• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 81 pages
Summary

Complete Samenvatting Externaliserende Stoornissen PSY4755

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 81 pages

Dit document bevat een complete samenvatting van de taken van het blok externaliserende stoornissen en kan gebruikt worden als voorbereiding op de onderwijsgroepen en het tentamen. De literatuur in deze samenvatting is vernieuwd t.o.v. andere jaren!

Content preview

Taak 1
Wat zijn CU-traits?
Psychopathie = persoonlijkheidskenmerken, zoals afwezigheid van empathie, schuld, angst en
oppervlakkige emoties met het onvermogen om langdurige relaties te vormen en te onderhouden ->
onderliggende kenmerken van individu

 Bestaat uit verschillende dimensies, bijv. callous-unemotional traits (CUT), narcisme
 CUT vormen de affectieve factor van psychopathie = eigenschappen, zoals gebrek aan
schuld/rouw/rekening houden met andersmans gevoelens/belangstelling en oppervlakkig uiten
van emoties

Artikel Eisenbarth et al. (2016)

Introductie
De aan- of afwezigheid van CUT binnen een gedragsstoornis wijst op subgroepen jongeren die o.a.
verschillen in angstniveau en ernst van antisociaal gedrag. Vooral stabiele CUT hangt samen met
ernstiger en langdurig agressief en antisociaal gedrag.

 Toe- of afnames in CUT tijdens de kindertijd zijn gekoppeld aan vergelijkbare veranderingen in
contextuele, gedragsmatige en individuele problemen -> wijst op mogelijke risico- en
beschermende factoren
 Verschillende subtypen bij jongeren:
o Verhoogde stabiele CUT
o Stabiel hoge gedragsstoornissymptomen en CUT
o Alleen verhoogde stabiele gedragsstoornissymptomen
o Toenames in zowel CUT als gedragsstoornissymptomen
 Adolescentie: stabiliteit van CUT is onzeker, maar vooral stabiele en toenemende groepen

Doel studie: onderzoeken van gezamenlijke ontwikkeling van symptomen van een gedragsstoornis en
CUT tijdens de adolescentie en subgroepen vergelijken op internaliserende problemen, agressief
gedrag, persoonlijkheidstrekken, peerrelaties en blootstelling aan mediageweld

 2038 adolescenten (15-18 jaar) verdeeld over 4 at-risk groepen en 1 controlegroep
 Longitudinaal onderzoek met 2 meetmomenten (t1 en t2 -> 1 jaar apart)
 Metingen zijn gebaseerd op zelfrapportage

Bestaande theorieën over subgroepen:

1. Internaliserende factoren:
a. Hoge CUT -> lagere niveaus van depressie en angst
b. Hoog antisociaal gedrag -> hogere depressie en angst
2. Agressie
a. Hoge CUT -> proactieve agressie (ook vaak i.c.m. reactieve agressie vooral i.c.m.
gedragsproblemen)
b. Lage CUT -> reactieve agressie
3. Persoonlijkheidstrekken
a. Hoge of toenemende CUT + antisociaal gedrag -> meer psychopathische trekken
i. Hoge CUT -> laag zelfbeeld + narcisme -> ernstiger antisociaal gedrag
b. Veranderingen in CUT lopen parallel aan veranderingen in narcisme en impulsiviteit
4. Omgevingsfactoren:
a. Gedragsstoornisgedrag + CUT -> problematische peerrelaties (deviante peers, hoge
groepsdruk, etc.)
b. Gedragsstoornissen + CUT -> vaker blootgesteld aan mediageweld

Resultaten en discussie
Stabiele ODD/CD & Toenemend ODD/CD Alleen ODD/CD Alleen CUT
CUT & CUT
Hoogste niveaus van Stijgende Vergelijkbare reactieve Lage angst, depressie,
depressie en angst/depressie, pro- agressie als impulsiviteit, peer
proactieve agressie en reactieve agressie; gecombineerde groep, pressure,

