Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 8 out of 12 pages
Summary

Samenvatting GVO - Samenleving en Gezondheid (deel 3)

Document preview thumbnail
Preview 8 out of 12 pages

Samenvatting van deel 3 van de slides, teksten en nota's van het vak samenleving en gezondheid.

Content preview

Deel 3: Medische antropologie
1 Wat is medische antropologie?
Context: globalisering en stijgende diversiteit

Medische antropologie: Menswetenschappelijke, kwalitatieve benadering van gezondheid,
ziekte(overdracht), patiëntenkeuzen en behandeling, in het licht van het geheel aan relaties met, en
het geheel aan invloeden door de natuurlijke, sociale en culturele omgeving.
 technologische ontwikkelingen (kant van arts) en populaire alternatieve geneeswijzen (kant
van patiënt) maken deel uit van die invloeden




Bij het interpreteren en cultureel vergelijken van processen kijkt de antropoloog naar agency en
structure en hij probeert verband te leggen tussen het microvlak van persoonlijke intenties en sociale
interacties en het macrovlak van socio-economische, culturele en politieke processen.
- agency / structure
o agency = daadkracht: beslissingen/keuzes kunnen nemen  wat mensen willen en
van plan zijn te doen
o structuren: patronen in het nemen van keuzes  factoren die hun keuzen kunnen
inperken
 soms wordt men ‘verplicht’ tot het nemen van bepaalde keuzes  geen agency
- micro / macro-relaties
o micro: intersubjectieve relatie tussen arts en patiënt
o macro: etnische groep die bepaalde structuren oplegt  invloed van groep op
individu
- reflexiviteit
o besef van uw invloed op object: subject-object-verhouding
o als jij als subject iemand bestudeert, moet je die tot object maken en als je beseft dat
er wederkerigheid/invloed is, dan ben je reflexief
 beslissingen van enkelingen kunnen grote populaties treffen

Focus medische antropologie
- relaties tussen de gezondheid van individuen en de sociale en natuurlijke omgeving
- relaties tussen culturele normen en sociale processen
- relaties tussen micro- en macropolitieke beslissingen
- relaties tussen globale krachten en lokale werelden




S & G – Deel 3: Medische antropologie 1

,Moet een arts iets kennen van cultuur en antropologie?
- neen, want elk menselijk lichaam is hetzelfde
- ja, want elk menselijk lichaam verschilt
o genetisch
o ecologisch
o socio-cultureel
 lichamelijke disposities kunnen individueel verschillen, maar het is de maatschappij
en de cultuur van een groep die bepaalt of deze disposities in toom worden
gehouden, dan wel gestimuleerd
- voorbeelden
o consumptiemaatschappij leidt tot meer obesitas, cardiovasculaire ziekten, …
o bepaalde diëten in ontwikkelingslanden dragen eigen risico’s (zoals vitaminetekort)
o minst gezonde producten (wit brood en vetrijk vlees) zijn vaak het goedkoopst 
correlatie waarvan minder begoede families de dupe zijn
o handel = disposities uitbuiten (zout, suiker, tabak, …)
 dus cultuur van zelfbeheersing nodig (‘je moet maar tegen de verleiding kunnen’)
- artsen zien in de aandoeningen van hun patiënten dat het lichamelijke, het mentale, het
sociale en het culturele verknoopt zijn en één geheel vormen


2 Medisch-antropologische relaties




- patiënt en arts
o maken deel uit van de omgeving
o zijn intersubjectief: kunnen allebei subject en object zijn
- alternatieve geneeskunde en technologie
o eigenlijk macro en behoort tot omgeving
o maar ook micro: is niet overal hetzelfde
 kennis van alternatieve geneeskunde is afhankelijk van eigen milieu en
biografie
 arts heeft niet overal zelfde technologie ter beschikking
o alternatieve geneeskunde
 staat apart want bij de gezondheidszorgbeslissingen van sommige individuen
heeft dit nauwelijks of geen rol, terwijl biomedische kennis deel is van de
kennis formeel en informeel overgedragen op school en gezin en media.
 staat aan de patiënt-kant vooral
o technologie
 zit ook in die buitensfeermarge want oefent grote invloed uit als deel van de
omgeving
 gebruik en de kennis ervan varieert naargelang
 nationaal, regionaal system
 (geupdate) kennis van de arts (bv. IVF of plastische chirurgie
 ook sterk naargelang de patiënt



