Staatsrecht- Leerdoelen
1. De kenmerken van een staat
- Gemeenschap
- Grondgebied
- Gezag
- (Erkenning door andere staten)
2. De bronnen van staatsrecht
- Statuut
- Grondwet
- (Organieke) wetten
- Reglementen
- Gewoonterecht
- Verdragen
- Jurisprudentie
3. Wat is de Grondwet en wat wordt daarin geregeld?
- Verzameling van een aantal fundamentele rechten die de overheid in
beginsel moet respecteren en waarop de overheid alleen inbreuk mag
maken als dit in de wet is vastgelegd
- Klassieke grondrechten: Vrijheidsrechten waarop burgers zich direct
kunnen beroepen, zowel tegenover de overheid (verticaal) als
tegenover medeburgers (horizontaal). Ook: Waarborgnormen
- Sociale grondrechten: Opdracht voor de overheid om sociale
gerechtigheid in de samenleving te realiseren, zodat burgers zich
kunnen ontplooien. Alleen verticaal. Inzet van de overheid nodig. Ook:
Instructienormen
- Doel: Machtsbeperking overheid en tevens beperking leefruimte van
burgers ten opzichte van elkaar
4. Staatkundige verhoudingen binnen Koninkrijk der Nederlanden
- 10-10-2010: Nederlandse Antillen ontmanteld door wijziging van Statuut
- Aruba, Curaçao & Sint Maarten: Landen
- BES-eilanden: Openbare lichamen (‘gemeenten’)
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
1. Centrale overheid met (zelfstandige) bestuursorganen
2. Decentrale overheid: provincies, gemeenten, waterschappen en
andere openbare lichamen
3. Gemeenschap van mensen
5. De vier pijlers van de rechtsstaat
- Grondrechten
- Scheiding der machten
- Legaliteitsbeginsel
- Onafhankelijke rechtspraak
, 6. Ontwikkeling grondrechten en mensenrechten
- 1814: Koninkrijk der Nederlanden in Statuut en in Grondwet vastgelegd
- 1840: Grondwetsherziening: Contraseign
- 1848: Grondwetsherziening: Wetgevende en uitvoerende macht op
centraal niveau gezamenlijke & gedeelde verantwoordelijkheid
parlement. Ook volledige ministeriële verantwoordelijkheid
- 1917: Algemeen actief en passief kiesrecht voor mannen
- 1919: Algemeen actief en passief kiesrecht voor vrouwen
7. Klassieke en sociale grondrechten
- Zie 3
8. Horizontale en verticale werking grondrechten
- Horizontaal: Burger tegenover burger (klassieke grondrechten)
- Verticaal: Burger tegenover overheid (klassieke en sociale grondrechten)
9. Beperking van grondrechten
- Slechts toegestaan als tekst van dat specifieke grondrecht dat toestaat
- Verschillende beperkingsvormen:
- Competentiebepaling: wie mag er beperkingen stellen aan het
grondrecht?
- Doelcriteria: bijv. art. 6 lid 2 en art. 9 lid 2 Gw
- Methode van het kernrecht: alleen art. 7 lid 1 Gw
- Botsing met een ander grondrecht
10. Betekenis verschillende klassieke grondrechten
- Zie Grondwet
11. Toezicht op naleving grondrechten
- Het EHRM, rechterlijke instantie voor het EVRM, houdt toezicht op de
naleving van de grondrechten.
12. Totstandkoming verdragen en doorwerking in Nederlandse rechtsorde
- Totstandkoming:
- Initiatief
- Intergouvernementele conferentie
- Voorbereiding verdragen (art. 90 Gw)
Samenstelling delegaties door ministerraad (art. 4 lid 2
Reglement van Orde voor de Ministerraad)
- Ontwerptekst aannemen
- Ondertekening door betrokken ministers deelnemende staten
- Bekendmaking en ter goedkeuring voorlegging aan nationale
parlementen
- Ratificatie verdrag
- Inwerkingtreding
- Doorwerking in Nederlands recht
- Verdragen zijn van hogere orde dan de wet- en regelgeving in
Nederland en kunnen de nationale regels beperken of opzij zetten.