, (ook soms reactieve afname in lagere proactieve populariteitsstreven, en
agressie); laag zelfvertrouwen; agressie; minder blootstelling aan
zelfvertrouwen, hoog toename in narcisme; mediageweld; hoge mediageweld; lage en
narcisme, gemiddelde groepsdruk en afname reactieve
sensatiezoekend impulsiviteit; populariteitsstreven agressie
gedrag, impulsiviteit;  Veranderingen  Onderscheidend  Kan gezien
lage peerconformiteit; worden op worden als
hoog gedreven door peergerelateerd laagrisicogroep
populariteitsstreven en internaliserende e i.p.v.
groepsdruk; meer kans problemen en contextfactoren controlegroep
op blootstelling aan emotionele
mediageweld disregulatie
1. CUT en gedragsstoornissymptomen
komen vaak samen voor tijdens de
adolescentie, waarbij er drie stabiele groepen
te onderscheiden zijn en een toenemende
groep die stijgt in beide kenmerken. Er werd
geen afnemende groep gevonden -> wijst op
stabiliteit en heterogeniteit tijdens de
adolescentie
o CUT alleen is mogelijk een
beschermende factor voor de
ontwikkeling van psychopathologische
problemen door hoge emotionele
gedragsregulatie die hen beschermt
tegen het aangaan antisociaal gedrag -
> hadden laag risico op angst en depressie, agressie en narcisme
 Mensen met hoge CUT + ODD/CD hebben gebrek aan bescherming en meer kans
op angst en reactieve agressie
 Emotionele ontregeling en hoge sensatiezucht maakt CUT+ODD/CD en ODD/CD
kwetsbaar voor antisociaal gedrag
2. Stabiliteitstypen helpen bij het begrijpen van ontwikkelingspaden van CUT en
gedragsstoornissymptomen
3. Resultaten ondersteunen het gebruik van Limited Prosocial Emotions specificatie in DSM-5
4. De toenemende groep benadrukt het belang van adolescent onset en peer-invloeden bij het
ontstaan van antisociaal gedrag.

Conclusie: individuele kenmerken en contextuele factoren bepalen samen hoe adolescenten zich
ontwikkelen in antisociaal gedrag en CUT. Stabiele en toenemende groepen vertonen duidelijke
verschillen in risico en functioneren.


Welke externaliserende stoornissen zijn er?
Stoornis (bij gedragsproblemen) = gedragspatroon dat naam heeft -> geen oorzaak, maar
beschrijving van gedrag.

Er is veel variabiliteit binnen gedragsproblemen -> o.a. in verloop, ernst, pervasiviteit, leeftijd van
ontstaan, aanwezigheid van CUT, invloed van leeftijdsgenoten op gedragsproblemen, mate van bedrog,
aanwezigheid van comorbide ADHD- of depressieve symptomen. Verschillende vormen van disruptief
gedrag:

1. Oppositioneel gedrag = kind toont weerstand t.o.v. verzorger -> actieve en passieve vormen
o Kleuters: autonoom willen functioneren is normaal, maar van korte duur i.p.v. constant
2. Antisociaal gedrag = ongepast gedrag -> schenden van basale normen, regels en rechten
3. Regelovertredend gedrag = alle gedrag dat in strijd is met op dat moment voor de persoon
betreffende regels -> kunnen formele regels zijn (wetten, schoolregels) of minder formele
gedragcodes/verwachtingen
a. Delinquent gedrag = gedrag uit zich in wettelijke overtredingen -> afhankelijk van
leeftijd
4. Externaliserend gedrag = ongepast gedrag dat zich onderscheidt van internaliserend gedrag

Gepast gedrag = gedrag dat verschillende sociale vaardigheden omvat om adequaat om te gaan met
alledaagse probleemsituaties, inclusief prosociaal gedrag.