S & G – Deel 3: Medische antropologie 2

,2.1 Op macro-niveau

2.1.1 Sociale en culturele factoren in de epidemiologie

- epidemiologie: gezondheid op macrovlak
- morbiditeit en mortaliteit van een populatie zegt iets over hun cultuur en maatschappij 
cultuur en maatschappelijke verhoudingen bepalen mee ziekte/sterftegraad
- identiteit en het horen tot een groep leiden tot verschillende levensstijlen met medische
implicaties: rookgedrag, concentratiestoornissen, uithoudingsvermogen, gehoorschade, …
- voorbeelden
o Titanic
 sociale epidemiologie: hogere sociale klasse verblijft op hoger dek
 hogere sociale klasse is in het voordeel
 culturele epidemiologie = overtuiging: culturele norm ‘vrouwen en kinderen
eerst’
o Hoge bloeddruk/depressie genetisch?
 genetica mag niet de bovenhand krijgen
 ook de context is belangrijk
 7 zwarte populaites én grote verschillen: nature én nurture (biologie én
cultuur, aanleg én aangeleerde gedragspatronen)
 zowel genetische als omgevingsfactoren
 migranten naar de stad in ontwikkelingslanden: moeilijkheid om een
cultureel ideale levensstijl aan te houden: hoge bloeddruk, depressie, stress
 subjectieve waarneming: wanneer levensstijl niet overeenkomt met
culturele verwachting (hoge bloeddruk, stress, …)  culturele dissonantie


2.1.2 Biologische, sociale en culturele factoren

- moderne geneeskunde is pas goed van start gegaan in de 19de eeuw met het inzicht in de
invloed van de omgeving op het lichaam  besmetting volgt uit contact met de omgeving
(natuurlijk en sociaal)
- om oorzaak van een ziekte te vinden, moet je veldwerk doen om hypotheses te kunnen
weerleggen
 dokters die dagelijks patiënten zien zijn grondleggers van het veldwerk
- epidemie = infectie en incubatie
o ontdekking hoe mazelenepidemie ontstond: niet inademen rottende lucht
(miasmatheorie), maar door overdracht van ziektekiemen tussen mensen
o incubatieperiode verhult dat besmetting gebeurt door contact tussen organismen
o ontdekking kwam tot stand via veldwerk  verlaten dokterskabinet en bestuderen
patiënt in natuurlijke en sociale omgeving
- hygiënecultuur, armoede, sociale voorzieningen
o hogere morbiditeit bij armere lagen van de bevolking is toe te schrijven aan lagere
hygiëne
o gebrek aan normen op vlak van reinheid in die groep stond niet los van het socio-
economische gegeven: gebrek aan sociale voorzieningen voor arbeiders




S & G – Deel 3: Medische antropologie 3

,2.1.3 Globalisering en pathogenen

 zorgt ervoor dat er meer en meer ziekterisico’s optreden
- menselijke demografie (bv. bevolkingsdichtheid) en gedragspatronen (vb. risicogedrag)
- ecologisch-economische verandering (vb. houtkap)
- internationaal verkeer en handel (vb. wereldreis: virussen verplaatsen zich via
vliegtuigreizen, vb. SARS-virus)
- technologie en industrie (vb. voedsel- en medicijnenindustrie)
- antibiotica resistentie en microbenmutaties
 antibiotica: voorgeschreven dosis niet uitnemen (speelt rol in bepaalde culturen)
- falen van publieke gezondheidssysteem
- MAAR primair: voeding en sanitair/watervoorziening

 voorbeeld: komst van Spaanse kolonisator in Latijns-Amerika zorgde voor komst van
pokkenepidemie  virus op ‘maagdelijke grond’ (virgin soil disease)


