Suïcidepreventie
1. Leerdoelen en studietips
2. Inleiding
2.1.Belang van het thema suïcidepreventie
Suïcidaal gedrag= het geheel aan gedachten, voorbereidingshandelingen en pogingen
die een zekere intentie uitdrukken om zichzelf te doden.’ ‘Suïcidaal gedrag’ omvat
, volgens deze definitie dus zowel de handelingen alsook alle mogelijke gedachten in
relatie tot suïcide
- Meest genoemde risicofactoren volgens biopsychosociaal model
o Eenzaamheid
o Het zich onbegrepen voelen
- Andere risicofactoren
o Ingrijpende levensgebeurtenissen, bv. overlijden van een dierbare
o Onverwerkte traumatische ervaringen
o Persoonlijkheid van iemand
o Aanwezigheid van ernstige psychiatrische problemen
o Lichamelijke en psychische aftakelingdoor ouderdom of ziekte
o Levensbedreigende ziektes
o Moeilijke leefomstandigheden
o Middelengebruik
o Verlieservaringen
o Opeenstapeling van meerdere tegenslagen in het leven
o …
Het ‘biopsychosociaal model’ is in essentie een uitbreiding van het medische model om
naar het menselijke (dys-) functioneren te kijken. Het is een holistisch werkmodel om de
complexiteit van gezondheid en ziekte te kunnen interpreteren .Ook de
Wereldgezondheidsorganisatie(WHO) stelt dat dat gezondheid een toestand is van
volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid
van ziekte of andere lichamelijke gebreken.
3. Begrippenkader
3.1.Suïcidaal gedrag
Suïcidaal gedrag= een manier om een oplossing te zoeken voorondraaglijke pijn en
onoplosbare problemen. We spreken van suïcidaal gedrag als iemand:
- Gedachten heeft over zelfdoding
- De intentie heeft zichzelf te doden
- Bezig is met het voorbereiden van zelfdoding
- Een poging doet om zichzelf te doden
dit bestaan zowel uit handelingen als gedachten
Onmachtsgevoelens= hierdoor word suïcidaal gedrag aangedreven.
- Aanhoudend gevoel van onmacht om bepaalde problemen niet opgelost te krijgen
uitzichtloosheid
- Persoon komt in situatie waarin hij geen ontsnapping/redding door andere meer
ziet wanhoopsdaad
3.2.Het bos en de bomen
Suïcide= een daad met dodelijke afloopt die de overledene in de wetenschap of met de
verwachting van een potentiële dodelijke afloop heeft geïnitieerd en uitgevoerd met als
doel gewenste veranderingen te bewerkstelligen
Suïcidepoging= een niet-habitueel gedrag zonder dodelijke afloop dat de persoon
initieert en uitvoert met de verwachting of met het risico om te overlijden of lichamelijke
schade te veroorzaken en met als doel gewenste veranderingen te bewerkstellingen.
- Suïcidepogingen kunnen zich herhalen
- de notie ‘niet-habitueel gedrag’ laat toe suïcidepogingen te onderscheiden van
automutilatie of zelfbeschadigend gedrag, wat eerder gezien wordt als een
gewoontepatroon waarbij geen suïcidale intentie aanwezig is
1. Leerdoelen en studietips
2. Inleiding
2.1.Belang van het thema suïcidepreventie
Suïcidaal gedrag= het geheel aan gedachten, voorbereidingshandelingen en pogingen
die een zekere intentie uitdrukken om zichzelf te doden.’ ‘Suïcidaal gedrag’ omvat
, volgens deze definitie dus zowel de handelingen alsook alle mogelijke gedachten in
relatie tot suïcide
- Meest genoemde risicofactoren volgens biopsychosociaal model
o Eenzaamheid
o Het zich onbegrepen voelen
- Andere risicofactoren
o Ingrijpende levensgebeurtenissen, bv. overlijden van een dierbare
o Onverwerkte traumatische ervaringen
o Persoonlijkheid van iemand
o Aanwezigheid van ernstige psychiatrische problemen
o Lichamelijke en psychische aftakelingdoor ouderdom of ziekte
o Levensbedreigende ziektes
o Moeilijke leefomstandigheden
o Middelengebruik
o Verlieservaringen
o Opeenstapeling van meerdere tegenslagen in het leven
o …
Het ‘biopsychosociaal model’ is in essentie een uitbreiding van het medische model om
naar het menselijke (dys-) functioneren te kijken. Het is een holistisch werkmodel om de
complexiteit van gezondheid en ziekte te kunnen interpreteren .Ook de
Wereldgezondheidsorganisatie(WHO) stelt dat dat gezondheid een toestand is van
volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid
van ziekte of andere lichamelijke gebreken.
3. Begrippenkader
3.1.Suïcidaal gedrag
Suïcidaal gedrag= een manier om een oplossing te zoeken voorondraaglijke pijn en
onoplosbare problemen. We spreken van suïcidaal gedrag als iemand:
- Gedachten heeft over zelfdoding
- De intentie heeft zichzelf te doden
- Bezig is met het voorbereiden van zelfdoding
- Een poging doet om zichzelf te doden
dit bestaan zowel uit handelingen als gedachten
Onmachtsgevoelens= hierdoor word suïcidaal gedrag aangedreven.
- Aanhoudend gevoel van onmacht om bepaalde problemen niet opgelost te krijgen
uitzichtloosheid
- Persoon komt in situatie waarin hij geen ontsnapping/redding door andere meer
ziet wanhoopsdaad
3.2.Het bos en de bomen
Suïcide= een daad met dodelijke afloopt die de overledene in de wetenschap of met de
verwachting van een potentiële dodelijke afloop heeft geïnitieerd en uitgevoerd met als
doel gewenste veranderingen te bewerkstelligen
Suïcidepoging= een niet-habitueel gedrag zonder dodelijke afloop dat de persoon
initieert en uitvoert met de verwachting of met het risico om te overlijden of lichamelijke
schade te veroorzaken en met als doel gewenste veranderingen te bewerkstellingen.
- Suïcidepogingen kunnen zich herhalen
- de notie ‘niet-habitueel gedrag’ laat toe suïcidepogingen te onderscheiden van
automutilatie of zelfbeschadigend gedrag, wat eerder gezien wordt als een
gewoontepatroon waarbij geen suïcidale intentie aanwezig is