,  Empathie = emotie die ervoor zorgt dat je kunt meeleven/-voelen met een ander -> gekoppeld
aan prosocoiaal gedrag = het begrijpen en delen van emotionele status van een ander

Overeenkomsten DSM-5 en ICD-10
1. Beide maken onderscheid tussen voorbijgaande aanpassingsstoornis na een stressor en
meer pervasieve, langdurige gedragsproblemen (langer dan 6 maanden)
2. Beide maken onderscheid tussen oppositioneel-opstandige stoornis (ODD -> minder
pervasieve verstoring, is vaak ontwikkelingsvoorloper van CD) en gedragsstoornis (CD)
3. Beide maken geen onderscheid tussen openlijke en heimelijk agressie als subtypes

Verschillen DSM-5 en ICD-10
1. ICD-10 houdt expliciet rekening met invloed van leeftijdsgenoten (gesocialiseerde vs.
ongesocialiseerde gedragsstoornis), terwijl DSM onderscheid maakt tussen begin in kindertijd,
adolescentie of ongespecificeerd begin en tussen CD met/zonder CUT
2. ICD definieert subtypen bij comorbiditeit (ADHD -> hyperkinetische gedragsstoornis, depressie -
> depressieve gedragsstoornis), terwijl de DSM werkt met meerdere diagnoses
3. Comorbide leerproblemen en familiemoeilijkheden worden gediagnosticeerd via andere assen:
a. DSM: leerproblemen op as I (klinische stoornis), familiemoeilijkheden op as IV (V-codes)
b. ICD: leerproblemen op as II en familieproblemen op as V

Verschillen DSM-4 en DSM-5
In de DSM-4 vielen ODD, CD en ADHD onder dezelfde noemer, maar in de DSM-5 behoort ADHD tot de
neuro-ontwikkelingsstoornissen en vallen ODD en CD, samen met pyromanie, kleptomanie en
intermittent explosive disorder (IED) onder de disruptive, impulse control and conduct disorders.

DSM-5 criteria ODD
A. Een patroon van een boze/prikkelbare stemming, ruziezoekend/opstandig gedrag of wraakzucht
gedurende minstens 6 maanden, zoals blijkt uit minstens 4 symptomen uit onderstaande
categorieën, en dat zich voordoet in interactie met ten minste één persoon die geen broer of zus
is:
a. Boze/prikkelbare stemming:
i. Verliest vaak zelfbeheersing/geduld
ii. Is vaak lichtgemaakt of gemakkelijk geïrriteerd
iii. Is vaak boos of haatdragend
b. Ruziezoekend/opstandig gedrag
i. Maakt vaak ruzie met gezagsfiguren, of bij kinderen en adolescenten met
volwassenen
ii. Verzet zich vaak actief tegen verzoeken van gezagsfiguren of weigert zich aan
regels te houden
iii. Ergert anderen vaak opzettelijk
iv. Geeft anderen vaak de schuld van eigen fouten of wangedrag
c. Wraakzucht
i. Is de afgelopen 6 maanden minstens 2x gemeen of wraakzuchtig geweest
B. Gaat gepaard met lijdensdruk bij het individu of anderen in de directe sociale omgeving of
heeft negatieve invloed op functioneren
C. Gedrag treedt niet uitsluitend op tijdens beloop van psychotische-, middelen-, depressieve- of
bipolaire stoornis. Ook wordt niet voldaan aan criteria voor disruptieve
stemmingsdisregulatiestoornis (DMDD)
 ICD: belangrijkste verschil met andere gedragsstoornissen is afwezigheid van gedrag dat in
strijd is met de wet en basisrechten van anderen (bijv. diefstal, vernieling, aanranding)

DSM-5 criteria CD
A. Een repetitief en persisterend patroon van gedrag waarbij de fundamentele rechten of
belangrijke, leeftijdsadequate normen of regels worden geschonden. Dit blijkt uit de
aanwezigheid van ten minste 3 van de onderstaande 15 criteria in de afgelopen 12
maanden, waarbij minstens één criterium aanwezig is in de afgelopen 6 maanden uit een van
de volgende categorieën:
a. Agressie tegen mensen of dieren
i. Pest, bedreigt of intimideert anderen vaak
ii. Begint vaak fysieke gevechten
iii. Heeft een wapen gebruikt dat ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken
iv. Is lichamelijk wreed geweest tegen mensen
v. Is lichamelijk wreed geweest tegen dieren