2.2 Op micro-niveau

- cultuur in subject: cultuur die je je hebt eigen gemaakt
- subjectieve manier waarop cultuur ziekte en gezondheid beïnvloedt: de ervaring ervan door
het subject
- culturen definiëren gezondheid en ziekte
o culturen bepalen dus of we ons ziek voelen
o Waarom blijven bepaalde symptomen onopgemerkt? Of krijgen andere (overdreven)
aandacht?
o Waarom gaan Afrikanen op het platteland eerst naar de traditionele genezer
vooraleer naar het hospitaal te gaan?
= local health system
 gezondheidssystemen zijn in de praktijk meestal pluralistisch
 boeren in het Zuiden
 vinden plantenrecepten en rituele therapieën van de traditionele
geneeskunde geschikt voor welbepaalde aandoeningen en de
remedies van het hospitaal voor andere aandoeningen
 of vinden remedies in het hospitaal slechts efficiënt tot op een zeker
niveau en combineren daarom beide als complementaire types
 soms gebedsgenezers als derde type
 culture bound syndromes sterkt de pluralistische systemen in de overtuiging
dat de biomedische kennis niet allesomvattend is
- conceptualisering: disease/illness
o disease: ziekte zoals je die objectief kan omschrijven
o illness: subjectieve ziekte  cultuur structureert en classificeert ziekten, hun
etiologie (oorzakenleer) en aangewezen behandeling
 vaak een volkse classificatie
 wetenschappelijke en traditionele ideeën gaan een ondoorzichtige
verbinding aan
 dergelijke classificaties moeten gekend zijn, omdat ze bepalen welke
symptomen (pijn, duiziligheid, …) door de bevolking als gevaarlijk worden
gezien en waardoor ze dus de stap naar raadpleging zetten




S & G – Deel 3: Medische antropologie 4

, o culture bound syndromes  ziekte cultureel gegeven?
 brain fag: vooral in Nigeria
 studenten aan universiteit: worden weggerukt uit eigen omgeving en
komen op universiteit terecht (zijn ze niet gewoon) en die aanpassing vraagt
veel psychische enrie waardoor ze niet meer kunnen studeren en black outs
hebben (soms psychiatrische hulp nodig)
 in het westen: burnout, stress, ADHD, anorexia, boulimie, …
 DSM: bepaalde dingen zijn geen ziekten meer en nieuwe ziekten komen erbij
 doordat we in onze cultuur anders gaan denken, evolueert dit,
cultuur is historisch bepaald
 de culturele en historisch bepaaldheid van onze medische concepten
wijst erop dat we de werkelijkheid niet direct, ongemedieerd of
ongesitueerd kunnen kennen
 wetenschappelijke conepten (zelfs biomedische) zijn altijd voor
een stuk constructen eigen aan een periode en onderzoekstraditie
- cultuur niet statisch definiëren!
o verschilt van persoon tot persoon (contextueel gebonden)
o cultuur zien als iets dynamisch  opening tot dialoog
vb. proberen uitleggen dat een broeder die jou verzorgt, geen ‘gewone man’ is



3 Communicatiecultuur
 communicatiecultuur = hoe je met elkaar omgaat
- emic en etic: perspectief van patiënt (binnenstaandersstandpunt)
+ standpunt arts (buitenstaandersperspectief)
o twee standpunten samen vormen de diagnose
o niet elke huisarts neemt dezelfde beslissing of komt tot dezelfde diagnose
 er speelt dus ook een subjectief element aan de kant van de dokter: kennis en
ervaring
- modellen bij het stellen van een diagnose
o 3-lagig cognitief model: scripts
 tijdens anamnese worden risicofactoren vastgesteld
 de arts moet zowel de objectief vaststelbare symptomen observeren
(meestal fysieke), als de door de patiënt subjectief ervaren
symptomen kennen (dus emic en etic standpunt)
 pathofysiologie
 mogelijke afwijkingen in ziektebeeld: misschien andere ziekte?
o prototypes en/of waarschijnlijkheid
o uitsluitingsdrempel in differentiële diagnose om uiteindelijk tot het ‘meest
waarschijnlijke’ label te komen (diagnose stellen aan de hand van uitsluiten)
 dynamisch proces
- praktijk: diagnose vanuit haalbare remedie?
o wat kan je doen voor de patiënt (denken van therapie naar diagnose)
o sommige behandelingen zijn zo duur dat je de diagnose niet stelt, omdat de
behandeling niet haalbaar is
o seizoen, buurt, …




S & G – Deel 3: Medische antropologie 5

, - taal en jargon
o evident probleem bij verschillende taal: begrijpen van de diagnose
o gebrekkige taalbeheersing kan niet altijd vastgesteld worden, want vaak wekken
patiënten de indruk van begrip
o ook probleem bij mindergeschoolde Vlamingen als arts vakjargon gebruikt
o spontaan om verdere uitleg vragen of instemmend knikken?
- relatie tussen arts en patiënt
o hoeveel informatie over symptomen en voorgeschiedenis de patiënt vrijgeeft en de
arts kan registreren en afleiden staat niet vast
o tijdens de consultatie gebeurt de samenvloeiing van al die elementen
o intersubjectief proces dat afhankelijk is van beide participanten: elk is een subject
(een wezen met een leefwereld en eigen ervaringen)

 Case: taal, communicatie en metaforen
o zorgverstrekker: persoon gaat uit van cultuurkloof en kloof is zo groot dat het niet
overbrugbaar is
o familie patiënt: scheppen van context rond diagnose is belangrijk  er is geen
absolute remedie!
o beleidsmedewerker: ‘eigen cultuur, dus eigen circuit’


4 Cultuurkloof en interculturaliteit
- migratie in stad (bv. Gent 25%)
- potentiële cultuurkloof
o mate van cultureel verschil ligt niet vast
o eerste generatie kent doorgaans meer moeite dan tweede of derde generatie
o verschillend naar sekse en leeftijd
- cultuur doet er (niet) toe  empathie wel!
- taal vs. cultuurcompetentie
o taalcompetentie varieert individueel en contextueel  er bestaat een punt vanaf
dewelke een juist begrip onmogelijk is en er een significante taalkloof is
o bij cultuur is dat ook zo, maar daarbij kan je moeilijk spreken van een competentie,
wel van socialisatie
 socialisatie = het eigen maken (internaliseren) van referentiekaders,
waarderingen en gedragspatronen zodat ze iemands habitus vormen
 de socialisatie van cultuur varieert tussen leden van een gemeenschap qua
intensiteit en inhoudelijk
 cultuur wordt overgedragen van generatie tot generatie (door peers,
opvoeding, school, …)
 cultuurkloof wanneer het culturele verschil tot misverstanden leidt
 net als talen (die evolueren en die je kan aanleren), zijn culturen
dynamisch en toegankelijk (niet hermetisch afgesloten van elkaar)
- proces van internaliseren/externaliseren
o internaliseren: opvattingen eigen maken, waarden/normen
 opvattingen: hoe het is en zou moeten zijn, hoe zit de wereld in elkaar
 dialectiek: wat je geïnternaliseerd hebt, moet ook geëxternaliserd worden
o externaliseren: uitvoeren van aangeleerde opvattingen, waarden, normen
 door het uit te voeren, kan je veranderen wat door vorige generatie/groep
geïnternaliseerd is



S & G – Deel 3: Medische antropologie 6

,5 Cultuur en kosmologie
- cultuur: een historisch overgeleverd patroon/systeem van betekenissen (kennis en houding
ten opzichte van het leven) belichaamd in symbolen
 een systeem van overgeërfde conceptualiseringen (uitgedrukt in symbolische
vormen) via dewelke mensen hun kennis en houding tegenover het leven
communiceren, bestendigen en ontwikkelen
 cultuur is meerlagig
o eerste betekenislaag van verkeerd: stoplicht en zebrapad
o volgende: verkeersdrempel en 4x4-terreinwagen als sociale repliek
o flitspaal en waarschuwing navigatiesysteem als sociale repliek
o nieuwkomer kan zich zo, laagje na laagje, iets voorstellen bij onze
samenleving
- medische tradities bestaan uit 3 zaken:
o kosmologie + etiologie (evolueert)
 kosmologie = het wereldbeeld gepropageerd in medische tradities  hoe
beïnvloedt dit de patiëntenkeuzen?
 etiologie = oorzakenleer
o recepten (plantenmedicijnen)
 oorsprong van sommige medicijnen ligt in herbalisme (vb. kinine, aspirine)
o rituele behandelingen
 stimuleren zintuigen, lichaam en geest
 vb. yoga, heilsgymnastiek, sjamaan met genezingsrituelen, …