1. De kenmerken van een staat
- Gemeenschap
- Grondgebied
- Gezag
- (Erkenning door andere staten)
2. De bronnen van staatsrecht
- Statuut
- Grondwet
- (Organieke) wetten
- Reglementen
- Gewoonterecht
- Verdragen
- Jurisprudentie
3. Wat is de Grondwet en wat wordt daarin geregeld?
- Verzameling van een aantal fundamentele rechten die de overheid in
beginsel moet respecteren en waarop de overheid alleen inbreuk mag
maken als dit in de wet is vastgelegd
- Klassieke grondrechten: Vrijheidsrechten waarop burgers zich direct
kunnen beroepen, zowel tegenover de overheid (verticaal) als
tegenover medeburgers (horizontaal). Ook: Waarborgnormen
- Sociale grondrechten: Opdracht voor de overheid om sociale
gerechtigheid in de samenleving te realiseren, zodat burgers zich
kunnen ontplooien. Alleen verticaal. Inzet van de overheid nodig. Ook:
Instructienormen
- Doel: Machtsbeperking overheid en tevens beperking leefruimte van
burgers ten opzichte van elkaar
4. Staatkundige verhoudingen binnen Koninkrijk der Nederlanden
- 10-10-2010: Nederlandse Antillen ontmanteld door wijziging van Statuut
- Aruba, Curaçao & Sint Maarten: Landen
- BES-eilanden: Openbare lichamen (‘gemeenten’)
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
1. Centrale overheid met (zelfstandige) bestuursorganen
2. Decentrale overheid: provincies, gemeenten, waterschappen en
andere openbare lichamen
3. Gemeenschap van mensen
5. De vier pijlers van de rechtsstaat
- Grondrechten
- Scheiding der machten
- Legaliteitsbeginsel
- Onafhankelijke rechtspraak
, 6. Ontwikkeling grondrechten en mensenrechten
- 1814: Koninkrijk der Nederlanden in Statuut en in Grondwet vastgelegd
- 1840: Grondwetsherziening: Contraseign
- 1848: Grondwetsherziening: Wetgevende en uitvoerende macht op
centraal niveau gezamenlijke & gedeelde verantwoordelijkheid
parlement. Ook volledige ministeriële verantwoordelijkheid
- 1917: Algemeen actief en passief kiesrecht voor mannen
- 1919: Algemeen actief en passief kiesrecht voor vrouwen
7. Klassieke en sociale grondrechten
- Zie 3
8. Horizontale en verticale werking grondrechten
- Horizontaal: Burger tegenover burger (klassieke grondrechten)
- Verticaal: Burger tegenover overheid (klassieke en sociale grondrechten)
9. Beperking van grondrechten
- Slechts toegestaan als tekst van dat specifieke grondrecht dat toestaat
- Verschillende beperkingsvormen:
- Competentiebepaling: wie mag er beperkingen stellen aan het
grondrecht?
- Doelcriteria: bijv. art. 6 lid 2 en art. 9 lid 2 Gw
- Methode van het kernrecht: alleen art. 7 lid 1 Gw
- Botsing met een ander grondrecht
10. Betekenis verschillende klassieke grondrechten
- Zie Grondwet
11. Toezicht op naleving grondrechten
- Het EHRM, rechterlijke instantie voor het EVRM, houdt toezicht op de
naleving van de grondrechten.
12. Totstandkoming verdragen en doorwerking in Nederlandse rechtsorde
- Totstandkoming:
- Initiatief
- Intergouvernementele conferentie
- Voorbereiding verdragen (art. 90 Gw)
Samenstelling delegaties door ministerraad (art. 4 lid 2
Reglement van Orde voor de Ministerraad)
- Ontwerptekst aannemen
- Ondertekening door betrokken ministers deelnemende staten
- Bekendmaking en ter goedkeuring voorlegging aan nationale
parlementen
- Ratificatie verdrag
- Inwerkingtreding
- Doorwerking in Nederlands recht
- Verdragen zijn van hogere orde dan de wet- en regelgeving in
Nederland en kunnen de nationale regels beperken of opzij zetten.