, vi. Heeft gestolen terwijl hij/zij het slachtoffer confronteerde
vii. Heeft iemand gedwongen tot seksuele handelingen
b. Vernieling van eigendommen
i. Heeft opzettelijk brandgesticht met bedoeling ernstige schade te veroorzaken
ii. Heeft opzettelijk eigendommen van anderen vernield (anders dan door
brandstichting)
c. Bedrieglijk gedrag of diefstal
i. Ingebroken is huis, auto of gebouw
ii. Liegt vaak om goederen/gunsten te verkrijgen of verplichtingen te ontkomen
iii. Heeft voorwerpen van niet-verwaarloosbare waarde gestolen zonder het
slachtoffer te confronteren
d. Ernstige overtreding van regels:
i. Blijft vaak ’s avonds tot laat weg ondanks ouderlijk verbod (voor 13 jaar)
ii. Is minstens 2x ’s nachts van huis weggelopen terwijl hij/zij bij (vervangende)
ouders woonde, of één keer zonder gedurende lange tijd terug te keren
iii. Spijbelt vaak, beginnend voor 13e levensjaar
B. Veroorzaakt klinische significante beperkingen in functioneren
C. Bij 18 jaar of ouder wordt niet voldaan aan de criteria voor een antisociale
persoonlijkheidsstoornis.
 ICD-10 specificaties:
o Gedragsstoornis beperkt tot gezinscontext, ongesocialiseerde gedragsstoornis
(pervasieve stoornis in relaties met leeftijdsgenoten), gesocialiseerde gedragsstoornis
(goede integratie in leeftijdsgroep)
o Depressieve symptomen of comorbide hyperkinetische stoornis (ADHD)

Subtypes:

1. Childhood-onset: minstens 1 symptoom voor 10 jaar -> vaak meer agressie, cognitieve en
neuropsychologische problemen, impulsiviteit, sociale vervreemding, meerdere disfunctionele
familieachtergronden
2. Adolescent-onset: geen symptomen voor 10 jaar

Klinische kenmerken CD en ODD
1. Patroon van antisociaal gedrag gekenmerkt door verzet tegen autoriteit en agressie
o Bij ODD is dit vaak afgebakend en beperkt tot thuissituatie, terwijl bij CD er sprake is van
een meer pervasief patroon dat zich uitstrekt tot school en gemeenschap en o.a. meer
bedrieglijkheid, wreedheid, weglopen van huis, dwingend seksueel gedrag en
middelenmisbruik bevat
2. Cognitie: beperkte internalisatie van sociale regels/normen + vijandige attributiebias =
jongere interpreteert ambigue sociale situaties als bedreigend en reageert hierop met agressief,
vergeldend gedrag
3. Affect: prikkelbaarheid en boosheid zijn overheersende stemming
4. Lichamelijke gezondheid (vooral CD): uitlopende problemen door risicogedrag, bijv.
verwondingen, verslavingen, infecties, medische complicaties
5. Problematische relaties:
a. ODD -> vaak met ouders door opstandig gedrag
b. CD -> vaak met ouders en leerkrachten door opstandig gedrag of bij leeftijdsgenoten
door agressie en pesten gestuurd door vijandige attributiebias
i. Echter ook problemen met bredere gemeenschap, bijv. bij diefstal of vandalisme

Epidemiologie
1. CD -> 1.1-10.6% (vooral bij jongens, adolescenten t.o.v. kinderen en lage sociaaleconomische
groepen)
2. ODD -> 1.3-7.4%

Verloop
Bij ODD en CD vergroten 3 klassen risicofactoren de kans dat gedragsproblemen in
kindertijd/adolescentie uitmonden in problemen op latere leeftijd:

1. Persoonlijke kenmerken: vroege aanvang, CUT, moeilijk temperament, agressiviteit,
impulsiviteit, aandachts- en leerproblemen
2. Problematische opvoedingspraktijken: onvoldoende toezicht, inconsistente consequenties,
onvoldoende bekrachtigen van prosociaal gedrag

