FILOSOFISCHE DECAMERONE
Samenvatting van de les en het boek
2024-2025
UGent
,Filosofie
Inhoud
1 Voorwoord .......................................................................................................................... 2
1.1 Voorbeeldvragen examen .......................................................................................... 2
2 Eerste dag: Heraclitus en de idioten ................................................................................... 3
3 Tweede dag: Plato en eros ................................................................................................. 7
4 Mini-proefexamen ............................................................................................................ 11
5 Derde dag: Aristoteles: over het dier dat spreekt............................................................. 12
6 Vierde dag: Al-Farabi en de verlichting ............................................................................ 15
7 Vijfde dag: Kant en de verlichting ..................................................................................... 19
8 Zesde dag: Wollstonecraft en de verlichting .................................................................... 23
9 Zevende dag: Fichte en het subject van het verlangen .................................................... 27
10 Achtste dag: de Beauvoir en het absolute andere ........................................................ 30
1
,Filosofie
1 Voorwoord
Over Boccaccio’s Decamerone
= elke dag paar verhalen (10 dagen in totaal)
Je kiest zelf welke dag/thema je leest
Poging over universaliteit in filosofie komt altijd terug = Plato als hij over zijn ziel praat zegt
hij niet mijn ziel maar onze ziel
Filosofen over zelfkennis
Wat is zelfkennis?
Algemeen (wat alle filosofen zeggen): zelfkennis is niet, voor filosofen, wie je bent als
individu maar het gaat altijd over het universele in jezelf
De vier kantiaanse vragen
Wat kan ik kennen?
Wat moet ik doen?
Wat mag ik hopen?
Wat is de mens?
1.1 Voorbeeldvragen examen
Welk van de volgende vragen is geen kantiaanse vraag?
Van wie zijn de volgende vragen?
2
, Filosofie
2 Eerste dag: Heraclitus en de idioten
Logos en wet zijn bijna altijd Heraclitus in fragmenten
Mensen zonder familienaam zijn altijd ouder dan mensen met familienaam
Milete = huidige Turkije
Originele betekenis van god = iets perfect en onsterfelijk
− Waarom delen mensen alles op in 2?
− Is dat goed of slecht?
− Wat bedoelen jullie met zijn?
Heraclitus:
− Is beginner van de filosofie en de vorige zijn beginners voor wetenschap (pre
socratische filosofen)
− Filosofen zijn zagen, ze haten ons
− Er bestaat niet iets dat goed of slecht is
− ‘Alles is één en één alles’ = Alles is in beweging, je hebt het tegengestelde nodig om
het te begrijpen (vrede is uitgelegd door oorlog en oorlog door vrede), de 2 ‘aparte’
dingen zijn eigenlijk 1 geheel
➢ Wat je niet mag doen is denken dat 1 van de 2 waar/goed/nodig is en de andere niet
• Mensen willen altijd duidelijkheid dus vandaar dat ze dingen opsplitsen
o Wat is een vader? Wat is een dag? Wat is een man?
➢ Denk voorbij goed en kwaad en probeer jezelf te vinden
Heraclitus’ Over de natuur
Geschriften Heraclitus:
− ‘Over de natuur’: we weten niet of Heraclitus het ooit had geschreven, het kan zijn
dat het mondeling is doorgegeven en dat het op een moment eens werd
opgeschreven
− We weten niet of Heraclitus zelf ooit een boek heeft geschreven
− Het kan zijn dat anderen over hem hebben geschreven maar hij niet
− Als hij een boek zou hebben geschreven, zijn we het voor altijd verloren (verloren
boek Heraclitus)
➢ Alleen bij Plato weten we zeker dat hij een boek heeft gemaakt en hebben we het boek
ook
3
Samenvatting van de les en het boek
2024-2025
UGent
,Filosofie
Inhoud
1 Voorwoord .......................................................................................................................... 2
1.1 Voorbeeldvragen examen .......................................................................................... 2
2 Eerste dag: Heraclitus en de idioten ................................................................................... 3
3 Tweede dag: Plato en eros ................................................................................................. 7
4 Mini-proefexamen ............................................................................................................ 11
5 Derde dag: Aristoteles: over het dier dat spreekt............................................................. 12
6 Vierde dag: Al-Farabi en de verlichting ............................................................................ 15
7 Vijfde dag: Kant en de verlichting ..................................................................................... 19
8 Zesde dag: Wollstonecraft en de verlichting .................................................................... 23
9 Zevende dag: Fichte en het subject van het verlangen .................................................... 27
10 Achtste dag: de Beauvoir en het absolute andere ........................................................ 30
1
,Filosofie
1 Voorwoord
Over Boccaccio’s Decamerone
= elke dag paar verhalen (10 dagen in totaal)
Je kiest zelf welke dag/thema je leest
Poging over universaliteit in filosofie komt altijd terug = Plato als hij over zijn ziel praat zegt
hij niet mijn ziel maar onze ziel
Filosofen over zelfkennis
Wat is zelfkennis?
Algemeen (wat alle filosofen zeggen): zelfkennis is niet, voor filosofen, wie je bent als
individu maar het gaat altijd over het universele in jezelf
De vier kantiaanse vragen
Wat kan ik kennen?
Wat moet ik doen?
Wat mag ik hopen?
Wat is de mens?
1.1 Voorbeeldvragen examen
Welk van de volgende vragen is geen kantiaanse vraag?
Van wie zijn de volgende vragen?
2
, Filosofie
2 Eerste dag: Heraclitus en de idioten
Logos en wet zijn bijna altijd Heraclitus in fragmenten
Mensen zonder familienaam zijn altijd ouder dan mensen met familienaam
Milete = huidige Turkije
Originele betekenis van god = iets perfect en onsterfelijk
− Waarom delen mensen alles op in 2?
− Is dat goed of slecht?
− Wat bedoelen jullie met zijn?
Heraclitus:
− Is beginner van de filosofie en de vorige zijn beginners voor wetenschap (pre
socratische filosofen)
− Filosofen zijn zagen, ze haten ons
− Er bestaat niet iets dat goed of slecht is
− ‘Alles is één en één alles’ = Alles is in beweging, je hebt het tegengestelde nodig om
het te begrijpen (vrede is uitgelegd door oorlog en oorlog door vrede), de 2 ‘aparte’
dingen zijn eigenlijk 1 geheel
➢ Wat je niet mag doen is denken dat 1 van de 2 waar/goed/nodig is en de andere niet
• Mensen willen altijd duidelijkheid dus vandaar dat ze dingen opsplitsen
o Wat is een vader? Wat is een dag? Wat is een man?
➢ Denk voorbij goed en kwaad en probeer jezelf te vinden
Heraclitus’ Over de natuur
Geschriften Heraclitus:
− ‘Over de natuur’: we weten niet of Heraclitus het ooit had geschreven, het kan zijn
dat het mondeling is doorgegeven en dat het op een moment eens werd
opgeschreven
− We weten niet of Heraclitus zelf ooit een boek heeft geschreven
− Het kan zijn dat anderen over hem hebben geschreven maar hij niet
− Als hij een boek zou hebben geschreven, zijn we het voor altijd verloren (verloren
boek Heraclitus)
➢ Alleen bij Plato weten we zeker dat hij een boek heeft gemaakt en hebben we het boek
ook
3