• Nadruppelen?
• Incontinentie? Aandrang?
• Nycturie = ’s nachts plassen
• Pollakisurie = heel vaak plassen in kleine beetjes
• Urine macroscopisch = bv. Is er bloed aanwezig in de urine en is dit met blote oog
zichtbaar
Pathofysiologie
- Obstructie: “leiding verstopt”
• Anatomisch ---> bv. Prostaatvergroting of urethrarestrictie
• Functioneel ---> bv. Sluitspier die niet ontspant
- Detrusor hypo/a-contractiliteit = “pomp werkt niet (goed)” ---> blaas kan niet (voldoende)
samentrekken om plassen mogelijk te maken =
• Neurogeen
• Overrekking = zwakke destructor Normale blaascapaciteit
= 300-400ml
- Gevolgen =
• Hesitatie = mictie komt pas op gang bij hoge drukken of dr bijpersen
• Residu = onvolledige mictie
Moeilijke mictie benaming =
Plassen = normaal proces dat je niet gewaarwordt ---> vanaf moeilijke mictie = wel
gewaarworden = patiënt wordt bewust v eigen blaas
---> vroegere term = prostatisme = enkel beperkt voor heren
---> nu = LUTS = lower urinary tract symptoms = ook voor kinderen en vrouwen
3
, Differentiaaldiagnose =
- Benigne prostaathyperplasie (35 % mannen)
- Prostaatcarcinoom
- Urinaire infectie incl prostatitis (15 % man = vrouw)
- Infravesicale obstructie (excl prostaat)
- Blaasstenen
- Neurologische aandoeningen
- Stress
- Medicijnen
- Congenitale afwijkingen
- Idiopatisch = symptoomdiagnose
Anamnese =
- Gestuurd door leeftijd en geslacht
- Kan chronisch of acuut --->
• Acuut = kan bv prostaatontsteking zijn
• Chronisch = kan bv obstructie
- Gedetailleerde symptomen
- Vragenlijsten ---> bv. IPSS of ICQ = vragenlijst dr patiënt ingevuld = idee hebben v
moeilijke mictie ---> elementen =
• Residu
• Frequentie/Pollakisurie
• Intermittency = mictie in verschillende fases
• Urgency = dringend nr toilet moeten
• Zwakke straal
• Hesitatie = moeilijk om op te starten
• Nycturie = ’s nachts opstaan om te plassen = altijd beschreven dr hoeveelkeer pt
moet opstaan om te plassen
Onderzoeken =
- Klinisch onderzoek =
1. Inspectie = onderbuik bekijken
2. Palpatie
3. Rectaal onderzoek
- Urine onderzoek =
• PSA voor functie prostaat
• Creatinine = weerslag op hogere urinewegen ---> bv. Gestuwde kelken
4