Table of contents

  1. 01 Wat zijn CU-traits? 1
    1. Artikel Eisenbarth et al. (2016) 1
  2. 02 Welke externaliserende stoornissen zijn er? 2
    1. Overeenkomsten DSM-5 en ICD-10 3
    2. Verschillen DSM-5 en ICD-10 3
    3. Verschillen DSM-4 en DSM-5 3
    4. DSM-5 criteria ODD 3
    5. DSM-5 criteria CD 3
    6. Klinische kenmerken CD en ODD 4
    7. Epidemiologie 4
    8. Verloop 4
  3. 03 Hoe hebben executieve functies invloed op externaliserende stoornissen? 5
    1. Artikel Schoorl et al. (2017) 5
  4. 04 Wat is de comorbiditeit bij externaliserende stoornissen? 7
  5. 05 Wat zijn risico- en beschermende factoren? 7
    1. Risicofactoren 7
    2. Beschermende factoren 9
    3. Modellen 9
  6. 06 Wat is agressie? 11
    1. Ontwikkelingsverloop 11
    2. Risicofactoren 11
    3. Beschermende factoren 12
    4. Oorzaken 12
    5. Preventie en interventie 12
  7. 07 Wat zijn GxE’s? 13
    1. Artikel Wermter et al. (2010) 13
    2. Artikel Hyde et al. (2022) 13
  8. 08 Welke theorieën zijn er m.b.t. externaliserende stoornissen? 14
    1. Biologische theorieën 14
    2. Psychodynamische theorieën 15
    3. Cognitief-gedragsmatige theorieën 15
    4. Systeemtheorieën 15
  9. 09 Wat zijn preventieprogramma’s en met welke ethische dilemma’s heb je te maken? 16
    1. Artikel Horstkötter & de Wert 16
  10. 10 Welke diagnostische middelen kun je gebruiken om externaliserende stoornissen vast te stellen? 18
  11. 11 Welke ontwikkelingspaden zijn er? 19
    1. Artikel Boendemaker (2008) 19
    2. Artikel Loeber & Burke (2011) 19
  12. 12 Wat is de rol van de amygdala? 21
    1. Artikel Hunnikin et al. (2019) 21
  13. 13 Wat is de invloed van hechting? 23
    1. Artikel Mancinelli et al. (2021) 23
  14. 14 Leg box C uit 24
    1. BPT en emotieregulatie 25
    2. Een conceptueel model: ER, gedragsstoornissen en BPT 26
    3. BPT die ES meet of een emotiegerichte uitbreiding bevat 26
  15. 15 Wat zijn de verschillende behandelmethoden? 27
    1. Psycho-educatie 27
    2. Monitoring 27
    3. Gedragsmatige oudertraining 27
    4. Gezinsgerichte communicatie- en probleemoplossingstraining 28
    5. Samenwerking tussen thuis en school en remediërende bijles 28
    6. Training in sociale probleemoplossingsvaardigheden 28
    7. Oudercounseling 28
    8. Interprofessionele en interorganisationele coördinatie 29
    9. Consultatie aan high-support units 29
    10. Preventie 29
    11. Link: Parent Child Interaction Therapy (PCIT) 29
    12. Hoofdstuk: ontwikkeling en implementatie van Parent Management Training Intervention: GenerationPMTO 29
    13. Artikel Webster-Stratton & Tracey, 2019 – Incredible Years 30
    14. Artikel: Eeren et al., 2018 – MST compared to FFT 32
    15. Artikel: Effectiviteit van PMTO in de praktijk 33
    16. Link: Triple P 34
    17. Pittige Jaren 34
  16. 16 Welke factoren kunnen een behandeling beïnvloeden? 34
    1. Interventieprogramma niveau 34
    2. Cliënt niveau 35
    3. Op groepsniveau van interventie 35
    4. Op niveau van de relatie tussen therapeut en kind/ouder 35
    5. Op niveau van therapeuten en hun werkomgeving 35
    6. Op niveau van kosteneffectiviteit 36
    7. Artikel Fleming et al., 2022 – PCIT vs. PCIT-CU 36
    8. Artikel: Kimonis et al., 2019 – ouder-kind interactie therapie aangepast voor voorschoolse kinderen met CU-traits 37
    9. Artikel Leijten et al., 2019 38
  17. 17 Welke wetten/maatregelen/hulpverleningskaders zijn er? 39
    1. Link: Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) 39
    2. Link: Infoblad ten uitvoerlegging van een straf of maatregel in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) 39
    3. Link: Via Jeugd 40
  18. 18 Wat is kindermishandeling? 40
    1. Prevalentie van kindermishandeling in Nederland 40
  19. 19 Wat zijn risicofactoren voor kindermishandeling? 40
    1. Artikel van Rooijen et al., 2013: Risico- en Beschermende Factoren voor Kindermishandeling 40
    2. Klinische Ontwikkelingspsychologie: Gehechtheid en Kindermishandeling 42
  20. 20 Hoe stel je kindermishandeling vast? 44
  21. 21 Hoe werkt de preventie en behandeling van kindermishandeling? 44
    1. Artikel van Rooijen et al.: wat werkt bij de aanpak van kindermishandeling? 44
  22. 22 Wat zijn ACEs? 47
    1. Artikel Boullier & Blair, 2018: Adverse Childhood Experiences 47
    2. Artikel Finlay et al., 2022: Adverse Childhood Experiences and Allostatic Load 49
    3. Artikel Toth & Manly, 2018: Developmental Consequences of Child Abuse and Neglect 50
    4. Artikel Vink et al., 2019: Self-Reported Adverse Childhood Experiences and Quality of Life Among Children in the Two Last Grades of Dutch Elementary Education 51
    5. Artikel Bunting et al., 2023: The Influence of Adverse and Positive Childhood Experiences on Young People’s Mental Health and Experiences of Self-Harm and Suicidal Ideation 52
  23. 23 Wat is Munchausen by Proxy (Glaser, 2020)? 53
    1. Definitie 53
    2. Terminologie 53
    3. Epidemiologie 53
    4. Driehoek/triangle 53
    5. De verzorger(s) 53
    6. Het kind en broers/zussen 54
    7. Gezondheidsprofessionals 54
    8. Herkenning van FFI en reactie 54
    9. Ernst van FFI 55
    10. Waarschuwingssignalen en reactie 55
  24. 24 Link: Raad voor de Kinderbescherming 56
  25. 25 Link: Richtlijn Kindermishandeling 56
  26. 26 Link: Ministerie van Justitie 56
  27. 27 Link: Kindermishandeling 56
    1. Signalen kind 56
    2. Signalen volwassene 57
  28. 28 Carr, 2016 - Chapter 23: Seperation and Divorce 57
    1. Epidemiologie 57
    2. Factoren die bijdragen aan aanpassing van ouders na scheiding en opvoedingscapaciteit 57
    3. Effect van echtscheiding op ouders 58
    4. Effect van echtscheiding op kinderen 59
    5. Factoren die samenhangen met aanpassing van kinderen na een scheiding 59
    6. Ontwikkelingsstadia van gezinsveranderingen 60
    7. Kenmerken van stiefgezinnen 60
    8. Aanpassing van kinderen na hertrouwen 60
    9. Beoordeling en fomulering 61
    10. Therapieprogramma’s voor aanpassingsproblemen na scheiding 61
    11. Kindervoogdijbeoordelingen 62
    12. Parental Alienation Syndrome (PAS) 62
    13. Mediation 62
  29. 29 Bernet et al., 2016 – Child Affected by Parental Relationship Distress (CAPRD) 62
    1. Introductie 62
    2. Meten van ouderlijke relatieproblemen 63
    3. Reikwijdte van CAPRD 63
    4. Onderscheid tussen maladaptieve gezinsdynamieken 63
    5. Discussie 64
  30. 30 De Ruiter & Otgaar - Beschuldigingen van seksueel misbruik bij conflictscheidingen: hoe te handelen conform wetenschappelijke standaarden 64
    1. Introductie 64
    2. Prevalentie van seksueel misbruik in scheidingszaken 65
    3. Verklaringen van kinderen over seksueel misbruik 65
    4. Gedragssignalen van seksueel misbruik 65
    5. Na een melding bij Veilig Thuis 65
    6. Adviezen voor huisarts 65
  31. 31 Wenselaar, 2016 – KOPP/KVO kinderen Verbeter ouderschap door integrale hulpverlening 66
  32. 32 De Wilde, 2020 – Je denkt altijd dat het jou niet zal overkomen 66
  33. 33 Brummelhuis et al., 2022 - Psychological and physical wellbeing in adults who grew up with a mentally ill parent: A systematic mixed-studies review 67
    1. Introductie 67
    2. Resultaten en discussie 68
  34. 34 Van Rooijen et al., 2019 - Wat werkt voor kinderen van ouders met psychische problemen? 69
    1. Inleiding 69
    2. Algemene effecten van KOPP-interventies 69
    3. Interventies voor ouders van KOPP-kinderen 69
    4. Interventies voor gezinnen 70
    5. Interventies voor kinderen 70
  35. 35 Link: Richtlijnen Jeugdhulp Scheiding 70
    1. Impact van scheiding op kinderen 70
  36. 36 Link: NIJ Varianten Jeugdhulp 71
  37. 37 Link: NIJ Wat werkt bij scheiding? 71
    1. Algemene effectiviteit 71
    2. Kindgerichte interventies 72
    3. Oudergerichte interventies 72
    4. Mediation 72
    5. Nederlandse Interventies -> niet van buiten kennen 73
    6. Kindgericht 73
    7. Interventie voor omgansbegeleiding 73
    8. Omgangsregeling 73
  38. 38 Carr, 2016 – Hoofdstuk 3: Classification, epidemiology and treatment effectiveness 73
    1. Kritiek op psychiatrische classificatiesystemen 73
    2. Invloed van psychiatrische diagnoses op cliënten 74
  39. 39 Beekman & Hengeveld, 2014 – Diagnostiek niet verwarren met classificeren in de psychiatrie 74
  40. 40 Beekman & Schoevers, 2014 – Wat betekent de DSM-5 voor de positie van psychiatrische patiënten? 75
    1. Kritiek op DSM 75
    2. Mogelijke oplossingen 75
    3. Beloop en behandeling 75
    4. Vernieuwing in DSM-5: spectrumdiagnosen 75
    5. Somatiek 75
    6. Conclusie 75
  41. 41 Mulder & Marce, 2020 – Diagnosticeren is goed en handig, maar... 76
  42. 42 Pies, 2009 – Should DSM-5 Designate Internet Addiction a Mental Disorder? 76
    1. Kritiek en onzekerheden m.b.t. IA 76
    2. Wat als ziekte geldt 76
    3. Conclusies en aanbevelingen voor DSM-5 77
    4. Klinische implicaties 77
    5. Voor- en tegenargumenten voor het opnemen van IA in DSM-5 77
  43. 43 Van Der Ploeg, 2019 – Neem eenzaamheid op in de DSM-5 78
    1. Risicofactoren 78
    2. Effect van internet op eenzaamheid 78
    3. Eenzaamheid bij jongeren wordt onderschat 78
    4. Eenzaamheid als psychiatrische stoornis 78
    5. Conclusie 79
  44. 44 Ruissen, 2014 – Diagnostiek en classificatie scheiden in de psychiatrie 79
    1. Classificatie en classificatiesystemen in de psychiatrie 79
    2. Samenhang tussen classificatie en diagnostiek 79
    3. Grens tussen ziek en gezond 80
    4. Ziektewinst of -verlies 80
    5. Scheiden 80
    6. Aanbevelingen voor richtlijnen 80
    7. Conclusies 80
  45. 45 Vervoort, 2016 – Gehechtheidsstoornissen voor en na DSM-5 80
  46. 46 Lynch, 2018 – The Validity of the DSM: An overview 81
    1. Validiteit van eerdere edities 81
    2. Term psychische stoornis 81
    3. Biologisch aspect 81
    4. Gebrek aan psychologisch inzicht 81
    5. Conclusie 81

Document information

Study
Uploaded on
March 26, 2026
File latest updated on
April 20, 2026
Number of pages
81
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.31

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
eamgx
4.7
(6)
Sold
81
Followers
4
Items
31
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions