Abdomen
De splanchnische circulatie - zie ppt (maandag 9
/03 voor afbeeldingen + notities)
Organen in splanchnische circulatie: slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, lever,
pancreas.
Verschil tussen arterieel en veneuze doorbloeding van het maag-darm systeem:
- Normaal: arterieel aanvoer en veneuze afvoer is parallel (vb. voor de nieren
- MD-systeem: veneuze drainage loopt niet parallel met arterieel aanvoer.
3 grote assen van abdominael aorta: truncus coeliacus, arteria mesenterica superior,
arteria mesenterica infecrior.
Aftakkingen truncus coeliacus (locatie: net onder diafragma):
- Arteria gastrica sinistra: linkerdeel maag
- Arteria lienalis: bevloeiing milt via achterzijde pancreas
- Arteria hepatica: lever en duodenum
De aftakkingen vormen verbindingen met elkaar -> bescherming tegen ischemie
Arterie mesenterica superior: bevloeiing 2e gedeelte van duodenum, jejunum en ileum,
colon tot het colon transversum.
Aftakkingen:
- Arteria colica dextra en media (sinistra afkosmtig van a. Mesenterica inferior).
Arteria mesenterica inferior: bevloeiing linkder deel colon, rectum en sigmoid.
Splenchnische hoek van het colon: overgang van transversum naar descendens.
- Meest gevoelig voor ischemie
- Meest voorkomende plaats voor ischemische colitis.
,Bevloeiing rectum door a. Mesenterica inferior en arteria iliaca interna sinistra
De arcades zijn beschermd tegen ischemie. (Alleen ischemie bij ernstige
vernauwing, dit is heel zeldzaam).
Op microscopisch niveau: de darmvilli bevatten arteriolen (=
eindarterien).
- Top van de villi: meest gevoeilig voor ischemie en
hypoxie.
▪ Onvoldoende perfusie van MDS (=
maag-darmsysteem) door te lage BD —> schade van toppen van
villi —> kan leiden tot bloedverlies bij ernsitge gevallen.
Parallele arterien liggen naast elkaar en hebben een weerstand (dit is
variabel: na het eten -> meer bleod naar MD-systeem: hierbij gaan
de arteriolen open en wordt er meer bloed ontvangen).
Er zijn heel veel vaten die parallel staan en dit is bealngirjk voor de
vaatweerstand.
Na eten: openen van veel vaten -> systeemweerstand neemt af -> kleine
daling van BD (hierdoor worden we moe na het eten: bloed naar de MD-
systeem ipv spieren).
Veneuze en arteriele MD-systeme loopt niet parallel:
- vb. Veneuze bleod van de nier komt rechtstreeks in het systeem
- Verschillend bij MD-syteem: alles van MD (behalve deel
oesofagus), pancreas en milt gaat niet rechstreks naar VCI. De
venen lopen allemaal naar de vena portae, dus de veneuze retour
komt niet rechtstreeks in de veneuze circulatie terecht. Het gaat
via vena portae dan naar de lever en dan naar de VCI via vena
hepatica en dan naar het hart.
De lever krijgt via 2 bleodvaten:
- 1/3 via arteria hepatica
- 2/3 via vena portae
In rust: 1/3 van het bleod vanuit het hart gaat naar het MD-systeem.
- Bij minder doorbleoding -> daling van druk
Na het eten: helft van cardiale output gaat naar MD-ssyteem en dit heeft ene
hemodynamisch invloed.
, Verschillende facotren hebben een rol zodat er een goede regulatie is
van de splanchnische bloedflow.
Verschillende factoren kunnen zorgen voor
ischemie:
- Afname van bloedflow -> vermindering
van mesenterische bloedflow.
Toppen van villi meest gevoelig voor ischemie.
In de bodem van de villi: aanwezigheid van cellen met regeneratief invleod.
- Bij ischemie -> extra triggering voor herstel
Verschillende soorten ischemie afhaenklijek van de laag dat beschadigd is:
- Als alleen de oppervlakkige lagen zijn betrokken bij ischemie -> bloeding
- Als de diepere lagen zijn beschermd (waar de regeneratieve cellen zitten) —> er is
volledig herstel mogelijk van slijmvlies.
- Tunica muscularis (als dit erbij zit): beschadiging van musculaire structuren ->
vervanging door fibroticsh weefsel. Ook al zijn de diepe lagen niet beschadigd en
slijmvlies hersteld, is er nog wel fibrose en beshcadiging die zich niet kan
herstellen.