Case: dokter geeft verklaring, maar patiënt is daar niet tevreden mee en vindt soelaas bij
verklaringen van waarzegster  andere invulling


5.1 Kosmologie en gezondheid

- kosmologie (wereldbeeld)
o concepten over het zichtbare en onzichtbare, oorsprong en levenscyclus (geboorte,
volwassenheid, dood)
o culturen vullen belangrijke levensovergangen (levenscrises) anders in
o kosmologie houdt ook mensbeeld in
 Japan: ‘soku’ = lichaamgeest
 Westen: twee aparte concepten lichaam en geest
o kosmologie in de medische traditie draait vaak rond het behouden, vinden of
herstellen van een balans tussen bestaande krachten, die ingrijpen op het leven en
dus ook op het lichaam
- balans tussen krachten: diagnose van onevenwicht, herstel


5.2 Niet-westerse medische kosmologie

- China: ziekte is onevenwicht in de yin/yang-verhouding  herbalistische ingrepen
- Qi-energie kanaliseren met accupunctuur
- Chinees humoraal systeem: 5 elementen (aarde, water, vuur, hout, metaal) in kosmos en
lichaam (microkosmos)
o wanneer deze in balans zijn, ben je gezond
o lichaam staat in relatie met de kosmos

S & G – Deel 3: Medische antropologie 7

, 5.3 Westerse medische kosmologie

- Westerse geneeskunde heeft zich sinds de verlichting ontwikkeld tot een
gestandaardiseerde, empirisch gebaseerde kennis
o Vesalius
 De Humani Corporis Fabrica
 brak met Middeleeuwse visie van lichaam als microkosmos
o Harvey
 niet ‘reinheid’ van bloed herstellen door aderlaten
 hart is pomp, dus bloedcirculatie reguleren
- ander mensbeeld
o lichaam = materie, object  én onderworpen aan de blik van de geest, het subject
o oculair centrisme: met het oog kunnen we dingen zien en begrijpen (oog = centrum)
o dualisme tussen geest en lichaam
o dit mensbeeld staat haaks op de mensbeelden in andere delen van de wereld
- technologie helpt, niet rituelen of intenties


6 Islamtraditie en gezondheid
Soefisme
- mysticus leerst door oefening negatieve driften (nafs) te beheersen
- in begintoestand (bij gebrek aan voldoende opvoeding): nafs zijn puur gericht op het ik,
eigenbelang en het bevredigen van verlangens
- mensbeeld: ruh – aqel (rede) ↔ nafs (drift)
- soefi mystici onderscheiden 6 spirituele zintuigen (lataif) ↔ westerse kosmologie: twee
Cartesiaanse werkelijkheidsordes, lichaam en geest
- in de praktijk meestal een drieledig mensbeeld
o ruh: levensprincipe of geest
o strijd tussen twee innerlijke krachten
 aqel: de rede
 nafs: de drift, het ego
- meer aqel: lezen van Koran (moslimleraars, gebedsgenezers) en amuletten met verzen
(volksgeloof)
- genderisatie (culturele overdeterminering van gender)
o vrouw zou minder aqel bezitten en aan de kant van nafs gesitueerd worden en man
omgekeerd
o vrouwenbesnijdenis: alles wat mannelijk is moet weg, anders wordt de nafs
gevaarlijk
o mannenbesnijdenis: al het mannelijke moet zichtbaar zijn
o genderisatie: het geslacht moet duidelijk zichtbaar zijn!
- medische implicaties van deze kosmologie?
o vruchtbaarheid en seksualiteit zijn sterk symbolische, cultuurgeladen concepten,
verbonden aan een eer- en schaamtecode
o onvruchtbare vrouwen missen een kroost én lijden aan sociale depreciatie
o mannen voelen zich verantwoordelijk voor de seksuele eerbaarheid van vrouwelijke
familieleden




S & G – Deel 3: Medische antropologie 8

Document information

Study
Uploaded on
October 8, 2014
File latest updated on
October 21, 2014
Number of pages
12
Written in
2012/2013
Type
Summary
$9.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Morelies
3.9
(33)
Sold
229
Followers
97
Items
9
Last sold
3 year ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions