Goederenrecht
Prof: Baekeland Christophe
1
, © 2025-2026 – Kato Van de Velde – 1RPB4
Inhoud
1. algemene principes van goederenrecht p. 4
1.1 wat is goederenrecht? p. 4
1.2 algemene kenmerken van zakelijke rechten p. 4
1.3 onderverdeling van goederen p. 5
1.4 onderscheid tussen openbare en private domeingoederen p. 7
1.5 vervangbare & niet-vervangbare goederen p. 7
1.6 bepaalde goederen & soortgoederen p. 8
1.7 verbruikbare & niet-verbruikbare goederen p. 8
1.8 goederen in & buiten handel p. 8
2. eigendomsrecht p. 9
2.1 kenmerken van eigendomsrecht p. 9
2.2 bewijs van eigendomsrecht p. 9
2.3 ontstaan van eigendomsrecht p. 9
2.3.1 verkrijgende verjaring p. 10
2.3.2 natrekking p. 12
2.3.3 verwerking p. 12
2.3.4 toe – eigening p. 13
2.3.5 vondst p. 13
2.3.6 niet – ophaling p. 13
2.4 evoluties binnen eigendomsrecht p. 14
2.5 begrenzingen van eigendomsrecht p. 14
2.6 beperkingen aan eigendomsrecht p. 15
3. mede – eigendomsrecht p. 16
3.1 soorten van mede - eigendom p. 16
3.2 mede – eigendom vs. onverdeeldheid p. 16
3.3 toevallige mede – eigendom p. 17
3.4 vrijwillige mede – eigendom p. 17
3.5 gedwongen mede – eigendom p. 18
3.5.1 bijzondere regel: Mandeligheid p. 18
3.5.2 bijzondere regel: apartementsmede – eigendom p. 19
4. vruchtgebruik p. 22
2
, © 2025-2026 – Kato Van de Velde – 1RPB4
4.1 algemene kenmerken van vruchtgebruik p. 22
4.2 ontstaan van vruchtgebruik p. 22
4.3 goederen vatbaar voor vruchtgebruik p. 22
4.4 vruchtgebruik op een algemeenheid van goederen p. 23
4.5 bijzondere vormen van vruchtgebruik p. 23
4.6 vruchtgebruik bij de langstlevende echtgenoot p. 24
4.7 plichten van vruchtgebruiker bij aanvang van vruchtgebruik p. 24
4.8 rechten & plichten van vruchtgrebruiker tijdens vruchtgebruik p. 25
4.9 einde van vruchtgebruik p. 26
4.10 speciaal geval: recht van bewoning p. 27
4.11 precaire bezetting of bezit ter bede p. 27
4.12 daden van gedogen of vermogen p. 27
5. erfpacht p. 28
5.1 kenmerken van erfpacht p. 28
5.2 rechten en plichten van de erfpachter p. 28
5.3 rechten en plichten van de erfpachtgever p. 28
5.4 einde van erfpacht p. 29
6. opstalrecht p. 29
6.1 kenmerken van opstalrecht p. 29
6.2 rechten en plichten van de opstalhouder p. 30
6.3 rechten en plichten van de opstalgever p. 30
6.4 einde van het opstalrecht p. 30
7. erfdienstbaarheden p. 31
7.1 wezenlijke kenmeren van erfdienstbaarheden p. 31
7.2 niet wezenlijke kenmerken van erfdienstbaarheden p. 31
7.3 erfdienstbaarheden gevestigd door de mens p. 32
7.4 uitoefenen van EDBH: situatie heersend erf p. 33
7.5 uitoefenen van EDBH: situatie eigenaar lijdend erf p. 33
7.6 tenietgaan van erfdienstbaarheden p. 33
7.7 ontstaan natuurlijke & wettelijke EDBH (privaat & openbaar nut) p. 35
7.7.1 de wettelijke EDBH tot openbaar nut p. 35
7.7.2 de wettelijke EDBH tot privaat nut p. 35
3
, © 2025-2026 – Kato Van de Velde – 1RPB4
1. Algemene principes van goederenrecht
o Handboek p. 1 – 25 + p. 199 – 209
o Dia 6 – 40
1.1 wat is goederenrecht?
patrimoniale rechten = zakelijke rechten, vorderingsrechten & intellectuele rechten
pecuniaire waarde (in geld waardeerbaar)
extra – patrimoniale rechten = persoonlijkheidsrechten & familiale rechten
niet in geld waardeerbaar
goed = lichamelijk en onlichamelijk zaak = lichamelijk
verbintenissen verbonden aan hoedanigheid van eigenaar van goed (= overdraagbaar)
verbintenissen verbonden aan persoon van schuldenaar (= niet overdraagbaar)
numerus clausus – beginsel = partijen moeten bij vestigen van zakelijk recht wezenlijke
bestanddelen ervan accepteren (art. 3.1 + art. 3.3 BW)
je kan zelf geen zakelijke rechten creëren, zakelijke rechten erkend door wetgever
eigenlijke zakelijke rechten: enkel diegenen vermeld in BW 3.3
zakelijke hoofdrechten: eigendom, mede – eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstal, recht
van gebruik, recht van bewoning & erfdienstbaarheden)
accessoire zakelijke rechten
zakelijke zekerheidsrechten: hypotheek & pand
1.2 algemene kenmerken van zakelijke rechten
volgrecht = maker kan het goed volgen in eender wie zijn handen het zich bevindt ( art. 3.4
BW)
voorrangsrecht = doorbreking van regel van pondspondsgewijze verdeling onder schuldeisers
zakelijk recht voorrang op vorderingsrecht
zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel
specialiteitsbeginsel = zakelijk recht slaat steeds op bepaald goed of geheel van goederen
individualisatie is steeds vereist (art. 3.8, § 1 BW)
dwingend recht
zakelijke subrogatie = een goed in bestaande rechtsverhouding neemt plaats in van ander
goed, zodat rechten die op oorspronkelijke goed rusten automatisch
overgaan op vervangende goed
voorwaarden: - enkel wanneer er sprake is van een zakelijk recht
- oorspronkelijk voorwerp van zakelijk recht moet zijn tenietgegaan
- oorspronkelijk voorwerp van ZR moet vervangen zijn door ander goed
- zakelijk recht moet nuttig kunnen worden uitgeoefend op ander goed
- subsidiaire rechtsfiguur
anterioriteitsbeginsel = in geval dat meerdere zakelijke rechten op eenzelfde goed rusten,
heeft oud zakelijk recht voorrang op jong zakelijk recht (art. 3.4 BW)
eenheidsbeginsel = zakelijk recht betrekking op goed als geheel & niet op één of meerdere
bestanddelen (art. 3.8, § 2 BW)
zakelijk recht kan niet afzonderlijk op bestanddeel van goed worden gevestigd
4