- Een transmurale necrose: Hierbij is er een gat in de wand -> je krijgt perforatie ->
alle inhoudt van buitenwerled komt inhet lichaam. —> peritonitis, overlijden,
sepsis
(onderschied naargelang ernst)
= doorbloeding is afgesltoen -> transmurale necrose (ernstigste ziekte)
Oorzaken:
- Embool door voorkamerfibrillatie, hartinfarct
- Trombose
• Arterieel: atherosclerose
, •
Veneus (zelden): daling hartdebiet (het bloed komt binnen maar gaat er
niet uit) — trauma, hypercoagulabiliteit, veneuze obstructie, shock,
infecties (pyleflebitis)
- Vasospasme (via medicatie: ergotaminederivatie, digitalis, vasopressine)
Voorkomen: embool > trombose > vasospasme
Symptomen:
1e fase: Acute abdominale pijn (late continu), braken (eenmalig), bloederige
diarree (eenmalig), dicrepantie (opvallend verschil) met klinisch onderzoek
2e fase: peritonitis, shock, dood
Discrepantie met klinisch onderzoek: de buik gaat in het begin wel redelijk soepel zijn ->
indruk dat het meevalt, maar is niet het geval.
Behandeling: afhankelijk van oorzaak
- Embool/trombose: snel oplossen
- Bij bevordering van necrose —> het zieke darmsegment eruit halen (want
perforatie herstelt niet vanzelf).
Een deel heeft tekort aan bloed maar sterft niet af (minder levensbedreigend)
Oorzaken:
- Strangulatie: afklemmen van darm en bijbehorende bloedtoevoer
• Door Volvulus: het vedraaiien van de darmen
• Door Intussusceptie: darminstulping (= een deel van de darm
schuift in een volgend door)
- Embool
- Thrombus: vasculitis
- Trauma
- Radiatie
Symptomen
- Vroegtijdig: acute pijn, ileus, melena (sterk ruikende, zwarte ontlasting),
rectorrhagie (bloedverlies van anus)
- Laattijdig: kolieken (= krampen) als gevolg van stenose
Als ischemie transcient is: herstelbaar (bij herstel van circulatie —> herstel probleem)
Behandeling: herstel van circulatie, heelkunde indien er in een late fase obstructie is
(maar niet in het begin)
= Geeft pijn, maar geen schade (nog minder levensbedreigend).
De splanchnische circulatie - zie ppt (maandag 9
/03 voor afbeeldingen + notities)
Organen in splanchnische circulatie: slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, lever,
pancreas.
Verschil tussen arterieel en veneuze doorbloeding van het maag-darm systeem:
- Normaal: arterieel aanvoer en veneuze afvoer is parallel (vb. voor de nieren
- MD-systeem: veneuze drainage loopt niet parallel met arterieel aanvoer.
3 grote assen van abdominael aorta: truncus coeliacus, arteria mesenterica superior,
arteria mesenterica infecrior.
Aftakkingen truncus coeliacus (locatie: net onder diafragma):
- Arteria gastrica sinistra: linkerdeel maag
- Arteria lienalis: bevloeiing milt via achterzijde pancreas
- Arteria hepatica: lever en duodenum
De aftakkingen vormen verbindingen met elkaar -> bescherming tegen ischemie
Arterie mesenterica superior: bevloeiing 2e gedeelte van duodenum, jejunum en ileum,
colon tot het colon transversum.
Aftakkingen:
- Arteria colica dextra en media (sinistra afkosmtig van a. Mesenterica inferior).
Arteria mesenterica inferior: bevloeiing linkder deel colon, rectum en sigmoid.
Splenchnische hoek van het colon: overgang van transversum naar descendens.
- Meest gevoelig voor ischemie
- Meest voorkomende plaats voor ischemische colitis.
,Bevloeiing rectum door a. Mesenterica inferior en arteria iliaca interna sinistra
De arcades zijn beschermd tegen ischemie. (Alleen ischemie bij ernstige
vernauwing, dit is heel zeldzaam).
Op microscopisch niveau: de darmvilli bevatten arteriolen (=
eindarterien).
- Top van de villi: meest gevoeilig voor ischemie en
hypoxie.
▪ Onvoldoende perfusie van MDS (=
maag-darmsysteem) door te lage BD —> schade van toppen van
villi —> kan leiden tot bloedverlies bij ernsitge gevallen.
Parallele arterien liggen naast elkaar en hebben een weerstand (dit is
variabel: na het eten -> meer bleod naar MD-systeem: hierbij gaan
de arteriolen open en wordt er meer bloed ontvangen).
Er zijn heel veel vaten die parallel staan en dit is bealngirjk voor de
vaatweerstand.
Na eten: openen van veel vaten -> systeemweerstand neemt af -> kleine
daling van BD (hierdoor worden we moe na het eten: bloed naar de MD-
systeem ipv spieren).
Veneuze en arteriele MD-systeme loopt niet parallel:
- vb. Veneuze bleod van de nier komt rechtstreeks in het systeem
- Verschillend bij MD-syteem: alles van MD (behalve deel
oesofagus), pancreas en milt gaat niet rechstreks naar VCI. De
venen lopen allemaal naar de vena portae, dus de veneuze retour
komt niet rechtstreeks in de veneuze circulatie terecht. Het gaat
via vena portae dan naar de lever en dan naar de VCI via vena
hepatica en dan naar het hart.
De lever krijgt via 2 bleodvaten:
- 1/3 via arteria hepatica
- 2/3 via vena portae
In rust: 1/3 van het bleod vanuit het hart gaat naar het MD-systeem.
- Bij minder doorbleoding -> daling van druk
Na het eten: helft van cardiale output gaat naar MD-ssyteem en dit heeft ene
hemodynamisch invloed.
, Verschillende facotren hebben een rol zodat er een goede regulatie is
van de splanchnische bloedflow.
Verschillende factoren kunnen zorgen voor
ischemie:
- Afname van bloedflow -> vermindering
van mesenterische bloedflow.
Toppen van villi meest gevoelig voor ischemie.
In de bodem van de villi: aanwezigheid van cellen met regeneratief invleod.
- Bij ischemie -> extra triggering voor herstel
Verschillende soorten ischemie afhaenklijek van de laag dat beschadigd is:
- Als alleen de oppervlakkige lagen zijn betrokken bij ischemie -> bloeding
- Als de diepere lagen zijn beschermd (waar de regeneratieve cellen zitten) —> er is
volledig herstel mogelijk van slijmvlies.
- Tunica muscularis (als dit erbij zit): beschadiging van musculaire structuren ->
vervanging door fibroticsh weefsel. Ook al zijn de diepe lagen niet beschadigd en
slijmvlies hersteld, is er nog wel fibrose en beshcadiging die zich niet kan
herstellen.
- Een transmurale necrose: Hierbij is er een gat in de wand -> je krijgt perforatie ->
alle inhoudt van buitenwerled komt inhet lichaam. —> peritonitis, overlijden,
sepsis
(onderschied naargelang ernst)
= doorbloeding is afgesltoen -> transmurale necrose (ernstigste ziekte)
Oorzaken:
- Embool door voorkamerfibrillatie, hartinfarct
- Trombose
• Arterieel: atherosclerose
, •
Veneus (zelden): daling hartdebiet (het bloed komt binnen maar gaat er
niet uit) — trauma, hypercoagulabiliteit, veneuze obstructie, shock,
infecties (pyleflebitis)
- Vasospasme (via medicatie: ergotaminederivatie, digitalis, vasopressine)
Voorkomen: embool > trombose > vasospasme
Symptomen:
1e fase: Acute abdominale pijn (late continu), braken (eenmalig), bloederige
diarree (eenmalig), dicrepantie (opvallend verschil) met klinisch onderzoek
2e fase: peritonitis, shock, dood
Discrepantie met klinisch onderzoek: de buik gaat in het begin wel redelijk soepel zijn ->
indruk dat het meevalt, maar is niet het geval.
Behandeling: afhankelijk van oorzaak
- Embool/trombose: snel oplossen
- Bij bevordering van necrose —> het zieke darmsegment eruit halen (want
perforatie herstelt niet vanzelf).
Een deel heeft tekort aan bloed maar sterft niet af (minder levensbedreigend)
Oorzaken:
- Strangulatie: afklemmen van darm en bijbehorende bloedtoevoer
• Door Volvulus: het vedraaiien van de darmen
• Door Intussusceptie: darminstulping (= een deel van de darm
schuift in een volgend door)
- Embool
- Thrombus: vasculitis
- Trauma
- Radiatie
Symptomen
- Vroegtijdig: acute pijn, ileus, melena (sterk ruikende, zwarte ontlasting),
rectorrhagie (bloedverlies van anus)
- Laattijdig: kolieken (= krampen) als gevolg van stenose
Als ischemie transcient is: herstelbaar (bij herstel van circulatie —> herstel probleem)
Behandeling: herstel van circulatie, heelkunde indien er in een late fase obstructie is
(maar niet in het begin)
= Geeft pijn, maar geen schade (nog minder levensbedreigend).