1. Examenvraag hoe pak je dit aan bij geschiedenis?
2. Hoe leg je een bron uit?
3. Vroeg moderne tijd (1500-1800)
Reformatie
Renaissance
4. Moderne tijd (1800 <)
19e eeuw
Industrialisatie
Duitsland in Europa (1918-1991)
1918 eind wo II
1991 communisme
5. Nl na wo II (1948-2008)
Wederopbouw
Feminisme
Dekolonisatie
4. Overzicht 1945-Nu
Stappenplan examenvraag
Stap 1: Maak van de vraag het begin van je antwoord.
,Stap 2.2: Schrijf op wat je weet over deze elementen:
A=
B=
Welke informatie kun je aan elkaar linken?
Stap 3: Het element uit het schilderij dat aansluit bij de heroriëntatie van
de klassieke oudheid is ik zie in het schilderij dat de mensen realistisch
getekend zijn dit past bij de klassieke oudheid omdat mensen brachten de
klassieke oudheid terug, en mensen realistisch tekenen was typerend voor
die tijd. gebruik ik zie hier… , ik lees in de bron…., het bijschrift verteld
je dat
Stap 4: Controleer je antwoord – kijk of je het goed geformuleerd hebt en
of alle elementen waar je wat over wilde zeggen in je antwoord staan.
A + uitleg?
B + uitleg?
Klinkt het logisch?
Stappenplan bron prenten
Stap 1: Onderwerp bepalen + opschrijven wat je hierover weet
verwachting.
Examentip: ow wordt vaak al gegeven in de vraag.
, Stap 2: Opschrijven van elementen.
Examentip: in de toelichting en titel staan veel hints.
Stap 3: Betekenis van de elementen opschrijven.
Stap 4: Formulering herhaal vraag visie.
Stap 5: Verwijs naar elementen.
De 16e eeuw
1. De renaissance
2. De reformatie
1. Kenmerken van de renaissance:
1. Klassieke oudheid is inspiratie voor filosofie, wetenschap en kunst
(*20).
2. Vernieuwde interesse in de wetenschap.
3. Niet god maar de mens centraal humanisme en individualisme