KRITISCHE CRIMINOLOGIE EN VOORLOPERS REALISME
inleiding
- tijdsgeest: brede maatschappelijke veranderingen jaren 1960
met studentenprotesten, burgerrechtenbewegingen,
feministische golf en verzet tegen autoriteit en institutionele
macht
- reactie op klassiek en positivistisch denken
- focus op maatschappelijke structuur, machtsverhoudingen en
processen van sociale ongelijkheid (stellen ze in vraag)
- criminaliteit is geen individueel probleem maar een
maatschappelijk verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in
sociale, economische en politieke relaties
• strafrecht niet neutraal maar uitdrukking ideologische
keuzes en machtsverhoudingen
onthouden bij kritische: macht, politieke & sociale verhoudingen
symbolisch interactionisme = jou zelfbeeld zal bepaald worden door de
interactie met andere personen (labeling heeft hiermee te maken)
labelingbenadering
- bouwt verder op het symbolisch interactionisme
- gedrag is niet inherent crimineel, maar wordt zo gedefinieerd
door sociale reacties en instituties. Criminaliteit is een label,
geen eigenschap
• “hoe komt het dat sommige mensen of handelingen als
crimineel worden bestempeld of niet”?
• iemand is crimineel als
1) de handeling als slecht wordt bestempeld door
wetgever, politie, buurt, media
2) dader krijgt label van crimineel
• sociale definitie impact op zelfidentiteit, stigma en
toekomstig gedrag persoon
• stigma --> iemand zodanig labelen, dat het er niet meer
afgaat, blijft zo voor hele lange tijd
• recidive --> ervoor zorgen dat iemand terug in crimi
terechtkomt
Howard Becker, Outsiders (1963)
• “deviance is not a quality of the act the person commits, but rather
a consequence of the application by others of rules and sanctions to
an offender.”
• sociale groepen maken de regels en passen die toe op bepaalde
mensen
1
, • morele ondernemer
Marihuana Tax Act (1937) – Federal Bureau of Narcotics en
commissaris Harry Anslinger (morel ondernemer,
zwaardere taxen)
edwin lemert
• primaire deviantie (je pleegt een delict, klein en beperkt snoep
kruidvat) versus secundaire deviantie, er komt een label, stigma
ontvangen, je zal nog meer & zwaardere crimi plegen
• secundaire deviantie: label internaliseren en zich ernaar gedragen –
selffulfilling prophecy (sociale reactie - bestendigen gedrag)
erving goffman, sociale identiteit en stigma
• focust op stigma
• stigma, notes on the management of spoiled identity (1963)
• negatief label blijvende beïnvloeding van sociale identiteit van
personen
- ook omgeving zal je behandelen als je label
• reactie kan deviant gedrag dus versterken
voorbeeld
Een 15-jarige jongen wordt betrapt op het stelen van een fiets (primaire
deviantie). De politie arresteert hem ruw, buurtbewoners horen ervan en
bestempelen hem als een “dief” en de lokale krant noemt hem een
“veelpleger” ondanks dat dit zijn eerste keer was (label). Op school
behandelen de leraren hem vanaf dan met wantrouwen; zijn ouders
spreken hun teleurstelling uit en straffen hem zwaar. De jongen krijgt het
gevoel dat iedereen hem nu als crimineel ziet. Hij merkt ook dat sommige
van zijn oude vrienden afstand nemen, terwijl andere “foute” vrienden
hem juist accepteren als een van hen. Hij denkt: “Als iedereen toch zegt
dat ik een crimineel ben, waarom zou ik m’n best nog doen de regels te
volgen?”. Hij begint meer en zwaardere delicten te plegen (secundaire
deviantie), deels om zijn nieuwe vriendengroep tevreden te houden,
deels uit frustratie en berusting in zijn slechte reputatie. Het
aanvankelijke label wordt een stigma. het aanvankelijke kleine delict
heeft door de harde afwijzing geleid tot een crimineel pad.
reactie:
• sommigen bvb Erikson, geven aan dat deviantie, straf en label een
sociale functie hebben. wij versus zij (denk aan Durkheim) maar
uitsluiting voor delictpleger
2
inleiding
- tijdsgeest: brede maatschappelijke veranderingen jaren 1960
met studentenprotesten, burgerrechtenbewegingen,
feministische golf en verzet tegen autoriteit en institutionele
macht
- reactie op klassiek en positivistisch denken
- focus op maatschappelijke structuur, machtsverhoudingen en
processen van sociale ongelijkheid (stellen ze in vraag)
- criminaliteit is geen individueel probleem maar een
maatschappelijk verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in
sociale, economische en politieke relaties
• strafrecht niet neutraal maar uitdrukking ideologische
keuzes en machtsverhoudingen
onthouden bij kritische: macht, politieke & sociale verhoudingen
symbolisch interactionisme = jou zelfbeeld zal bepaald worden door de
interactie met andere personen (labeling heeft hiermee te maken)
labelingbenadering
- bouwt verder op het symbolisch interactionisme
- gedrag is niet inherent crimineel, maar wordt zo gedefinieerd
door sociale reacties en instituties. Criminaliteit is een label,
geen eigenschap
• “hoe komt het dat sommige mensen of handelingen als
crimineel worden bestempeld of niet”?
• iemand is crimineel als
1) de handeling als slecht wordt bestempeld door
wetgever, politie, buurt, media
2) dader krijgt label van crimineel
• sociale definitie impact op zelfidentiteit, stigma en
toekomstig gedrag persoon
• stigma --> iemand zodanig labelen, dat het er niet meer
afgaat, blijft zo voor hele lange tijd
• recidive --> ervoor zorgen dat iemand terug in crimi
terechtkomt
Howard Becker, Outsiders (1963)
• “deviance is not a quality of the act the person commits, but rather
a consequence of the application by others of rules and sanctions to
an offender.”
• sociale groepen maken de regels en passen die toe op bepaalde
mensen
1
, • morele ondernemer
Marihuana Tax Act (1937) – Federal Bureau of Narcotics en
commissaris Harry Anslinger (morel ondernemer,
zwaardere taxen)
edwin lemert
• primaire deviantie (je pleegt een delict, klein en beperkt snoep
kruidvat) versus secundaire deviantie, er komt een label, stigma
ontvangen, je zal nog meer & zwaardere crimi plegen
• secundaire deviantie: label internaliseren en zich ernaar gedragen –
selffulfilling prophecy (sociale reactie - bestendigen gedrag)
erving goffman, sociale identiteit en stigma
• focust op stigma
• stigma, notes on the management of spoiled identity (1963)
• negatief label blijvende beïnvloeding van sociale identiteit van
personen
- ook omgeving zal je behandelen als je label
• reactie kan deviant gedrag dus versterken
voorbeeld
Een 15-jarige jongen wordt betrapt op het stelen van een fiets (primaire
deviantie). De politie arresteert hem ruw, buurtbewoners horen ervan en
bestempelen hem als een “dief” en de lokale krant noemt hem een
“veelpleger” ondanks dat dit zijn eerste keer was (label). Op school
behandelen de leraren hem vanaf dan met wantrouwen; zijn ouders
spreken hun teleurstelling uit en straffen hem zwaar. De jongen krijgt het
gevoel dat iedereen hem nu als crimineel ziet. Hij merkt ook dat sommige
van zijn oude vrienden afstand nemen, terwijl andere “foute” vrienden
hem juist accepteren als een van hen. Hij denkt: “Als iedereen toch zegt
dat ik een crimineel ben, waarom zou ik m’n best nog doen de regels te
volgen?”. Hij begint meer en zwaardere delicten te plegen (secundaire
deviantie), deels om zijn nieuwe vriendengroep tevreden te houden,
deels uit frustratie en berusting in zijn slechte reputatie. Het
aanvankelijke label wordt een stigma. het aanvankelijke kleine delict
heeft door de harde afwijzing geleid tot een crimineel pad.
reactie:
• sommigen bvb Erikson, geven aan dat deviantie, straf en label een
sociale functie hebben. wij versus zij (denk aan Durkheim) maar
uitsluiting voor delictpleger
2